Dinsdag, 24
januari
Wit
papier is als een akker, maar voor je het weet valt de eerste letter. Heel even
was er een zwanger moment. Wit papier is als land, land waar taal in wordt
gestrooid dat een verhaal wordt. Wat het werk van een poëtisch akkerbouwer precies behelst,
weet niemand, maar het is hard werken. Ook een land dat na een hersenbloeding
wordt omheind.Gelukkig, ik zag weer de vertrouwde zonsopkomst, dankzij Marieke want zij, haar stem, wekte mij om acht uur. Verblindend licht in de nieuwe, windstille dage raad. Hoe verloren ik me vaak ’s avonds ook voel, ik ben nog altijd blij weer wakker te worden. Ik fluister het haar toe, mijn linkerhand even op de tast naar haar vers geurend en warme lichaam, naar de vrouw die mij leven en toekomst geeft. In de omhelzing die volgt, hoef ik ook maar een ogenblik te onstuimig te zijn, en alles is weer terug alvorens het bed uit te zijn en wetend dat het korte gulle moment van hartstocht maar fantasie was. Liefde heet verlangen, en bij haar baad ik in een ziel van levensliefde en tederheid. “Verlangen”, zei Rilke, “is wonen in de golven en geen verblijfplaats hebben in de tijd." Vaak denk ik, waar je (in boeken) ter wereld ook komt, het is overal hetzelfde. De tegenstellingen, het snobisme, de ambitie, de onwetendheid, de roekeloosheid, de liefde, de berekening, het onvervuld blijven, de afgunst, de schoonheid (als je hart er voor openstaat).
Kort nadat Leny me had gedoucht en voor het overige had gezorgd, ben ik even naar boven gegaan, maar Marieke was kennelijk nog wat boodschappen aan het doen, dus onverrichter zaken weer naar 107. Het was er ook een pre-operatieve chaos, het zou erop lijken dat ik de hele boel overhoop had gehaald. Ik zie er tegenop, dat Mariek vanaf vrijdag eerst een week naar het ziekenhuis is en daarna een week naar de revalidatie bij een verpleeghuis. Maar het is nu eenmaal onontkoombaar en de hoogste tijd dat haar heup wordt vervangen. Hopelijk gaat het daarna ook beter met die hielspoor. Over een week moet ik zelf naar de oncoloog. Een drukke taxitijd.
Geen idee hoelang maar ik zat weer een hele poos met de ogen dicht. Toen ik ze opende, zat ik ongemerkt halverwege de keuken. Mijn leven drijft van de wal. Ik ben maar echt gaan slapen, en zo verdwijnt een dinsdagmiddag uit je agenda.
Woensdag, 25 januari
Ouder worden is een onoverwinnelijk iets in je leven, precies zoals de vraag naar het ‘hoe’ niet of moeilijk is te beantwoorden. We hebben eigenlijk alleen twee typisch menselijke wensen: we hopen oud te worden of nog lang te mogen leven en ten aanzien van het ‘hoe’ hebben we denk ik een schoonheidswens. Niet in een pijnlijk aftakelend lichaam, niet in verlatenheid en niet meer weten hoe alles reilt en zeilt. Maar hoe ouder je wordt, des te meer word je geconfronteerd, en geraakt, met een enorme variatie aan lijden en machteloosheid en onstilbaar verdriet.
We lezen over de tragedies van de woedende moord of het geketend zijn aan geweld, over de talrijke fatale ongelukken of ongevallen die als het ware stagneren in ernstige invaliditeit. We ‘weten dat ons moeder ongeneeslijk ziek is maar ondanks de toenemende pijn nog helder van geest is’ en dat een nicht chronisch ziek is, onophoudelijk gekweld door fysieke pijnen en ongemakken, zich desondanks kranig houdt maar door anderen ook vaak gemeden omdat veel anderen daar niet tegen kunnen of ‘het wel gehad hebben’, iets dat weer een heel ander lijden veroorzaakt en dat niet wordt gekend. Ware het te doen, dan zou er een meer dan vuistdikke catalogus zijn te maken over het lijden van mensen, maar waartoe zou het kunnen dienen en kennen we de variatie al niet? Van veel wordt nooit gehoord, of van weggevlucht.
‘Hoe’ word ik oud? Het van dichtbij zien en voelen wat de menselijke slijtage met de ander en met jezelf doet, plaatst de vraag aan het einde van het leven. In veel vroegere levensstadia wordt de vraag wellicht anders gesteld: ‘hoe’ kan ik gezond leven?, dat zet je indirect op het spoor van hoe je ouder hoopt te worden, namelijk door je bewust te zijn van je keuzes en verantwoordelijkheden en daarin trouw te zijn, zo standvastig mogelijk. Zou dat niet een soort van ‘maximaal’ antwoord kunnen zijn?
Aan het einde nabij zijn, is intens verdrietig, enerverend en tegelijk vaak weldadig. Elk gefluister is van belang, elk gebaar van ‘er zijn’ verzachtend. Troost en tederheid zijn als een deken in de nacht, het is als het geluk van de sterren te voelen dat je niet alleen bent, dat gezien wordt wat misschien nodig is en begrepen welk woord nog over de lip rolt. Het kan een langdurig, ontredderd vechten zijn, maar, als de pijn te hevig is geworden, ook een lange, stille slaaptocht met diepe zuchten uit de verten van het leven. “Het ergste is dat je niets kunt doen”, wordt vaak gezegd, maar met werkelijke nabijheid en compassie doe je alles.
‘Hoe’ word ik oud? De vraag biedt me een ander gezichtspunt op de morfinepleisters die ik in het allereerste begin vele weken ongebruikt liet liggen, eerder schreef ik al waarom. Maar in mijn innerlijke tijd lees ik nu dat afwijzing een soort van domme ijdelheid is, alsof die morfine een pil van Drion zou zijn. Misschien is het wel de best denkbare pijnbestrijding, deze transparante postzegel, en kan het mijn dagelijks leven veraangenamen. ‘Ik wil ouder worden dan ik ben. Pak dan wat nodig is om niet harder te slijten’, zo dacht ik toen. Hoe vaker je rond de akkers van je geest dwaalt, hoe meer sporen je ontdekt die je eerder niet zag. En toch, hoe anders is alles gegaan, geworden.
'Werkelijk, er is niets kunstzinniger dan liefde voor de mensen', schreef Vincent van Gogh eens en dat ‘motto’ stond ook op een postzegel in 1990 onder zijn portret. Het komt enigszins overeen met het mijne, ‘Iedereen is beminnenswaardig, laten we dat vooral blijven zien en leven’. De dichter, de zachtmoedige, de romanticus, de man die allergisch is voor elke vorm van geweld en daarom waakzaam wil zijn over de tederheid. Afgaande op mijn levensloop zie ik er bij mezelf geen grootse resultaten van, toch ruil ik mezelf (mijn aard) voor niets en niemand in, niet uit zelfgenoegzaamheid, maar ik geloof nog altijd in de inzet voor het goede en zoveel mogelijk voor het behoud ervan. Ik ken de strijd in mezelf: ik vind dit leven zó niet meer fijn en ik ben zo gelukkig met Marieke, zo trots op haar wijsheid, haar levenshouding, hoe ze met mij een leven leeft dat ikzelf bijna niet meer kan leven. Van voet tot schedel, de pijnen verstoppen zich niet.
Donderdag, 26 januari
Gisteren was er zo’n prachtige verwelkoming door de zon, de hele ochtend trouwens, maar vandaag bleven de wolken dicht opeen. Geen straaltje zon, alleen maar grijs, intens grijs.
Gisteren schreef ik nog tegen de wind in, maar vandaag glijd ik zo van de toetsen af zoals me dat vroeger wel eens overkwam met mijn voeten op beijzelde trappers. De pijn is niet te harden, de krankjorume koploper is niet te verslaan. “Dit is een technisch hoogstandje en dat is de prijs die u moet betalen. Heb ik u al verscheidene keren gezegd.”
Vrijdag, 27 januari
Een stralend begin van de dag. Marieke ‘gaat op reis en komt over een paar weken een beetje vernieuwd weer terug’. Ik zal haar dikwijls bezoeken, vaste klant bij taxi Trip want voor de scootmobiel is het ’s avonds te koud. Vanmiddag na de operatie word ik gebeld. Het is alsof ik voor mezelf niets meer kan en durf, totdat ik bij de oncoloog ben geweest; zijn bevindingen bepalen grotendeels de vervolg-route.
Lieveling, al wat we hebben meegemaakt, tekent ons hart en smeedt ons verder aaneen, zelfs als je eenzaam en vluchtig onze boodschappen doet, ben je in me aanwezig, jij als jezelf, jij met mij aan wie je elk ogenblik zegt te denken. Ik ben een man met wie je alles mag delen, die er naar verlangt juist die eenheid van verdriet en vreugde en verrukking te ontvangen en te schenken, een man die je liefde ervaart tot het diepst in zijn ziel en hoewel alles in ons leven tijdelijk is, zal dit de liefde zijn die blijvend in mij leeft en ademt, die mij ontroert en terugbrengt naar de eenvoud van het leven.
Ik kan nooit vergeten wat je me in het alledaagse leven allemaal schenkt, liefde, het gevoel van me te houden zoals ik ben. Blijft staan, dat het zalig is die vier woordjes ook te zeggen en te horen, ze slijten niet als je er naar leeft Mariek, en als je er naar leeft, is het ook geen opgave en tegelijkertijd moet het dat blijven, een opgave want als je het vergeet, verslonst de liefde. Daarom ligt onder de steen van elke dag, van elke nieuwe morgenstond, hetzelfde briefje, ‘werk aan de liefde’ want laat je het na of als je denkt dat het vanzelf gaat, dan wordt het een sleur en lig je samen tussen verkreukte lakens en ontstaat er een beangstigend zwijgen. ‘Werk aan de liefde’ betekent niet meer en niet minder dan elkaar blijven zeggen wat je op het hart hebt. Ik ben een boer van het woord, van de taal en ben er druk mee, met de kunst van de kalmte, het dagelijks verschijnen bij de akkers vereist dat, kalmte, zoveel als maar kan want alleen dan is het mogelijk zorgvuldig te denken en te schrijven. Innerlijke rust, stilte, een mate van tevredenheid, een geconcentreerd aanwezig zijn bij wat je doet en bezighoudt, dat zijn bronnen van kalmte. Maar te vaak, feitelijk elke dag, verstoort de pijn al mijn voornemens en intenties, en die kalmte en tevredenheid vallen me het meest tegen.
Het is 16u27: Lies belde dat Marieke net terug is van de operatiekamer en dat alles goed is gegaan. Zij en Remco gaan morgenmiddag even op bezoek, ‘even’ vanuit Goes. Ik ben benieuwd of ze straks wel wakker is.
Zo’n ferme ingreep en toch al aardig wakker. Wat waren we blij elkaar weer te zien. Er lagen nog drie ‘heup’-dames en die, maandag geholpen, mogen morgen al naar huis. Gaat het zó snel? Ik kan het me niet voorstellen, ook Marieke niet denk ik.
Zaterdag,28 januari
De zon kwam stralend voor de dag, maar kroop een poosje later ijlings achter de wolken. Er hangt een dichte mist.
Gehuild van de pijn, van onwetendheid ook, hoe moet dit verder?
Tussen de middag belde Marieke even. Ze had de hele nacht niet geslapen en heeft veel pijn. De wond heelt goed. Ze was nogal overstuur geraakt toen men zei dat het nog helemaal niet zeker was dat ze naar een verpleeghuis kon voor revalidatie – even later kwam die zuster het ‘corrigeren’. Ik hoop dat ze haar goed volgen in wat mogelijk is. Lieveke, lieveke …..
Het is pas 13u10, maar ga naar bed.
[©
MN, ‘Les jours de l’âme’. Shaolin, een studerende Chinese monnik, verdiept in
zelfverdedigingskunsten.]
6 reacties:
Laat de boer maar ploegen ...
Uvi
Zo veel liefs voor jullie en een helend goed en spoedig herstel voor Marieke X
Danny
Lieve marius, wat een indrukwekkend log. Wat fijn dat we zo 'de diepte' in kunnen samen en uiteindelijk niet bang zijn, tenminste niet écht bang zijn zolang we maar gaan in die éénheid!
Het gaat goed met mij, zit nu in een stoel voor her raam met uitzicht op het bos, en ik voel me ondanks de pijn gelukkig.
Ja, en dat kómt door jou.
Je log lees ik nog een paar keer, want het kent véle lagen deze keer, alle even boeiend en liefdevol naar het leven en naar het ouder worden toe.
Hou vol,lieveke, het leven bedoel ik. Het is niet de vorm die het leven beminnenswaard maakt, maar de inhoud - hoe die ook is -
.
Ik las je leven weer Marius. Maar met een opknappende Marieke zal het je vast wel lukken.
Beste wensen voor beiden en wil je haar groeten van mij ?
Ik kan je niet zeggen hoe trots ik op je ben Liefste Marius. Ik doe alles wat ik kan om zo gauw mogelijk weer terug in huis te zijn.
.
aan jullie beiden, wensen van vreugde,
ondanks pijn en afwezigheid.
Voor Marieke en spoedig en volledig herstel.
ria
Een reactie plaatsen