
Het menselijk brein en verzoening
Het brein is tot wel meer in staat dan de Griekse vader van de geneeskunde Hippocrates (460 v. Chr.) zei, maar het is wel de essentie: ”Het is niets anders dan alleen het brein dat ervoor zorgt dat we kunnen genieten, lachen, verdriet kunnen hebben en kunnen huilen. En dat we kennis hebben over zaken en dingen kunnen waarnemen." We zouden er zeker nog het vermogen tot aanpassing aan kunnen toevoegen, het kunnen anticiperen en het beschikken over discipline, verbeelding en spiritualiteit. Het brein is een onuitputtelijke bron van schoonheid en expressie, behalve wanneer er sprake is van psychopathologie.
Op Groot Klimmendaal, dat ik ook vaak aanduidde als modern gesticht en die naam in maar hooguit enkele opzichten verdient, ontmoet ik vooral mensen met niet aangeboren hersenletsel en neem ik waar in hoeveel variaties de gevolgen daarvan zich tijdelijk of deels blijvend openbaren, maar tegelijkertijd dat in vrijwel alle gevallen het de wilskracht is die zorgt voor aanzienlijke revalidatie, ook al gaat dit proces zo traag als een slak. In werkelijkheid ligt dit zelfs nog iets complexer. “Ik zie dat je meer vertrouwen krijgt in jezelf”, zegt Fanny mij. “Jij geeft mij dat vertrouwen Fanny, ik schenk het je terug door mijn best te doen. Het is de wederkerigheid.”
Het meest verdrietige is de onverhelpbare tragiek die zich eveneens voordoet en iemand veelal in een oogwenk heeft overvallen, zoals Lydia die thuis plotseling wankelend door de gang liep, neerviel en tien maanden in coma bleef als gevolg van een stolsel achter de hersenstam. Op foto’s van haar verjaardag een maand daarvóór is te zien dat zij een oogverblindend knappe vrouw was van 21 en nu blijkt ze veranderd in een onherkenbare persoon, waarschijnlijk zonder het vooruitzicht dat haar leven nog ooit anders zal worden. Een deerniswekkend, aangrijpend beeld: Lydia leeft, maar alles is stilgevallen.
Verzoening is een belangrijk begrip in menselijke verhouding, maar ook in je persoonlijke leven. Lydia mist het vermogen zich ook maar met iets te kunnen verzoenen. Voor de ouders ligt dat (theoretisch) anders, maar ook hen ontbreekt het hieraan, ook nu Lydia hier weg moet omdat het geen van de therapeuten - na acht weken – lukt ook maar het geringste contact met haar te mobiliseren. De ouders denken dat dit aan hun te vluchtige inzet ligt en leven in de overtuiging dat Lydia op zekere dag weer zal kunnen spreken. Dan vertrek ik met pijn door de deur naar de stilte.
[© MN, in “Elk mens een verhaal”. Afbeelding: “De mens als mysterie” van Jan Bakker.]