
Postvogel VI
De eensluidendheid is dun gezaaid
Toen ik het hem had aanbevolen, bekende hij met spijt al lang geen romans meer te lezen. Dat verbaasde me niet; hij is een geoefend snellezer van stapels vakliteratuur. (Nee, geen ‘vakidioot’! Hij is begaafd, heeft een sterk empatisch vermogen, is rijk aan verbeelding en heeft een meer dan grondige kennis van de zorg.) Het schokte me toen hij me onlangs schreef de Nachttrein naar Lissabon met toenemende tegenzin en ergernis te hebben gelezen. “Ik vond het vreselijk, gezwollen, quasi-diepzinnig en uitermate hooghartig: alles zit in het hoofd, in het superieure, vlijmscherpe, lucide intellect en nergens anders is er enig leven van waarde. Leven is leven in gesloten soevereiniteit. Zelfs de passies zijn platoons ingespannen. De filosoof (vermomd als fourniturenhandelaar) heeft zijn wijsgerige obsessies tot dode karakters gemaakt en ze hebben niets met het leven zoals jij dat nu leeft: het is hun te laag. Het boek is mij te Duits, zo gezegd, te veel een Ideengeschichte.”
De verschillen in zienswijze, het oordeel of de smaak zijn groot en vormen niets opzienbarends, hoewel we het vaak betreuren of onbegrijpelijk vinden als de eensgezindheid ontbreekt. Gaat het over een boek of schilderij of welke andere stoffelijkheid ook, dan heeft dat verschil niets om het lijf, is onbeduidend. Toch? Het ‘schokte’ me, omdat de vloer werd aangeveegd met wat ik zo geprezen had. Ik trek me er niets van aan, de ‘Nachttrein’ blijft een schitterende roman. Komt Gregorius niet als een levensechte man tevoorschijn? De vrienden, de liefdes? Amadeo de Prado? Hij is wat minder een personage, maar dat is inherent aan de reconstructie, hij leefde tijdens de dictatuur van Salazar. Nee, het is nergens een ‘dood’ boek. Het is een briljant boek dat ik binnenkort opnieuw zal lezen. (We hebben er één antwoord op dat te allen tijden opgaat: over smaak valt niet te redetwisten. Over kwesties die er werkelijk toe doen gelukkig wel, maar je vraagt je soms af – met het oog op beschaving – wat het allemaal oplevert. Dat pijnlijk schrille contrast tussen waartoe we in staat zijn en wat we er van maken.)
Tegenover de briefschrijver zweeg ik maar over die andere boeken van Mercier. Maar toen ik gisteravond een flink stuk verder las in “De pianostemmer”, schoot mij plots zijn mening te binnen, ontdekte ik opnieuw de verbazingwekkend knappe, boeiende compositie van het boek en wie de personages in werkelijkheid blijken te zijn. Het gaat over de intimiteit van een familie, over vier begaafde mensen met in elk een even diepgaande levensbeleving als eenzaamheid. Alsof met het fijnste potlood tot in detail geschetst, krijgen de portretten een karakter dat je je kunt voorstellen en soms samenvalt met je intuïtie. Een web met zoveel tragiek erin geweven als het leven zelf, ik zal het ontwarren en uitlezen tot de laatste punt. Wat een geluk dat ik pas op pagina 265 ben.
[© MN, ‘Persoonlijke invulling is van alle tijden’. Over de romans van Pascal Mercier, ‘Nachttrein naar Lissabon’ en ‘De pianostemmer’, beide van de Wereldbibliotheek. Afbeelding: “Brieftaube” von Gerhard Glück.]