
Zelden of nooit zal ik over een boek schrijven dat ik slecht vind of waarin ik zoveel hiaten aantref dat het me zwaar irriteert en me niets anders rest dan de auteur in welgekozen woorden maar goed ‘verstaanbaar’ erop te wijzen dat het werk niet deugt of slechts als schets even kan bestaan. Soms kwam ik er niet onderuit omdat er bijvoorbeeld tevoren beloftevol over was gesproken of gecorrespondeerd of doordat het om een proefschrift ging van vakgenotes wier werk je onmogelijk kon negeren. Er waren meestal genoeg redenen om het in grote lijn te prijzen, maar de kritische kanttekeningen niet achterwege te laten. ‘Hoe is het mogelijk dat hier, in dit forse boek waaraan zo energiek is gewerkt, juist dit element niet aan de orde komt of verzwegen wordt?’, terwijl ik ‘wist’ dat dit gebeurde omdat het niet paste in haar geheel van waarnemingen over wie thuislozen ‘zijn’. Ik vond dat ze koud over hen schreef, te koud soms zodat er een bevroren beeld ontstond. Maar, zo bleek dan, de (vak)relatie bekoelde in het licht van hoe ze zichzelf noemde: een (charmante) expert. Dit laatste was eveneens en onvermijdelijk het geval bij een promovenda, een ‘groentje’, die vanuit de narrativiteitstheorie de voor het onderwerp zeer belangrijke facetten onbesproken of ‘ongezien’ liet en de literatuurlijst bracht ook meteen aan het licht dat ze vooral niet te rade was gegaan bij Gerard Nijhof over ‘Levensverhalen. Over de methoden van autobiografisch onderzoek’. Nu was dat misschien nog niet het allerergste, maar wel een van haar zogenaamd belangrijkste conclusies, namelijk dat er eigenlijk alleen voor thuislozen met een coherent verhaal perspectief was te verwachten, een conclusie die impliceerde dat de grote meerderheid het wel kan schudden. Zet ze in een rij van lotgenoten en elke individualiteit is verdwenen.
Eén van de typische en begrijpelijke eigenschappen van (de meeste) thuisloze mensen is, dat hun levensverhaal is verbrokkeld, scheuren en gaten toont die overeenstemmen met de zichtbare realiteit of dat delen ervan zo ver in het verleden liggen dat ze in hun huidige werkelijkheid niet meer zijn op te roepen of in de loop der jaren zijn verpulverd tot iets onbeduidends en waarover dus voorgoed gezwegen kan worden. Vaak zijn talrijke feiten ook oncontroleerbaar of worden ze terloops, zó handig of geroutineerd, verdraaid zodat de nuances in het eigen voordeel liggen; het is zó invoelbaar dat veel thuisloze mensen, zeker wanneer die toestand al enige tijd bestaat, nauwelijks of niet in staat zijn een samenhangend verhaal over hun levensloop te vertellen. De eenheid in henzelf is verloren of minstens ernstig verstoord – het moet angstaanjagend zijn niet meer thuis te zijn bij jezelf.
Nee, ik heb een boek niet altijd maar doodgezwegen, maar stukgeschreven of aan spaanders geslagen, nooit. Het staat misschien interessant of je wordt beschouwd als gezaghebbend, maar er is niemand mee gediend. Ik vind het veelal slechts machtsvertoon, dat in de eerste alinea al als zodanig herkend kan worden en ook niet meer verandert. Niet één zin die doet blozen. Het is net alsof je ergens naakt wordt neergezet. Schaamte heet het, koude schaamte waarvan de rillingen je over het lijf gaan. In de bellettrie? Ja, daar kunnen ze er ook wat van, aan weerszijden, schrijvers en critici.
Opeens moet ik denken aan een auteur naar wiens werk, ook een dissertatie, ik al vele jaren uitkijk, maar het is nooit verschenen, wat ik betreur omdat ik vermoed dat het zoveel belangrijke dimensies zou laten zien van het leven van thuislozen omdat het werk zou ontstaan uit een soort van undercoverjournalistiek waardoor er naar mijn overtuiging minder leugens en meer waarheid op tafel komt, of liever gezegd: realisme.
Als de boeken van Miek Pot of, onvergelijkbaar, van Stella Braam me niet zouden raken waar het hoort – niet alleen in het hoofd – of als het op het oog zo weinig belovende maar zo fraaie boekje van Antoine Bodar me niet zou bekoren of ontroeren, dan zou ik er niet over schrijven. Evenmin als zou blijken dat de boeken van Pascal Mercier niet om doorheen te komen zouden zijn. Ik vroeg me zo-even af of droefenis kan glanzen? Op een heel bepaalde wijze wél, meen ik. Lees “De pianostemmer” maar.
[© MN, “Een avondmijmering”. Ja, ‘De pianostemmer’ heb ik uit. Helaas. Het is een juweel in de literatuur, dramatisch tot in detail door ieder personage verteld, dát op zich al is maar weinigen gegeven. Opnieuw wil ik erbij opmerken dat de rijkdom aan taalnuances voortreffelijk is overgebracht door de vertaalster, Gerda Meijerink. Afbeelding: “The art of the doubt” by Marisa D. L.]
15 opmerkingen:
.
" het leven van thuislozen ..."
Zijn we niet allen
thuislozen, Marius?
.
nog even geduld. moet ik hebben. en dan. de pianostemmer.
je maakt me steeds nieuwsgieriger !
uvi zei 'zijn we niet allen thuislozen' ? maar ik denk van niet. ik denk dat vele daklozen ook geen thuislozen zijn. namelijk.
voel mezelf er ook even helemaal niet goed onder, nu ik dit weer zo lees, want. afgelopen week al 2 x voorbij meneer-met-het-daklozenkrantje gelopen zonder te kopen. want. we moeten even heel zuinig aandoen... (en dan bezuinig ik toch ook op zoiets...)
> Uvi: hoef jij je ook maar een seconde zorg te maken over waar je vannacht slaapt, kun je je voorstellen wat het betekent zonder je vertrouwde KLARA te zijn en de literaire bijlagen die wekelijks worden bezorgd, het zonder je pc te moeten stellen? - en nu noem ik maar een factie van je dagelijkse werkelijkheid en de behoeften die worden vervuld. Ik moet er niet aan denken en wil m'n leven niet gelijkstellen aan het onbenijdenswaardige lot van thuislozen, ook al weet ik dat je dit niet in letterlijke zin bedoelt.
Even heel oneerbiedig: De dialoog tussen twee x marius raakt mijn simpele ziel veel meer dan je prachtige verhandeling.
Inlevingsvermogen is een heel belangrijk iets.
Maar toch zijn we allemaal regelmatig thuisloos in onze angsten. Het is wel de kunst om dat te herkennen.
Zelfs het herlezen waard, maar dan zou ik eerst weer Nachttrein naar Lissabon nemen.
Al wie het las, gaf mij positieve feedback. En "intellectueel" zijn of niet, daar heeft het hélémaal niks mee te maken. Opvallend is dat de lezers ervan zich allemaal achteraf de vraag stellen of ze er nu iets mee aan moeten in hun eigen leven ;-) Die gedachte alleen al zou Bieri wel plezier doen denk ik. Aangename avond, lieve Marius en schuif alle twijfels maar opzij( mocht jij daar last van hebben).
Ps Nog vergeten melden dat Elly wel dikwijls de nagel op de kop slaat. Aangenaam stabiel mens.
.
Dag Marius,
Als je eens moest weten
hoe dankbaar ik in het leven sta.
En elke dag blij om de kleinste dingen.
Zonder enige vorm van jaloesie
tov velen die
in andere huizen wonen
met andere auto's rijden
andere jobs hadden en hebben
op verre vakanties gaan
of dichterbij op restaurant of theater ...
etc.
Als je moest weten
hoe dikwijls ik al tegen m'n geliefde zei :
'hoe erg ik het vind om arm te zijn'
'hoe ik me kwaad maak op inhalige bedrijfsleiders'
'hoe ik steeds geld op zak heb speciaal voor elke bedelaar die in de stad ontmoet'
etc.
zonder me tot een goed mens te willen proclameren
want dat ben ik niet ...
Maar, Marius,
er is iets anders.
Ik dacht niet aan de 'thuislozen van het lichaam'
maar die van de 'ziel'.
En dat wist jij.
Ik heb het gevoel je eerder ergens 'gekwetst' te hebben.
Ik kan niet vermoeden waar.
Ik schreef je meerdere persoonlijke mails ...
zonder respons (behalve die ene keer).
Ik heb het gevoel Marius,
dat ik beter gewoon kom lezen
zonder je nog te 'beroeren'
door m'n reacties.
Ik wens je nog een mooi leven
met weinig pijn en veel vreugde.
Je bent een erg bijzonder mens en je bent me dierbaar.
Uvi
zoeken
vinden
meeleven
vastzuigen
verstikken
ontnuchteren
distantiëren
jammeren
...
Zo ervoer een ex-thuisloze haar contact met mij... en met vele anderen.
Gelukkig is in de loop der jaren ons contact genormaliseerd.
Maar echte diepe hechte vriendschap
is toch zeer moeilijk te realiseren.
Het ligt altijd aan de ander...(?)
droefenis kan wel degelijk glanzen ja. Althans, dat is de mening die ik er over bezit.
Sommige boeken zijn idd erg zwaar om doorheen te geraken, maar een parel om te lezen.
.
Uit respect voor jou én de lezer hier,
reageer ik nog even vanavond Marius.
Opdat jouw lezers je niet fout zouden begrijpen. En om een misverstand (van mijn kant) op te lossen.
Hartelijk dank voor je warme reactie op mijn Blog.
Lezen blijft moeilijk.
Lire c'est écrire.
En mijn adagium is nog steeds:
'Ik kan niet schrijven zoals jij me leest ...'.
Een mooie én pijnloze nacht nog Marius.
.
momenteel voel ik me wel een beetje dakloos marius,
maar ik kan me om boeken en verhalen niet meer druk maken,
xxx
klaproos
Marius,
dank voor je bezoekjes, zo uit het niets.
zal tijdens het verlof, je literaire aanraders indachtig zijn.
het gaat je goed.
ludo
Marius, sorry maar ik loop hopeloos achter met het lezen van jouw blog. Op de een of andere manier heb ik steeds als ik je aanklikte een oude post gezien en ik dacht dat je er ook even uit was.Ik ga even de tijd nemen om het allemaal goed tot me door te laten dringen tot later
Of droefenis kan glanzen?
Wis en waarachtig wel, lieve Marius!
Ik geniet telkens weer van je epistels, dat wéét je. En ik ben blij dat jij jezelf hervond en zo te zien niet meer dakloos in je lichaam rondwaart...
mooi verdediging voor hwt boek heb je geschreven, en vooral dat je beoken in hun warde laat ook al storen ze je, dat vind ik sterk
Een reactie posten