
De monnik en de heiligheid van het leven
Je moet er niet tegen vechten, maar loslaten als iets onbelangrijks, laten vallen dat grote ongemak van de pijn en de met zich meebrengende beperkingen, dat is “de faam van de heiligheid”, hoorde ik de 78-jarige trappist-kluizenaar André Loef een tijd geleden ‘mij’ zeggen in zijn fraaie, wat wanordelijke voormalige ezelsschuur, gelegen in een (toen) zonovergoten verlaten vallei ergens in Frankrijk, natuurlijk een landschap van schoonheid en stilte.
De boodschap is mijns inziens niet slechts het (voor velen ondenkbare misschien wel absurde) verlangen naar eenzaamheid om ‘al lerende’ zo klein te worden als iemand met een verbrijzeld hart en jezelf zodoende te kunnen offeren, nee, de boodschap heb ik begrepen als een oproep tot bescheidenheid en minder te tillen aan je ego dat belangrijk en voortreffelijk wil zijn, dat wil opvallen en vaak naar méér verlangt dan er is of dat mogelijk is en als dat niet lukt, vervalt in ontevredenheid en frustratie, in boosheid of andere uitingen van onbehagen.
Dat laten vallen van jezelf zal de opgave zijn aan de eenzame monnik, anders kan hij ook onmogelijk bidden en leven, gelukkig zijn met zijn gekozen lot, maar de les naar ons zou kunnen zijn – hoe ondoorgrondelijk en vreemd of veraf zijn bestaan voor velen ook vaak is – de betrekkelijkheid in te zien van wat ons overkomt, niet zo hoog van de toren te blazen of onszelf niet in het centrum te zetten. Hij noemt dat zo mooi “de faam van de heiligheid”, dat ook is op te vatten als de kunst ons bestaan, ons persoonlijke leven, zo licht mogelijk te maken. Dan wordt het minder van belang, dan wordt het draaglijk en komen we het dichtst bij die we eigenlijk zijn – en in de kern is dat ook ons grote verlangen want dan leef je rustiger, niet zelfgenoegzaam, maar eenvoudig en ontdaan van al dat je jezelf oplegt maar mogelijk onbereikbaar (b)lijkt.
Lees niet dat het mij lukt zo te leven, het is een in stilte nadenken over die zinsnede “de faam van de heiligheid”, een gedachte die me plots, ik weet ook niet waarom die opborrelde uit de duisternis van mijn ziel, deed afvragen wat het toch betekent of zeggen wil, “in elk geval niet struikelen over dat woord ‘heiligheid’ want als we het daarom meteen verwerpen, gooien we het belangrijkste weg”, dat althans dacht ik in de eerste plaats. Het is een direct begrijpelijk begrip in de context van het monnikenleven, een leven dat uit respect voor de mensheid ons iets zeggen kan over de essentie van het burgerleven, niét het leven van ‘de leek’ want dat suggereert dat die niets begrijpt van wat leven is. Het is de monnik die iets zegt over de heiligheid van het leven.
[© MN, in ‘Maak me menselijker’. De titel ‘Een mens z’n zin, een mens z’n leven’ is van een mij dierbare vriendin toen we spraken over ‘respect voor ieders eigenheid’. Afbeelding: “Somewhere in the world” by Elena K.]