
Autobiografie van de verscheurdheid II - Der Lauf der Dinge
Na publicatie van deel I, vrijdag jl., zei ik naar bed te gaan, maar ik tikte eerst nog bij enkele weblogs op de deur. Toen las ik ergens wat zich hier, in mijn woonkamer, had afgespeeld en waarover ik had gezwegen, behalve dan de opmerking dat het in mijn hart een rumoerige, verdrietige dag was geweest. Dat vond ik genoeg. (Ik blijf altijd ‘dicht bij mijn leven’, maar waak over het prijsgeven van hetgeen tot de intimiteit behoort, zeker waar het gaat om iemands waardigheid.) De taal van de verscheurdheid verbaasde me niet, maar wel hoe ernstig de werkelijkheid naar haar hand was geschreven en hoeveel onwaarheden het bevat. Een volstrekt zinloze, grove schending van de integriteit. Geëmotioneerd en slordig op papier gekwakt, uit pure getroffenheid, en zo van zeshoog de wereld in geschopt. Ik nam me voor er niet op te reageren want het een lokt het andere en zo zou alles naar de bodem van waardigheid zinken, en zelfs er doorheen. Zaterdag een absolute nuldag. In de staart van de avond nog tachtig bladzijden gelezen.
Zondag wederom. Alleen op de wereld, daar lijkt het op, met een cabrio, een bed en voldoende proviand. Ik schrijf wat kaarten en maak aantekeningen voor deel II. Ik voel me verraden en bespuwd. Het gaat om ‘zijn’, gezien en erkend worden, lees Avishai Margalit er maar op na. “Je hebt altijd haar nog, je nummer 1, je grote liefde”, zei ze vrijdagmiddag op cynische toon. “Ik héb haar niet, wat we hebben, is een goed contact samen, wat voor jou een plaag is maar mij zeer dierbaar.” Zondag, wat een rouwdag. Ik blijf in pyjama, staar naar de gerimpelde cirkels in het meer, hoor de wind door de bomen klappen, drink vele glazen Spa. “Wanneer ga je eens iets doen?”, fluistert een prof van vroeger. “Je schrijft het meest, maar haalt de minste punten.” In zijn ogen zag ik verontwaardiging en minachting. Ik vervolg mijn aantekeningen over schuld – ben zo eigenwijs per se te willen schrijven, terwijl mijn pen zo onvast in de hand ligt, als een goudvis.
Tonio is het boek van de verscheurdheid, maar gelukkig zijn er ook veel sprankelende herinneringen. Wanneer ze weer bij het graf van Tonio staan als de steen is geplaatst en opa Natan, die 75 jaar ouder is dan Tonio, diens uitgestorven achternaam als illegale tussennaam ziet staan, Rotenstreich, vraagt Adri zich af wat de stille naar voren gebogen man wel niet zal denken. Natan Rotenstreich, een Jood met drie nationaliteiten als geschiedenis. Het doet me denken aan het verhaal van Irvin Yalom over de oude uit Hongarije afkomstige Bob Berger in “Ik waarschuw de politie”.
Nu kom ik op dat moeilijke, ingewikkelde thema: het schuldgevoel, de schaamte, het zelfverwijt, de definitieve mislukking. Het is de volle, overtuigde klank van het boek. Karrenvrachten vol invoelbare emoties, overpeinzingen en scenario’s, maar ook eentje afgeladen met overtuigde, bikkelharde en niet wegneembare of mettertijd te slijten schuldgevoelens. En alle tijd na Tonio’s dood was voorgoed waardeloos, incluis het requiem. Het grote zelfverwijt omvat niet een of twee alinea’s, maar loopt, vanaf het moment dat er twee agenten aan de voordeur staan met het bericht van hun zoon’s kritieke toestand, als een rode draad door het boek, als ware het een vast leeslint. Ik vind het moeilijk, omdat ik allereerst met de vraag worstel of ik wel iets mag bekritiseren, iets van het rouwbeklag in twijfel mag trekken, - en mijn antwoord is ontkennend. ‘Nee, ik heb het serieus te nemen en te respecteren.’ Ook als ik dat iets, dat zo allesomvattend is, mij persoonlijk aantrek? Twijfel, ik baseer me immers op dit boek!
Eénmaal, in een denkbeeldig gesprek tussen vader en zoon, zeggen beiden dat ze moeten ophouden met die zelfverwijten, maar Adri komt daar dan toch weer van terug en volhardt. Ik vind het een verregaande uiting van zelfbestraffing. Een masochisme dat zo irrationeel is, dat het me pijnlijk steekt en niet te bevatten is, wel als een aanvankelijk reële emotie, maar niet als beslissende houding, laat staan bij wijze van acteren. Tonio zou het niet dulden van zijn vader, dit uitgesproken destructieve. Hij zou naar zijn kamer gaan en een uurtje of wat later zacht naar de eerste verdieping terugsluipen, nog minder merkbaar de kamer binnenkomen en zijn verrast opkijkende vader hebben gezegd: “En, ben je er een beetje uitgekomen Adri?”
“Het verlies zal er, met garantiebewijs, voor altijd zijn.” Denkend aan zijn graf, met de beeltenis van Tonio als Oscar Wilde in het Belgische hardsteen, word ik stiller dan de vrees die er in mij huist.
Het is veel korter uitgevallen dan ik in gedachten had. Een groot deel van mijn aantekeningen over de tragedie van schuld van afgelopen zondag is door de pijn onleesbaar en door de morfine wreekt zich het korte geheugen. De nacht heeft als een deleteknop alles uitgewist. Hoe stom dat ik mezelf niet tijdig afvroeg of ik het ’s anderendaags nog wel zou kunnen lezen!
Adri en Mirjam verzetten zich tegen slijtage of verzachting van de levenspijn, hoe bewuster zij zich daarvan blijven, des te sterker het levende verbond tussen het elkaar betoverende driemanschap. Het is een gouden hommage aan Tonio, hun enige kind, hun ambitieuze zoon die veel in zijn mars had maar er niets van heeft mogen verzilveren. Boven de boomkruinen drijven niets dan grijze wolken, ze slepen een lint met zich mee, het lint waarop Lucebert in 1974 schreef: “Alles van waarde is weerloos.”
“Denk daar maar eens over na”, zei Tonio.
[© MN, met een foto van Mirjam Rotenstreich. Haar romandebuut dateert van 2002, “Salierisstraat nr. 100, Prometheus. Slotdeel over Tonio. Een requiemroman, A.F.Th. van der Heijden, Bezig Bij 2011.]
12 opmerkingen:
En zo komen en gaan de dingen en we blijven overeind en weten ervan te leren toch? Zowel van het alledaagse leven in het hier en nu als van hetgeen er in boeken beschreven wordt.
Wederom het beste toegewenst en wederom met een glimlach, hoe dan ook!
Ja dat klopt Marius, in gewéldige pijn, radeloos en blind van pijn.
Maar geen zorgen, het neemt al af.
Dag Marius,
Ben ik op deze plek, nog welkom?
Ik durf hopen van wel.
Staan mijn woorden op de juiste plaats?
Ik vrees van niet.
Ik wens u moed en sterkte. Liefde en mededogen.
Deemoed en lankmoedigheid.
Zoals u ziet: ik wens u veel.
Maar zo makkelijk en gratuit van aan de zijlijn.
Want wie draagt uw verdriet, uw verlangen, uw pijn en tijd?
Ik niet.
Uvi
http://www.facebook.com/profile.php?id=1554962152 (Liszt, consolation)
goh marius,
ik sta hier met een mond vol tanden...
ik zou willen dat ik iets voor je kon betekenen, dat ik je kon helpen je pijn niet te voelen of zelfs niet te hebben,
maar ...
dat alles kan ik niet,
ik kan je slechts zeggen dat ik hoop, dat er betere tijden komen,
hou vol marius,
lieve groet,
xxx
> U: Wat dacht je, je blijft meer dan welkom, met welk woord ook en dat geldt voor ieder die hier binnenkomt. Dank je voor het goede - "hoewel troost", schrijft AFTh, "verbetering impliceert en dat zit er niet in." Ik schrijf in & over mijn realiteit, dat ergert me soms/vaak, ofschoon ik niet kan doen alsof me alles weer van een leien dakje gaat.
Wat een mooie foto van Mirjam!
En ja Marius, niets blijft je bespaart geloof ik in het land der liefde.
De liefde is een mooie vondst, echter ook de meest pijnlijke wanneer er onherstelbare breuken ontstaan.
Verbinding, verbonden zijn en gevoelvol de banden laten vieren.
Blijf bij jezelf, je enige echte nr: 1
*glimlach*
Zoen: Cath*
Dag Marius,
dichter dan bij jezelf kan je niet komen. Dus blijven schrijven vanuit jezelf.
Alle liedjes van de wereld bezingen hetzelfde.
Alleen de tekst en het melodietje zijn anders.
Uvi
Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks.
Maar wens je wel veel heelheid toe.
Uit Nolens : "En zelfs de stilte van die machteloosheid moet met woorden worden gezegd".
(Hij weet veel treffend te verwoorden, jij eveneens. Soms slorpen woorden veel energie ervaar ik, maar stilte is soms ook maar stil ;-))
Sterkte mijn lieve Marius, eens moet het beteren... toch?
Daglicht
Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.
© Judith Herzberg
Marius,
Ik kom u danken voor die woorden
op mijn blog, en ook
u een vredige nacht toewensen,
zonder al teveel pijn of donkere
gedachten.
Soms zijn de dingen voor mij moeilijk
te begrijpen, maar het is goed dat u
schrijft, zoals u het doet.
Uit ervaring weet ik dat schrijven
ook kan bevrijden.
Dat wens ik u toe en nogmaals dank
voor de moeite die u voor mij deed.
ria39
Een reactie posten