Pagina's

maandag, november 30, 2009

White paint for the Moon


A Moon of Pureness

At the end of this strange day I take off
all my clothes for taking a shower -

under the roof of this house I’ll sleep,
after watching the stars and the moon, from
now on a moon as I never saw.

[© MN, ‘A personal secret of pureness’, by almost Full Moon, 97%. Photo by Josephine Chervinska.]

zaterdag, november 28, 2009


Je moet je ziel laten groeien

Ik was, zoals gewoonlijk, alleen. Met niemand gekeuteld want er kwam geen mens en zelf kan ik er niet op uit. Oh ja, wel even gesproken met m’n lief want ik had een paar dagen geleden Patricia gebeld, het bloemenmeisje daar, en met haar geregeld dat er een mooi boeket bezorgd zou worden. (Wat allemaal niet mogelijk is in onze elektronische samenleving. Zo heb ik van de week ook een portret van Dante gekocht, getekend door Toorop.) “Wat prachtig!”, ze was er heel blij mee en we keuvelden nog even. Ik heb veel gedaan en intussen genoten van muziek, van Arvo Pärt tot Bryan Ferry. Stel je voor dat er geen muziek bestond. Brieven geschreven, niet op een typemachine zoals vroeger en dan later met de hand correcties aanbrengen, en al helemaal niet meer met de vulpen want mijn handschrift is niet om te lezen, zó bar, maar op de laptop, met mooie illustraties, dan printen, een paar enveloppen schrijven en voorzien van een postzegel. Chrisje brengt die een dezer dagen wel naar de brievenbus. Via een vriendin is er voor Erna een heuse Lindeboom geplant in Dronten. Die staat daar in de beschutting van een zacht ruisende wind. De Lindeboom, met sterke takken en een hartvormig blad, dat teer, dun en doorschijnend is, ruist en wiegelt in de wind. Weer eens opnieuw fragmenten gelezen in dat schitterende boek van Terzani, “Het einde als begin”, van een uitgever, Primavera Pers, die helaas niet aan de weg timmert waardoor het mijn boekverkoper was ontgaan. (Toen hij een paar weken geleden hier was, had ik hem er enthousiast over verteld, zodoende weet ik dat en Walter is niet de eerste de beste. Gisteravond kwam hij onverwacht weer en vertelde dat hij er meteen twee had besteld en intussen al vier nabesteld.)

Het liep tegen zes uur, mijn maag rammelde en ik zette het eenpansgerecht in de magnetron, nam intussen mijn medicatie en maakte het dessert vast klaar – Almhof yoghurt met maracuja perziken – , en ook de koffie gereed en zette een cd van Beethoven aan, het ‘Allegro moderato’. Ik at in de eetkamer mijn hutspot, goed van temperatuur maar ‘zo zo’ van smaak natuurlijk, genoot van het toetje met slagroom, rookte een sigaret en las, even kijken, 68 bladzijden van Kurt Vonnegut’s “Man zonder land”.

Nu zit ik weer op het eiland, koffie op, weer een sigaretje. “Man Zonder Land” kun je het beste lezen als een telkens weer korte kennismaking met de persoonlijkheid van Vonnegut, inmiddels 87 jaar. Wat een mooie humor, steeds in dezelfde 'lijn'. In zijn onnadrukkelijke schrijfstijl en op zijn vaste en eigen laconieke toon kondigt hij voortdurend het Einde der Tijden aan: "Zet geen domper op het feest, maar houd dit voor ogen: we hebben de hulpbronnen van onze planeet verkwist, inclusief lucht en water, alsof er geen dag van morgen bestaat, en daarom komt die er ook niet meer." Dat is Kurt Vonnegut ten voeten uit. Ook dat hij tussen al die onheilsprofetieën door ongedwongen rept over een bezoekje aan de kiosk tegenover zijn huis aan 48th Street in New York, of terloops de literatuurdocent uithangt. Van Kurt Vonnegut mag je van de hak op de tak springen.
"A nice glass of champagne at the end of a life." Zo karakteriseerde Vonnegut naar verluidt het Amerikaanse verkoopsucces van dit verrukkelijke boek, “Man Zonder Land”. De bubbels in die champagne zijn de cursiefjes in dit boek, dat echter niet geheel zonder kwade dronk is. Op Vonneguts onheilsprofetieën is het misschien goed proosten, maar de dag van morgen brengt vast de kater. Hij is op een donkere manier grappig, voortdurend verontwaardigd over corruptie en hebzucht, en vol deernis voor de zwakkeren.

[© MN, in ‘Een dag met licht’. Kurt Vonnegut, ‘Man zonder land’, Meulenhoff, 2006 (143 bldz.). Op p. 69: “Mocht ik ooit sterven, wat God verhoede, laat dit dan mijn grafschrift zijn: Het enige bewijs dat hij ooit nodig had voor het bestaan van God was de muziek.” (Het is bijna volle maan.) Afbeelding: “Een boeket”, schilderij van Basher.]

donderdag, november 26, 2009


De adem van Israfel

‘Mijn’ angel Israfel behoedt me hoop ik, na zelfonderzoek, voor dwaze daden, voedt mijn bezonnenheid, beschermt me tegen misleiding. Hij is zeer terughoudend, hij is er slechts om mijn individualiteit te behouden en te versterken, maar waakt voor verwaarlozing, voor moedwillig gesticht kwaad. Voor fouten in dit weefsel dien ik eerst bij mezelf te rade te gaan. Aan mijn lot kan hij niets veranderen. Hij is de altijd stille liefde, zoals een bepaalde mascotte dat voor een ander is, iets dat onafscheidelijk is. De foto, gemaakt door een zekere Dominic, is door Jurjen gedrukt op zijdeglans, met zorg is een passe-partout uitgezocht en ten slotte de mooist passende lijst.
Israfel is geen bezit. Hij is niet mijn idool, het gaat om de symboliek. In zijn bescherming delen ook mijn vrienden, hij kent de ware wel. De engel, van oorsprong Islamitisch en in de Koran de engel met een hart als een luit, zwijgt in alle talen en geeft nergens antwoord op, hoewel er ook staat: “(…) an angel with the sweetest voice of all God’s creatures”. (Maar misschien is dat wel het woord van de dichter Edgar Allen Poe (1809 – 1849) die vaak over hem schreef). Hij, Israfel, is de archivaris van onze ervaringen en aanwezig op de draden van onze intuïtie.

De symboliek. De waarheid is, dat wij niets weten.
En nog steeds gaat het er om, hoe we leren omgaan met problemen waar geen gemakkelijke oplossing voor is. Het gaat over sterfelijkheid, wreedheid, wanhoop, verdriet, verlatenheid. Hoe je kunt leven met pijn, die onlosmakelijk verbonden is met het menselijk bestaan.
Welk pad je ook gaat, elk is goed, als het maar een hart heeft.

http://www.youtube.com/watch?v=5SWOa4NjtaU&feature=related

maandag, november 23, 2009


Liefde is lijden
Soms moet een schipper schipperen

Als de storm geluwd is
in dit huis van ongeduld en wachten,
krijgt de genegenheid weer ’n kans.

Dat zeggen ze ook, de soep is zelden
zo heet als ze wordt opgediend, waarom
leven we daar niet naar?

Dan kom je in de spagaat
van het ernstig menen én nemen, en
dat drijft ons in ’t nauw, totdat

kleine lieve gebaren de troost
bieden die je beiden zo van node zijn,
zonder waardigheid kom je toch nergens.


[© MN, in ‘De wederkerigheid’. Afbeelding: “After a storm”, photo by Nuno Milheiro.]

donderdag, november 19, 2009


Op dieet van licht en waarheid

Dan begeef je je naar onherbergzame streken,
spreek je wel de taal van het zand? - en vind je niets
dan heimwee naar alle boeken en het comfort dat thuis is.

Of kun je dan juist pas loslaten
wat je zogenaamd op hoge hakken vasthoudt, - waar
is nu de bron van alle vragen?

Leer mij de juiste zweepslag en
ik ken de liefde, leer mij de schepping
en ik kleed me in de ware huid

want gezegend met al mijn gaven
ligt er wel een nieuwe jaarring om mij heen,
maar mijn geboorte heeft de honger niet gestild,

mijn hart straalt van dankbaarheid, maar is onvervuld,
ik weet te behagen, ik ken de eisen van de hectiek
maar ik ben die stadsvrouwe niet;

zal ik mijn verlangen maar volgen, kind en kraai verlaten,
want zo ben ik ter wereld gekomen, in pijn en eenzaamheid,
met al mijn zintuigen keer ik daarheen terug,

nog vóór de nieuwe dageraad zal ik landen
op het bewaarde nest, onverschrokken houd ik de ogen
droog, het is alleen de liefde die aanraakt en stukslaat.

[© MN. ‘De verjaardag van Cath’, in ‘Moed en identiteit’. Van harte gefeliciteerd Cath*.
Afbeelding: “De vertroosting” van Basher.]

vrijdag, november 13, 2009


“Met jou wil ik oud worden”
Een mooiere openingszin is me onbekend

De draad is het symbool je te weerhouden
te zeggen wat je op je hart hebt, - ook
als er geen woorden zijn?

Wat niet uit te spreken kan blijken, lieve, daar kent
het hart vele andere paden voor; zo schep ik er
behagen in te verwijlen in realistische fantasie

en al weet ik dat het een illusie is, zo ontdek ik
mijn onmogelijke leven te kunnen leven
terwijl ik alles achter de draad houd.

De dichter als welkome indringer, zij
als rustgevende zielslijn, dat is
niets dan licht en vreugde.

Toch kwamen we op onttoverende paden
waar schaduwen ons meester werden en
leerden we dat het leven ook weer kan verdwijnen.

Samen oud worden -, en de ontroerendste
glimlach rolde over haar gezicht – kent gestalten
die mij in haar tederheid bewaren.

[© MN, ‘De eenvoud van beminnenswaardigheid’ in Het eigen fabricaat. Fantasy is like hope, a dream with open eyes. Zo er veel liefde is waarin vriendschap ontbreekt, zo is er veel vriendschap die op liefde lijkt. Haar woord, haar stem en haar gezicht zijn me onvergetelijk. Ik ben er mijn eigen kind in. Afbeelding: “Attracting” by Loveforever.]

maandag, november 09, 2009


Een slakkengang naar de laatste deur
Gespartel van het vluchtige lichaam

Je denkt jezelf te zijn, niet ‘de oude’
maar gewoon jezelf, terwijl je mankement
je aan de pillen houdt, pillen die zichzelf zijn,

die een eigen rooftocht door het lichaam gaan
tegen de traagheid van de pijn, die je bewaren voor
onverhoeds onheil, die een grote schoonmaak houden

in alle kamers en kelders, zonder scrupules en ondertussen
meenemen wat van waarde is, beetjes van je ‘zelf’ –
nu al 17.885 keer vergiftigende stoffen,

pillen houden mijn huis bewoonbaar, maar
’t zijn net muizen die je elke dag weer argeloos
binnenlaat, ‘neem en eet, ik ben jullie been en vlees’.

Het is maar gissen hoe ver de horizon …
er toont zich telkens een nieuwe en ik grijp me
vast aan de idee dat het nog anders wordt

want er staan minstens vier projecten op stapel;
een mens kan zich zelden voltooien, zodra je de deur
uit bent, worden alle sporen uitgewist. Wanneer alle

zandkorrels zijn weggeblazen, zo gaat dat met de tijd,
heb ik van alle emoties mijn portie gehad, met enig geluk
is van de liefde toch iets terechtgekomen.

Straks ga ik trillend het nieuwe jaar in, het jaar
waarin ik plaats maak voor wie wordt geboren, wie weet
zal ik sterven in mijn stem. Geroofd en licht als as.

[© MN, ‘De uittrede’ in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg.” After all not unhappy. Photo: “Reflection” by Claude Bour.]

vrijdag, november 06, 2009


Een korte vlucht de kou in

Het kasteel is een landschap
in zichzelf. Ik zat des avonds laat
op een bankje in het licht van volle maan,

als eenzame roker boven de vlakke glans
van het grachtenwater, weg van de stemmen,
dichtbij het mooiste maangetijde,

dat op een enkele veeg na vrij bleef
van zwarte wolken en van het kasteel
een sprookje maakte waarin ik de roker was,

net zo gedachteloos als Niels, wiens rode snavel
in de veren stak, ‘dat zou ik je willen nadoen jongen’,
maar die stomme vogelkop behoort een mens,

weggedoken in het nog altijd niet gedempte verdriet,
een stief kwartiertje in een wonderlijk decor
en het idee dat de dwerg onder de bomen gaat vallen.

[© MN, in ‘Tears of the moon’. Toen ik weer Afbeelding: painting “Rosemoonrise” by Barbara Kacicek.]

dinsdag, november 03, 2009


Het woord is aan de ogen

Waar ik was, is vruchtbare grond
geen emotie blijft ongezien, geen stem
ongehoord, - waar ik was, is het een woonstede
van warme gastvrijheid voor elke ziel,

voor elke ziel die het onbestaanbaar leek
dat er nog een huis is zonder moderne attributen,
een vrijplaats voor de gewone ontmoeting,
zonder plicht, zonder aanzien of veinzerij.

In de ochtenddauw ontwaar je paarden, in de brede gracht
scholen vissen tezamen en woont Niels,
een oude eenzame eend, in ’t stille woud vogels en eekhoorns,
ver boven paddenstoelen roepen bosuilen genade en veiligheid.

Waar ik was, woont de vriendschap, - daar
word je vorstelijk onthaald, daar is alles
wat mensen zo raakt en zeggen te koesteren,
niets wat in wezen overbodig is.

Voor wie het wil, is het een schuilplaats
onder Gods wieken van de tijd, voor elke lach,
voor elk verhaal dat zich ontrukken laat
aan de duisternis, ver van alle last en hinderlagen.

[© MN, ‘Ode aan Slangenburg’. Een 17de eeuws kasteel in de landerijen van Doetinchem. Afbeelding: “Autumn” by Ton Zegveld.]
Update. ‘Het woord is aan de ogen’ is de ware betekenis van Slangenburg, ook of in elk geval voor mij, maar het weerspiegelt helaas niet mijn ervaring van het afgelopen weekend. Het is zo dubbel: de beschreven werkelijkheid die niet aan kracht heeft ingeboet en de kracht van de pijn die alles heeft neergesabeld, ondanks de weldaad van gesprekken en de nooit aarzelende hulpvaardigheid. Het is alsof je door een dief in de nacht van de wederkerigheid bent beroofd en het zou een staaltje van veinzerij zijn dit te verzwijgen.
Ik leef in een vicieuze cirkel van pijn en angst en ben onwetend over hoe het verder gaat.
Prachtige muziek is er wel: Songs from Spain and Argentina,
Kim Kashkashian (viool) en Robert Levin (piano).