Pagina's

maandag, maart 29, 2010


Elke foto of schilderij vertelt zijn eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (44)
Het verkeerde script

De dood is niet het einde van de weg, ik wil geloven dat op een dag wanneer ik moe ben van de lange trip door het leven ik je kan vinden en je misschien voor me zult zorgen, ook al had ik niet de kans dat voor jou te doen. Ik zei je niet eens gedag, maar je kwam en ik droomde niet, je was er op de drempel waar je altijd was, vredig, kalm met je grote ogen en en je rode lippen. Als op een station zijn er zoveel mensen om je heen en er is maar één trein, met één bestemming. Niemand komt en iedereen gaat.
Als ik kon geloven dat je een stoel voor me reserveerde, zou ik je dan laten gaan en zou ik je dan later tegenkomen? Ik zou willen geloven dat ik het niet was die je leven in het verkeerde script schreef.

Het leven is niet alles wat we kennen, in de dood leeft het leven door en wil ik je weer ontmoeten, wanneer ook ik moe ben van deze reis, dat ik je dan kan vinden en dat je dan voor me zorgt, al kon ik dat nu niet voor jou. We namen geen afscheid, maar je kwam naar me toe en stond daar op de drempel waar je altijd was, vredig en kalm met je grote ogen en je rode mond.
Zoveel mensen om je heen met maar een bestemming, iedereen gaat en niemand komt.
Ik zou willen dat na de dood de weg door gaat in een beter licht en dat we elkaar dan weer zullen ontmoeten en dat er dan wél de liefde en zorg voor elkaar is. Leegte en geen afscheid, je was weg en toch even stond je daar weer als altijd, vredig en kalm. Maar je gaat weer weg, iedereen gaat weg en niemand komt. Als ik wist dat er plaats was voor me in je hart, kon ik je dan gemakkelijker laten gaan en zou ik je later kunnen vinden? Ik wilde dat ik je dit ongeluk, dit leven in het verkeerde script niet had aangedaan.

De hoop op vergeving en dat het verdriet omkeerbaar is in herwonnen geluk. Dat in de vermoeienis van pijn ook tegelijk de verlossing mag liggen in een liefdevolle omarming. Dat de strijd opgegeven wordt en de liefde nog wezenlijk een plaats heeft. Dat terwijl iedereen en ook jij weggaat er in jouw hart een zetel voor me vrij blijft, waar ik later naar terug zou kunnen keren, dat ik dan zoveel gemakkelijker, mét die troost, nu alleen zou kunnen blijven en jou vrij kan laten gaan.
De zware last op mijn schouders en mijn geloof dat ik je leven heb vervormd tot het verkeerde. Maar het is jou overkomen, zoals ook jij je lessen kreeg opgedragen door het leven. Los van mij, voor jou was ik een instrument waaraan ook jij moest leren en dat heb je ook niet gekund. Beide scripts waren goed, maar niet in combinatie met elkaar. Ik schreef voor mezelf ook het verkeerde script!

Uit het geheel spreekt de hoop op vergeving, vergeving die misschien niet meer in dit leven kan plaatsvinden, maar toch nog in de dood tot rust mag komen. En de hoop die lege stoel te vinden … ja, als je me dat vandáág kon zeggen, dat er een plaatsje in je hart zal zijn, dan was ik gerust en kon ik mijn alleen zijn en mijn schuldgevoel beter dragen.
Jouw vergeving is voor mij een manier om te kunnen leven met iets dat ik als een mislukking zie, maar dat het niet hoeft te zijn. Ook jij hebt de weg tot dit verdriet geplaveid.

[© MN, in de reeks vertellende foto’s of schilderijen (44), “Wrong written life” by Mihaela Cojocariu. (Mijn excuus dat de reis langs weblogs zeer traag zal zijn.)]

woensdag, maart 17, 2010


Wat van waarde is, is weerloos

Het liep tegen twaalven, einde Pauw en Witteman. Opgetogen. Ayaan’s nieuwe boek stond al op m’n lijstje (“Nomade”), maar nu onmiddellijk dat van Gerrit Komrij eraan toegevoegd, “Morgen zal iedereen Ali heten”. Ik schrijf een ansichtkaart voor mijn trouwe plaatselijke boekhandelaar en knip de lichten in de woonkamer uit. Tussendoor dacht ik eraan, dat het stemgedrag van mensen altijd wordt geanalyseerd en dat bij winst voor ongewenste partijen, zoals de PVV, vaak wordt gesproken van ‘proteststemmen’; nu zijn er wéér drie prominente kamerleden opgestapt – “vermoeidheid”, “een ander moet het stokje maar eens overnemen”, maar uit het gesprek erover blijkt ook dat het een stil protest is, een protest tegen het feit dat er bij Balkenende geen enkel lichtje gaat branden, het lichtje dat het na vier voortijds gevallen kabinetten tijd is om op te stappen. Maar ach, het gelukkigst was ik met de stem en de taal en de zo heerlijk overtrokken humor van Komrij.

In de eetkamer bleef het licht nog aan: ik merkte – en had het kunnen weten – dat ik de medicijnen voor de komende week nog moest uitzetten; het zijn er veel en daar moet je ’s morgensvroeg niet mee moeten beginnen. Mijn gedachten gingen naar het twaalfjarige Dordtse meisje Millie die vorige week zo rond half zes in de avond de voordeur opendeed voor haar buurman, een politieagent van 26 jaar.
Een politieagent staat doorgaans boven iedere twijfel dat er iets loos kan zijn met zijn persoonlijkheid. Het was een koud kunstje, vermoed ik, het aanlokkelijke buurmeisje voor een of ander iets te vragen even mee te komen naar zijn huis. Er volgt – ik speculeer – een korte reeks van volstrekt impulsief gedrag. In zijn gedachten is ze al ontkleed, hij heeft misschien al een poosje geen seks gehad, hij kan zich niet meer beheersen, weet niet waar zijn geweten uithangt, vergrijpt zich aan haar, breekt elk verzet en constateert na zijn schaamteloze, walgelijke daad dat haar dat fataal is geworden. De man weet zich even geen raad. ‘Natuurlijk, aan mij zal niemand denken’. Hij begraaft het meisje in zijn tuin. Even lijkt het goed te gaan, maar het buurtonderzoek maakt hem nerveus; iéts is er dat hem verraadt, zijn lichaamstaal, misschien zijn alibi, een opgemerkte tegenstrijdigheid. Er was geen houden meer aan, de man meldde zich bij de politie.
Millie is misbruikt en vermoord. Het grootst mogelijke drama is beëindigd en begonnen. De meest kortstondige lust zal voor hem, maar zeker en eerst voor haar ouders, haar broer en zus levenslang een ondraaglijke last worden.
De medicijnen zijn klaar.
In deze afschuw kan ik niet naar bed. Afschuw over de gewelddadige exploitatie op de grens van de kindertijd en meest prille volwassenheid. De huivering maakt me koud en rillerig. Ik voel me tot op het bot geshockeerd.

[© MN, “l’Homme, cet inconnu”. Afbeelding: “Doodshoofdje, a memory”, de maker is me onbekend, het hangt hier een meter rechts van me.]

maandag, maart 15, 2010


Telkens een waas over de werkelijkheid
De censuur als ’t grootste lastpak van de wereld

Vorige week volgde ik de portretten over de helaas overleden Hans van Mierlo. Vlak nadat hij zijn partij had opgericht – en wat zijn die beelden uit de eind jaren zestig ‘van mij’, hoe hij al mijmerend over de benauwenissen van die tijd ergens naar op weg is en zijn kraag optrekt en hoe hij in druilerig weer ergens naar toe wordt gereden in een Peugeot 203 – mocht ik voor het eerst stemmen, en van toen af was mijn stem voor hem. Ik hoorde Harry Mulisch en Marcel van Dam over hem vertellen want ze gingen al veertig jaar lang elke maandag met elkaar eten, en dan plots buitelt daar, voor Nederlandse begrippen, ander topnieuws over heen – al hoorde je ook nog even over de tweede aardbeving in Chili terwijl de verschrikkelijke gevolgen van zo’n ramp in Haiti nog maar provisorisch zijn verholpen (en dat in ’t zicht van het regenseizoen) en over de idioot verworven immuniteit van Berlusconi - , zoals de abrupte terugtocht van minister Eurlings en een dag later van minister Bos die de dag ervoor zichzelf al op de rode loper noemde naar het premierschap, en direct daarbij Job Cohen die in alle euforie en tot zijn grote spijt met geen stom woord sprak over zijn stadgenoot Van Mierlo. “Ik kan me wel voor m’n kop slaan” (dat ik hem in de waan van de dag gewoon vergat).

Gisteren veegde Jelle Brandt Corstius met zijn mouwen een andere waas over de werkelijkheid weg. Journalisten dienen hun land, maar worden bespuugd en erger zodra ze iets onthullen dat Heer en Meester in ’t verkeerde keelgat schiet. Er was weer een journalist vermoord. De drie-, vierhonderd mensen* die op een bepaald marktplein bijeen waren om hem te gedenken, werden kort toegesproken. “(…) als we voor alle journalisten die sinds 7 oktober 2006** zijn vermoord een minuut stilte in acht zouden nemen, zou het nu vijf uur lang stil moeten zijn.” Een jongeman van een jaar of achttien vertelde Jelle, die al vijf jaar in Moskou woont, journalist te willen worden want “dit is echt een barbaars land, niemand mag het fijne ergens van weten. De censuur is enorm en meedogenloos. Een barbaars land” in de mantel van een moderne, democratische natie.

Een paar honderd jaar geleden, ik meen zo rond 1869, trok Alfred Russell Wallace zelf een waas over de werkelijkheid. Hij vervulde, evenals Charles Darwin, een grote rol in de evolutieleer,”behalve de mens, die is niet te verklaren, die is geschapen door God”, zo zei hij aan het eind van zijn leven toen hij zich enkele jaren eerder had “bekeerd” tot het spiritualisme. Iedereen, vooral ook Darwin, toonde zich diep geschokt.

[© MN, ‘De vis van morgen in de krant van vandaag’.* Het aantal inwoners van Moskou – inwoners met een officiële vergunning – was op 1 januari 2005 10.381.225. Over het werkelijke aantal variëren de schattingen tussen de 12 en 18 miljoen, - dus een paar honderd mensen maken totaal geen indruk. ** Op die dag werd de journaliste en mensenrechtenactiviste Anna Politovskaja vermoord.
Voor mijn Vlaamse lezers: de twee ministers hebben zich teruggetrokken om meer verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor hun jonge gezin. De jurist Job Cohen is nu de grote man van de PvdA maar was burgermeester van Amsterdam en wordt algemeen gezien als een humaan en bekwaam bestuurder; ruim 52% van de Nederlanders wil hem als premier. Wijlen Mr. Hans van Mierlo (1931-2010), oprichter van D’66, zat jarenlang in het parlement, was vier jaar minister van buitenlandse zaken en tot vorige week Minister van Staat. Een grote persoonlijkheid. Vier maanden geleden huwde hij de schrijfster Connie Palmen met wie hij al jarenlang samenwoonde.
De Darwinreis met (The) Beagle leerde me, dat niet de elitaire, welgestelde Charles Darwin, maar de ‘eenvoudige’, uit de arbeidersklasse afkomstige Alfred Russell Wallace de aanjager was van de evolutieleer. Afbeelding: Photo by Beata Bieniak, z.t., 'dus' The show must go on'.]

vrijdag, maart 12, 2010


Een boek als ansichtkaart

Het is hier doodstil en ik maak niets mee. De titel zou ook kunnen luiden: “Met stille trom vertrokken”. Dit is een traag geschreven kaart binnen een geraamte dat ‘huis’ heet, een huis vol boeken en schone kunst. Er woont een man die dagelijks hetzelfde leven leidt, een man die in een lichaam woont dat bijna onbewoonbaar is, een man die zwijgt en toch nog liefheeft.

[© MN, ‘Een man, een dag’. Illustratie op omslag verbeeldt “De optocht”, een schilderij van Roland Devolder. Foto gemaakt door Chrisje, omslag door Marieke. Ik luister overigens naar Radio 6 en volg de wereld.]

woensdag, maart 10, 2010


De ramp van het tekort
Zie je, het is de liefde waar het om draait

In Rusland zijn tien miljoen meer vrouwen dan mannen, vertelde Jelle Brandt Corstius, “maar je moet van goeden huize komen om het met een Russische uit te houden, je moet niet alleen boven haar staan, maar ook fel en gepassioneerd, het type van schreeuwen en met deuren smijten”, zo luidt de bekentenis van deze innemende journalist. Rusland staat in de top vier van het hoogste aantal huwelijken, maar tegelijk in de top drie van het aantal scheidingen. Veel Russische mannen lijken bars, agressief en drinken teveel. Het lijkt voor een belangrijk deel de pijnlijke erfenis van de Sovjettijd, de deportaties, de oorlogen. Het vooroordeel: vele vrouwen lonken naar het Westerse geld en slaan er dan hun slaatje uit, nee, ze verlangen naar liefde. Waar ook ter wereld, maar daarin huist het geluk … als het meezit.
In Irak zal ook een ‘overschot’ aan vrouwen zijn; de meesten leven met enkele kinderen ver onder de armoedegrens want ze krijgen pas (minieme) financiële ondersteuning als ze papieren kunnen overleggen – maar dat is de gemeenheid van de vieze corruptie: van de meeste mannen zijn geen papieren over hun overlijden want ze zijn op zekere dag weggevoerd en nooit meer teruggekeerd. Voor verlangens is geen tijd. Het is de tijd van woede, van overleven, van immens verdriet.
In sommige provincies van China bestaan hele dorpen uit alleen maar mannen, duidelijk als traumatisch gevolg van die vreemde China-cultuur dat de geboorte van een meisje ongewenst is en van geen waarde, onder meer als gevolg van het ‘een kindbeleid’. Het omgekeerde tekort leidt hier tot een zekere verloedering, tot apathie en andere ernstige psychische problemen. Deze schraalheid verdragen mannen niet. En áls een man het geluk heeft een vrouw te ‘hebben’, wordt zij bewaakt als een kroonjuweel. Zij is zijn bezit en doodongelukkig … in een spinnenweb geweven. Waarom is het God niet gelukt een mooiere wereld te scheppen?

[© MN ‘Waarheen en hoe?’ Afbeelding: “Red” by Barbara Taurua.]

zondag, maart 07, 2010


Een mens in de tijd
Een idee van een leven alleen III
Een schuilplaats van levensverdriet

Het beste dat je kunt doen, is het in balans houden van je dag- en nachtritme en je geïnteresseerd voelen naar wat er gebeurt in het leven buiten je­zelf.
Zo volg ik de journalist Jelle Brandt Corstius die in een oude Volga van Noord naar Zuid door Rusland trekt en in plaatsje terechtkwam dat voor buiten­staanders officieel nog steeds verboden ge­bied is, omdat door de vroegere chemische wapenindustrie het water daar 17 miljoen keer zwaarder is vervuild dan waar ook ter wereld. Het stadje maakte een ‘nor­male’ indruk, maar er zijn veel misgeboorten en de meeste mannen hebben een levensverwachting van 42 jaar, vrouwen een jaar of vijf meer. ‘Men’ leeft er, heeft het er niet over, improviseert met filters of kookt het water eerst. Milieu­deskundigen die zich nog altijd (tevergeefs) in de zaak vast­bij­ten, brengen Jelle naar de dode zwarte of witte meren, plekken waar je beslist niet langer dan een uur kunt verblijven zonder misselijk te worden. Sommigen beschikken over een indrukwekkend archief en wat me opviel, is dat de correspondentie daar begint met brieven naar de laagste ambtenaar en zo de ladder opklimt naar wie de hoogste baas is, zoals Poetin.
De reis met de Beagle, het schip ‘naar Darwin, voer­de ditmaal naar Tahiti en ontmaskerde de mythe van dat magnifieke eiland aan de Stille Zuidzee tussen Australië en Zuid-Amerika, een mythe, al geënsceneerd ingezet in de 18de eeuw, die niettemin nog altijd veel toeristen lokt. Iedereen valt nog voor de heupwiegende halfnaakte vrou­wen, de levendige borsten, de gespeelde vrije mo­raal, maar zoals elk idool, volkomen misleidend.

Wat ik me ook – naast vele vervelende politieke debatten, nooit iets origineels, maar dat geldt wat mij betreft ook voor de journalistiek - herinner van deze week, is de verbluffende architectuur van de Ame­rikaan John Lautner (1914-1994). Elke woning lijkt een uniek ambachtelijk en tijdloos paradijs, ter­wijl hij de bouwers aan de hand van slechts ruwe schet­sen ‘de weg wees’.
Sam, de buurjongen, laat het nog wel eens afweten, dus moest ik van de week toch echt zelf voor de vuilcontainer zorgen. Zwaar werkje, maar het lukte. Het terras moet nodig worden geveegd en de voor­tuin aangeharkt, de gevierde kerstboom in stukken gezaagd, het is echt een na-winterse rommel. De helft van de vetbolletjes is op, de netjes hangen er als een oud condoom bij.

Intussen belanden we – zeker als de huidige trend zich voortzet – in een vreemd, onzeker land, in een tijdperk van nieuwe polarisatie, een soort repro­duc­tie van de Fortuinperiode. Verheugd over de winst van D’66 en vooral GroenLinks, maar verbijsterd over de Zege van Wilders. Politiek volgen er nu twee onvergetelijke seizoenen en – voor de goede verstaander – de SP heeft het motief al gegeven: de man is een bedreiging voor de samenleving.
‘Een idee van een leven alleen’, maar wat heb ik dat tot nu toch prachtig omzeild. Dadelijk ga ik met Chrisje lunchen, ik cirkel nog wel eens boven de Amerongse polder en als symbool van warmte gebruik ik nog dagelijks een Amerongs theelepeltje, maar onbeduidend, is het niet? Maar zo is het leven, een riante, onzekere wachtkamer, meestal doordrin­gend alleen. Ik ben een van velen. Honderd­dui­zen­den singles zeggen het ‘zo prima te vinden’, maar sinds ik niet meer van de liefde drink … zoals ooit met Chrisje. Rijdt ze weer weg, dan ben ik uit m’n doen want van veel heb ik veel verdriet.
Een leven alleen met pijn en mobiliteitsbeperkingen is niet een leven om over te jubelen, en al die positi­visten kunnen me de pot op, ze weten niet waarover ze het hebben, hoe goed bedoeld hun woord ook is, meer of anders ligt buiten hun vermogen. Er zijn ook mensen die me innig nabij zijn, zeer dierbaar en toegenegen, in zachte moed aanwezig, innerlijk betrokken en in de realiteit van dat besef krabbel ik na uren van niets­doen dan weer op. Eigenlijk leef ik op de rand van het ravijn, maar val er niet in. A song of love … for myself.

[© MN, Te weten wat leven is. Afbeelding: “A song for love” by A. Madestra W.]

vrijdag, maart 05, 2010




Een mens van z'n tijd
De meesten zijn al aan het werk, ik treuzel door de morgen met koffie en een sigaretje. Zoals al vaker gezegd, ik volg mijn innerlijke tijd. Dat is de luxe kant van mijn bestaan. Voor vandaag weet ik alleen dat ik op het eind van de dag met iemand een pannenkoek ga eten in Schaarsbergen.
Er schijnt nog sneeuw te komen terwijl iedereen al naar de lente riep.
Zijdelings hoorde ik dat sommigen toch wel 'moeite' hadden met die paar billen . Opgelegde moraal, maar zeg dat dan gewoon want mijn gehoor is niet slechts afgestemd op 'mooi, mooi'.
Gisteren at ik draadjesvlees en warme gestoofte peertjes, morgen rijst met kipfilet.
Allen een zo genoeglijk mogelijk weekend.

maandag, maart 01, 2010

Een Nominatie, en niet de toekenning van een Award, leidde spontaan tot een nieuwe editie van Rozendaals Newspaper, - zó werken inspireert me spontaan tot nieuwe gedichten zoals ook in de hierna volgende editie zal blijken. Maar ik ga er niet eindeloos mee door hoor ....