Pagina's

zaterdag, oktober 29, 2011

De inslag van een drama trekt levenslang zijn spoor


Dagboek

Zaterdag, 22 oktober
De nieuwe dageraad staat weer in een hoog zonlicht, in een mooie herfstsfeer
Nu Kadafi door een van de opstandelingen, beter wellicht: iemand uit het verzet, is doodgeschoten, wordt er gekibbeld over de vraag of dit geen moord of oorlogsmisdaad is en dat de man, ‘de rat’, niet in hechtenis had moeten worden genomen om voorgeleid te kunnen worden voor een tribunaal. Zijn dood leidde terstond tot euforie, tot ‘vrije ademhaling’, maar kent honderden milities; het is de vraag welke strijd er nu losbarst, of eerder, hoe die nu, na deze laatste martelperiode wordt beslecht en dat niet de ene rat voor een ander wordt uitgeruild. Kadafi was een minstens zo arrogante en wrede dictator als Saddam Hoessein. Waarschijnlijk is het lood om oud ijzer. Een berechting – als dat al in eigen land mogelijk zou zijn - zou tot hetzelfde lot leiden en wellicht op de meest vernederende wijze: in een stadion onder de ogen van ‘zijn’ door hem geteisterde volk. Hopelijk wordt het land werkelijk en onbaatzuchtig geholpen bij een structurele wederopbouw.
Vanmiddag naar Wehl, Laag Keppel en Hummelo geweest en in H weer bij hetzelfde terras cappuccino, ditmaal met appeltaart en slagroom. Na drie kwartier stapte ik weer op en viel direct weer terug. Mensen naast me, twee dertigers, schoten me direct te hulp. “De ene keer gaat het goed, de andere keer niet”, zei ik. “En dan zijn wij er”, zeiden beiden. (Hij reed in zo’n zelfde Volvo als Roger Moore, alias Simon Templar in de serie The Saint.) Fantastisch, deze geen seconde aarzelende bijstand.
Aan het begin van de tocht – het was erg koud, tien graden – werd ik zonder speciale aanleiding, behalve de bekende pijn, overrompeld door angst. Ik reed een poosje op halve snelheid, overwoog terug te keren, maar het vooruitzicht op die manier naar huis én naar bed te gaan, was zo ontmoedigend dat ik er plots de vaart in zette. Onmerkbaar verdween de angst. Ik genoot van een kort galeriebezoek en kwam ontspannen aan bij dat fijne terras van de Gouden Karper. Toch voelt het nog altijd allemaal zo anders als vroeger, wetende ook dat die scootmobiel aan m’n voeten mij toebehoort.
Op de terugtocht zag ik dat men slechts op twee of drie plaatsen bezig was met het hakselen van de maïs, zo heet het oogsten. Laat dit jaar. Er staan nog vele percelen maïs van, wat zal ’t zijn, bijna anderhalve meter? Vrijwel overal compleet geelbruin. Voor loonwerkers een drukke tijd. Ik kwam aan bij de Veentjes in Doetinchem, daar is een C1000 waar je wel met drie scoots naast elkaar tussen de stellingen door kan, zo ruim. Ik kocht toastjes met eiersalade, een doosje kant en klare pikante gehaktballetjes en de Trouw met voor Orithia, tegen inlevering van een bon, voor drie euro het eerste deel Vier seizoenengerechten, nu dus de Herfstgerechten.
Ik at pas om 18u30, heerlijke boerenkool.
De teller staat nu op 126.

Zondag, 23 oktober
Gisteravond werd alles laat. Na het eten eerste deel van de krant gelezen, de post doorgenomen en het eerste van de vier bezorgde kleine monografieën, onder andere over Rein Pol, een van de Noordelijke Realisten fijnschilders, een groepering waar Evert Thielen zich tegen afzet en van onderscheidt. Al lezende viel mij de ijdelheid op van Thielen want hij zwijgt over Pol, vermoedelijk om de schijn op te houden dat hij de man is van de veelluiken. Ook omgekeerd hoor, de schrijver en kunstenaar Eric Bos, rept met geen woord over de zo gedreven collega in Brugge. Rein Pol is overduidelijk een andere realist dan Helmantel, die hier op zijn beurt dan ook ontbreekt. Je kunt daarom niet zeggen, ‘zo sluiten zich de hekken aaneen’. Hoe of wat ook, Rein Pol maakt zeker zulke indrukwekkende veelluiken als Thielen én diep geworteld in de verbeelding en talrijke details. Ik citeer de openingspassage.
“Na jaren van voorstudies, schilderde Rein Pol zijn groepsportret Pollegorie, een hommage aan het ‘Noordelijk Realisme’, een zes meter breed, manshoog schilderij met ontelbare figuren die zich in een schilderachtig landschap bevinden. Het zijn vrienden, collega’s en familieleden. De kunstenaar zelf zit op een podium een naaktmodel te schilderen, terwijl zijn hoofd op een groot scherm wordt geprojecteerd.” Overigens, de veelluiken zijn niet van deze tijd, al in de 4de eeuw was het een traditie.
Tegen elven hield ik op met werken en Orithia met lezen. We namen een ‘borrel’, genoten van de gehaktballetjes en raakten in een lang gesprek. Het was opeens twee uur.

Zoals gewoonlijk om acht uur opgestaan, maar na het ochtendritueel weer terug naar bed. Orithia sliep nog en we ontwaakten om half éen, een haast ondenkbaar laat tijdstip, maar in lijn met de klassieke betekenis van zondag. Rustdag. Wat we van plan waren, kon gewoon doorgaan. Als lunch een gebakken boterham met kaas en in de namiddag zouden we naar Bredevoort gaan.
Het eten van kleine blokjes boterham ging meteen helemaal fout, precies zoals toen ik voor het eerst een herseninfarct kreeg, bijna vier jaar geleden. Direct erbij drinken hielp niets, de optimel kwam er niet langs. Alles kwam op akelige wijze hoestend en proestend terug. ‘Daar ga ik’ ging door me heen. ‘Nee!!’, schreeuwde het. Orithia was onmiddellijk bij me met een handdoek. Ik was geheel van de kaart. O smeerde tot driemaal achtereen een sneetje brood met jam dat gelukkig normaal ging. De aanslag was mislukt. Bang en beroerd en mijn lichaam een huis vol pijn. Naar bed, Orithia bleef dicht bij me. Ik werd wakker om kwart voor vijf. Wassen, aankleden, koffie, maar doodnerveus voor de komende maaltijd. Daar zei ik niets over om het te kunnen bezweren. Geen problemen meer. Het einde van mijn tijd is opnieuw uitgebleven.

Maandag, 24 oktober
De zonnestand voorspelt eenzelfde dag. Over twee andere boekjes is weinig te zeggen, ze bevatten uitsluitend afbeeldingen van werk van achtereenvolgens Marius van Dokkum (1957) en Pieter Knorr (1950).
Het vierde boekje is een ode aan Piet Pijn (1926-2002), een weinig bekend kunstenaar doordat hij wars was van publiciteit uit vrees zijn kunstzinnige vrijheid te verliezen. Hij kon ook alleen maar eten als het hem werkelijk uitkwam. Een zeer gedreven kunstenaar, zijn vrouw Mia, die hem vereerde, was zijn favoriete model. Toen haar dat vanwege hartproblemen teveel werd, maakte hij talrijke virtuele reizen. Het liefst vertoefde hij in de 19de eeuw, maar hij bezocht ook veel Europese musea. Door haar zorg voor de kinderen, de huishouding en haar mateloze toewijding aan Piet kwam ze niet toe aan haar eigen ontplooiing als kunstenares, precies zoals bij de even gepassioneerde beeldhouwer Jan Meefout en zijn vrouw Irmgard die drie kinderen hadden. Pas heel laat, toen de kinderen het huis uit waren, kwam Mia toe aan aquarelleren en Irmgard aan boetseren.  
Na de lunch wilde ik aanvankelijk weg met de Winner, maar voor ik er erg in had, was ik in mijn cabrio in slaap gevallen, vermoedelijk vanwege de pijn en nervositeit. Jammer, ik was graag naar buiten gegaan, misschien dat de wind of ikzelf de duivelse greep verdreven zou hebben, zoals St. Michael dat lukte op het schilderij van Raphael (1518). De verbeelding kent geen grenzen. Maar evenals zaterdag in Hummelo, ik blijf levendig herinnerd worden aan stigmata en het lijkt per jaar te verergeren.

Dinsdag, 25 oktober
Morgenrood, water in de sloot. Ik zat wat te doezelen en dat ging ongemerkt over in slapen, in de cabrio, tot twaalf uur. Ik merkte pas buiten dat het miezerde, maar liet me niet weerhouden want ik wilde dat andere woonzorgcomplex wel eens zien in de grote nieuwbouwwijk Dichteren, aan de rand van Doetinchem, zoals wij hier recht tegenover ook aan de rand, maar dan pal tegen het centrum.
Op de heenweg reed ik er zonder erg langs, slechte bewegwijzering en kwam in het miniatuurplaatsje Kilder. Twee km terug kwam ik bij de beoogde wijk. Mooie huizen, wel dicht op elkaar, prachtig bestraat maar talloze drempels, zelfs op de parkeerplaatsen. Aan een enkeling buiten kon ik naar het Willy Brandtplein vragen en zo vond ik weldra ‘Waterrijk’. Een hypermodern aantrekkelijk gebouw waarvoor je, naar het schijnt, een indicatie moet hebben. Overal jonge aanplant, het was voorheen platteland dus wie weet, net als in de omgeving waren het hier grote maïsvelden. Eén supermarkt Plus, verder niets. Wel een straat lang medische, paramedische en sociale faciliteiten bij elkaar. ‘Waterrijk’ heeft koopappartementen, vrije sectorhuur en sociale huur; ’t is een prachtig gebouw met een restaurant waar iedereen alle dagen terecht kan. Maar dat mensen uit de buurt er komen, wordt dikwijls zwaar overschat.
Ik zou er wel willen wonen, ware het niet dat het zo geïsoleerd is van alle stadse levendigheid. Trouwens, ik wil niet weg van Trommelslag, dit is mijn ‘thuis’ geworden. Ik woon in een fijn appartement en raak vertrouwd met velen, misschien al meer gehecht dan ik zou willen toegeven. Orithia woont hier. Ik zou weer weten wat heimwee is, maar dat is nergens voor nodig.
De teller staat op 146.

Het woord dat reeds viel, blijft hangen. Het wordt een vraag aan mezelf. Ken je nu geen heimwee?
Waar Leonard Nolens in de States was, daar beviel het hem niet. Het verlangen naar thuis nam zienderogen toe, de gedachte er nog vier weken te moeten vertoeven werd onverdraaglijk, hij week van het tijdschema af en keerde drie weken eerder naar huis. Dit is heimwee, - al betwijfel ik of wel of niet bevallen een noodzakelijk element is. Ook al heb je het elders wel naar je zin, heimwee kan gewekt worden.
Wij reden weg uit Zwitserland en op nog maar een afstand van zeg 100 km ging ik harder rijden. Oost west, thuis best. We verlangden thuis te zijn. Hier is geen sprake van heimwee.
Het woord bestaat uit twee delen, ‘heim’ en het Duitse ‘weh’. Heimweh ist die Sehnsucht in der Fremde, wieder daheim zu sein. Es tut mir weh. Het etymologisch woordenboek staat voor mij te hoog, Koenen woordenboek: ‘ziekelijk verlangen naar thuis, geboortegrond of vroegere toestand’. Het is geen gewoon verlangen, maar pijnlijk, koortsig of fysiek of psychisch ziekmakend, geen gewone wens, maar een obsessie. In die zin ken ik geen heimwee, zelfs niet naar mijn vroegere toestand. Ik verlang vurig naar minder pijn, ik denk dikwijls aan mijn moeder en aan mijn tweelingzus, ik betreur het gescheiden te zijn, maar dit alles niet in de gedaante van heimwee, wel als pijnlijke gebeurtenissen, echt diepe getroffenheden, onherroepelijke breuklijnen.

Woensdag, 26 oktober
Zeer slecht geslapen, verstrikt in het verdriet omtrent het thema jaloezie dat hier helaas een vulkaan lijkt – ik vermijd met opzet het woord bron – van zware elke eer en vertrouwen opvretende onenigheid. Het wordt een thuisdag. Het is nu 15u20, heb even geslapen, maar nog even futloos, naast de pijn een mix van boosheid, verdriet, onzekerheid, niet alleen over ‘wie ons is’ maar diepergaand, over mijn bestaan.
Vanaf vandaag is de reactiemogelijkheid op mijn weblog gesloten. “Hoe kan ik me veilig voelen, je geloven of vertrouwen, met al die vrouwen die zwijmelend aan je voeten liggen en door wie jij je heerlijk laat bewieroken.” Facebook idem. “Ook daar een hele zooi vriendinnen.” Ik zal het markeren als spam en er niet meer komen, dan sterf ik tenminste daar.
Wanneer ik bij Walter boeken bestel, hoofdzakelijk uit de ramsj, kies ik er ook altijd een voor Orithia, als bescheiden geste tegenover het altijd voor mij in de weer zijn, een welgemeend gebaar. “Denk niet dat het enige indruk maakt. Van je zoon hoorde ik dat het haar zo blij maakte, het is dus altijd beladen. En je scootmobiel, ik moet er opeens aan denken, geeft je mooi de gelegenheid met haar ergens af te spreken, ze is immers elke dag als eerste in je hart. Is door één worden bemind niet genoeg?” “Waarom houd je van mij als je je niet veilig bij me voelt, me niet gelooft of vertrouwt, alles vastkleeft met achterdocht. Houd daar mee op.”
“Het is onmogelijk niet van je te houden, ik wil er voor je zijn.”
“Maar ik wil dat zo niet. Elke dag noem je haar naam, omgeven met zelf gecreëerde werkelijkheden, niet de werkelijkheid.”
“Ze komen niet uit de lucht vallen, daarom zal het waar kunnen zijn.”
Niets van mijn verweer schijnt te mogen kloppen. Het wantrouwen is gevestigd, rotsvast. Zal het ooit slijten?

De zinsnede, …. omgeven met zelf …. , is denk ik kenmerkend voor jaloezie en daarom een  element van onzindelijk denken. Orithia denkt overal over na en maakt er haar strikt eigen verhaal van, het enig logische. Ik doe niets ongeoorloofds, heb geen geheime afspraakjes, schrijf geen stiekeme liefdesbrieven, ze hoeft mij met niemand te delen en bedoel met cadeautjes niets anders dan ik als motief gaf. Moet ik de scootmobiel ook inleveren? Nee, dat bedoelt ze niet, dat zou waanzinnig zijn, maar het is niet ver van de waanzin wanneer ze me daarmee met verzwegen achterdocht volgt.
Ik ben een man, 62 jaar, met een angstige vogelkop.

Donderdag, 27 oktober
Vanmiddag komt Joke een of twee uurtjes aan; ze logeert nu een paar dagen in Slangenburg. (Misschien kan ik daarna nog even weg.) Orithia is naar yoga en gaat de rest van de dag naar een vriendin in Meppel. Morgenmiddag wordt er een mooi boek over vader en zoon Israëls bezorgd, een cadeau voor Orithia ter gelegenheid van het grote doek naar Israëls dat ze heeft laten schilderen. Het cadeau houd ik nu maar zelf. Het gebaar krijgt van haar immers niet de betekenis die ik er aan hecht. Het cadeau is beladen met de naam van iemand anders ver­dom­me. Het kwetst me. Onzindelijk of niet – wat is mijn oordeel ook waard – ik vind het niet normaal zo’n mooi en samenhangend cadeau van je geliefde te wantrouwen, niet te waarderen en af te wijzen. Ik smijt alles onvindbaar in die diepe greppel langs de weg naar Kilder. Toen ik er langsreed, greep me plotseling de angst bij de strot er zelf in te belanden als ik ook maar éven niet zou opletten.
Love is only possible in loyalty and trust. If you don’t believe me, leave me. This fight for tenderness … at our age!
First of all trust me, then love me. I’m not a man of sharing his soul.
Na Joke sliep ik tot half zes en na het eten tot 20u30, maar de duivel zit nog steeds op z’n zetel alsof hij wacht op mijn komst. Wat een pijn, wat een ondraaglijke pijn.
Ik mis haar, haar liefde is in wezen zo goed en verwarmend. Onfeilbaar is niemand, maar ik heb zelfs geen enkele gedachte die me onbetrouwbaar zou maken.

Vrijdag, 28 oktober
Bij de post onder meer een boek uit 1991 over Maarten ’t Hart, de kunstschilder en architectuurtekenaar uit Avereest (1950). Een Noordelijk realist die in zijn stillevens sterk doet denken, en er niet voor onder doet, aan Helmantel (kijk maar op Art Revisited). Hij was me voor het eerst echt opgevallen met zijn tekening van de ‘Grote kerk en markt in Plankhuizerveen’, dat via Google onvindbaar bleek. Het kan een gehucht zijn van het formaat luciferdoos, maar een dergelijke bestaande kerk zou aan niemands aandacht kunnen ontsnappen. Het is fascinerend, onkreukbare kunst. Straten, interieurs, stationnetjes die je zó hebt gekend, maar nergens meer bestaan. (Over heimwee gesproken ….) Vergankelijkheid, veranderlijkheid, de oorspronkelijke inhoud, de nieuwe betekenis. De kunst zoals ’t was, feilloos maar in de tijd  kwetsbaar.
Als de koerier is geweest, ga ik weg. Ik mis Orithia.

Trouwens, die aanwijzing van mijn leeftijd, dat is toch onzin, ja, onzin-delijk denken, alsof er ooit een moment komt dat je met de armen over elkaar kunt zitten of, nog dwazer, dat jij met jouw pijn nu wel gespaard mag worden. Nonsens met vette vingers. Al is het onoverkomelijk, dat die fysieke pijn m’n stemming en gevoeligheid behoorlijk beïnvloedt.
Tot overmaat: met het avondeten gebeurde hetzelfde als zondag. Ik was alleen. Verschrikkelijk. ‘Niet in paniek raken – geen paniek, hoor je me – neem water, neem kleine hapjes – dit komt van alle emoties deze week, rustig ademhalen, rustig …. ‘, en zo heb ik alles opgegeten.
Op de troon van de dag zat het gesprek. Orithia en ik laten elkaar niet los. We zijn blij met elkaar, we realiseren ons dat dit leven een opgave is voor allebei. (Ze kon niet eerder komen dan 21u30.) Omdat ze wel eens had gezegd, dat haar huis als een soort bushalte voelt en dat ze nergens aan toekomt, had ik al die tijd nagedacht hoe ik dat kon helpen verminderen. ‘Waar kan ik twee of drie weken logeren?’, maar ik kwam er niet uit.
De koerier is niet geweest.
Een warme omhelzing is het zegel voor de nacht.

Zaterdag, 29 oktober
De dag van de wintertijd. Janet heeft me gedoucht. Ik wacht tot 14u op de koerier, daarna ga ik naar Deun, de lijstenmaker. En Trouw kopen met het winterseizoen van Ron Blaauw. Hopelijk blijft het droog.
Het boek is gearriveerd. Ik ben naar Van Deun geweest; samen met een sympathieke en alle tijd nemende vrouw een mooie lijst uitgezocht voor ‘Titus’, volgende maand een lijst voor het schilderij dat Jolan maakte en daarna nog een voor het schilderij van Marius van Dokkum. Ik wilde nog wel verder, maar het was verschrikkelijk druk, door de pijn had ik m’n kop er niet bij, voelde me bang en ongelukkig, was te warm gekleed. Harder rijden durfde ik niet.
De teller staat op 153.

Wat er hier speelde, is voor beiden moeilijk. Of er nu wel geen sprake is van wat ik onzindelijk denken heb genoemd, het is er. Ik doe wat het meest wijs is te doen: Orithia serieus nemen omwille van het behoud van wat ons lief is. Liefde is kwetsbaar maar van grote(re) waarde. Dat is het enig oprechte wat ik er nog over zeggen kan.

[© MN, ‘Les jours de l’âme’. Levenslessen. Afbeelding: het meesterwerk van Rein Pol, groepsportret (veelluik) ‘Pollegorie. Een hommage aan het Noordelijk Realisme’.]

8 reacties:

Walter zei

Hoe reageert een lezer op een dagboek?
Deze lezer doet dat als volgt;
"Ik lees het en groet je van harte".

Orithyia zei

Ja Marius, hoe kan het ook anders gaan? We zijn plompverloren in elkaars leven gevallen twee en een helf jaar geleden.

Beiden een zeer verdrietige periode achter de rug, of zelfs.... nog lang niet achter de rug...

Maar ook een lang leven met ontwikkelingen, ik bedoel we waren niet meer zo piepjong dat we elkaar als een 'onbeschreven blad' temoet traden. We hadden beiden een zeer woelige 'geschiedenis'.

Jalouzie, ik vind het niet vreemd, het is een zeer menselijke emotie waar ik me absoluut niet voor schaam; en het geeft aan dat je me van grote waarde bent, want anders zouden me die dingen 'koud' laten en dat is niet zo. Nee van onzindelijke gedachten is geen énkele sprake, hier heb je het falikant mis, onzindelijk zou het zijn wanneer ik er alleen maar opuit was je te kwetsen, maar neem van mij aan dat dát niet zo is.
Men heeft makkelijk praten over vrijheid, vrije liefde en liberaliteit, maar neem van mij aan, het is pure hypothese en theorie. Wanneer iets van werkelijke waarde is dan wil je dat gewoonweg niet graag meer verliezen...die gedachte geeft gruwelijk veel pijn in het hart.

Ik ben in deze twee jaar oud geworden, te snel,veel te snel oud geworden, omdat je me onder de huid bent gaan zitten en ik je daar hoe dan ook een 'thuis' wil bieden een veilig thuis. Maar alleen open van hart en veilig voor ons beíden, anders heeft het geen waarde!


~

Jaap Tanis zei

Beste Marius,
Je angst, je doodsangst, ik herken het. Niet de mate waarin jij het hebt maar toch. Wat we naast pijn gemeenschappelijk hebben is de Durogesic en er kan dan maar één conclusie zijn en dat is dat de pijnpleisters debet zijn aan de angstgevoelens. Ik heb hier vroeger nooit last van gehad maar sinds de jaren dat ik de Durogesic plak is er vaak het gevoel dat ik "opgesloten ben" of plotseling zal neerstorten. Ik moet dan echt met mezelf in gesprek en proberen rustig te blijven. Verder valt me de laatste maanden steeds meer op dat pijn, de zenuwpijn als gevolg van de polyneuropathie, verergerd wanneer sprake is van stress. De pijn i.c.m. stress zouden zomaar de oorzaak van een "sneeuwbaleffect" kunnen zijn en op dat moment heb je echt de poppen aan het dansen.
En verder? Ik twijfel of ik het met je wil delen want ik begrijp dat je in een niet te benijden maar zelf gewilde situatie zit. Jaloezie is een gif waar weinig tegengif voor is. De reden van de jaloezie is een ander verhaal.
Ik wens je alle goeds- en kracht toe om je lichamelijke en geestelijke pijn de baas te blijven. Verder heel veel plezierige en veilige kilometers toegewenst!
Hartelijke groet van Jaap.

Anoniem zei

Boeiende dagboekverslagen.
Facinerend hoe jij de wereld buiten opnieuw kunt ontdekken door Winner. De herwonnen onafhankelijkheid, een groot goed, zeker in barre tijden.
Ben zo blij voor je!

Pijnlijke liefdeslessen.
Maar ... liefde overwint 'bijna' alles:-))

X

Cath*

Lut zei

Het enige wat ik kan schrijven is : laten we met zijn allen gewoon dankbaar zijn dat we er nog ZIJN. (Geen evidentie)
Blij om het bestaan.
Wens je vooral gemoeds-rust, zodat je energie ook kan opgeladen worden en je heel veel ZIN hebt om erop uit te trekken. De zon op je gezicht in een verfrissende lucht kan deugd doen.
X
Lut

ria39 zei

Ik schrok al toen ik las, commentaar gesloten.
Laat ze maar, diegenen die jaloers zijn,
zij hebben er waarschijnlijk meer last van dan jij.
Geniet van je vrijheid Marius, buiten en binnen.
Ik ben blij voor jou dat het tegenwoordig ook buiten kan.

Ik wens je nog mooie, warme en kleurrijke herfstdagen.
ria39

ria39 zei

herlezend, jouw verhaal en mijn antwoord:
"ik heb er waarschijnlijk niets van begrepen
en daardoor de verkeerde reactie geplaatst.
Negeer het maar als het niet klopt".
ria39

Anoniem zei

Het ochtendgloren laat ons een prachtige dag zien. Zon, weinig wind en een temperatuur die ik soms ook verontrustend vind, maar ook heel fijn is.
De herfst in al zijn schoonheid.

Go with WINNER today Marius*

X

Cath*