Dagboek
Zondag 16 oktober
Na het ochtendritueel om negen uur weer naar bed gegaan en
geslapen tot even na twaalven en na de lunch opnieuw geslapen tot 15 uur. Pijn,
angst, nervositeit staan weer in de hoofdrol, ik voel me ontredderd, en me
bezwaard naar Orithia die omgekeerd wel eens steun zou kunnen gebruiken. Ze zal
dit jaar nog wel een nieuwe heup krijgen.
Ik had eigenlijk gedacht aan de weblog verder te sleutelen;
er is nu wel een ander sjabloon, maar allerlei details moeten nog worden
aangepast maar de energie is compleet verdampt. De dag is nog geen uur oud en
ik voel me al ongelukkig. (En later blijkt, dat ik niet weet, nergens kan
ontdekken, hoe ik ooit nog achter de schermen kom.)
We hebben heerlijk Foe Yong Hai met bami gegeten.
Voeten voelen weer als versteend, elke dag en al jarenlang.
Dokters horen het me telkens zeggen, maar steken hun hand er niet naar uit,
herinneren me hoogstens aan die verstoorde zenuw links, terwijl de
orthopeed-chirurg het niet kon verklaren maar wel opmerkte dat het onzin was
wat de huisarts ervan zei. Kennelijk wordt het opgevat als een beschuldiging,
en blijft het bij ‘pappen en nathouden’. De inhoud daarvan? Leegte. Niets doen.
Maandag, 17 oktober
Al vroeg in de ochtend gehuild van de pijn. Is dit de prijs
voor 72 km buitenlucht?
Voor het probleem met mijn weblog heb ik Gerhard geschreven,
die weet er dikwijls wel raad op. De mail kwam terug, dan maar een reactie op
zijn rake gedicht en gevraagd hoe ik hem kan bereiken, al geloof ik dat hij nog
maar sporadisch met zijn weblog bezig is. Hij heeft me al vaker uit de brand
geholpen.
Ik ga niet weg met de machine. Het is ook geen therapie. Ik heb
weer twee uur geslapen. Ik
werd weer precies zo ellendig wakker. Ik zag gisteravond bij
Orithia nog een stukje over chronische pijn. In Amerika is een neuroloog al een
eind gevorderd, maar het blijken methoden die bij mij mogelijk wel op weerstand
stuiten: interfereert met dat ijzer in m’n nek. Het gaat om magnetische
beïnvloeding van de motorische cortex (waarop elektronische pulsen worden
afgevuurd).
Tijdens het eten barstte het onweer los. ‘Deze pijn verdraag
ik niet meer. Ik wil het niet.’ Ik voel me wanhopig. Ik zal straks en
morgenvroeg eens een Diazepam nemen. Het is een doodgewone Benzodiazipine,
kortweg Benzo, waar bij bijna sporadisch een spierverslappend effect vanuit
gaat; zou je het dagelijks gebruiken dan doet het niets meer. Ik ben naar
Orithia gegaan om die documentaire via uitzending gemist in z’n geheel te zien,
indrukwekkend. Er waren verscheidene voorbeelden van pijn, van chronische pijn
weet men nog het minst. De eerste dagen op de Winner had ik minder pijn,
doordat de aandacht vooral uitging
naar de euforie, naar het onweersprekelijke geluk van bewegingsvrijheid, daarna,
vanaf zaterdag toen langs de Oude IJssel de kou een aanslag deed op de
blijdschap, dook de pijn weer naar voren. De magie was over. Daarover toonde
men in die film een wel heel traumatisch voorbeeld. Een jongeman van begin
twintig hoorde rare geluiden in de kelder en ging op onderzoek uit. Het bleek
de cv en toen hij het vermoedelijke defect ontdekte, stak hij zijn arm erin om
er bij te kunnen. De arm kwam vast te zitten in de ventilator en wat hij ook
probeerde, niets hielp om weer vrij te komen. Op geroep en schreeuwen reageerde
niemand. Na 24 uur drong tot hem door dat er maar één uitweg was ….. zelf de
arm er afzagen. Het was een kwestie van leven en dood. Zijn hersens gaven dit
door aan bepaalde locaties in zijn lichaam dat onmiddellijk extra stoffen
aanmaakte waardoor hij nauwelijks pijn heeft gevoeld. Hij zag de zaag door zijn vlees gaan, zijn bot, zijn slagader, een
afgrijselijke waarneming.
Weer een huilbui van pijn en stervensangst. De gedachte te
gaan en C nooit meer te hebben gesproken …, maar er is zo gauw en begrijpelijk jaloezie, verwarring en
verdriet bij mensen. Zolang een vrouw niets met mij heeft, toont ze zich
liberaal, maar zijn we wederzijds dicht, innig op elkaar betrokken, dan wordt
het andere koek, zowel naar C als de weblog die hoofdzakelijk door vrouwen
wordt bezocht. Maar misschien begin ik eindelijk eens enkele lessen te leren.
De schijn van een dubbelleven is me al teveel. Overgave, vertrouwen en
veiligheid, het komt allemaal op het spel te staan, dat wil ik niet. Ook haar gevoel
‘second-best’ te zijn, dat Orithia niet uit haar hoofd krijgt, is voor mij een
taboe. Als ik dat nu nog niet snap, ben ik dommer dan een ezel.
Het is half negen, we zijn naar beneden gegaan en ik naar
bed. Orithia komt tegen half elf terug en slaapt bij me, dat is fijn. Oh ja,
het goede nieuws vandaag: mijn broer Enno heeft ook een weblog met in de kop
die prachtige regel van Gerrit Achterberg, ‘Aan
het roer dien avond stond het hart’. Blijf aan dat roer Enno, en goede
vaart. Zie http://www.enno-nuy.blogspot.com/
Dinsdag, 18 oktober
Het weer is omgeslagen, het regent. Als zevende tabletje ‘s
morgens weer een Diazepam, de scherpe kant van de pijn is ervan af. Jammer, dan
ben ik vanmiddag opnieuw thuis. Vanavond komt vriend Walter en morgenavond
Enno.
Het was droog en ik wilde weg, naar de Kringloop aan de
andere kant van de stad. Me goed aangekleed, maar merkte in mijn gezicht meteen
dat het veel kouder was. Ik weet niet meer wat ik fout deed, maar bij de eerste
grote verkeerskruising was ik wel gestopt, maar plots reed ik in stand vier
(zag ik later) tussen de wachtende fietsers door, de Winner drong zich gewoon
door hen heen. “Wat gebeurt me toch?” riep ik en allen keken verbouwereerd toe
maar bleven gelukkig onaangedaan. Ik moet de snelheidshendel hebben
ingetrokken, die liet ik godzijdank los. Ik maakte mijn excuses en toen moesten
we oversteken. Het viel me op dat de zitting in de zijstand stond, maar
kennelijk was de vergrendeling kapot. Harting Bank, de dealer, was nog een heel
eind dus ben ik naar huis gegaan, heb daar gebeld en morgen komt er een
monteur.
Ondanks de mooie boeken die Walter meebracht, weer helemaal
ingepakt door de pijn. Het is hopeloos. We kunnen het zeer goed vinden met
elkaar, gespreksstof genoeg, een man van waarde en waardigheid en vriendschap.
Zwaar huilend naar bed. Mijn geliefde Orithia stopte me toe
en bleef nog even.
Woensdag, 19 oktober
Het is wat zachter, maar niet goed. Door de mensen van
buurtzorg word ik altijd liefdevol, belangstellend en bemoedigend verzorgd. De
dealer kwam om half twaalf; Bas keek er helemaal niet van op, het was ook zo
weer hersteld.
De zon schijnt, het is wat bedrieglijk maar ik ga straks wel
weg. Nu geniet ik van Lavinia Meijer die op harp Philip Glass speelt. Hier in
huis zijn de klanken vaak heel wat dramatischer, maar zie dat als wat nu
eenmaal onverbrekelijk aan mijn leven vastzit.
De teller staat op 85, regen en wind getrotseerd (op de
terugweg) want ik bemerkte het fijn te vinden eruit te kunnen en nieuwe plekken
te ontdekken. Zo ben ik onder meer bij het schitterende onlangs geopende ‘t
Brewinc geweest (voorheen een ambachtsschool), een multifunctioneel gebouw
in de vorm van een opengeslagen boek: de bibliotheek, een café, een ontmoetingsplek
voor senioren en Fatima, een keramische werkplaats voor verstandelijk gehandicapten
waar ik enkele ‘juweeltjes’ heb gekocht die ik morgen met Orithia ga ophalen.
Het is geen primitieve kunst, maar onbevangen en vertederende kunst, zowel in de
vormgeving als in de glazuur. Het is werk van hen allemaal. “Ja, ze voelen zich
een collectief”, zegt O, “zetten ze hun naam erbij en blijkt dat van Anna meer
wordt verkocht dan van Emma, dan ontstaat er afgunst en competitie. Zo zijn ze
gelukkig.”
Ik was nog maar net thuis en Ati, die aan het begin van de
gang woont, belde aan. “Oh gelukkig, je bent weer thuis. Heb je het niet te
koud gehad? Goed van je hoor dat je toch bent gegaan, maar we (Orithia nog
meer) maakten ons wat zorgen met dat onweer en die harde regen.” Betrokkenheid
moet groeien, dan raak je thuis. Henny en Wim & Willy zijn ook altijd zo
aardig. Wim is mijn buurman, een eindje in de 80, was vroeger leraar op die pas
verbouwde ambachtsschool. Zijn gezichtsvermogen is nog maar 4% en zijn vrouw,
even oud, is nogal doof. Ze wonen hier al twintig jaar en daarvoor hebben ze
een jaar door de VS gezworven in een grote Peugeotbus, die ze nu nog steeds
hebben want Willy kan er geen afscheid van nemen. Nu Wim niet meer alleen kan
fietsen, is Wil op onderzoek uitgegaan en kocht ze een tweepersoonstandem, twee
fietsen náást elkaar en Willy stuurt. Wim was dolgelukkig, ze kwamen dansend
de lift uit. Henny is een grote man van nauwelijks te schatten leeftijd, vermoedelijk
eind 50, zorgt voor iedereen die even in nood is, deelt gul rond met van alles
uit zijn moestuin. Hij komt uit Amsterdam waar hij bij het AMC werkte, maar
toont zich zeer teleurgesteld in mensen. “Ik heb het liefst met dieren van
doen.” Toch is hij het tegendeel van een misantroop. Komt hij mij tegen, zegt
hij steevast op vaderlijke toon, “Dag jongen.”
De tijd met Enno was goed gevuld en erg plezierig. Wel nam
de pijn weer toe.
De liefde bloeit.
Donderdag, 20 oktober
Opnieuw mooie, verlokkende zonneschijn. Na buurtzorg, als
Teunie is geweest, ga ik bij Jacob op de koffie, dat wordt tijd. Morgen komt
Grada.
Het was een aangenaam dik anderhalf uur. Wel stookt hij de
kachel al flink op, bij mij nog steeds niet, - deze week tweemaal een uurtje
aan geweest. Ik voel me er wel thuis. Hij heeft een paar mooie originele
schilderijen van zijn grootmoeder, Jacqueline van Nie die tot de Haagse School
behoorde. Ik heb een boek daarover en meegenomen; er staat helaas geen register
in en het is evenmin alfabetisch geordend. Hij vond het leuk daar eens in te
bladeren; als blijkt dat zijn grootmoeder er in staat, mag hij het houden. En
wat heel jammer is, is dat hij nauwelijks is te verstaan omdat hij zijn
prothese niet in doet en ook niet naar de tandarts wil om dat euvel te
verhelpen. Hij heeft in Saoedi Arabië twee ernstige bedrijfsongevallen
meegemaakt en een ander trauma is, is dat hij zijn vader, die aan leukemie
leed, onder de trein vandaan heeft gehaald. Daarom kan hij bijvoorbeeld het
Onze Vader niet bidden, hij verwart dat met ‘mijn vader’. Er is nog meer
gebeurd, dat was hem aan te zien maar daarover zweeg hij. “Je komt wel gauw
eens bij me eten hè!”
Telkens draai ik Lavinia Meijer, harp en Glass, een mooie,
tijdloze, meditatieve eenheid.
Orithia vond het keramisch werk eveneens heel mooi. Aan
‘het groepje lezers’ was door allemaal wel gewerkt, Diny had het fraaie masker
met ruw vermoedelijk bij de rivier aangespoeld hout als kader gemaakt, goed in
verstek gezaagd, en Priscilla, een lieve verlegen dikkerd, de roodbruine
schaal. Ik feliciteerde haar en vertelde dat ik de vormgeving meteen heel uniek
vond en het glazuurwerk boeiend en knap. Ze werkte nu aan piramides.
Na het eten, spaghetti, stond plotseling Henk voor de deur,
terwijl ik net zijn naam had opgeschreven zodat ik niet zou vergeten hem
binnenkort op te zoeken in de Ooiman, het verpleeghuis. Dat had ik hem per
ansichtkaart al laten weten. Hij was nu even hier om wat paperassen op te
halen, maar had het goed naar z’n zin daar. “Ze doen álles voor me, ik eet weer
goed en zodra er plaats is, krijg ik een eigen kamer.” Hij had in het
ziekenhuis gelegen (toen wij opmerkten dat hij plotseling was verdwenen)
vanwege een scheurtje in zijn nekwervel; op weg naar familie in Didam was hij
een paar weken geleden aangereden.
Morgenvroeg komt Rieky al weer. Als het me lukt, ga ik dan
het boekje van Henk Helmantel lezen over zijn reis naar Duitsland in 2008, op
zijn 33-jarige Zündapp. De schilderijafbeeldingen in zijn boekje Uit en thuis zijn knap, maar ook wat
saai, om niet te zeggen ‘doods’. Het is alsof je de knoflook of de stronken
witlof in een spiegel ziet, zo echt en daar heb ik bewondering voor. De
Noordelijke realist in zijn element.
Vrijdag, 21 oktober
Aan de lucht te zien, wordt het mooi en droog weer. Wat dat
betreft zal ik wel op pad kunnen, maar ik moet het nog aanzien. Orithia moet
vanmiddag naar het ziekenhuis, dan hoort ze wel wat het meest wijze is te doen
met haar heup. Ze heeft er erg veel last van.
Henk Helmantel (1945) woont al 25 jaar in de Weem (pastorie)
naast de 13de eeuwse Romaans-gothische Andreaskerk in het
Groningse Westeremden (434 inwoners; vroeger Emetha) in de gemeente Loppersum,
vlakbij Delfzijl en is getrouwd met Babs. Hij heeft er zijn eigen museum, waar
ook wisselende exposities worden gehouden. Helmantel, die in 2008 Kunstenaar
van het jaar was, bezocht in Duitsland verscheidene Romaanse kerken en maakte
vooral tekeningen van interieurdelen die hem boeiden. Het is buitengewoon knap
werk, maar het heeft niets verrassends. Het is de historische registratie met
penseel, kleur en licht, maar het werk wortelt niet in de eigen verbeelding,
het fundamentele onderscheid van het werk van Evert Thielen.
De teller staat op 102. Ik reed voor een cappuccino naar een
mooi terras in Zelhem , ‘De Groes’. Op de terugweg nam ik voor ons een
saucijzenbroodje mee en de Trouw.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’.
Heb door wat je te leren hebt. Mijn scootmobiel, Winner.]
5 opmerkingen:
Marius, nog steeds wanneer ik weblog in de nieuwe layout wil openen, is mijn ene pc zeer traag, de andere pc W. XP loopt geheid elke keer muurvast; alleen die pc opnieuw opstarten helpt om weer los te komen, maar ga ik naar je log dan loopt het daar toch weer vast, het is al de hele week zo.
Je hebt een zeer openhartig log geplaatst. Hier past geen oppervlakkige reactie. Maar ik je graag aanraden: ga met 'C' praten, wat er werkelijk toe doet doet er toe, handel daar dan ook naar, maak geen martelaar van jezelf !!! Maar herinner je de 'Dorre Aarde' waarin ze je zonder mededogen liet vallen. Zelfs MIJN hart zal daar nooit van genezen, want ik was het tenslotte die je 'overeind' hield in die tijd en in alle tijden daarna.
Er zijn logeerkamers in het Trommelslag, nodig haar een paar dagen uit en praat.
Wanneer je mij werkelijk liefhebt en respecteert dan is er géén ándere weg dan de waarheid, de enige waarheid die in JOUW hart leeft. Ja, je hebt je lessen te leren en daar uiteindelijk onontkoombaar naar te handelen en frank en openlijk naar iedereen toe besluiten te nemen.
Nogmaals:
Doe me een plezier en zoek C op, wanneer je niet kunt sterven zonder haar, al hoop ik dat je nog lang zult mogen leven. Vorige week zei je nog tegen me dat je altijd van haar zult houden. Dus ik ken inderdaad mijn plaats, dat is geen verwarring, maar een heldere constatering. Je bent nog steeds vanuit ‘jouw binnenste’ verweven met haar en ja dat is dan maar zo.
Ik ben dichtbij je zolang ik kan en mijn hart het volhoudt’, en dat is heel lang daar kun je van op aan, want ik heb je met 'méér dan mijn leven' lief, dat mag je duidelijk zijn ondertussen. Als het aan mij ligt blijf ik altijd bij je en woon je veilig in mijn hele wezen, tot de dood ons op zeer hoge leeftijd scheidt.
Ik draag je ring, jouw eigen ring, die je mij gaf in je grootste trouw en in de zachtste liefde. Precies zó zal ik jou terzijde zijn in je leven. Hier ben ik, ik kan niet anders.
Verder ga ik hier niet, niet op dit weblog, ik zie je vanavond. Hou van je.
Ja, het is fijn dat je hier in het Trommelslag gaandeweg al ‘thuisraakt’. Veel mensen kennen je wel en ze mogen je stuk voor stuk graag, dat komt ook omdat je regelmatig beneden te zien bent en even buiten zit een sigaretje te roken. Je sluit je niet op je kamer op.
Jacob is dol op je en hij zegt steeds tegen mij:
”Wat denk je zou ik dan en dan even naar Marius kunnen gaan? Ik weet het niet zo goed, want ‘de Doctor’ moet ook rusten”
Wanneer ik hem dan uitleg wanneer ongeveer je meestal rust, dan heeft hij het alweer over iets anders. Jacob is een goeie vent en beslist intelligent al is ie wat hakopdetakkerig.
Ati kijkt altijd door je raam of je je haar wel gekamd hebt, zoniet dat zegt ze het tegen mij met een bezorgd gezicht, want dan denkt ze dat je je niet goed voelt. Ik stel haar dan weer gerust. “Oh gelukkig” zegt ze dan.
Henny is vaderlijk en moederlijk tegelijk, maar op een hele prettige manier, ammer dat hij hier ooit eens weg wil, omdat hij de zee mist.
Ik ben het met je eens, het thuisgevoel groeit hier gestaag en dat is fijn. We wonen hier goed.
Prachtig keramiek heb je gekocht bij “Fatima”, ik werd er blij van, maar ook van de mensen daar. Geloof dat ik er regelmatig even binnenloop, want ik kom toch wel eens in de bibliotheek die daar ook zit.
Ja Marius, we hebben het goed hier!
~
Dag beste Marius, blij te zien dat je weer verder bent gekomen. Ik blog inderdaad niet veel meer, maar lees hier en daar nog wel. Het doet me verdriet dat het leven je zo zwaar valt, gelukkig word je omringd door mensen die je liefhebben. Hou je taai. Gerhard.
Je klinkt toch, met alle pijn die er ook is, als een winner:-))
Wat fijn dat je naar buiten kunt!
X
Cath*
(Nog even gecheckt of je broer's vroegere 'ennonuy.com' nog bestond. Gelukkig wel ! Vond ik prachtig opgevat.Spijtig dat mensen blijkbaar niet de tijd kunnen nemen om ervan te kunnen genieten)
En idd fijn dat je naar buiten kunt!
X
Lut
Een reactie posten