Pagina's

zaterdag, oktober 22, 2011

Mijn leerschool. Die ik liefheb, is in tel

Dagboek

Zondag 16 oktober
Na het ochtendritueel om negen uur weer naar bed gegaan en geslapen tot even na twaalven en na de lunch opnieuw geslapen tot 15 uur. Pijn, angst, nervositeit staan weer in de hoofdrol, ik voel me ontredderd, en me bezwaard naar Orithia die omgekeerd wel eens steun zou kunnen gebruiken. Ze zal dit jaar nog wel een nieuwe heup krijgen.
Ik had eigenlijk gedacht aan de weblog verder te sleutelen; er is nu wel een ander sjabloon, maar allerlei details moeten nog worden aangepast maar de energie is compleet verdampt. De dag is nog geen uur oud en ik voel me al ongelukkig. (En later blijkt, dat ik niet weet, nergens kan ontdekken, hoe ik ooit nog achter de schermen kom.)
We hebben heerlijk Foe Yong Hai met bami gegeten.
Voeten voelen weer als versteend, elke dag en al jarenlang. Dokters horen het me telkens zeggen, maar steken hun hand er niet naar uit, herinneren me hoogstens aan die verstoorde zenuw links, terwijl de orthopeed-chirurg het niet kon verklaren maar wel opmerkte dat het onzin was wat de huisarts ervan zei. Kennelijk wordt het opgevat als een beschuldiging, en blijft het bij ‘pappen en nathouden’. De inhoud daarvan? Leegte. Niets doen.

Maandag, 17 oktober
Al vroeg in de ochtend gehuild van de pijn. Is dit de prijs voor 72 km buitenlucht?
Voor het probleem met mijn weblog heb ik Gerhard geschreven, die weet er dikwijls wel raad op. De mail kwam terug, dan maar een reactie op zijn rake gedicht en gevraagd hoe ik hem kan bereiken, al geloof ik dat hij nog maar sporadisch met zijn weblog bezig is. Hij heeft me al vaker uit de brand geholpen.
Ik ga niet weg met de machine. Het is ook geen therapie. Ik heb weer twee uur geslapen. Ik
werd weer precies zo ellendig wakker. Ik zag gisteravond bij Orithia nog een stukje over chronische pijn. In Amerika is een neuroloog al een eind gevorderd, maar het blijken methoden die bij mij mogelijk wel op weerstand stuiten: interfereert met dat ijzer in m’n nek. Het gaat om magnetische beïnvloeding van de motorische cortex (waarop elektronische pulsen worden afgevuurd).
Tijdens het eten barstte het onweer los. ‘Deze pijn verdraag ik niet meer. Ik wil het niet.’ Ik voel me wanhopig. Ik zal straks en morgenvroeg eens een Diazepam nemen. Het is een doodgewone Benzodiazipine, kortweg Benzo, waar bij bijna sporadisch een spierverslappend effect vanuit gaat; zou je het dagelijks gebruiken dan doet het niets meer. Ik ben naar Orithia gegaan om die documentaire via uitzending gemist in z’n geheel te zien, indrukwekkend. Er waren verscheidene voorbeelden van pijn, van chronische pijn weet men nog het minst. De eerste dagen op de Winner had ik minder pijn, doordat de aandacht vooral uitging naar de euforie, naar het onweersprekelijke geluk van bewegingsvrijheid, daarna, vanaf zaterdag toen langs de Oude IJssel de kou een aanslag deed op de blijdschap, dook de pijn weer naar voren. De magie was over. Daarover toonde men in die film een wel heel traumatisch voorbeeld. Een jongeman van begin twintig hoorde rare geluiden in de kelder en ging op onderzoek uit. Het bleek de cv en toen hij het vermoedelijke defect ontdekte, stak hij zijn arm erin om er bij te kunnen. De arm kwam vast te zitten in de ventilator en wat hij ook probeerde, niets hielp om weer vrij te komen. Op geroep en schreeuwen reageerde niemand. Na 24 uur drong tot hem door dat er maar één uitweg was ….. zelf de arm er afzagen. Het was een kwestie van leven en dood. Zijn hersens gaven dit door aan bepaalde locaties in zijn lichaam dat onmiddellijk extra stoffen aanmaakte waardoor hij nauwelijks pijn heeft gevoeld. Hij zag de zaag door zijn vlees gaan, zijn bot, zijn slagader, een afgrijselijke waarneming.
Weer een huilbui van pijn en stervensangst. De gedachte te gaan en C nooit meer te hebben gesproken …, maar er is zo gauw en begrijpelijk jaloezie, verwarring en verdriet bij mensen. Zolang een vrouw niets met mij heeft, toont ze zich liberaal, maar zijn we wederzijds dicht, innig op elkaar betrokken, dan wordt het andere koek, zowel naar C als de weblog die hoofdzakelijk door vrouwen wordt bezocht. Maar misschien begin ik eindelijk eens enkele lessen te leren. De schijn van een dubbelleven is me al teveel. Overgave, vertrouwen en veiligheid, het komt allemaal op het spel te staan, dat wil ik niet. Ook haar gevoel ‘second-best’ te zijn, dat Orithia niet uit haar hoofd krijgt, is voor mij een taboe. Als ik dat nu nog niet snap, ben ik dommer dan een ezel.
Het is half negen, we zijn naar beneden gegaan en ik naar bed. Orithia komt tegen half elf terug en slaapt bij me, dat is fijn. Oh ja, het goede nieuws vandaag: mijn broer Enno heeft ook een weblog met in de kop die prachtige regel van Gerrit Achterberg, ‘Aan het roer dien avond stond het hart’. Blijf aan dat roer Enno, en goede vaart. Zie http://www.enno-nuy.blogspot.com/

Dinsdag, 18 oktober
Het weer is omgeslagen, het regent. Als zevende tabletje ‘s morgens weer een Diazepam, de scherpe kant van de pijn is ervan af. Jammer, dan ben ik vanmiddag opnieuw thuis. Vanavond komt vriend Walter en morgenavond Enno.
Het was droog en ik wilde weg, naar de Kringloop aan de andere kant van de stad. Me goed aangekleed, maar merkte in mijn gezicht meteen dat het veel kouder was. Ik weet niet meer wat ik fout deed, maar bij de eerste grote verkeerskruising was ik wel gestopt, maar plots reed ik in stand vier (zag ik later) tussen de wachtende fietsers door, de Winner drong zich gewoon door hen heen. “Wat gebeurt me toch?” riep ik en allen keken verbouwereerd toe maar bleven gelukkig onaangedaan. Ik moet de snelheidshendel hebben ingetrokken, die liet ik godzijdank los. Ik maakte mijn excuses en toen moesten we oversteken. Het viel me op dat de zitting in de zijstand stond, maar kennelijk was de vergrendeling kapot. Harting Bank, de dealer, was nog een heel eind dus ben ik naar huis gegaan, heb daar gebeld en morgen komt er een monteur.
Ondanks de mooie boeken die Walter meebracht, weer helemaal ingepakt door de pijn. Het is hopeloos. We kunnen het zeer goed vinden met elkaar, gespreksstof genoeg, een man van waarde en waardigheid en vriendschap.
Zwaar huilend naar bed. Mijn geliefde Orithia stopte me toe en bleef nog even.

Woensdag, 19 oktober
Het is wat zachter, maar niet goed. Door de mensen van buurtzorg word ik altijd liefdevol, belangstellend en bemoedigend verzorgd. De dealer kwam om half twaalf; Bas keek er helemaal niet van op, het was ook zo weer hersteld.
De zon schijnt, het is wat bedrieglijk maar ik ga straks wel weg. Nu geniet ik van Lavinia Meijer die op harp Philip Glass speelt. Hier in huis zijn de klanken vaak heel wat dramatischer, maar zie dat als wat nu eenmaal onverbrekelijk aan mijn leven vastzit.
De teller staat op 85, regen en wind getrotseerd (op de terugweg) want ik bemerkte het fijn te vinden eruit te kunnen en nieuwe plekken te ontdekken. Zo ben ik onder meer bij het schit­te­rende onlangs geopende ‘t Brewinc geweest (voorheen een ambachtsschool), een multi­func­ti­o­neel gebouw in de vorm van een opengeslagen boek: de bibliotheek, een café, een ont­moe­tingsplek voor senioren en Fatima, een keramische werkplaats voor verstandelijk gehan­di­cap­ten waar ik enkele ‘juweeltjes’ heb gekocht die ik morgen met Orithia ga ophalen. Het is geen primitieve kunst, maar onbevangen en vertederende kunst, zowel in de vormgeving als in de glazuur. Het is werk van hen allemaal. “Ja, ze voelen zich een collectief”, zegt O, “zetten ze hun naam erbij en blijkt dat van Anna meer wordt verkocht dan van Emma, dan ontstaat er af­gunst en competitie. Zo zijn ze gelukkig.”
Ik was nog maar net thuis en Ati, die aan het begin van de gang woont, belde aan. “Oh geluk­kig, je bent weer thuis. Heb je het niet te koud gehad? Goed van je hoor dat je toch bent ge­gaan, maar we (Orithia nog meer) maakten ons wat zorgen met dat onweer en die harde re­gen.” Betrokkenheid moet groeien, dan raak je thuis. Henny en Wim & Willy zijn ook altijd zo aardig. Wim is mijn buurman, een eindje in de 80, was vroeger leraar op die pas ver­bouw­de ambachtsschool. Zijn gezichtsvermogen is nog maar 4% en zijn vrouw, even oud, is nogal doof. Ze wonen hier al twintig jaar en daarvoor hebben ze een jaar door de VS gezworven in een grote Peugeotbus, die ze nu nog steeds hebben want Willy kan er geen afscheid van ne­men. Nu Wim niet meer alleen kan fietsen, is Wil op onderzoek uitgegaan en kocht ze een tweepersoonstandem, twee fietsen náást elkaar en Willy stuurt. Wim was dolgelukkig, ze kwa­men dansend de lift uit. Henny is een grote man van nauwelijks te schatten leeftijd, ver­moedelijk eind 50, zorgt voor iedereen die even in nood is, deelt gul rond met van alles uit zijn moestuin. Hij komt uit Amsterdam waar hij bij het AMC werkte, maar toont zich zeer teleurgesteld in mensen. “Ik heb het liefst met dieren van doen.” Toch is hij het tegendeel van een misantroop. Komt hij mij tegen, zegt hij steevast op vaderlijke toon, “Dag jongen.”
De tijd met Enno was goed gevuld en erg plezierig. Wel nam de pijn weer toe.
De liefde bloeit.

Donderdag, 20 oktober
Opnieuw mooie, verlokkende zonneschijn. Na buurtzorg, als Teunie is geweest, ga ik bij Jacob op de koffie, dat wordt tijd. Morgen komt Grada.
Het was een aangenaam dik anderhalf uur. Wel stookt hij de kachel al flink op, bij mij nog steeds niet, - deze week tweemaal een uurtje aan geweest. Ik voel me er wel thuis. Hij heeft een paar mooie originele schilderijen van zijn grootmoeder, Jacqueline van Nie die tot de Haagse School behoorde. Ik heb een boek daarover en meegenomen; er staat helaas geen re­gis­ter in en het is evenmin alfabetisch geordend. Hij vond het leuk daar eens in te bladeren; als blijkt dat zijn grootmoeder er in staat, mag hij het houden. En wat heel jammer is, is dat hij nauwelijks is te verstaan omdat hij zijn prothese niet in doet en ook niet naar de tandarts wil om dat euvel te verhelpen. Hij heeft in Saoedi Arabië twee ernstige bedrijfsongevallen meegemaakt en een ander trauma is, is dat hij zijn vader, die aan leukemie leed, onder de trein vandaan heeft gehaald. Daarom kan hij bijvoorbeeld het Onze Vader niet bidden, hij verwart dat met ‘mijn vader’. Er is nog meer gebeurd, dat was hem aan te zien maar daarover zweeg hij. “Je komt wel gauw eens bij me eten hè!”
Telkens draai ik Lavinia Meijer, harp en Glass, een mooie, tijdloze, meditatieve eenheid.
Ori­thia vond het keramisch werk eveneens heel mooi. Aan ‘het groepje lezers’ was door alle­maal wel gewerkt, Diny had het fraaie masker met ruw vermoedelijk bij de rivier aangespoeld hout als kader gemaakt, goed in verstek gezaagd, en Priscilla, een lieve verlegen dikkerd, de roodbruine schaal. Ik feliciteerde haar en vertelde dat ik de vormgeving meteen heel uniek vond en het glazuurwerk boeiend en knap. Ze werkte nu aan piramides.
Na het eten, spaghetti, stond plotseling Henk voor de deur, terwijl ik net zijn naam had opge­schre­ven zodat ik niet zou vergeten hem binnenkort op te zoeken in de Ooiman, het verpleeg­huis. Dat had ik hem per ansichtkaart al laten weten. Hij was nu even hier om wat paperassen op te halen, maar had het goed naar z’n zin daar. “Ze doen álles voor me, ik eet weer goed en zodra er plaats is, krijg ik een eigen kamer.” Hij had in het ziekenhuis gelegen (toen wij op­merk­ten dat hij plotseling was verdwenen) vanwege een scheurtje in zijn nekwervel; op weg naar familie in Didam was hij een paar weken geleden aangereden.
Morgenvroeg komt Rieky al weer. Als het me lukt, ga ik dan het boekje van Henk Helmantel lezen over zijn reis naar Duitsland in 2008, op zijn 33-jarige Zündapp. De schilderijafbeel­dingen in zijn boekje Uit en thuis zijn knap, maar ook wat saai, om niet te zeggen ‘doods’. Het is alsof je de knoflook of de stronken witlof in een spiegel ziet, zo echt en daar heb ik bewondering voor. De Noordelijke realist in zijn element.

Vrijdag, 21 oktober
Aan de lucht te zien, wordt het mooi en droog weer. Wat dat betreft zal ik wel op pad kunnen, maar ik moet het nog aanzien. Orithia moet vanmiddag naar het ziekenhuis, dan hoort ze wel wat het meest wijze is te doen met haar heup. Ze heeft er erg veel last van.
Henk Helmantel (1945) woont al 25 jaar in de Weem (pastorie) naast de 13de eeuwse Ro­maans­-gothische Andreaskerk in het Groningse Westeremden (434 inwoners; vroeger Eme­tha) in de gemeente Loppersum, vlakbij Delfzijl en is getrouwd met Babs. Hij heeft er zijn eigen museum, waar ook wisselende exposities worden gehouden. Helmantel, die in 2008 Kunstenaar van het jaar was, bezocht in Duitsland verscheidene Romaanse kerken en maakte vooral tekeningen van interieurdelen die hem boeiden. Het is buitengewoon knap werk, maar het heeft niets verrassends. Het is de historische registratie met penseel, kleur en licht, maar het werk wortelt niet in de eigen verbeelding, het fundamentele onderscheid van het werk van Evert Thielen.
De teller staat op 102. Ik reed voor een cappuccino naar een mooi terras in Zelhem , ‘De Groes’. Op de terugweg nam ik voor ons een saucijzenbroodje mee en de Trouw.

[© MN, ‘Les jours de l’âme’. Heb door wat je te leren hebt. Mijn scootmobiel, Winner.]

5 opmerkingen:

Orithyia zei

Marius, nog steeds wanneer ik weblog in de nieuwe layout wil openen, is mijn ene pc zeer traag, de andere pc W. XP loopt geheid elke keer muurvast; alleen die pc opnieuw opstarten helpt om weer los te komen, maar ga ik naar je log dan loopt het daar toch weer vast, het is al de hele week zo.

Je hebt een zeer openhartig log geplaatst. Hier past geen oppervlakkige reactie. Maar ik je graag aanraden: ga met 'C' praten, wat er werkelijk toe doet doet er toe, handel daar dan ook naar, maak geen martelaar van jezelf !!! Maar herinner je de 'Dorre Aarde' waarin ze je zonder mededogen liet vallen. Zelfs MIJN hart zal daar nooit van genezen, want ik was het tenslotte die je 'overeind' hield in die tijd en in alle tijden daarna.

Er zijn logeerkamers in het Trommelslag, nodig haar een paar dagen uit en praat.
Wanneer je mij werkelijk liefhebt en respecteert dan is er géén ándere weg dan de waarheid, de enige waarheid die in JOUW hart leeft. Ja, je hebt je lessen te leren en daar uiteindelijk onontkoombaar naar te handelen en frank en openlijk naar iedereen toe besluiten te nemen.

Nogmaals:
Doe me een plezier en zoek C op, wanneer je niet kunt sterven zonder haar, al hoop ik dat je nog lang zult mogen leven. Vorige week zei je nog tegen me dat je altijd van haar zult houden. Dus ik ken inderdaad mijn plaats, dat is geen verwarring, maar een heldere constatering. Je bent nog steeds vanuit ‘jouw binnenste’ verweven met haar en ja dat is dan maar zo.

Ik ben dichtbij je zolang ik kan en mijn hart het volhoudt’, en dat is heel lang daar kun je van op aan, want ik heb je met 'méér dan mijn leven' lief, dat mag je duidelijk zijn ondertussen. Als het aan mij ligt blijf ik altijd bij je en woon je veilig in mijn hele wezen, tot de dood ons op zeer hoge leeftijd scheidt.
Ik draag je ring, jouw eigen ring, die je mij gaf in je grootste trouw en in de zachtste liefde. Precies zó zal ik jou terzijde zijn in je leven. Hier ben ik, ik kan niet anders.

Verder ga ik hier niet, niet op dit weblog, ik zie je vanavond. Hou van je.

Marieke zei

Ja, het is fijn dat je hier in het Trommelslag gaandeweg al ‘thuisraakt’. Veel mensen kennen je wel en ze mogen je stuk voor stuk graag, dat komt ook omdat je regelmatig beneden te zien bent en even buiten zit een sigaretje te roken. Je sluit je niet op je kamer op.
Jacob is dol op je en hij zegt steeds tegen mij:
”Wat denk je zou ik dan en dan even naar Marius kunnen gaan? Ik weet het niet zo goed, want ‘de Doctor’ moet ook rusten”
Wanneer ik hem dan uitleg wanneer ongeveer je meestal rust, dan heeft hij het alweer over iets anders. Jacob is een goeie vent en beslist intelligent al is ie wat hakopdetakkerig.
Ati kijkt altijd door je raam of je je haar wel gekamd hebt, zoniet dat zegt ze het tegen mij met een bezorgd gezicht, want dan denkt ze dat je je niet goed voelt. Ik stel haar dan weer gerust. “Oh gelukkig” zegt ze dan.
Henny is vaderlijk en moederlijk tegelijk, maar op een hele prettige manier, ammer dat hij hier ooit eens weg wil, omdat hij de zee mist.
Ik ben het met je eens, het thuisgevoel groeit hier gestaag en dat is fijn. We wonen hier goed.

Prachtig keramiek heb je gekocht bij “Fatima”, ik werd er blij van, maar ook van de mensen daar. Geloof dat ik er regelmatig even binnenloop, want ik kom toch wel eens in de bibliotheek die daar ook zit.

Ja Marius, we hebben het goed hier!

~

Gerhard zei

Dag beste Marius, blij te zien dat je weer verder bent gekomen. Ik blog inderdaad niet veel meer, maar lees hier en daar nog wel. Het doet me verdriet dat het leven je zo zwaar valt, gelukkig word je omringd door mensen die je liefhebben. Hou je taai. Gerhard.

Anoniem zei

Je klinkt toch, met alle pijn die er ook is, als een winner:-))

Wat fijn dat je naar buiten kunt!

X

Cath*

Lut zei

(Nog even gecheckt of je broer's vroegere 'ennonuy.com' nog bestond. Gelukkig wel ! Vond ik prachtig opgevat.Spijtig dat mensen blijkbaar niet de tijd kunnen nemen om ervan te kunnen genieten)
En idd fijn dat je naar buiten kunt!
X
Lut