Zaterdag, 26 november
Toen ik gisteren opstond – en ik keek een heldere ochtend in, “maar er staat een koude, gure wind”, zei de schilder op mijn balkon, waarop ik eerst voor hem koffie zette – was het vreselijk, maar vandaag is het ook driemaal niks. Leny heeft me gedoucht, een inspanning waarvan ik pas zojuist weer wakker werd. Het is 11u50, de zon schijnt. Er is ongemerkt meer bladverlies.
Ik ging veel te laat naar bed. Orithia’s reactie op mijn weblog is – hoewel in wezen niet zo welkom - een schot in de roos. Die toont heel precies een karakterverschil en een fundamenteel verschil in schrijven. Ik tracht in mijn leven enkele diepe waarden te vervullen, zoals respect, zachtmoedigheid, oprechtheid en waardigheid. Ik schrijf ‘dicht bij mijn leven’, maar selecteer elke keer wat/waarover ik kan schrijven, wat gezien de ander geoorloofd is. Over zeer vele levensgebeurtenissen waarvan ik weet, in wier leven dan ook, zal ik zwijgen. Ik zou iemands integriteit kwetsen en ongetwijfeld fouten maken, vergissingen begaan. Het is zinloos kwaad.
Behalve je alomvattende onzekerheid, je toewijding, je
tederheid, heb je een rebelse, radicale kant en eenmaal aan die zijde van je
bestaan zul je niet schuwen te schrijven wat er in je opkomt of wat je ook met
stelligheid meent te weten, zoals van de zomer en nu weer, zonder het van
belang te vinden of het mij beschadigen zal en, belangrijker, of het wel echt
waar is. Jouw gevoel en intuïtie zijn superieur. Zelfs in de tuin van mijn
weblog schend je mijn privacy, mijn waarachtigheid, je vernedert mij en de op
mij betrokken mensen. (Aangezien ik telkens van de pijn zit te pauzeren, moet
ik aan een historische zin denken van een staatsman in de beklaagdenbank. Hoor
je hem ook? Bill Clinton: ”I did not have sex with that woman!”.) Lieveke, ik
heb geen enkele vrouw op sleeptouw, om over die anderen maar te zwijgen. Het is
volkomen onzinnig. Met welk recht zouden we voor elkaar mogen uitmaken wie de
valse, gevaarlijke en wie de echte, niets van te duchten vrienden zijn? Het is
een nare, pijnlijke en overbodige onzekerheid waarmee je mij geselt. Lieveke,
ik kan al zo weinig meer, neem me niet ook het vertrouwen af. Aan C zal ik niet
sterven, maar deze donder en bliksem luiden de noodklok.
Zelfs een dag schrijven duurt lang. Gelukkig heb ik van de
nacht geen weet.
Zondag, 27 november
Opnieuw een heldere, zonnige dag. Bij vlagen een echte
herfstdag, dan stuifregent het, staat er een harde wind en vliegt het blad als
vogels van de takken. It’s ten in the morning. There’s sun all over my table
when I write this, sitting in my wheelchair Cabrio II, and I’m in love with all
the walls of my room. Of course,
I slept alone, from now on my reality. The pain is making me anxious again to
leave Marsman’s appartment.Orithia is gone. She has been abduct by Boreas, the old Greek wind. She left a few words: “Jij bent de liefste. Ik hoor het wel wanneer het spook uit je opera, je leven, is verdwenen.”
Achter die naam staat nog een andere, Marieke, een beminnenswaardige vrouw die oneindig veel voor me heeft gedaan en van onvergetelijke betekenis is, woorden schieten tekort om haar voor alles te prijzen, maar zó en dat tot driemaal toe, dat is me levensonmogelijk. De kleur van de liefde is helemaal verschoten.
Gulle liefde, grondige verwoesting. Vreselijk, een regelrechte kwelling. Maar ik ben geen mens van even een knopje omdraaien, et voilá, ce temps est révolu.
Jaren geleden schreef Adriaan van Dis, “Verander je kompas
enkele graden en je komt in een heel andere haven aan.” Dat lijkt me het meest
wijs. Een paar zaken reorganiseren, zorgen dat ik met kerst hier weg ben en die
pijn het bewind laten voeren, misschien dat ik er dan het minst last van heb.
Maandag, 28 november
Het is alsof je met röntgenstralen binnen het geraamte van
de boom, in de buikholte, onze levensbron ziet, een prachtige rode bol. Maar
het geraamte is wat overschiet als de herfst zijn werk heeft gedaan. En dan
gaat het snel. Er is geen rood meer te bekennen en hij zit al op borsthoogte.Gertrude is laat. Voortaan ook op zondag hulp. Boodschappen en was doen kan ik deels zelf, mijn bed verschonen zal ik Rieky vragen.
Het lijkt wel of ik word afgebroken.
Met kerst weet ik me nog nergens onder te brengen, alles zit vol, helaas ook de abdij. (Dat zou het mooie zijn van hotel Merlinde in Breda, daar is ook een rooksalon. Maar alleen de taxi al kost € 320,- Dacht, kan ik in de rooksalon een mooi verhaal proberen te schrijven over die serie van drie wonderschone boeken van Rudy Kousbroek.)
Dinsdag, 29 november
(Gelukkig ben ik weer wakker geworden. De hele avond zat ik
hier met een door de pijn verscheurd hoofd en durfde niet naar bed. Bovendien voelt
de keel dan dichtgesnoerd door littekenweefsel, het voelt als dichtbegroeid
struikgewas waar de duivel af en toe alvast maar de brand in zet.)Een poos geleden is gebeld door de beheerder van het kerkhof Maliskamp, of ze het graf van mijn moeder konden ruimen want het ligt er bijna veertig jaar en “het wordt ook niet te best onderhouden”. Ik blijk de enige die dat niet zou willen, maar kan er evenmin naar toe. Ik moet het maar niet meer tegenhouden. (Het graf ligt op de derde rij, uiterst links onder een grote spar.) Had ik een eigen tuin, zou ik haar stoffelijke resten in een klein kistje willen herbegraven. Elk jaar tegen 3 december, zolang nog niet ontdaan van de last van mijn eigen lijf, ben ik ermee bezig, sprokkel ik nog wat woorden uit mijn ziel.
Ik zal er aan werken, de titel heb ik al, Het sprakeloze graf van Mimi.
Zal me warmer aankleden zodat ik straks met de Winner weg kan. Ga ook even langs Jacob.
[© MN, ‘Les jours de l’âme.’
Painting: ‘Morning Luster’ by Mike Klung. * citaat uit Connie Palmen.]