Pagina's

dinsdag, november 29, 2011

Als je valt, blijf dan niet liggen. *

Dagboek

Zaterdag, 26 november
Toen ik gisteren opstond – en ik keek een heldere ochtend in, “maar er staat een koude, gure wind”, zei de schilder op mijn balkon, waarop ik eerst voor hem koffie zette – was het vreselijk, maar vandaag is het ook driemaal niks. Leny heeft me gedoucht, een inspanning waarvan ik pas zojuist weer wakker werd. Het is 11u50, de zon schijnt. Er is ongemerkt meer bladverlies.
Ik ging veel te laat naar bed. Orithia’s reactie op mijn weblog is – hoewel in wezen niet zo welkom - een schot in de roos. Die toont heel precies een karakterverschil en een fundamenteel verschil in schrijven. Ik tracht in mijn leven enkele diepe waarden te vervullen, zoals respect, zachtmoedigheid, oprechtheid en waardigheid. Ik schrijf ‘dicht bij mijn leven’, maar selecteer elke keer wat/waarover ik kan schrijven, wat gezien de ander geoorloofd is. Over zeer vele levensgebeurtenissen waarvan ik weet, in wier leven dan ook, zal ik zwijgen. Ik zou iemands integriteit kwetsen en ongetwijfeld fouten maken, vergissingen begaan. Het is zinloos kwaad.

Behalve je alomvattende onzekerheid, je toewijding, je tederheid, heb je een rebelse, radicale kant en eenmaal aan die zijde van je bestaan zul je niet schuwen te schrijven wat er in je opkomt of wat je ook met stelligheid meent te weten, zoals van de zomer en nu weer, zonder het van belang te vinden of het mij beschadigen zal en, belangrijker, of het wel echt waar is. Jouw gevoel en intuïtie zijn superieur. Zelfs in de tuin van mijn weblog schend je mijn privacy, mijn waarachtigheid, je vernedert mij en de op mij betrokken mensen. (Aangezien ik telkens van de pijn zit te pauzeren, moet ik aan een historische zin denken van een staatsman in de beklaagdenbank. Hoor je hem ook? Bill Clinton: ”I did not have sex with that woman!”.) Lieveke, ik heb geen enkele vrouw op sleeptouw, om over die anderen maar te zwijgen. Het is volkomen onzinnig. Met welk recht zouden we voor elkaar mogen uitmaken wie de valse, gevaarlijke en wie de echte, niets van te duchten vrienden zijn? Het is een nare, pijnlijke en overbodige onzekerheid waarmee je mij geselt. Lieveke, ik kan al zo weinig meer, neem me niet ook het vertrouwen af. Aan C zal ik niet sterven, maar deze donder en bliksem luiden de noodklok.
Zelfs een dag schrijven duurt lang. Gelukkig heb ik van de nacht geen weet.

Zondag, 27 november
Opnieuw een heldere, zonnige dag. Bij vlagen een echte herfstdag, dan stuifregent het, staat er een harde wind en vliegt het blad als vogels van de takken. It’s ten in the morning. There’s sun all over my table when I write this, sitting in my wheelchair Cabrio II, and I’m in love with all the walls of my room. Of course, I slept alone, from now on my reality. The pain is making me anxious again to leave Marsman’s appartment.
Orithia is gone. She has been abduct by Boreas, the old Greek wind. She left a few words: “Jij bent de liefste. Ik hoor het wel wanneer het spook uit je opera, je leven, is verdwenen.”
Achter die naam staat nog een andere, Marieke, een beminnenswaardige vrouw die oneindig veel voor me heeft gedaan en van onvergetelijke betekenis is, woorden schieten tekort om haar voor alles te prijzen, maar zó en dat tot driemaal toe, dat is me levensonmogelijk. De kleur van de liefde is helemaal verschoten.
Gulle liefde, grondige verwoesting. Vreselijk, een regelrechte kwelling. Maar ik ben geen mens van even een knopje omdraaien, et voilá, ce temps est révolu.

Jaren geleden schreef Adriaan van Dis, “Verander je kompas enkele graden en je komt in een heel andere haven aan.” Dat lijkt me het meest wijs. Een paar zaken reorganiseren, zorgen dat ik met kerst hier weg ben en die pijn het bewind laten voeren, misschien dat ik er dan het minst last van heb.

Maandag, 28 november
Het is alsof je met röntgenstralen binnen het geraamte van de boom, in de buikholte, onze levensbron ziet, een prachtige rode bol. Maar het geraamte is wat overschiet als de herfst zijn werk heeft gedaan. En dan gaat het snel. Er is geen rood meer te bekennen en hij zit al op borsthoogte.
Gertrude is laat. Voortaan ook op zondag hulp. Boodschappen en was doen kan ik deels zelf, mijn bed verschonen zal ik Rieky vragen.
Het lijkt wel of ik word afgebroken.
Met kerst weet ik me nog nergens onder te brengen, alles zit vol, helaas ook de abdij. (Dat zou het mooie zijn van hotel Merlinde in Breda, daar is ook een rooksalon. Maar alleen de taxi al kost € 320,- Dacht, kan ik in de rooksalon een mooi verhaal proberen te schrijven over die serie van drie wonderschone boeken van Rudy Kousbroek.)

Dinsdag, 29 november
(Gelukkig ben ik weer wakker geworden. De hele avond zat ik hier met een door de pijn verscheurd hoofd en durfde niet naar bed. Bovendien voelt de keel dan dichtgesnoerd door littekenweefsel, het voelt als dichtbegroeid struikgewas waar de duivel af en toe alvast maar de brand in zet.)
Een poos geleden is gebeld door de beheerder van het kerkhof Maliskamp, of ze het graf van mijn moeder konden ruimen want het ligt er bijna veertig jaar en “het wordt ook niet te best onderhouden”. Ik blijk de enige die dat niet zou willen, maar kan er evenmin naar toe. Ik moet het maar niet meer tegenhouden. (Het graf ligt op de derde rij, uiterst links onder een grote spar.) Had ik een eigen tuin, zou ik haar stoffelijke resten in een klein kistje willen herbegraven. Elk jaar tegen 3 december, zolang nog niet ontdaan van de last van mijn eigen lijf, ben ik ermee bezig, sprokkel ik nog wat woorden uit mijn ziel.
Ik zal er aan werken, de titel heb ik al, Het sprakeloze graf van Mimi.
Zal me warmer aankleden zodat ik straks met de Winner weg kan. Ga ook even langs Jacob.

[© MN, ‘Les jours de l’âme.’ Painting: ‘Morning Luster’ by Mike Klung. * citaat uit Connie Palmen.]

vrijdag, november 25, 2011

Voor het hart is het leven simpel ....*

Dagboek

Zondag, 20 november
Plotseling wakker; ik kijk in de stilte van de mist, denk dat ik er al een nacht heb opzitten, maar ik sliep om acht uur en nu is het amper half elf.
Ik realiseer me al een jaar in Doetinchem te wonen, de stad die ik pas sinds 1 maand een beetje ken, dat ik weet gisteren op een terras aan het Simonsplein – een plein met Platanen -  erwtensoep te hebben gegeten, tegenover het mooiere Grand Café Bank maar dat was vol op een onbereikbaar plaatsje na. In de fraaie Romaanse kerk worden geregeld educatieve exposities georganiseerd, ditmaal over autisme.
Alle tijd sinds november 2007 – de 13de kreeg ik een heseninfarct – was erger dan pijntijd. De liefde van Orithia h(g)eeft soms veel te verduren maar is een onmisbare wonderlijke zegen. Ze sleept karren vol tederheid naar binnen en ik zou haar met hartstocht willen minnen wat door de pijn wordt belet en tot zwaar verdriet leidt. Voorgoed gekruisigd op het hout van onvermogen.
We kunnen elkaar soms moeilijk bereiken, omdat ik mijn ogen sluit en zwijg vanwege de strak aangetrokken knellende banden in mijn nek tot onder mijn kin, in mijn schouder tot ver in mijn rechterarm. Het fijnste is haar stille liefde in mijn armen. En er is een kleine ontroerende vriendschap met Jacob, die groot is in eenvoud. Als Buurtzorg er niet was, kon ik het hier wel schudden. Offers van goud, als je wat dieper kijkt.
Ik keer weer terug in louter mist.

Maandag, 21 november
Ik zit naakt en droevig op de rand van mijn bed in een kleine wereld. Al direct weet ik niet hoe ik mijn hoofd moet houden. Ik voel me ontaard, besta uit enkel pijn en verlatenheid. De zon doet verwoede pogingen door te breken, maar de muur is te dik. Iemand die ooit met mij een wij vormde, mag niet meer bestaan. Ik schend die code een doodenkele keer, voornamelijk half oktober als ze laat weten dat Lola is geboren, zonder verdere verlangens, zonder illusies, maar warme betrokkenheid. Ik ben volgens Orithia een kind dat daar niets van snapt, dat een ‘genezing zoekt bij haar. Je zult nooit aan haar helen, je zult aan haar sterven.’ Orithia verdraagt haar niet.
Ik, die zogenaamd liefste mens naar wie altijd is uitgekeken, blijk een aartsleugenaar want ‘je dochter is van een andere man. Die spaarpotten voor je kleindochter zou ik het liefst kapotsmijten.’ Mijn geschiedenis wordt verscheurd.
Helpt ze me of helpt ze me om zeep? ‘Een leven zonder jou is niet om vol te houden.’
‘Er is niemand zoals jij voor mij’, hoe vaak heb ik haar dat niet gezegd? Ze gelooft het niet half. ‘Zij
is de eerste aan wie je denkt. Ga naar haar, daar is je thuis.’ Dan ik weer, dan zij. ‘Precies, zij is van je gescheiden, jij niet. Dat je haar steunt, daar heeft ze wel een lief woord voor over.’
Had ik mijn mond maar vol van haat of erger. ‘Jij, Orithia, je bent toch uniek!, ik houd van je.’
Ik ben onteigend.
Of toegeëigend?

Ik ben geen weeskind, maar een ongewenst tweede verrassing in die februarinacht van 1949, dat is denkbaar. Waarom toch moest ik als elfjarig jochie alleen op de bus naar het ziekenhuis? Waarom herinner ik me alleen dát en staat de rest in het vergeetboek? ‘Over twee nachtjes kom je weer naar huis’, troostte m’n moeder.

De maximale uitleentermijn voor het anti-decubitiskussen is bij de thuiszorgwinkel verstreken. Briefje van de huisarts naar de zorgverzekeraar. Van daar werd mij gebeld met de boodschap dat ik bij de gemeente moet zijn, bij de WMO. ‘Die verwijzen meneer naar de zorgverzekeraar’, voorspelt de thuiszorgwinkel-mevrouw Orithia. Maar O. zou O. niet zijn als ze niet toch een derde verlenging voor elkaar kreeg. Fantastisch. Vanuit de WMO zou worden teruggebeld. Gebeurt niet, probeer het uren later opnieuw. ‘Nee meneer, alleen ’s morgens tussen 9 en half elf.’
Orithia heeft heerlijk voor ons gekookt.
Nadien leest ze Trouw. Ze omcirkelt een zin om te onthouden: ‘Voor het hart is het leven zo simpel, als het niet meer kan, stopt het.’
Ik ga terug naar de tovertrommel, de mist. De bomen lijken op met het zachtste potlood getekend takkenhout.

Dinsdag, 22 november
De ochtend begon helemaal niet goed; een hygiëneprobleem zorgde voor veel ergernis en stress en dus zat ik onmiddellijk weer in de loge van de pijn.
Natasja van de WMO zorgt voor een nieuw kussen.
Robbert van Buurtzorg toonde met veel terechte trots zijn artikel over de Aalscholvers in de Mariapeel in het Natuurhistorisch Maandblad. Goed geschreven, mooie observaties.
Orithia doet wat veranderklusjes in huis. Prachtig. ‘Ik zie u zo graag’, denk ik almaar.
Waarom gaat het zo beroerd met me? A man with four screws in his upper vertebrae. A man who has got a stroke.
En in de avond, laat in de avond zie ik opeens zware zwarte wolken recht op me afkomen, als om een zwarte kap om me heen te gooien. Oorverdovende donder en bliksem, ik druk me angstig in het kussen, zoals toen ik elf was en niet begreep wat me boven het hoofd hing. Het gaat razendsnel. Als alle onstuimigheid al weer kms verderop is gedreven, blijk ik bewegingloos en van kleur verschoten in bed te liggen. Roerloos, ademloos, levenloos. Mijn zieltje beseft dat ik het ben, maar ik weet niet waar ik uithang.

Woensdag, 23 november
Maar het is allemaal anders. Gelukkig zit ik hier en is niet een hele familie in rep en roer. Het geeft misschien een idee van de pijn waarvan ik me wil verlossen. Jammer dat Orithia er vandaag niet is. Misschien ook maar goed, ziet ze mij een dag niet in die lamlendige houding. Zal het dan nooit meer veranderen? Zouden we op kerstavond niet samen naar de abdij kunnen?
Vanmorgen was de ene boom nog goed te onderscheiden van de andere, maar intussen gaat de mist zich samenklonteren, wordt dichter. De bomen lijken tegen een grijze wand geplakt.
Ik vroeg Jacob op de koffie; hij reageerde alsof een eervoller verzoek ondenkbaar was.
Het is 03u20 in de nacht. Het is allemaal anders. Nog verschrikkelijker dan ik dacht, zie http://jemarieke.blogspot.com . Ik kan niet schrijven, ik heb het koud, beef over m’n hele lijf, ben bang.
Hoe moet ik nou toch leven?
Is er nog hoop? Het is donderdagavond, 20u12. Een dode dag. Maar Orithia meent stellig te weten dat het anders is: ‘Terwijl jouw band met 'dat gruwelijke mens' alleen maar mooier en zogenaamd warmer wordt. Ga naar haar toe.’ Dwalingen van de geest.
Al maakt de pijn me diep ongerust hier in m’n eentje en vloeien de tranen over mijn akkers, ik voel me innerlijk gewapend om haar vertrouwen terug te winnen. Het is bijna half twaalf, ik moet dringend gaan liggen, maar voel me niet veilig.

[©MN, ‘Les jours de l’âme. Photo: ‘A new hope’ (?) by Warwan Fardiansah. *Karl Ove Knausgard in zijn Autobiografie 'mijn strijd': "Voor het hart is het leven simpel; het slaat zolang het kan. Dan stopt het."]

zondag, november 20, 2011

Het leven gaat trager

Dagboek
Maandag, 7 november
Het lijkt wel of ik een meteorologisch oog heb, ik zie een
lange grijze dag voor me, droog maar koud. Er is nauwelijks wind, het blad
verdort aan de takken. Tel meer spreeuwen dan anders. Vermoedelijk ga ik er nog
wel op uit, misschien even naar ’t Brewinc. Later op de dag kan Orithia de twee
schilderijen van Mankes (de uil en de oude geit) en Titus, het zoontje van
Rembrandt, ophalen. Titus is geschilderd door Harmen Tichelaar, een
gepassioneerd en begaafd kopiist; op ’t laatst lukte het niet zo goed meer
doordat hij de ziekte van Parkinson kreeg maar de penselen niet naast zich neer
kon leggen waardoor, bijvoorbeeld bij Titus, het rechteroog van het jochie niet
goed in de verf kwam.
Het is 15u30 – ik heb de Winner maar laten staan - , met de
pijn erbij wordt de kou, nu het toch is gaan waaien, me te bar. Wat duurt zo’n
dag lang.

Dinsdag, 8 november
De pijn heeft zich weer op z’n hevigst laten kennen.

Donderdag, 10 november
De Winner heb ik nu een maand en de teller staat op 266. Het
wordt per dag kouder en de animo vermindert. Vanmiddag tweeënhalf uur geslapen.
Gelezen heb ik ook nog: ‘De tijd zelf’ van Harry Mulisch, een onvoltooide roman,
of beter, de wording van een roman. (Op de werktafel van Mulisch lagen op de
dag van zijn overlijden aantekeningen, prints, knipsels en boeken. Deze
paperassen waren bestemd voor een roman met als titel ‘De tijd zelf’.
Drie verhaallijnen komen erin op gang, de een wat meer, de ander wat minder.
Aan de aantekeningen is het tastend zoeken van de schrijver af te lezen. Welke
thema's, dromen, gedachten en autobiografische gebeurtenissen zouden een
bestemming krijgen in het dwingende verband van de roman? Marita Mathijsen en
Arnold Heumakers brachten de losse delen bij elkaar en vulden ze aan met
dagboekfragmenten. De tijd zelf had de laatste roman van Mulisch kunnen worden
- maar hoe?
Volgende week begin ik aan ‘Een onbarmhartig jaar’ van Conny Palmen.
Mijn energie is zo dun als een vloeitje.

Vrijdag, 11 november
Degene die van de week zei het boek van Palmen al in
voorraad te hebben, zoals de Noord-Nederlandse Boekhandel, die liegt. Pas
vandaag is bij het Centraal Boekhuis de blokkade opgeheven. Dat is logisch want
het getal 11 had bij het echtpaar een wel heel bijzondere betekenis: op 11
november 2007 vraagt Hans Conny ten huwelijk, zij trouwen 11 november 2009
waneer ze elkaar 11 jaar en 11 dagen kennen. Hans overlijdt op 11 maart 2010 en
vandaag verschijnt haar boek over hun passievolle bestaan. Wat opvalt, is de
snelheid, bij Ischa was de afstand in tijd groter.
Vanmiddag onverwacht bezoek van Wim, al 11 jaar pastor bij
Slangenburg. Heel aangenaam elkaar weer te ontmoeten. “Ik kwam er zo graag.”
“Ja, maar jij was ook een graag geziene gast.” Uitgeput naar bed.

Maandag, 14 november
Gisteren leefden we de gehele dag in een ondoordringbare
krans van mist. Geen sterveling te horen. De dag gleed weg zoals hij was
gekomen. Plots was het duister, de tijdwijzer: het was half zes. Vanmorgen was
het helder, buiten tenminste. De pijnwijzer liet me aanhoudend naar bed gaan,
evenals vandaag. Tussendoor lees ik een stukje verder in de ‘De tijd zelf’ van
Harry M. en Conny Palmen. Ik geloof dat zo’n beetje de hele pers haar heeft
neergesabeld. Vreselijk naar voor haar, juist nu. Het zat haar zelf ook niet
lekker, dit boek, dat geeft ze enkele keren onomwonden toe, maar het ging niet
anders. Om dat nog eens keer in alle weekendkranten ongezouten te moeten lezen,
nee. Ik heb heel wat boekrecensies geschreven en weet dat als je eenmaal de
slechte toon te pakken hebt, dan volgt er ook geen betere meer; het lijkt dan
de kunst te laten zien dat je, als recensent, dat vileine ook wel beheerst.
De weblog komt zo spoedig mogelijk in de oude stand; er
komen veel klachten over de toegankelijkheid van het huidige dynamische
template. (Maar zelfs deze oude geeft weer problemen waar ik helemaal kriegelig
van word. Mettertijd zal ik het wel leren?)

Intussen is het vrijdag, is het volle maan geweest en bleef
de Winner hoofdzakelijk in de garage. Weer een record aantal uren geslapen
zodat de pijn over de tijd heen werd gesleept. Donderdagmiddag lag ik zo
ontspannen mogelijk en geheel meegaand te luisteren naar de Hypnose-cd
Pijnbestrijding, maar het einde was ontgoochelend. “U voelt dat de pijn is
weggegaan, met de noorderzon is vertrokken … en dat blijft zo, dat blijft zo.”
Ik baan me een weg naar vernieuwde hoop.

[© MN, ‘Les jours de l’âme’.
Foto: ‘Ga heen en vermenigvuldig u.’ Ik heb zaterdagmiddag wel een mooie leren
agenda 2012 gekocht. Uit gewoonte, of uit de werkelijke verwachting nog
toekomst te hebben? Het is een naar, eenzaam en pijnlijk weekend.
Het bericht hieronder ligt in
de kreukels. Wat ik ook doe, Blogger functioneert niet meer. Ik zie wel hoe het
dit bericht vergaat.]

maandag, november 07, 2011


Dagboek
Zondag, 30 oktober (Het ligt aan de nieuwe interface. Nu komt het goed.)

Wintertijd, herfsttooi, mooi weer. Een behaaglijke rustdag.Veel gepraat samen en langdurig online gebladerd in The Art of Living, met niets dat betaalbaar is, typisch voor de Happy few maar niettemin kostelijke verstrooiing biedt, zoals werk van Albert Niemijer en Paul van Ernich.

Maandag, 31 oktober
Naar Gaanderen, SecondLife, maar eerst naar Terborg maar die vroegere antiekloods blijkt niet meer te bestaan, evenals meer dan 40 andere collegae in die omgeving. De man in Gaanderen was me erg behulpzaam, zette meteen aan de kant wat in de weg zou kunnen staan. Het HeiligKind van Praag vond ik altijd al mooi, het is een middeleeuws mirakelbeeld dateen wereldwijde devotie geniet. Het beroemdebeeld staat boven het hoogaltaar van de kerk Onze Lieve Vrouw van de Victoriein Praag. Deze van oorsprong lutherse kerk wordt beheerd door de OngeschoeideKarmelieten in het nabijgelegen klooster. Het Heilig Kind van Praag trektjaarlijks duizenden pelgrims uit de hele wereld naar de Tsjechische hoofdstad.Volgens een legende zou het Kind Jezus aan een monnik in Spanje zijnverschenen, die na deze ervaring een houten beeld van 47 cm hoog van de hemelsegestalte vervaardigde. Vervolgens zou het beeld in bezit zijn gekomen van SintTeresia van Avila, de stichteres van de Orde der Ongeschoeide Karmelietessen.
Tevens een spaar-Engel gevonden eneen fraai slank Mariabeeld van ik schat ruim 50 cm; met haar blote voet beletze een slang de appel te grijpen, als ware zij de nieuwe Eva. Zou zij werkelijkin de schepping hebben willen ingrijpen, deze Vrouwe van alle Volkeren? In het aardse leven van Maria ligt als in een bloemknophaar uiteindelijke hemelse majesteit vervat. Zij is een hemelse roos die zichlangzaam opent, die haar wortels heeft in Gods eeuwige scheppingsplan, dieontkiemd is in de aarde, die zich in het licht open plooit en uiteindelijk destralende volheid van haar vrouwelijk wezen toont.
Voordat ik er wegreed om naar de herberg Onland te gaan, Orithia gebeld. Nog geen twintig minuten later was ze al bij het terras. Alle emoties ontwaken.

Dinsdag, 1 november
Grada ‘gooit het vanmiddag in de groep’, of ze gezamenlijk een haalbare oplossing weten voor een noodzakelijke‘time out’. Zou ‘den Ooiman’, mijn mogelijke voorland, iets zijn? Als het in debuurt is, komt Buurtzorg in elk geval, bijvoorbeeld De Wrange of een huisje inhet Landalpark. Morgen hoor ik meer. Na de lunch ga ik heel even naar Orithiaom haar nieuwe schilderij van Israëls te bewonderen. Daarna ga ik weg, geen idee welke kant op.

Ja, het schilderij. – het is welhelemaal des Israëls, en voor Orithia hoeft het geen fijnkunst te zijn. Ik vindhet te weinig soepel, te kanterig, de achtergrond te donker en te vlekkerig. Op een gegeven moment verdwijnt dat origineel uit je gedachten, je geheugen, maar ik zag het nu ter vergelijk en de kopie is niet anders. Ik zou hebben geaarzeld,en uiteindelijk hebben gekozen voor Paul van Ernich voor wie de esthetiek een voorname rol speelt. Onvergelijkbare kunstenaars. Zijn zoon Jozef schilderde albeduidend anders.
Ik zou Henk nog steeds bezoeken,dus besloot ik naar ‘den Ooiman’ te gaan, het verpleeghuis hier een km of 4 vandaan. Quasi modern, maar volkomen achterhaalde accommodatie. Je kunt helemaal niets meer van jezelf meenemen, op kleding na dan. Een ruimte van 40vierkante meter voor twee personen: elk een bed met nachtkastje, kledingkast, grote televisie en een wastafel. Geen toilet of douche, geen schrijftafel.Tegen de wand het befaamde prikbord. Hij was erg moe en had het niet naar z’n zin. Na een kwartiertje ben er ik gillend vandoor gegaan, het mogelijke voorland vervloekend. Het zou mijn einde zijn. Maar wie lastig of opstandig is, krijgt ongemerkt een pilletje Haldol door het drinken, het is anders onbeheersbaar voor die doorgaans jonge meiden die er als personeel rondloopt. Neen, daar zal ik nooit komen, ’t was alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Een groter gevoel van ontheemding en eenzaamheid is me niet denkbaar. Is een eigen keuze mogelijk en bepalend of heb je in het onvermijdelijke niets in de melk te brokkelen? Of alleen wanneer je genoeg zout in de pap hebt verdiend?

Donderdag, 3 november
Gisteren fors verslapen, tot 9u20 en vanmorgen, mede doordat ik vroeg naar bed was vanwege de bekende malaise– om half tien -, zat ik al om 7u hier, veel te vroeg. De kleurwisselingen in het landschap vind ik boeiend, maar teleurstellend is dat zeer weinig winkels toegankelijk blijken, zoals gisteren in Zelhem en Hengelo. Vanmiddag ben ik maar eens hier gebleven en sliep een paar uur. Telkens nog beelden van ‘denOoiman’, het is schokkend te zien dat anno 2011 het leven daar in wezen niet wordt gerespecteerd (als het er opaankomt, ben je niet van waarde) – ik mag of moet blij zijn met wat ik heb en nog kan, maar ik word nog elke dag zó gekweld dat zelfs het lezen me niet langer dan tien minuten is gegund.

De bieten werden gerooid, het maïs gehakseld. Op sommige plaatsen zijn de kale akkers zelfs al weer geploegd.Veel kraaien en zelfs fazanten nemen het er goed van. Ik rijd van de week nog een keer naar Hummelo voor een vollediger overzicht. Echte vorst kunnen de boeren zich niet veroorloven en de loonwerkbedrijven evenmin. Scholieren blijven gerust met vier naast elkaar fietsen en roepen in de meest genante taal het tegemoetkomende ‘oudje’ toe, gierend van de lach want de een weet het nog smeuïger dan de ander. Het meest bonte hoorde ik trouwens van iemand anders hier die in de rij voor de kassa ‘opving’ dat jongelui achter hem zogenaamd in het algemeen van mening waren dat mensen boven de 50 het beste maar doodgeschoten konden worden. Waar komt dit onbehagen toch vandaan? Het mankeertze aan niets, maar de innerlijke beschaving is zoiets als aangespoeld wrakhout.Is het de ongecontroleerde losbandigheid van de straat waarin men elkaarvoortdurend wil overtroeven? Heeft het dan niets met de individuele ‘state of mind’ te maken? Moeten we het dan zien als min of meer normaal puberaal gedrag en niet zo ‘hangen’ aan die grove woordkeus?
De teller staat op 216.

‘Occupy’dringt door in de Achterhoek. Veel adhesiebetuigingen, maar voor daadwerkelijk protest loopt men niet warm. Jongeren die net de slag van studeren te pakken hebben, moeten die verleiding kunnen weerstaan maar zijn, soms, zo gemakkelijk‘slachtoffer’. Studeren is aan strakkere regels gebonden dan vroeger – een beetje een bevredigende toekomst lijkt me in hoge mate afhankelijk van de inzet en volharding in het heden. De beweging doet een (in)dringend appel.

Vrijdag, 4 november
Het felle licht van de zon, het zachte blauw door kalende boomkruinen, de wind die rustig ademhaalt . . . . auf das Insel in die See der Sehnsucht. Betekent: ik houd van het leven. Een mooie dag, maar ik kwam gebroken thuis uit Hummelo.
De teller? 232. Ja, de maïs was overal weg. De kleuren zijn uitbundig. Als er meer oostenwind komt, wordt het kouder en zal er meer blad verdwijnen dan nu in het lichte, zuinige gedwarrel. Ik heb weer wat kleingeld voor in de spaarkoe of in de spaarengel, allebei voor Lola Eddy.
Zaterdagwas ik wanhopig van de pijn.

[© MN, ‘Les jours de l’âme’. Schilderij van Rembrandt uit 1632,‘Philosopher in meditation’.]