Vrijdag, 24 december
(Het rood van de vorige dagboekbladen gebeurde per ongeluk,
dankzij een ‘dwarse blogger’.)Op de valreep is gisteren nog het satijn gebracht, dat komt dan volgende week wel op bed. De kerstkaart is mislukt afgeleverd; waarschijnlijk krijg ik wel twee tegoedbonnen. Ik heb kaarten genoeg in huis.
Om 22u00 naar bed. Me lang afgevraagd wat zeven jaar pijn en een dito bergen medicatie met een mens doen. Ik heb een helder verstand, zit dicht op de emotie, lage frustratiedrempel, soms moeilijk concentreren, groot valrisico, hoge graad van afhankelijkheid, vermoeidheid, slechte mobiliteit, stemmingswisselingen, geringere weerbaarheid, je wordt niet gauw geloofd.
Ook al telt mijn handicap voor de ander niet, dit bij elkaar brengt me in een ongelijke positie want in het alledaagse leven zijn de invloeden niet te maskeren en telt het in-valide zijn wel degelijk. Zonder die invloeden denk je als het ware met een ander ‘Ik’ van doen te hebben, door ze wel te tellen sta je tegenover een vollediger momentaan ‘Ik’. Kom er niet zo goed uit, het is zo complex.
Zaterdag, 24 december
Joyce was laat. De zon, de zachtheid, het is vandaag als
gisteren. Lees de weblog van Marieke
en ben opnieuw in tranen. Het dringt tot me door dat ik wel héél lang De
Wachter moet zijn, dat ze zelfs onzeker is of ze niet beter kan verhuizen.
Waarom kan ons leven niet geleefd worden, zoals het is bedoeld …. in de
waarheid van Liefde. Waarom moet er eerst kostbare tijd overheen gaan? Iedere
keer weer lees ik over haar liefde voor mij, maar een ansichtkaart is soms
teveel. O lief, hoeveel onmogelijker moet mijn leven nog worden? Denk je dat C
niet begrijpt wat er aan de hand is, of dat zij er behagen in schept daarin een
rol te hebben? Het is geen leeg gebaar. Een plaatsje in elkaars hart is ons
genoeg. Hoeveel mensen wonen er niet in jouw hart? Maak van mij geen idool die
wordt omringd door een schare vrouwen die allemaal elkaars rivale zijn. Ik zal
er verder over zwijgen lief. Je hart weet gelukkig van liefde, evenals het mijne,
dat maakt het wachten waard, wachten op schoonheid, wachten op de waarheid van
liefde. Ooit zullen we in de warmste verbondenheid leven.
Een monoloog met de Heer.
Voor het crucifix zette ik de twee zilveren kandelaars,
doofde de lichten en nam plaats voor de Heer om face to face een monoloog te
voeren. Het wordt misschien gelabeld als ijdelheid, maar het komt daar niet uit
voort. Ik kan kiezen tussen aanwezig zijn in de wereld of eruit verdwijnen, er
onverschillig tegenover sta, en ik sta nog altijd pal voor het eerste, de
waarachtige betrokkenheid. Ik voer wel vaker zo’n monoloog, maar heb het er
zelden over. De laatste keer was oudejaarsavond 2007 toen ik de enige bewoner
was van een vleugel in Groot Klimmendaal. Die dag stond er een foto in de krant
van de aan de Rijnkade aangemeerde Ark van Noach en dat beeld inspireerde me
tot een overpeinzing waarover God nu wel of niet over gaat want we verwijten zo
dikwijls Zijn afwezigheid of zien de grote variatie aan martelgangen en de
teloorgang aan waarden als bewijs van ‘een sprookje’, een verzinsel of als
opium voor het volk. Er is geen fractie van bewijs, of we moeten de ‘waarheid’
ontlenen aan de lang geleden talrijke wonderen zoals die onder meer zijn
beschreven door Gregorius de Grote.De in grote vaart toenemende secularisatie staat niet gelijk aan het verdwijnen van het geloof. Waar kerken op zondag goed bezet waren, groeide de argwaan van het bisdom en niet veel later werd de betreffende pastor vriendelijk verzocht te ruste te gaan en vervangen door een pastor ‘van de leer’: de kerken in kwestie bleven op zondag leeg want de parochianen accepteerden deze inmenging van boven niet, die niets anders betekende dan een grove ontkenning van de warme verbinding tussen hen en de pastor.
Ik heb de Heer, ofschoon Hij daar niet over gaat, gevraagd de ‘kerkvaders’ te inspireren naar nieuwe, ingrijpende inzichten als antwoord op het verlangen naar een ankerpunt. Dat zou de kiem kunnen zijn van een nieuwe moraal waarin mensen een geëngageerde levensstijl kunnen voeren.
Woensdag, 28 december
We hebben onverwacht veel met elkaar gepraat toen we merkten
beiden op hetzelfde niet te ontwijken pad waren. Dit is geen onmogelijke of
onbestaanbare liefde, dit is een warm levend vuur dat nog geen dag is gedoofd,
al had het even of soms de schijn van wel. De schijn van een deerniswekkend
verlies. O mijn liefste bruid, nooit eerder had ik zo’n warm hart, ik adem in
rust, in stilte, in Mozart en intense liefde. Je innerlijke roep is een feest!
Laat het licht, het leven en de liefde blijven sprankelen als een fontein.
Tegelijkertijd leef ik in een verschrikkelijke pijn, verhevigd nadat ik op 1ste kerstdag met een klap achterover viel op de wc waardoor twee stalen schroeven van het deksel afbraken. De hoogste tijd voor een hernieuwde revalidatie, ook al is het voorlopig weer wachten tot 12 maart. Voordat er iets gebeurt, is het eerste kwartaal al bijna voorbij.
Vrijdag, 30 december
Eerste kerstdag was, met onderdrukte pijn, een plezierige
dag in Aerdt, maar de tweede dag kronkelde ik als een onrustig reptiel in m’n
zwarte bed. En de rest van de week is het weinig anders. Ik heb mijn huisarts
een email geschreven over andere pijnklachten, ik dien mezelf niet dat langer
te verzwijgen. Speculaties over een mogelijke terugkeer van kanker zijn wat
onzinnig want op elk idee volgt meteen het niet-weten.Het is een geschenk samen de drempel over te gaan, vorig jaar met al wekenlang dikke sneeuw, dit jaar alsof het een koud zonnig voorjaar is. Omgeven door een brede strook van innerlijke vreugde, van waarachtige veiligheid en die altijd toegewijde liefde van Marieke vernieuwt mijn vermogen te accepteren van al wat is. “Dat is geluk”, schrijft Wittgenstein, “dan krijgt de wereld een ander gezicht, een dat minder dreigend is.” De Ander. Wend je niet van haar af, zie haar in de ogen, raak haar aan. Lééf met haar, tracht met de Ander te zijn! In deze geest wens ik ieder van harte een gelukkig nieuw jaar, in ontplooiing, in oprechtheid en warme verbondenheid.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’,
met een schilderij van Susan Osborne.]