Dagboek
Maandag, 19 december
Op de rand van het einde van
mijn dag komt er een email van een vrouw uit Jipsingboertange die meent
eindelijk haar nichtje te hebben gevonden. Ze denkt dat ik getrouwd ben met
Gunilla van Rijn en naar haar is ze al lang op zoek. Laat haar weten, dat als
ze een béétje beter had gelezen, had ontdekt dat haar nichtje gehuwd is met de
befaamde kunstschilder Evert Thielen en dat de familie in hartje Brugge woont.Bij de reacties van vandaag verwonder ik me over een paar vlokken geluk. Dit schrijft Marieke. “Lievekelief, je mist me, weet dat ik jou 'vanzelfsprekend' evenredig mis. En toch kan het nu niet anders, ik ben zo leeg, zo moe na tweeënhalf jaar non-stop ongerustheid en zo héél ver weg nog bij mezelf. Laten we eerst maar weer eens in revalidatie 'leren lopen' allebei, wie weet welke wandelpaden er nog zijn later.
Je bent nog steeds de lantaarndrager. Doof niet, houd je eigen licht brandend, want hoe moet ik je anders ooit weer terugvinden?”
Dit is een wonder. Kan ik met deze hoop leven? Als de tijd me maar wordt gegeven, onvindbaar zal ik nooit voor je zijn. Dan koop ik het satijn van Basher. Ik ga me versterken, revalideren. (Het suggereert alsof ik het er eerder maar bij liet zitten, dat is niet zo.) Dit is de eerste toast op 2012. Ooit zal ik weer in je hand slapen, zul je veilig zijn bij me.
Dinsdag, 20 december
Voor het eerst het moderaten ingeschakeld bij m’n weblog,
dan kun je veel mogelijke trammelant voorkomen. Dat had ik veel eerder moeten doen,
maar ik zag het vooral als censuur en dacht niet aan zelfbescherming. En uit
principe wilde ik niet iets verwijderen omdat het me niet beviel.Niet alles vandaag al weer willen, maar juist de tijd geven, weken, maanden. De wederkerigheid loopt niet weg, maar kun je wel onder druk zetten. Het is de kunst het langzaam aan te doen. Ik begrijp waarom ‘alles’ gebeurde en wat de zin er van is. Het kan ons definitief van elkaar verwijderen, maar het omgekeerde is evengoed mogelijk. Haar handen vormen een kelk, daaruit zal ik drinken. Haar handen vormen een roos, dichtbij zal ik slapen.
Woensdag, 21 december
Enno, die gisteravond ook wat boodschappen meenam, deed een
genereus aanbod. Ik ben welkom eerste kerstdag en als ik wil roken, zetten ze
gewoon het raam een stukje open. Dat is zo fantastisch dat ik streng zal zijn
op mijn rookgedrag. Ik voel me gekend en welkom, dat kalmeert.De revalidatie van het Slingelandziekenhuis gebeld: 12 maart. Dit kan alleen door de huisarts eventueel vervroegd worden. Wachten, ik ben een wachter, maar dit is me te gek. Huisartspraktijk vandaag gesloten. En dan is er vandaag opeens weer een kaart over de gebrokenheid en lijkt alles onbestaanbaar. Het lijkt wel of ik hier in een sterfhuis leef. Alles wat hier aan materie is (op zich onzin), kan beamen dat hier een wachter woont die door alle breekbaarheid heen weer wat opgetogen raakt over de hoop dat zij en ik opnieuw bij elkaar uitkomen, dat dit kleine hartemens nergens anders woont dan hier. Hoe leeft een hart in verlaten toestand? Het is van een grote treurigheid. Ik ben in diepe rouw. Ik voel me hier neergesmeten als een vertrapt dier dat de hele dag met zijn vermagerd lijfje op het kussen ligt in de cabrio van zijn baasje, ogenschijnlijk tevreden, maar passief en krachteloos. Bij voetstappen in de hal spitst het even zijn oren, maar nee, het zijn niet die van haar. Bij een vermeend klopje op de deur springt hij van het kussen en kijkt naar de handgreep, hij dribbelt wat op en neer, gromt even van ergernis en keert terug naar het smoezelige kussen waar hij ligt alsof hij er al uren niet van af is geweest.
Er volgen nog twee analytische brieven van mijn muze, de
enige vrouw op wie al mijn amore-pijlen gericht zijn. Het schijnt dat ik
minstens een jaar moet wachten. O lief, zal mij zóveel tijd zijn gegund? Ik
bedoel er helemáál niet de draak mee te steken, maar het lijkt wel een vonnis,
- een absurde term, je hebt heel veel tijd nodig om je kompas weer bij te
stellen. Ik maak er niets uit openbaar. Wittgenstein: “Waarover men niet
spreken kan, daarover moet men zwijgen.” Ik en mijn liefde wachten wel, maar
over ik en mijn lichaam bestaan veel twijfels. Ik ga maar even weg van deze
trommelakker. Wanneer ik eenmaal zonder cabrio naar boven kan, dan sta ik voor
je deur. O lief, ik wilde dat je nu al gelukkig was. Laat alle pijn dan niet
tevergeefs zijn.
Donderdag, 22 december
Bijna verslapen. Vreesde ik al toen ik er vannacht uitging.
De idee van misschien wel een jaar wachten kwam me zo vreemd over en ook mezelf
die de suggestie wekt dat lijdzaam te zullen ondergaan. Wat zei Walter K.? “Als
ik je lees, zie ik je door tralies” (?) Ik zit hooguit in het gevang van de
pijn waar iedereen zich over door de haren strijkt van machteloosheid.
Als ik nu ga liggen/ slaap ik weldra/ maar hoor de bel niet/
Ga ik niet naar bed/ val ik in de cabrio in slaap/ en hoor
de boodschapper evenmin/De tijd kleedt zich in mijn pijn, voor wie ik ben/ is zich dan van niets bewust/
Word ik wakker/ dan vermoed ik een nieuwe dageraad/ maar sta ik eenmaal naast bed/
Dan weet ik het/ het is pas halverwege vandaag.//
Vermijd ik mijn zintuigen te sluiten/ dan zwerf ik door helse pijn en hoor de bel/
De pijn ken ik al lang genoeg/ maar slapen onder satijn/
Is wakker worden in een glanzende morgenstond.
Er is niemand geweest, niets bezorgd. Daarentegen in VN een
mooi interview gelezen met Connie Palmen waarin veel herkenning rond het thema
symbiotische relatie, en enkele mooie, té korte beschouwingen in “Disturbed
Silence”, uitgegeven door het Psychiatrisch Centrum in Duffel, mij geschonken
door Lut die ik tot mijn schande nog niet ten sterkste heb bedankt voor deze
fascinerende uitgave over de stilte. Bovendien leek de enveloppe nog niet
genoeg gevuld, want deze bevatte tevens een luisterboek met de beste gedichten uit
25 zomers van Watou, en eindelijk hoorde ik dan eens de stem van Leonard, de
man uit nabij Berchem die me zowat het hele voorjaar bezighield.
De midwinterhoornblazer was er weer. Het is ongelooflijk
mooi.De macaroni was veel te droog, ik kreeg het nauwelijks weg en voelde me hoogst onveilig. Die Marieke maakte, dat is de beste, maar ik zie en hoor haar niet, dat is het vreselijkste, dat een wederzijds warme bestaanbare liefde elkaar in nood laat. Wittgensteins categorische imperatief luidde: “Wees gelukkig”. Hij bedoelde ermee, dat geluk het accepteren is van wat het geval is. Mijn wereld krijgt dan een ander gezicht, dat minder dreigend is.
Morgen krijg ik satijn?
Vrijdag, 23 december
De lucht is egaal grijs. De boomsilhouetten staan in een
stil bestaan., “maar het is heel zacht”, zei Rieky die net binnenkwam. Huisarts vakantie tot 3 januari, Natasja idem; bij Harting Bank weten ze niets over het anti-decubitiskussen terwijl het huidige bij hoge uitzondering nog in bruikleen is en op 22 januari terug moet naar de thuiszorgwinkel. De WMO zal het nu met spoed bestellen. De cliënt moet druk participeren in de zorg, anders loopt het zo spaak.
Tweede kerstdag en de jaarwisseling ben ik alleen. Na de kerstdagen gaat Marieke drie dagen naar Nidigem. Niet dat ze anders hier zou zijn, maar het onderstreept onze breuk. Te weten dat ze zo ver weg is, dat het feit zal verharden en de tijd ons verwijderd, maakt het niet gemakkelijk te accepteren van wat het geval is. Maar ik zou me versterken! Wanneer je het zo als drama vasthoudt, komt daar niets van terecht. Als die kant je beter bevalt, zorg dan dat je wereld een minder dreigend gezicht krijgt. Er zijn altijd keuzes, ook bij tegenspoed. Ik heb de leeftijd nog om te scheppen, l’âge de créer, maar zoveel pijn en vermoeidheid ondermijnen dit.
En tussen al deze woorden fladdert mijn stilte.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’
bij een schilderij van Lanie Loreth, ‘Clouds of Jupiter’.]

7 reacties:
ohhhhhhhhhhhhh marius,
ik kan dat rode op het zwarte "absoluut niet" lezen....
ik wens jou daarom een héél fijn vredig lief kerstfeest,
en een wonder in de kerstnacht,
en een zálig nieuwjaar
xxx
Wens jou graag wat Marinus van den Berg ooit schreef : Een nieuw jaar.
Een nieuw jaar met warme woorden
woorden die opbouwen woorden die bemoedigen woorden die overbruggen
een nieuw jaar met goede woorden
woorden die inspireren woorden die verwarmen woorden die vrede brengen
een nieuw jaar met minder terreur met minder angst met meer respect met meer liefde voor onze grote en kleine wereld van elke dag.
Beter dan Marinus kan ik het niet zeggen. Dit alles voor 2012 ! (Zelf mag ik nog dank zeggen aan het Leven, ondanks zoveel...)
Ps Teksten symposium las ik heel graag (wat de kunst erin betreft, spreken sommige onderdelen me niet aan, andere dan weer wel) en van de cd ook mooi dat de stem nog kan gehoord worden van wijlen Herman de Coninck en Hugo Claus.
Fijne kerstdagen Marius!
hallo Marius
steeds heb gelezen wat je schreef
En in stilte weer vertrokken
Maar nu wil ik je toch nog even gezegende kerstdagen toe wensen
Het is niet zo verkeerd Marius om eens wat meer te lezen over symbiotische relaties.
Er kan veel herkenbaars tevoorschijn komen.
Wie weet wordt loslaten dan beter begrepen en omgezet.
een nachtelijke groet, Marius,
(ik kon dat rood dan weer wel lezen,
zo zie je maar)
voor 2012 wens ik jou minder pijn
(als dat zou kunnen/mogen)
en voor iedere dag kleine vreugden
die gelukkig maken.
ria39
Een reactie plaatsen