Pagina's

dinsdag, september 16, 2008


Zelfs het grootste protest zal wijken voor de macht
De onmacht van een stukje bizar leven

(Een update van 8 september.) Californië 2008. “Zeg, de protestors zijn in de minderheid, dus de onbewoonde bomen kunnen toch worden neergehaald?” Er is altijd wel een ‘slimme’ Goliath. Op enig moment is zo’n zin als ‘briljant idee’ op tafel gekomen en besloot men de vele andere bomen vast te gaan omhakken. The Oaks, die in hun schoonheid het stilste en meest machteloze protest vormen gaan voor de bijl (god mag weten waarom en of dat wel zo zinvol is). De bomen worden geruimd zoals hier honderdduizenden nog onbesmette varkens en kippen werden geruimd zodat men steeds dichter bij de haard kwam (dus zó Amerikaans is de oplossing niet).

Maandag 8 september is er weer een rechtszaak geweest. Eerder dit jaar was al uitgesproken door de rechter dat de protestor’s in overtreding van de wet waren en de tree-sit geen uiting was van free-speech. UC Berkeley wilde desalniettemin niet met geweld ingrijpen en de tree-sitters bleven via hun advocaat in beroep gaan tegen de verschillende uitspraken. Maandag heeft de rechter de mogelijkheid tot beroep op de een of andere manier uitgesloten, dus alles geheel beklonken en ook het recht gegeven aan UCPD (University of California Police Department) – aanvankelijk zeer benauwd voor eventuele schadeclaims - om de tree-sit te beëindigen. Natuurlijk talrijke nieuwsverslaggevers meteen in rep en roer, ze kwamen zelfs per helikopter want er werd tumult en problematiek verwacht en er waren diverse onderhandelingen tussen UCPD en de Treesitters. In tegenstelling tot de verwachtingen hebben de vier of vijf overgebleven tree-sitters, de die-hards, de bomen vrijwillig verlaten. “The protest, which was the longest urban tree-sit in history, lasted 21 months and cost the campus $1.5 million in security expenses”, schrijft Timothy.

Een van de deelnemers aan de Free Speech Movement (de oorspronkelijke protestorganisatie die veel van de protesten in Berkeley geleid heeft en waarnaar ook verwezen werd in het begin van de protesten, zei: “But John Searle, a philosophy professor and participant in the Free Speech Movement, said that the tree-sit was a crude parody of the movement and did not fit in with UC Berkeley's history.” Searle: “The tree-sit was an unusual combination of stupid and evil. Stupid because the trees were of no great ecological importance and evil in the enormous amount of money that this cost the university that could have been spent benefiting our students.”
De treesitters zijn wel degelijk gearresteerd en zitten momenteel vast. Ze pleiten onschuldig tegen het illegaal overnachten en het overtreden van een juridisch bevel om weg te blijven van de omgeving van de oaks. Drie van de vier laatste sitters kunnen tot zes maanden cel krijgen, de vierde zelfs nog iets meer.
Onmiddellijk na maandag is de campus begonnen de eerste bomen neer te halen, terwijl de protestors nog slechts in één boom zaten. In totaal zijn er 42 oaks continu bezet geweest sinds december 2006, waarvan de periode tot en met eind 2007 een legaal protest was. Toen heeft de superior court judge besloten dat het geen vorm van vrijheid van meningsuiting was, maar een illegale bezetting van privé-eigendom.
Supporters van de tree-sitters proberen momenteel de bail te verzamelen voor de sitters (3000, 5500,1300 en 15000 $). “Geen idee waar de verschillende bedragen op zijn gebaseerd”, vertelt Timothy. Vele supporters van de activisten zijn teleurgesteld, zoals bijvoorbeeld Janette Reid, een medewerkster van UC Berkeley, die samen met anderen twee jaar lang voor hen gekookt en gezorgd heeft. “Ze geven echt om die mensen.”
De leider van de treesit was Zachary Running Wolf. Over de Broken Treety, symbool voor het protest “It's going to find a home”, zei Zachary, as he gazed at the newly cleared ground: “We all lost something today. These trees had 648 days of being loved.”

[© MN, met dank aan mijn neef Timothy Nuy, student (and my reporter). Naar GerdaYD's suggestie opgedragen aan al de bomen ter wereld waar de mens zijn oog (én bijl) op vallen laat. Afbeelding: “Redwoodcuttingen” by Vladimir Kush.]

zondag, september 14, 2008


Veel betreden pad naar stilte

Het is een zoals gewoonlijk stille zondagmorgen,
er is een grijze lucht met witte pluimen die zwijgt.
Dat ik me het onbehagen herinner is ook genoeg,

wie weet, drijft ze heen als de zon nog komt.
Maar de regels staan er nog niet of het regent, ál
wat vuil is, wordt weer gewassen. Ook goed.

Het is geen weer om naar het plein te gaan. Op 15
september is het volle maan, ik ga erheen en mediteer
over mijn alledaagse leven vol pijn en schoonheid,

zoals wat vuil is nu gereinigd wordt, zo zal ik er zijn,
de ogen geloken, stil zijn en gewoon ademen, mijn handen
als een kom in de schoot, dan proef ik wat komen kan.


[© MN, in “Maak me menselijker”, geschreven zondag 7 september. Het plein? Já, het plein Kroniek van een liefde waarover ik op 4 september schreef, met een pad er omheen en aan weerszijden Platanen. Je kunt er alleen zijn en mediteren, samen zijn als geliefden of met iemand een appeltje eten en het hebben over hoe alles reilt en zeilt.
Afbeelding: “Full moon” by Gothenburg Sweden, see www.artme.se.]

woensdag, september 10, 2008

In dichter’s eenzaamheid woont hartstocht

Ik hunker zó naar je mond, je stem, je haar
dat ik stil en hongerig door verlaten straten zwerf.
Brood zal me niet voeden want elke dageraad ontwricht me,
mijn oor hangt slechts naar de soepele maat van je voetstappen.

Ik verlang naar de glans van je immer liefdoende lach,
naar je handen in de kleur van wilde tarweoogst,
zoals alleen ik ze ken, je steenbleke vingernagels,
ik eet gretig je huid als een gave, ongeschonden amandel,

ik eet de schitterende stralen van je schoonheid,
je neus, de vorstin van je trotse gezicht,
ik eet de vluchtige lommer van je wimpers,

zo stap ik hier rond, hongerig snuivend in de schemer,
op jacht naar jou, je heftige, vurige hart,
ik lijk wel een poema in de verlatenheid van Quitratue.*


[* Een streek in Chili. Het is een liefdesgedicht, “Love sonnet XI”, van Pablo Neruda, door mij uit het Engels vertaald, vermoedelijk te vrij, en voorzien van de titel ‘In dichter’s eenzaamheid woont de hartstocht’. Voor wie weet wat liefde is. Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973) is het pseudoniem van de Chileense dichter Neftalí Ricardo Reyes Basoalto; later werd Pablo Neruda zijn officiële naam. In 1971 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor Literatuur.
Afbeelding: painting by Kelvin Lim.]

maandag, september 08, 2008

Een daad van waanzin en genade
Democratie in een impasse

Timothy verblijft voor een half jaar in Californië en schrijft me een intrigerende observatie uit het alledaagse leven nabij de Berkeley University, een omgeving die bekend staat als ‘erg liberaal’, onder meer op te maken uit “het recht te mogen protesteren”.
Wat is er aan de hand? “Rondom het voetbalstadion staan Eiken die men wil omhakken. Daar zijn al meerdere malen protesten tegen geweest, maar bijna twee jaar geleden is in een rechtszaak besloten dat de eiken echt mogen sneuvelen.” Direct na dit vonnis is een aantal mensen de bomen in geklommen en er sedertdien ook niet meer uitgekomen. De fanatieke milieu-actvisten leven daar nu al 637 dagen. “Er is namelijk continue politieaanwezigheid en zodra ze een voet aan de grond zetten, worden ze gearresteerd. De politie kan ze echter niet uit de eikenbomen halen, niet alleen omdat dit tegen het recht op protest zou zijn, maar vooral omdat wordt gevreesd dat als de protestors daar ook maar iets aan overhouden, zij de politie in dat geval schijnbaar voor miljoenen dollars kunnen aanklagen.”
Rondom de vermaledijde bomen zijn allerlei supporting units, vanwaar mensen verse kleding, eten en drinken omhoog gooien. (De Eiken zijn afgezet met hekken zodat je niet in de buurt kunt komen, maar de protestors zijn koppig.) “Ze waarderen dat protest hier ook zeer; ze konden zich totaal niet vinden in mijn suggestie om gewoon de sproeiers er op te zetten, drijfnat komen die mensen er zeker binnen twee dagen uit. Dat ging tegen het recht om te protesteren, maar mij lijkt het een redelijk Amerikaanse oplossing”, schrijft hij.

Een merkwaardig detail uit de liberale cultuur waaraan je trouwens ziet dat het niet een en al oppervlakkigheid is, er is ook een zeer hardnekkige vastberadenheid: de verdedigers van de Eiken en hun supporters, en dat al bijna twee jaar achtereen. Verbazingwekkend dat zoiets niet verslapt en dat fanatisme van geen enkel levensgebied is uitgesloten. Juridisch een schaakmatsituatie lijkt me: de rechtbank heeft vonnis gewezen, maar de politie kan niet tot daadwerkelijk optreden komen uit vrees voor schadeclaims. Hoe komt zoiets nu tot een eind, vraag je je af. Een uitputtingsslag? Zullen de miljoenen die het de politie kost later op de bezetters worden verhaald? Maar dit laatste conflicteert eveneens met het recht te protesteren, een recht dat zelfs door een gerechtelijke uitspraak onaangetast blijft. Hoogst intrigerend.
Wat gebeurt er als het primaat bij de burger ligt? Vreemd is weer, dat als ze de boom uitkomen, worden gearresteerd.

[MN, met dank aan mijn veelbelovende ondernemende neef Timothy. Afbeelding: “Atlas of Wander” by Vladimir Kush.]

donderdag, september 04, 2008


Ieders hart kent vele kamers

Ik versnijd mijn woorden op schrift,
strooi ze op mijn akker en zie dan dat
het een gedicht is geworden.

Een gedicht niet van willekeur of toeval,
maar als persoonlijk monument dat zó en
nooit meer anders blijft bewaard.

Als het dan zo van mijzelf is, lijkt de akker
braakliggende grond, maar wat ontkiemd is
blijft slechts leesbaar voor twee.

Een gedicht is een symbolische werkelijkheid
of verbeelding, maar ditmaal een akker in zichzelf
rondom een sprekend beeld van Kevin Grey.

[© MN, in “Een kamer van het hart”. Wanneer blijkt, dat de grond te drassig wordt, dan maak ik er een plein van met een zachtstenen plaveisel en daar rondom een pad met Platanen, hier en daar een bankje en een enkele lantaarn. Elk plein heeft een naam. Hier staat, weinig opvallend boven een rand van bramenstruiken: Kroniek van een liefde. Afbeelding: beeld van Kevin Francis Grey.]

zondag, augustus 31, 2008

Een mens z’n zin, een mens z’n leven*
De monnik en de heiligheid van het leven

Je moet er niet tegen vechten, maar loslaten als iets onbelangrijks, laten vallen dat grote ongemak van de pijn en de met zich meebrengende beperkingen, dat is “de faam van de heiligheid”, hoorde ik de 78-jarige trappist-kluizenaar André Loef een tijd geleden ‘mij’ zeggen in zijn fraaie, wat wanordelijke voormalige ezelsschuur, gelegen in een (toen) zonovergoten verlaten vallei ergens in Frankrijk, natuurlijk een landschap van schoonheid en stilte.
De boodschap is mijns inziens niet slechts het (voor velen ondenkbare misschien wel absurde) verlangen naar eenzaamheid om ‘al lerende’ zo klein te worden als iemand met een verbrijzeld hart en jezelf zodoende te kunnen offeren, nee, de boodschap heb ik begrepen als een oproep tot bescheidenheid en minder te tillen aan je ego dat belangrijk en voortreffelijk wil zijn, dat wil opvallen en vaak naar méér verlangt dan er is of dat mogelijk is en als dat niet lukt, vervalt in ontevredenheid en frustratie, in boosheid of andere uitingen van onbehagen.
Dat laten vallen van jezelf zal de opgave zijn aan de eenzame monnik, anders kan hij ook onmogelijk bidden en leven, gelukkig zijn met zijn gekozen lot, maar de les naar ons zou kunnen zijn – hoe ondoorgrondelijk en vreemd of veraf zijn bestaan voor velen ook vaak is – de betrekkelijkheid in te zien van wat ons overkomt, niet zo hoog van de toren te blazen of onszelf niet in het centrum te zetten. Hij noemt dat zo mooi “de faam van de heiligheid”, dat ook is op te vatten als de kunst ons bestaan, ons persoonlijke leven, zo licht mogelijk te maken. Dan wordt het minder van belang, dan wordt het draaglijk en komen we het dichtst bij die we eigenlijk zijn – en in de kern is dat ook ons grote verlangen want dan leef je rustiger, niet zelfgenoegzaam, maar eenvoudig en ontdaan van al dat je jezelf oplegt maar mogelijk onbereikbaar (b)lijkt.
Lees niet dat het mij lukt zo te leven, het is een in stilte nadenken over die zinsnede “de faam van de heiligheid”, een gedachte die me plots, ik weet ook niet waarom die opborrelde uit de duisternis van mijn ziel, deed afvragen wat het toch betekent of zeggen wil, “in elk geval niet struikelen over dat woord ‘heiligheid’ want als we het daarom meteen verwerpen, gooien we het belangrijkste weg”, dat althans dacht ik in de eerste plaats. Het is een direct begrijpelijk begrip in de context van het mon­ni­kenleven, een leven dat uit respect voor de mensheid ons iets zeggen kan over de essentie van het bur­gerleven, niét het leven van ‘de leek’ want dat suggereert dat die niets begrijpt van wat leven is. Het is de monnik die iets zegt over de heiligheid van het leven.

[© MN, in ‘Maak me menselijker’. De titel ‘Een mens z’n zin, een mens z’n leven’ is van een mij dierbare vriendin toen we spraken over ‘respect voor ieders eigenheid’. Afbeelding: “Somewhere in the world” by Elena K.]

dinsdag, augustus 26, 2008


De dichter, de indringer. Soms zwijgt hij liever

De dichter logeert bij haar met wie hij
moeizaam tegelijkertijd ter wereld kwam,
hij was de teerste van de twee, wonend
in een huid, verkreukeld als een velletje

papier dat hij levenslang bij de hand hield.
Het eiland heeft hij achter zich gelaten, hoewel
hij hetzelfde leven hier zou kunnen voortzetten,
maar liever verschanst hij zich niet want het voelt,

zo vertelde hij, als een thuiskomst, en nachtboeken,
waar trouwens geen letter in staat, heeft hij genoeg.
Hij stelt zich na zonsondergang bloot aan de duisternis
van zijn ziel en kent nu eenmaal de drijfveer alles wat daar

opborrelt, nog vóór het is gestold in de vergetelheid
te veranderen in woorden, maar wie,
wie wil het weten, kan het niet beter onderhuids blijven?
Er blijft genoeg onbekend of verzwegen

van al dat in onze ziel wordt geschapen, zo schrijft hij
zelf uiteindelijk toch ook maar enkele regels, dat heet wel
openhartigheid maar is daarom nog niet een open boek.
Hij is geen indringer, maar, zo blijkt, een vriend des huizes.


[© MN, in “De aandacht is daar waar je bent”; De ziel schenkt je het licht dat je wilt zien. Afbeelding: “Sleep” by Armand Santos.]

woensdag, augustus 20, 2008


Onder hypnose van een dreumes

Zonder enige weifeling of moment van gewenning
word je begroet als een oom van ver, maar
meteen dichtbij getroffen door onbevangenheid.

Er is geen grens in tijd of genegenheid, hij
herkende vermoedelijk het natuurgetrouwe en
ratelde honderduit. Ik nam hem in de armen, keek

de dreumes in de ogen en was betoverd, voor
even was hij mijn meester en ik de leerling
in energie, plezier en levenskunst.

Waarheen je vakantie je ook voert, de ogenblikken
van verwondering vormen een reis naar de herinnering
van je kindschap en verbazing over de verstreken tijd.


[© MN, in “De aandacht is daar waar je bent”. Behalve dit ogenblik, komt de dichter niet op Internet – dat is het weldadige van vakantie, hij vermoedt tot 1 september. Afbeelding: samen met zijn eerste neefje Casper.]

woensdag, augustus 13, 2008


Une scène dans la vie d’un poète

Die oude gevoelige, nog krasse dichter,
pardoes verlaat hij zijn rijke, gevierde eiland,
hij veegt een traan van vreugde nu

hij eindelijk zijn koffer pakt en logeren
gaat want hij weet het wel, alleen
op de wereld is hij nimmer geweest.

Twee boeken van de indringer Grossman en
al wat hij niet missen kan, heimwee zal
bij de dichter wel niet aankloppen

want het ravijn in zijn hoofd is van negen maanden
geleden, hartje zomer leek het, warempel in november
alsof het wit van het ei gescheiden werd.


[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. (13/11-13/8.) Beeld van binnen, beeld van buiten,
– dat tekent Ludo van den Heuvel in zijnen hof in Tisselt.]

maandag, augustus 11, 2008


Zowaar drie kraaien op de rand van mijn dak
Het leven zo mooi en dreigend


Op het middaguur breekt de zon mijn venster,
een wolk verbergt hem weer, ik zie
dat de weinige kersen al zijn verschalkt,
maar ik ben weer rein en gekleed.

Alsof zon en wolken tikkertje spelen zonder
dat iemand het tevoren bedacht, hoewel het augustus
is en niet de wolken, maar de zon behoort te winnen,
hij geeft zoveel zacht gepoetste glans aan mijn dag.

Het eiland is elk seizoen bekend, waakzaam zodat
de vloedlijn niet plots over mijn drempel komt,
leef ik met de rug naar de wereld?
Ik dacht het niet, maar mijn wereld verandert wel.

[© MN, in ‘Mijn leven als schets’ (dat ik inpak in een almaar dikker wordend boek). Afbeelding: Sculpture “Green book” by Jacqueline Rush Lee.]

vrijdag, augustus 08, 2008


Norwegian wood
Wat gebeurt er als je je hart opent?

Wanneer je lyrisch bent over een eerste boek dat je van een schrijver hebt gelezen, in dit geval “Ten zuiden van de grens” van Haruki Murakami, dan waag je je met gemak aan het tweede, maar in dat gemak heb ik me vergist. “Norwegian wood” kreeg mij maar niet te pakken. Het lag me ook niet lekker in de hand, dit is een raar groot formaat paperback, een irritante blad­spie­gel – en dat ligt niet aan het aantal bladzijden want de boeken van Mercier bijvoorbeeld tellen er dik honderd meer. Nog iets? Ja, die vormgevers bij Atlas lijken over weinig verbeel­ding te beschikken, want dit, het boek waar hij in Japan in 1987 mee doorbrak, is al even fantasieloos als het omslag van “Ten zuiden van de grens”.
Maar het wonderlijke van boeken is ook vaak, dat als je het boek na een aantal dagen weer oppakt en eens een flink stuk doorleest, je je realiseert niet uit verveling te lezen of om de tijd stuk te slaan, maar omdat de mist is opgetrokken en de mensen die je leert kennen, je gaan fascineren, de doodgewone, sympa­thieke en schuchtere Watanabe, de briljante rokkenjager Nagasawa met zijn wonderlijke ambi­tie, la tristesse Naoko of de meer weelderige en vrijzinnige Midori, allemaal mensen op de drempel van hun volwassenheid, mensen met herkenbare gewoonten en grillen maar met op hun huid reeds het karakter dat ze almaar sterker uitbeelden terwijl een paar neergestreken kraaien de gebeurtenissen gadeslaan.
Veel voltrekt zich in het midden van het boek, in het diep in de bossen gelegen Villa Ami, een soort herstellingsoord waar arts en patiënt afwisselend elkaars leerling en leraar zijn, op welk vlak dan ook. Waar je in dit onherbergzame oord ook wandelt, blaast de wind de geur van het landschap over je heen, van talrijke soorten bloemen tot vers gras. Het gaat over Watanabe en Naoko met haar ravenzwarte lange haar, een vrouw met schoonheid en huiveringwekkendheid, maar tussen hen in zit hun wederzijdse vriend Kizuki die jaren eerder, op zeventienjarige leeftijd, onver­wacht zelfmoord pleegde, maar met wie ze wel verder moeten. Ook het zusje van Naoko had op die leeftijd zonder enig voorteken ervan zelfmoord gepleegd. Het gaat (ook) over Reiko die het trauma over de onvervulde levensdroom als het ware inkapselt in een huwelijk, maar verstrikt raakt in ‘de slangentong’ van een beeldschoon meisje en het verhaal dat dan volgt, is zo zwaar bewolkt dat de maan zich nachtenlang niet meer laat zien.
Dan vertrekt Watanabe, diep zuchtend van verwondering en verwarring, weer naar Tokio, de keizerlijke metropool, de stad met het meest grillige stratenpatroon en zijn immense uitgaansleven, de supermoderne stad waar meer dan een miljard mensen wonen. Ergens in die beangstigende massa woont de onweerstaanbare Midori, een vrije geest met een gouden hart, een duizendpoot. De trotse egotistische Nagasawa verschijnt ook weer op het toneel.
Naoko wordt niet vergeten, maar elke zondag geschreven. Het boek gaat nu langzaam naar het einde en dat lees ik zelf, zonder ook nog maar één enkele rimpel over Naoko, Reiko, Midori en de man die me het meest heeft geboeid, Watanabe.
Haruki Murakami. Misschien lag het vooral aan mezelf dat ik er in het begin bijna te weinig door werd gegrepen, maar het is een prachtige, weemoedige roman over volwassenwording en hoe je daarin wint en verliest. Ik zal het straks met heimwee in de kast zetten, maar ook met nieuw geluk.

[© MN, over “Norwegian wood” van Haruki Murakami. (“Norwegian wood (this bird has flown)” is een song uit 1965 van The Beatles, opgenomen in het album “Rubber Soul”.) Photo by Mikio Watanabe.]

dinsdag, augustus 05, 2008


Geborgen in afhankelijkheid
Tranen als bloed gestold


De man die zegt ongelukkig te zijn, neigt
zijn hoofd naar het hare, zoals een veulen de kop
tegen de ranke hals van zijn moeder, maar dat is anders.

De man zegt niet bij haar te willen zijn, “maar
dat toch liever dan zielsalleen” want alle stilte wordt
hem te machtig, niet zijn ongeluk, dat koestert hij,

niet zoals het veulen de moeder, maar als een man die
zichzelf uit de weg gaat en niet kijkt naar wat hij ziet, 'hoe
treurig is niet ons verbond'. Zullen we maar verder gaan?

[In “Lijdenslust” (zo luidt ook de titel van een essay van Marcel Möring). Niét autobiografisch. Naar “Elegie”, een beeld van Tjikkie Kreuger.]