
Twee gedichten voor Allerzielen, 2 november, elk in een eigen cel van het hart, van de ontmoeting, de ontroering en de herinnering. Allerzielen stamt uit de Benedictijnse traditie, waar het waarschijnlijk in de 10de eeuw voor het eerst werd gevierd.
Onder waakzame ogen haar reis gegaan
Toen eenmaal haar lichaam bewoond werd
door almaar teisterende pijn, brak haar geest
naar de grens van daarginder, anderhalf etmaal lang,
naar het land dat wij niet kennen,
het land van herkomst dat ook ons ooit
verwacht. Zij stak liever niet stil
en ongezien naar de overkant,
maar ze werd niet meer wakker, zij zag
niet ons treurig oog, maar voelde wel onze kus
van troost op haar zijdezachte huid. Zo wilde zij gaan,
in een onbekend besef, dat zij in ons woont,
zij, in ieder van ons zolang wij leven.
[© MN, “IM, Antje die wel voorgoed slapen wilde”,
23 juli 1920 - 16 oktober 2008, in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg”, een gedicht over de ontroerende schoonheid van ouderdom, hoezeer wij het ook herkennen als menselijk lijden, als een slijtage die niets dan tranen wekt. Afbeelding: peinture “Le coeur” par Sophie Costa.]
Onder waakzame ogen haar reis gegaan
Toen eenmaal haar lichaam bewoond werd
door almaar teisterende pijn, brak haar geest
naar de grens van daarginder, anderhalf etmaal lang,
naar het land dat wij niet kennen,
het land van herkomst dat ook ons ooit
verwacht. Zij stak liever niet stil
en ongezien naar de overkant,
maar ze werd niet meer wakker, zij zag
niet ons treurig oog, maar voelde wel onze kus
van troost op haar zijdezachte huid. Zo wilde zij gaan,
in een onbekend besef, dat zij in ons woont,
zij, in ieder van ons zolang wij leven.
[© MN, “IM, Antje die wel voorgoed slapen wilde”,
23 juli 1920 - 16 oktober 2008, in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg”, een gedicht over de ontroerende schoonheid van ouderdom, hoezeer wij het ook herkennen als menselijk lijden, als een slijtage die niets dan tranen wekt. Afbeelding: peinture “Le coeur” par Sophie Costa.]