
Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (17)
Is het allemaal van nul en generlei waarde? Wat ben ik dan een ijdele man. Niet dat ik alles ‘even geweldig’ vind, maar voor mij wel het bewaren waard, ook al vinden gerenommeerde dichters het poëtisch gehalte verwaarloosbaar en verschijnt niets ervan in een bloemlezing - want wie neemt de maat? Is het van belang? Wie zal van eigen werk zeggen er geen zak aan te vinden? Het is niet aan mij te beoordelen in welke cirkel ik terechtkom.
(Toen ik de inleiding van mijn proefschrift had geschreven, noemde de ene hoogleraar het ronduit rommel en wierp het voor mijn ogen in de prullenbak, terwijl de ander mij aanmoedigde, “ … ga alsjeblieft zo door, het kan niet literair genoeg zijn.” De eerste was mijn meerdere en ik had – het leek wel op vroegere tijden thuis – slechts te gehoorzamen. In elk vervolg schrapte hij de fraaiste zinnen en krabbelde geïrriteerd in rood, “Vermijd deze onzin voortaan!” Van nul en generlei waarde. Andere kanttekeningen varieerden sterk: “beter beargumenteren”, “verder uitwerken”, “dit gelooft geen hond”, “zó, dus je kunt het wel”, “ik haal je zó onderuit”, “wát in hemelsnaam is morele nood?” Er is altijd iemand die de maat neemt. Hij had niet steeds ongelijk hoor want je moet eigenlijk een wonder van beknoptheid leveren en op z’n scherpst redeneren, - dan lijkt het wel of ik in een ander universum leef. Ach, ik heb het graag en met rede en eerbied geschreven.)
Nguyen Dinh Dang schilderde zijn vader en het werd een portret van treurige eenzaamheid, van verlies en vervreemding, of alles wat hij geschreven had van een andere tijd was, nooit begrepen zou worden, nooit waardering geoogst, niet serieus genomen. De ernstigste zaak van de ziel. Is iedereen al zijn werk ontgaan? Was er nimmer aandacht voor?
Hij smeet zijn oude Olivetti naar het offerblok. Het lijkt alsof hij op een stoïcijnse manier in zijn Cabrio zit en niet van slag is geraakt, niet in de puree zit, en op afstandelijke wijze afscheid neemt van zijn ‘kleine schepping’. Vergane glorie.
Maakt het hem gelukkig? Is zijn werkelijkheid verarmd?
Zit zijn taak er nu op? Heeft hij zichzelf stilgezet, van de kaart geveegd? Ik weet het simpelweg niet.
Pas aan het einde wordt een mens gekend.
[© MN. Afbeelding: “Father’s poems” by Nguyen Dinh Dang.
Het nieuwe sjabloon is speciaal voor wie het lezen van een zwart template te vermoeiend blijkt. Ik kon ook gaan voor een groter lettertype maar dan gaat de (in mijn ogen) chique stijl verloren. Men zegt wel vaak, ‘het gaat toch om de inhoud’, maar de vorm, de presentatie, vind ik van minstens even groot belang. “Weer licht in de duisternis”, “Opmars naar de lente”, goed, het is beter zó. Een ongelukkig dichter ben ik niet, eerder bevoorrecht. Verder ben ik dadelijk weer een dag of vier weg, altijd westwaarts naar mijn muze, waardoor het bezoek mijnerzijds verspreid zal zijn over die dagen, maar dat is een bekende traagheid geworden.]