
Mobieltje 02:28 uur
Tegen elven naar bed. Weldra sliep ik als een os … of als een roos (wat is beter? Is ‘als een os’ meer gepast voor een oude man, ‘als een roos’ voor een lieftallige deerne?). Als een blok in slaap gevallen … maar de telefoon ging. Ik greep hem meteen, nu ja, bij derde ringtoon, van het tafeltje, vanaf dat ogenblik bleef het stil. Licht aan, bril op - ik inspecteerde het ding, maar er was niet gebeld, het laatste telefoontje was van de afgelopen middag, van Leo.
Ik had Walter in gedachten nog uitgelegd (want ik herinnerde mij zijn opmerking bij “De zwoegernij van de dag”, ‘is er dan niets dan somberheid?’ – en tranen vloeiden in mijn ogen), dat ik de eerste ben die het graag anders zou ervaren en (dus) verwoorden, maar dat een door alles heen dringende p… geen sprankje zonneschijn toelaat. Er is niets dan somberheid terwijl er zo liefmoedig voor me wordt gezorgd – soms voel ik me echt een ondankbare hond, het is me verboden dat te zeggen.
Met veel moeite een postpakketje klaargemaakt, wat ansichtkaarten geschreven en – later, na de heerlijke zuurkool met verse worst en Almhof roomyoghurt toe - gekeken naar het onuitlegbaar van elkaar verschillend lot van Balkenende en Van Leers. Waar de een bij evident verschillende standpunten in ’t zadel blijft, moet de ander in de schijn van belangenverstrengeling zijn biezen pakken (en krijgt dan ook nog een ovationeel applaus).
De p… leek op een moord die mijn lippen zweeg. Zo verstreek de dag, in niets dan somber licht van de wintervorst, in een verbeten kleine lach om de telkens weer lekkere Lungo-koffie, vergezeld door Erik Satie.
Ik keek op de wekker: 02: 28. Wakker gebeld, ik kende mijn telefoon toch? – maar in de droom ben je van de schijn niet zeker, de droom heeft heel eigen verhalen, andere dan die je kent. Ik ben gaan plassen en volgens mij zo weer in slaap gevallen. (In de zes of zeven minuten van onverwachte onderbreking ken ik een ogenblik, een luttel moment, de gedachte dat alles normaal voelt, maar ook dat is een illusie.)
(Later hoorde ik dat M. rond middernacht de sonnetten uit 1938 van Bertus Aafjes had besteld en ook een roman van Ch. Huygens over het leven van Rembrandt, “er verschijnt ook een nieuw boek van Rudy Kousbroek, ‘Restjes’.” Korte essays over tal van onderwerpen. Ik had net gisteren het boek van Edith Ringalda gekocht, “Heer en Meester een liefdesverklaring” – aan Simon Vinkenoog. Een mooie gebonden uitgave; haar schrijfstijl is nogal extatisch, ontroerend ook.) Ze vertelt me nog over een prachtig gedicht van Elmar Kuipers, dat geen vogel kraait zonder gevoel, hij poetst eerst in z’n veren zijn snavel.
[© MN, in ‘Noorderlicht’; de Grote Narigheid van Chronische pijn is, dat het lichaam regeert. Onzichtbaar aan de macht.
Afbeelding: “Alone” by Arif Tanju Korkmaz.]