Pagina's

zondag, januari 31, 2010


’t Zandmannetje
Hoe absurd is ’t niet te leven in alleen maar pijn

Tijdens het zandlopersuurtje
loop ik gewoonlijk de dag nog eens door,

soms vind ik gedachten
die ik niet eens gedaan heb, terwijl
gedachten toch het begin zijn van mijn daden.

Ik richt me op en kijk even naar Israfel.
“Wat als ál je gedachten tot daden zouden leiden?”



[© MN, ‘Pensées de l’homme’. (’t Zandlopersuurtje is de onbepaalde tijd tussen eindelijk behaaglijk in je hoofdkussen liggen en in slaap vallen, ‘een heerlijke tijd voor mijmeringen en fantasie’.) Ik dacht nog wel, weet iemand waarvoor het er is? Ik niet. Zou ik naar een ander lichaam kunnen verhuizen? Ik moet toch ergens heen! Denk ook aan het absurdisme van Camus. Ja, ik houd van mijn leven, ook nu, maar waarom kocht ik toch een plumeau van struisvogelveren? Op Classic-fm hoor ik steeds: “Na een hersenbloeding ben je een ander mens geworden, ook al besef je dat niet. Vraag een gratis folder aan.”
Afbeelding: Ongetiteld; “In welke gedaante verscheen ik?” by Mireille Hulpiau.]

donderdag, januari 28, 2010


Pijn ruïneert mijn akkerbouw
Soms is leven licht, soms met zwarte smart

Het vermaledijde woord ‘pijn’
zal ik voortaan weer voluit spellen, ’t doet denken
aan de tijd dat K genoeg moest zijn

om ieder de lippen opeen te houden,
maar die naargeestige vertroebeling ligt
achter ons, - mijn pijnen

kennen een ander lot, onzichtbaar kaalslag
plegend alvorens een kiem van nieuw leven
mij op andere, schone gedachten zet.

‘Keeping up appearances’ kan lachwekkend
zijn, maar mij is het een draak van vervalsing,
de huichelarij in de tijd van m’n kinderschoenen.

Is al het goede dan weer verdwenen? Nee,
het is de spanningstijd tussen ‘être et avoir’
in de levensadem van één, - ‘k houd de vlag in top.


[© MN, ‘Het gevreesde geen taboe’. Hoop doet mij vasthouden aan discipline en zelfzorg, niet teveel te willen; als ik wakker word, is mijn lichaam rustig en normaal en is ’t zo verleidelijk te blijven liggen. Richt ik mij op, wenkt de engel Israfel, een goed idee te gaan leven. Afbeelding: “Come back” (the balance) by Marius Grozea.]

maandag, januari 25, 2010


Van het eiland naar het vaste land
In een mum van tijd, maar ook nu weer, de weelde van vriendschap

Een aantal oudere teksten en gedichten, zeker sinds de zomer vorig jaar, tonen (denk)beelden van onmacht, moedeloosheid en verlatenheid, van vermoeidheid, desillusies en uitzichtloosheid, gedrukt in sporen van twijfel en vastberadenheid en ook wel van stavast, van voorzichtige vooruitblikken op verandering, - eigenlijk voortdurend in het onveranderlijke passe-partout van het woord dat ik voortaan niet meer wil(de) spellen omdat het me zoveel weerzin wekt en ook anderen in zekere zin neerdrukt in herhaaldelijke, zij het liefdevolle kussens van compassie, vaak ook van machteloosheid. “Kom, is er dan niets dan somberheid?”

De laatste maanden waren het moeilijkst. Het eiland was al een tijdlang een soort verzameldoos aan het worden voor al waar feitelijk geen plek meer was, ‘een magazijn voor een onbepaald later’, waardoor elke ordening verdween, teloor ging. Maar nadat van wie mijn geliefde was - en dat in mijn hart ook is gebleven - het onverwachte antwoord kwam dat zij ging verhuizen, werd het karakter van een sfeerloze wachtkamer versterkt. Het eiland werd mijn ongedurigheid. Een tijd van spanning, chaos en overleven. Ik leverde strijd met talrijke vragen over mijn onzekere maar naderende andere tijd. Veel van praktische aard is te overzien en oplosbaar, maar feitelijk is dat ook een onbeduidend fragment van je bestaan. Dat ik binnenshuis als ware meer naar het vaste land zou gaan, dat stond vast.

Ik zou een bezield verband moeten creëren tussen mijzelf en mijn omgeving. Dat lijkt neer te komen op veel praktisch werk, zoals het sauzen van muren, het kiezen van meubilair en het schikken van beelden en boeken – het huis leek een geraamte met een kloppend hart, maar in feite beleef ik het als het een drukwerk van zeer persoonlijke aard. Dit is het stukje land waar ik woon, ‘ik als herkenbare persoon’. Zielenwerk.
Werk ook dat voor een groot deel gedaan is door hardwerkende vrienden, onder wie mijn zoon en zijn lief. Het is niet provisorisch of ‘zo maar’ leefbaar gemaakt, maar vaardig, met ijver en liefde in de vlammen van de lach en voortreffelijk eten, en gelukkig kon ik nog iets meer dan regisseur zijn. De reis van het eiland naar het vaste land is in minder dan vijf dagen volbracht. De klok wijst naar zondag 24 januari, 20:30 uur.

[© MN, ‘Een huis gebouwd op oude warmte’. Wel, het leven is nu aan mij, hier, op nummer 96, en hopelijk lijkt mijn p… op “het beeld van in de zachte wind op en neer wiegende brieven van Louise von Habsburg aan haar graaf Otto in een door speels zonlicht onderbroken groen” (in Oranienburg, voormalig Oost-Duitsland), zoals iemand mij onlangs schreef.]

woensdag, januari 20, 2010


Goodbye my darling

De liefde heeft mijn botten
niet gekraakt, al trilt mijn hart bij
haar gaan, ik sta stevig in de wereld.

Jaren van saamhorigheid, maar ook
van veel lelijkheid hebben het huis in
vlammen gezet, maar de geboren eenheid

heeft het gewonnen, niet de vijandschap, die
heeft ons de weg terug gewezen, en ieder,
in het harnas van het eigen lichaam

gaat de terugtocht en kiest een eigen weg.
Hoe broos is alles wat liefde heet, maar
laten we beiden dat pad maar gaan

want als ons verleden een hart had,
zullen we dat ook nu niet verliezen, geen triomf,
maar verpulverde verlorenheid? Neen.

Het is wel een nederlaag, zoals Hagar Peeters
schreef, maar we gaan nu een andere weg, al laat
het verleden ons niet los, dat bewaren we in ons lot.


[© MN, in ‘Het eigen lot’, schatplichtig aan Hagar Peeters, ‘Loper van licht’. Voor Chrisje die nu, 20 januari 2010, verhuist. A poet’s past. Dit gade te slaan …. Afbeelding: “Cradle” by Flying Ideas.]

zondag, januari 17, 2010


Veeg de wasem van al je ramen

Goed, haal de p… uit de klemmen
van angst, bijt je lippen niet stuk
op verandering –

goed, reinig je van alle ongemak,
schrob je blote lijf alsof ’t veren zijn
en zie welke schoonheid tevoorschijn komt

want de p… is er toch, zei Elly, misschien
is ’t de kunst het niet te vermeerderen, -
goed, maar de vlag van de hoop houd ik bij me.

[© MN, ‘Werk aan de winkel’. Photo by S. Amer, die (schoonheid) trof ik aan.]

zaterdag, januari 16, 2010


Mobieltje 02:28 uur

Tegen elven naar bed. Weldra sliep ik als een os … of als een roos (wat is beter? Is ‘als een os’ meer gepast voor een oude man, ‘als een roos’ voor een lieftallige deerne?). Als een blok in slaap gevallen … maar de telefoon ging. Ik greep hem meteen, nu ja, bij derde ringtoon, van het tafeltje, vanaf dat ogenblik bleef het stil. Licht aan, bril op - ik inspecteerde het ding, maar er was niet gebeld, het laatste telefoontje was van de afgelopen middag, van Leo.
Ik had Walter in gedachten nog uitgelegd (want ik herinnerde mij zijn opmerking bij “De zwoegernij van de dag”, ‘is er dan niets dan somberheid?’ – en tranen vloeiden in mijn ogen), dat ik de eerste ben die het graag anders zou ervaren en (dus) verwoorden, maar dat een door alles heen dringende p… geen sprankje zonneschijn toelaat. Er is niets dan somberheid terwijl er zo liefmoedig voor me wordt gezorgd – soms voel ik me echt een ondankbare hond, het is me verboden dat te zeggen.

Met veel moeite een postpakketje klaargemaakt, wat ansichtkaarten geschreven en – later, na de heerlijke zuurkool met verse worst en Almhof roomyoghurt toe - gekeken naar het onuitlegbaar van elkaar verschillend lot van Balkenende en Van Leers. Waar de een bij evident verschillende standpunten in ’t zadel blijft, moet de ander in de schijn van belangenverstrengeling zijn biezen pakken (en krijgt dan ook nog een ovationeel applaus).
De p… leek op een moord die mijn lippen zweeg. Zo verstreek de dag, in niets dan somber licht van de wintervorst, in een verbeten kleine lach om de telkens weer lekkere Lungo-koffie, vergezeld door Erik Satie.
Ik keek op de wekker: 02: 28. Wakker gebeld, ik kende mijn telefoon toch? – maar in de droom ben je van de schijn niet zeker, de droom heeft heel eigen verhalen, andere dan die je kent. Ik ben gaan plassen en volgens mij zo weer in slaap gevallen. (In de zes of zeven minuten van onverwachte onderbreking ken ik een ogenblik, een luttel moment, de gedachte dat alles normaal voelt, maar ook dat is een illusie.)

(Later hoorde ik dat M. rond middernacht de sonnetten uit 1938 van Bertus Aafjes had besteld en ook een roman van Ch. Huygens over het leven van Rembrandt, “er verschijnt ook een nieuw boek van Rudy Kousbroek, ‘Restjes’.” Korte essays over tal van onderwerpen. Ik had net gisteren het boek van Edith Ringalda gekocht, “Heer en Meester een liefdesverklaring” – aan Simon Vinkenoog. Een mooie gebonden uitgave; haar schrijfstijl is nogal extatisch, ontroerend ook.) Ze vertelt me nog over een prachtig gedicht van Elmar Kuipers, dat geen vogel kraait zonder gevoel, hij poetst eerst in z’n veren zijn snavel.

[© MN, in ‘Noorderlicht’; de Grote Narigheid van Chronische pijn is, dat het lichaam regeert. Onzichtbaar aan de macht.
Afbeelding: “Alone” by Arif Tanju Korkmaz.]

donderdag, januari 14, 2010


De zwoegernij van de dag
Te middernacht. Alsof een moord mijn lippen zweeg

Ik ken geen vrediger rust
dan de slaap want zodra mij de dag aanbreekt
wellen de tranen in mijn hart.

A peaceful day, one day, why not,
a day without strangled pain. – I hate this word and won’t
say it again, pain, athirst for powerless compassion.

Het is als na lange zwoegernij, stamelend
zonder redekunst over deze onwerkelijkheid, maar
ik snak naar zachte adem, hoorbaar in mijn rust.


[© MN, ‘Zo bid ik ieder uur dat mijn droeve ziel zich verheugt’. Mijn bidden is niet het aanroepen van de Heer of gelijk een rozenkrans, maar meer denk ik het koesteren van de hoop dat het, waar ik gewoonlijk sterk in geloof, daadwerkelijk weer anders zal worden dan nu.
Afbeelding: “Somewhere down the road” by Angela Bacon Kidwell.]

zondag, januari 10, 2010


Een leger van windgeraas
De windgeworden dichter

De wind waait over de daken
en niet omdat de takken bewegen, de sneeuw
stuift alsof uit de hand van een zaaier, mijn ziel

lijkt een kruitvat maar niet op mezelf gemunt,
noteer het, 9 januari, de wind is op jacht, maar ik wil
jarig worden, of is mijn toekomst al geschoten?

Aber du, du alte Dichter von Seele, du weißt doch,
immer in der Tiefe gibt es ein Licht!

[© MN, in ‘Deep inside, this is all I can’. Tot 20 januari heb ik elders een ‘niche’.
Afbeelding: “Desolation” by Adrea Lorenzetti.]

donderdag, januari 07, 2010


Elk schilderij vertelt zijn eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (43)

Misschien is dat wel in het bijzonder het geval bij het werk van deze Chileense schilder, Gustavo Poblete Catalán (1915 – 2005), en je even de zintuigen opent voor bijgaand vermelde slideshow met korte veelzeggende meditaties van Charles Chaplin, vertaald door Freddy Storm - www.slideshare.net/.../arte-de-gustavo-poblete-presentation
Het is indrukwekkend zoals deze schilder, maar bijvoorbeeld ook Iman Maleki en Sharad Malek Fazeli, het penseel in handen hebben (gehad) en in kleur en licht de werkelijkheid verbeelden, precies zoals wordt gezegd, ‘alsof het foto’s zijn’. Er is veel knappe en ontroerende fotografie, maar dit is de verwonderende schepping van de realiteit.
Het moet me van het hart, maar zeg er maar niets over, dat het me spijt niet verder te komen dan mijn eigen weblog en ook e-mails nauwelijks kan beantwoorden. Het is waarschijnlijk ‘de chaos van het nu’ die hier de hand in heeft en waar ik, een vloek blijft binnensmonds, met al mijn zestig jaren niet goed genoeg mee weet om te gaan. De pijn is even vurig als mijn liefde voor het leven maar de vreugde daarvan …. Ik houd de vlag van de hoop stevig in de hand, dat is eigenlijk het enige dat ik kan.

[© MN, ‘Het leven’. Een collage van schilderijen van Gustavo Poblete.]

maandag, januari 04, 2010


De koningin van toewijding
Rafels van tranen, een schamel woord

Als dichter van lichaam en ziel
ken ik weinig woorden meer wanneer
een mens terugkeert in de aarde.

Na jarenlang met pijn en liefde,
schreiend van onmacht en tederheid,
opschorten van eigen leven

is haar levensvriend gegaan.
Daarvóór waren er al jaren van zorg
voor haar moeder, maar Wim

stapte direct daarna in haar voetstappen,
en zo ontstond een uiteengerekte tijd
van vaak schrijnend schrale zorg

in afwezig en wakker besef,
in onberekenbaar gedrag en koestering
in de warmste mantel, een die wel vermoeid
raakte maar aan volharding niet sleet.

Noem mij wel de dichter van lichaam en ziel,
het is toch maar ’n gestameld woord van mededogen -
er zijn pijnen weggenomen, maar er zullen er ook
toenemen nu hij gehemeld is en zij huiswaarts gaat.

[© MN, ‘Hoe kan een woord nog troosten’. IM Wim 31 december 2009, voor Thea.
Afbeelding: “Melody of the soul” by Anna Pagnacco.]

zaterdag, januari 02, 2010


De versobering van het eiland
La vie du poète


Even dacht ik vanmorgen dat het maandag was, maar wanneer je helemaal vrij bent van verplichtingen gaat het met dat tijdsbesef wel vaker mis. Het hindert niet en het is trouwens in een mum van tijd weer hersteld. De daken zijn met vorst geslagen, de lucht is wit, mogelijk vol van sneeuw.
Met schone gedachten en een helder hart kijk ik over de velden van het nieuwe jaar, het jaar waarin nog even de regie in handen ligt van de omstandigheden en niet in die van mijzelf, maar over veertien dagen is dat definitief anders. Alles dat schetsmatig als een soort van maquette in m’n hoofd zit, zal met hulp van vrienden heel planmatig worden gewijzigd want geen enkele metamorfose maakt kans van slagen als we slechts impulsief te werk gaan. Kleur, beelden, boeken, verlichting, schikking van ander meubilair zullen zowel het eiland als het woonhuis een ander, persoonlijker aanzien geven. (Geen idee voor hoelang want het huis blijft gewoon te koop, maar wachten op een koper is volkomen onzinnig en als die komt, moet het er aangenaam uitzien, naar Maarten van ’t Hart, ‘een huis in lokkend postuur’.)
Op zekere morgen eind deze maand zal ik met dezelfde zintuigen hier alles anders waarnemen. De euforie zal kortstondig zijn, maar ’t genoeglijke wonen zo lang als het duurt. De akkers die ik moet bewerken, zullen dezelfde zijn, maar wat ik zaaien zal, dat ligt in de lijn van het vernieuwde genoegen.

[© MN. Afbeelding: “Morning” by Franz Schumacher.]