
De onvolmaaktheid herzien
Het huis. Het staat er niet naakt bij. Al mijn bomen, de eikenboom, de acacia, de catalpa’s, de sering, de kersenboom en nog een vreemdeling staan er weelderig bij. De wingerd moet elke week worden teruggesnoeid want die vreet anders binnen de kortste keren de dakgoot op en dringt dan de dakpannen binnen. Uit oogpunt van esthetica vind ik dat het mooiste, maar het is de bedoeling dat het huis wordt verkocht en dan werkt ogenschijnlijke verpaupering niet erg mee. (Toen ik dik twintig jaar geleden mijn huis in Huissen had verkocht, werd op de dag van de sleuteloverdracht de mooiste boom van de straat omgehakt, een hoger dan het huis geworden treurwilg, even breed als de binnentuin. Van lichtrover tot lichtval.)
Het huis staat aan de Ringallee die vijftig meter verderop overgaat in de Schelmseweg en doorloopt tot het hart van Oosterbeek, een kilometer of acht hier vandaan. Al veel eerder, nog geen twee km, bevinden zich de snelwegen naar alle richtingen van het land, Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven, Utrecht, Apeldoorn, Zwolle, Oberhausen. Het zijn niet de bomen, maar het is – naast de economische misère en het politieke kerkhof - de onophoudelijke ergerniswekkende verkeersdrukte die potentiële kopers weerhoudt van een bod, al valt het huis nog zo in de smaak.
Het is een authentiek vooroorlogshuis dat je eigenlijk in naakte staat moet kunnen zien. Het huis als geraamte. Weg met alle schilderijen, boeken en beelden. Geen dichter meer te bekennen. Het huis als stilleven.
Het huis. Het staat er niet naakt bij. Al mijn bomen, de eikenboom, de acacia, de catalpa’s, de sering, de kersenboom en nog een vreemdeling staan er weelderig bij. De wingerd moet elke week worden teruggesnoeid want die vreet anders binnen de kortste keren de dakgoot op en dringt dan de dakpannen binnen. Uit oogpunt van esthetica vind ik dat het mooiste, maar het is de bedoeling dat het huis wordt verkocht en dan werkt ogenschijnlijke verpaupering niet erg mee. (Toen ik dik twintig jaar geleden mijn huis in Huissen had verkocht, werd op de dag van de sleuteloverdracht de mooiste boom van de straat omgehakt, een hoger dan het huis geworden treurwilg, even breed als de binnentuin. Van lichtrover tot lichtval.)
Het huis staat aan de Ringallee die vijftig meter verderop overgaat in de Schelmseweg en doorloopt tot het hart van Oosterbeek, een kilometer of acht hier vandaan. Al veel eerder, nog geen twee km, bevinden zich de snelwegen naar alle richtingen van het land, Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven, Utrecht, Apeldoorn, Zwolle, Oberhausen. Het zijn niet de bomen, maar het is – naast de economische misère en het politieke kerkhof - de onophoudelijke ergerniswekkende verkeersdrukte die potentiële kopers weerhoudt van een bod, al valt het huis nog zo in de smaak.
Het is een authentiek vooroorlogshuis dat je eigenlijk in naakte staat moet kunnen zien. Het huis als geraamte. Weg met alle schilderijen, boeken en beelden. Geen dichter meer te bekennen. Het huis als stilleven.
Het huis is niet dood. Ik ervaar alle lagen van afhankelijkheid en dat op zich betekent voor mij een ongekend dieptepunt omdat het behoud van de eigen regie op 't spel staat, maar ik ondervind tegelijkertijd waarachtige trouwe zorg, een dimensie van compassie die ik in deze gedaante nooit heb gekend en een bron van intense dankbaarheid is. Het leven hier staat eigenlijk in het teken van strijd en aanbidding.
Het huis als een bed van doornen. Voor de krakkemikkige staat van mijn lichaam is dit een ongeschikte woning. Over een paar weken moet ik naar een revalidatiearts en die schrijft, hopelijk, een soort totaalrecept, een op lijf en psyche geschreven portret voor de best passende schepping. Voer voor een huisarts die genoeg heeft van pillen.[© MN, ‘Niet doof of blind voor het goede medeleven’. Photo: “A new hope” by Warwan Fardiansah.]