
Dankbaarheid is van even grote waarde als barmhartigheid
Het lezen van de wind
De lawaaimacht van bomen herinnert me
aan het jongensgeslenter over de Badweg van Vlieland.
Er staat een sterke westenwind
en de kolossale naaldbomen
overtuigen me van de zee hier pal achter –
de gewoonlijk vlakke vijver krijgt ’n gerimpelde huid,
maar in de avond is het plots windstil,
zelfs ’t zachte geruis is verdwenen want
de ondergaande zon heeft het mysterie overgenomen.
Ik verbouw mijn weblog niet tot een postmoderne klaagmuur (in zoverre ik dit al niet deed) want na de moorddadige paniekaanval, midden in de nacht enkele etmalen geleden, is het de hoogste tijd me te realiseren dat het nooit meer anders of beter wordt, alleen maar met wat nuances, of alleen maar slechter alsof ik me bewust naar de dood toesleep – wat niét waar is. Ik ben tot in m’n navel gehecht aan het leven, aan mensen, aan de natuur. Ik houd van het leven en wil dingen doen die ik niet meer kan. De pijn is vaak even onverdraaglijk als de gedachte aan de dood. Dualiteit alom.
Een verdwaalde hond loopt tegen de wind in, alleen zo leest hij de geuren van het mogelijk dichterbij komende huis. Een gierzwaluw blijft negen maanden in de lucht, vliegt tegen de wind in, aangezien hij alleen zo al vliegend en met open snavel zijn voedsel, insecten, uit de lucht vangt. De briljante schepping.
Weet je, als jij je tot kalmte maant en jezelf kunt inprenten dat je nérgens bang voor hoeft te zijn, wanneer je die twee aanwijzingen niet als uit overmacht aangereikt gezwets terzijde schuift, dan vermindert de pijn. Ja, ja. Je kunt het alleen maar beamen hè, of geloof je er geen snars, geen sikkenpit van? Het is geen sprookje, evenmin een ontkenning van de ernst ervan, maar als je je weghaalt uit het overheersende gevoel pijn geworden te zijn en dat pijn het enige is dat nog bestaat, dan schenk je jezelf onvermoede kracht want dan verlaat je de vicieuze cirkel. Ja. Vooral dát bestaat wat door jezelf wordt benadrukt.
Pijn kan een reëel en dramatisch excuus zijn om te zwijgen, een begrijpelijke dwang uit volkomen wanhoop. Maar verwacht niet alleen maar begrip of troost, het kan ook een onuitgesproken weerzin oproepen en de onmacht van de ander alleen maar versterken. Hij of zij zal liever wegblijven dan komen. Laat toch in hemelsnaam merken dat je het bezoek van de ander waardeert, fijn vindt. Als je de indruk wekt van onverschilligheid of onopzettelijk denkt dat het motief van de ander uitsluitend gelegen is in morele plicht, dan schoffeer je die ander, je doet hem zwaar tekort waar hij zijn eigen besognes opschort, huis en haard verlaat en zijn bestaan uit minstens betrokkenheid onderbreekt. Ook al gaat het werkelijk beroerd met je, elk gesprek stagneert wanneer je doet alsof je al dood bent terwijl jij voor die ander zo van waarde bent. Je kunt wel een gebroken soldaat zijn, maar met harteloosheid of bittere smart verneder je de ander. De ander zal je niet moraliseren in deze toestand maar denkt er het zijne van, zal je liever vergeten dan ‘rijk’ zijn.
Wederkerigheid is nog altijd een belangrijk beginsel en opent vele deuren of ongekende mogelijkheden. Erken de trouwe mens.
Soms kan een vriendelijke ontmoeting met jezelf een weldaad zijn.
Dit fragiele besef bestaat nu drie dagen na een reis van ‘deep down to the top of a hill’, de ergste paniekaanval ooit, ik nog met slechts mijn ademhaling, en nadien een begin van nieuw denken, van beweging, van verandering – een cruciale dimensie van chroniciteit, het blijft niet altijd hetzelfde, het wordt niet alleen maar slechter, het kantelt, het fluctueert. Die these heb ik proefondervindelijk vastgesteld in het lezen van de ademhaling.
Negen maanden in de lucht, en slapen dan? De gierzwaluwen hebben door de tijden heen geleerd de twee hersenhelften alternerend van elkaar uit te schakelen. Zo kunnen vliegen en slapen ongehinderd voortgaan. (Iets voor ons?)
[© MN, ‘Herboren uit reflectie’. Foto 21 mei bij de vijver. Het betekent niét dat ik de pijn onder controle heb, wel dat het soms mogelijk blijkt, denk ik, de aanhoudende hevigheid te beïnvloeden. Angst, boosheid, moeheid (zoals nu) en verdriet verzwaren het, dat in elk geval. ‘Kunstgrepen’ van Pierre Jansen zal door velen wellicht teruggehaald kunnen worden uit televisieherinneringen, die innemende, beweeglijke, zichzelf verkneutererende euforische man die letterlijk een greep deed in de kunst en daar zo enthousiasmerend over wist te vertellen. Het woord ‘kunstgrepen’ – dat is wat ik tracht te doen in mijn strijd naar een meer soevereine staat van bewustzijn.]