Pagina's

maandag, juni 27, 2011







Het dagboek van een dichter
Het hart, het lichaam en het geweten van de kluizenaar


Nooit eerder een boek gelezen als dat van de dichter Leonard Nolens. Ik ben op pagina 1039, dus over 15 bladzijden is het uit. ‘Uit’ vind ik zo treurig dat ik het al de hele dag uitstel om verder te lezen, laat staan dicht te slaan. Dat komt ook doordat de verwachte bundel verzamelde gedichten, “Hart tegen hart”, gisteren niet is gearriveerd.
Ik heb gretig, niet gulzig gelezen, met toenemende bewondering en sympathie en mededogen. Een keer heb ik het bijna laten afweten, ik geloof ongeveer vanaf pag. 700 als hij bijna honderd bladzijden lang gedetailleerd het moreel en fysiek diepst geblakerde deel beschrijft, de zwartste alcoholgeschiedenis. Maar met de vinger op de regel ben ik doorgegaan, het was onvermijdelijk, telkens weer het meest deerniswekkend.
Het alleen zijn, de noodzaak en de kunst, strijd en aanbidding, de ontleding en betekenisgeving van alles dat hem onder ogen of in gedachten komt. Het is duizelingwekkend wat uit deze authentiek levende dichter wordt geboren.

[© MN, ‘De toren van Missenburg’. Leonard Nolens, “Dagboek van een dichter 1979-2007”, Querido, geb. 1054 blz.]

donderdag, juni 23, 2011


Marktwerking: een serie mislukte foto’s

Begin dit jaar en sinds kort opnieuw – bij alle ellende die er al was en nog steeds niet is overwonnen -, werd ik ongelooflijk dwarsgezeten door elkaar rivaliserende energiemaatschappijen die mij beurtelings als klant claimden terwijl ik met een derde een contract heb. Je moet er wel achterheen, maar het is beter niet te proberen het te begrijpen want je wordt woedend en gek van overmacht tegenover het canaille van de bureaucratie. En met elke stress wordt het pijnwiel weer opgedraaid. Tientallen telefoontjes met tegengestelde informatie, brieven met intimiderende uitleg en boetes en van je rekening simpelweg afgeschreven bedragen. Tussen dit handelen en criminaliteit: het is maar een steegje breed.
In het thans lopende conflict zijn ze (weer twee andere leveranciers) ervan overtuigd dat ik bij een andere maatschappij dan waar ik me in het begin van de ‘Doetinchemse geschiedenis’ heb aangemeld, een nota bene zakelijk contract “zou zijn overeengekomen” in plaats van een particulier en hoewel ik nog nooit enig contact met dat bedrijf heb gehad, houden ze vol dat het rechtsgeldig is. Niet opgeven. “Meneer, ik ga het tot op de bodem uitzoeken, maar die nota zou ik wel vast betalen, anders wordt het nog veel erger.”
Je bent (wind)handel en, reken maar, heel veel mensen worden daarvan de dupe. Je bent gewoon niet thuis in je eigen leven.

[© MN. Photo: “Sun in morning fog” by Albert Lynn. Toen wij in 1958 verhuisden van Enschede naar Rosmalen, kwam er een man van de PTT, van het provinciale energiebedrijf en reisden we met de bus van BBA of Zuidooster en per trein met de NS. Nu kun je alle aanbieders met 100 vermenigvuldigen.]

vrijdag, juni 17, 2011

Ik ben geen struisvogel

Vormden die andere gezichtspunten nu een trucje om de pijn te onderdrukken? (Want gisteren en vandaag was de pijn toch koploper.) (Sommige lezers menen zelfs het tegendeel te hebben begrepen; op de ansichtkaart staat: “Wat fijn dat je nu van de pijn af bent.”)
Al dan niet een truc, de pijn blijft en wordt ook niet minder, máár, de pijn kan wel anders worden ervaren. Het is géén truc want dat heeft iets nepperigs, alsof je jezelf een kunstje flikt.

Die andere gezichtspunten zijn wáár omdat ik er grote waarde aan hecht. Ze zijn zelfs bevrijdend doordat ze me in staat stellen pijn en angst van de voorgrond te verdrijven en dus als mild kunnen worden ervaren. Je weet, vooral dát bestaat wat je benadrukt, dat is in ieders leven zo.
Sommige belangrijke voornemens, die een basis hebben in jezelf, kunnen na verloop van tijd wat verslappen, en hup, daar ga je weer. Geen enkel inzicht behoudt uit zichzelf de oorspronkelijke scherpte. Niets beklijft als je er verder geen moeite meer voor doet. Gaat het in de liefde niet precies zo?

Het is derhalve in geen enkel opzicht struisvogelpolitiek. Het is de kunst vast te houden aan je overtuigingen én niet overmoedig te raken want die pijn is in wezen geen enkele minuut anders, of mogelijk wel anders, maar nimmer afwezig. (Daarom stelde ik de vraag om mijnentwille, aangezien het om dagelijkse, zeer barre pijn gaat.) Die verdomde fysieke pijn die tegelijk een complexe levenspijn is geworden, leer daar maar een maat in te vinden, - het scheelt dat ik geen mateloos temperament heb, en dat ik een huis gevonden heb waarin ik graag woon, juist nu het gaat om reëel overleven. Als dat niet zo zou zijn, zou ik tuimelend uit al mijn contouren vallen. Mijn leven nú is ook een les in alleenzijn. Het leven is een woestijn met talrijke oases van verscheiden smaken.
De wolken, elke dag zijn ze anders, soms zijn er géén, vandaag zijn er vele met een dikke grijze vacht en koppen van witte wol, wolken waaruit telkens harde stortregen, aangevoerd door een even harde wind die alle bomen diep en nederig doet buigen.

[© MN, ‘De zoveelste reflectie’. Photo by Magdalena Wanli.]

dinsdag, juni 14, 2011


How long shall it take
before we awake?

De ontdekking van andere invalshoeken van denken naar je condition humaine blijkt gepaard te gaan met speciale ‘cadeaus’. Ik kan het ook anders zeggen: een goede zelfzorg opent nieuwe vensters, alsof je, zoals Marieke opmerkte, op een nieuw continent bent geland. Ik kijk hier anders om me heen. Nadat ik bijvoorbeeld simpelweg een Mariabeeld een andere plaats had gegeven, zei ik: “Wat heb ik toch een rijk huis”, ik bedoel niet zozeer het ‘hebben’ maar het beseffen van wat ik herken als mijn thuis. En dan die ontwaakte belangstelling voor vogels en bomen … hoe ziet die merel er nu uit, het is net een mottig mannetje ….. even opmerkelijk als plezierig, en wat dat betreft leef ik hier in een oase …. en opruimen, alles in kleine stapjes. Het is geen gevoel dat je moet zien vast te houden, maar een discipline, daarmee houd je de zelfzorg op peil.

Ik heb natuurlijk ook vakantiegeld en naast enkele andere boeken zal Walter ook een vogel- en bomengids meebrengen. Elders heb ik een onconventionele, éénoog verrekijker gekocht, ik wil mijn biotoop wat beter leren kennen.
Ben ik nu een rijpe man?
Wat een onnozelheid, wat een onbelangrijke woorden. De deur naar de stilte staat open, de deur naar mijn eenzame dagindeling, mijn gelukkige nietsdoen de godganse dag. Het nietsdoen is schijn, ik weet het, het verhult ‘le travail intérieur’. Geen zuchtje wind. Zelfs de kruinen van de bomen, zo licht van gewicht, worden door de stilte geraakt, alsof de bomen dromen, lamlendig staan te luieren.


Mijn heden is sterker dan mijn verleden.
Ik hoef mijn cabrio maar even naar links te draaien en ik zie mijn slaapvertrek, het antieke bed met het zwarte dekbed en dito hoofdkussen, het kussen dat vertrouwd is met mijn altijd woelende trauma’s. Wanneer ik in slaap wordt gezoend, vallen ze met al mijn fysieke ellende voor een poosje in de wolken van mijn bewustzijn. Wolken, zo wit als het Atlasgebergte, zoals die hier vrijwel elke avond traag voorbijtrekken, een hemelsbreed grijs laken achter zich meeslepend.

Terwijl de katholieke kerk van Nederland zich in vergaande staat van ontbinding bevind, blijven de feestdagen steevast op de agenda. Die feestdagen komen wel voort uit de religie, maar hebben zich maatschappelijk en commercieel verankerd. Een inhoudelijke betekenis is zo goed als verloren gegaan.
De gemeenschap in het Achterhoekse Braamt is in rep en roer, sinds men weet dat het bisdom serieus voornemens is de pastor te vervangen en zijn rust te gunnen. De bijna negentigjarige vitale man weet zijn kennis van het dorpsleven en van menselijkheid én van nabije kerkelijkheid zo te benutten dat hij ongelooflijk geliefd is en de kerk altijd vol zit. De pastor wil (misschien) in zijn harnas sterven. Maar een stel slapende regenten denken er anders over want de man is te vrij in de leer – en zo vernielt De Kerk zijn eigen kerken. Het zijn vaak dwazen die regeren en gewone mensen die wijs hun werk doen.

[© MN, ’Opgespoorde wonderen’. A poet in spring, June 2011. Dank voor júllie betrokkenheid aldoor; omgekeerd iedereen bezoeken zit er helaas nog niet in.]

donderdag, juni 09, 2011


Dankbaarheid is van even grote waarde als barmhartigheid
Het lezen van de wind


De lawaaimacht van bomen herinnert me
aan het jongensgeslenter over de Badweg van Vlieland.
Er staat een sterke westenwind

en de kolossale naaldbomen
overtuigen me van de zee hier pal achter –

de gewoonlijk vlakke vijver krijgt ’n gerimpelde huid,
maar in de avond is het plots windstil,

zelfs ’t zachte geruis is verdwenen want
de ondergaande zon heeft het mysterie overgenomen.


Ik verbouw mijn weblog niet tot een postmoderne klaagmuur (in zoverre ik dit al niet deed) want na de moorddadige paniekaanval, midden in de nacht enkele etmalen geleden, is het de hoogste tijd me te realiseren dat het nooit meer anders of beter wordt, alleen maar met wat nuances, of alleen maar slechter alsof ik me bewust naar de dood toesleep – wat niét waar is. Ik ben tot in m’n navel gehecht aan het leven, aan mensen, aan de natuur. Ik houd van het leven en wil dingen doen die ik niet meer kan. De pijn is vaak even onverdraaglijk als de gedachte aan de dood. Dualiteit alom.

Een verdwaalde hond loopt tegen de wind in, alleen zo leest hij de geuren van het mogelijk dichterbij komende huis. Een gierzwaluw blijft negen maanden in de lucht, vliegt tegen de wind in, aangezien hij alleen zo al vliegend en met open snavel zijn voedsel, insecten, uit de lucht vangt. De briljante schepping.

Weet je, als jij je tot kalmte maant en jezelf kunt inprenten dat je nérgens bang voor hoeft te zijn, wanneer je die twee aanwijzingen niet als uit overmacht aangereikt gezwets terzijde schuift, dan vermindert de pijn. Ja, ja. Je kunt het alleen maar beamen hè, of geloof je er geen snars, geen sikkenpit van? Het is geen sprookje, evenmin een ontkenning van de ernst ervan, maar als je je weghaalt uit het overheersende gevoel pijn geworden te zijn en dat pijn het enige is dat nog bestaat, dan schenk je jezelf onvermoede kracht want dan verlaat je de vicieuze cirkel. Ja. Vooral dát bestaat wat door jezelf wordt benadrukt.

Pijn kan een reëel en dramatisch excuus zijn om te zwijgen, een begrijpelijke dwang uit volkomen wanhoop. Maar verwacht niet alleen maar begrip of troost, het kan ook een onuitgesproken weerzin oproepen en de onmacht van de ander alleen maar versterken. Hij of zij zal liever wegblijven dan komen. Laat toch in hemelsnaam merken dat je het bezoek van de ander waardeert, fijn vindt. Als je de indruk wekt van onverschilligheid of onopzettelijk denkt dat het motief van de ander uitsluitend gelegen is in morele plicht, dan schoffeer je die ander, je doet hem zwaar tekort waar hij zijn eigen besognes opschort, huis en haard verlaat en zijn bestaan uit minstens betrokkenheid onderbreekt. Ook al gaat het werkelijk beroerd met je, elk gesprek stagneert wanneer je doet alsof je al dood bent terwijl jij voor die ander zo van waarde bent. Je kunt wel een gebroken soldaat zijn, maar met harteloosheid of bittere smart verneder je de ander. De ander zal je niet moraliseren in deze toestand maar denkt er het zijne van, zal je liever vergeten dan ‘rijk’ zijn.
Wederkerigheid is nog altijd een belangrijk beginsel en opent vele deuren of ongekende mogelijkheden. Erken de trouwe mens.
Soms kan een vriendelijke ontmoeting met jezelf een weldaad zijn.

Dit fragiele besef bestaat nu drie dagen na een reis van ‘deep down to the top of a hill’, de ergste paniekaanval ooit, ik nog met slechts mijn ademhaling, en nadien een begin van nieuw denken, van beweging, van verandering – een cruciale dimensie van chroniciteit, het blijft niet altijd hetzelfde, het wordt niet alleen maar slechter, het kantelt, het fluctueert. Die these heb ik proefondervindelijk vastgesteld in het lezen van de ademhaling.

Negen maanden in de lucht, en slapen dan? De gierzwaluwen hebben door de tijden heen geleerd de twee hersenhelften alternerend van elkaar uit te schakelen. Zo kunnen vliegen en slapen ongehinderd voortgaan. (Iets voor ons?)

[© MN, ‘Herboren uit reflectie’. Foto 21 mei bij de vijver. Het betekent niét dat ik de pijn onder controle heb, wel dat het soms mogelijk blijkt, denk ik, de aanhoudende hevigheid te beïnvloeden. Angst, boosheid, moeheid (zoals nu) en verdriet verzwaren het, dat in elk geval. ‘Kunstgrepen’ van Pierre Jansen zal door velen wellicht teruggehaald kunnen worden uit televisieherinneringen, die innemende, beweeglijke, zichzelf verkneutererende euforische man die letterlijk een greep deed in de kunst en daar zo enthousiasmerend over wist te vertellen. Het woord ‘kunstgrepen’ – dat is wat ik tracht te doen in mijn strijd naar een meer soevereine staat van bewustzijn.]

zaterdag, juni 04, 2011


Het geheimzinnige verbond

Achter de zeven heuvelen
op deze aarde, ik noem maar een dwarsstraat,
vermoeden wij een paradijs Jan.
Je weet, mensen willen graag antwoorden,

oplossingen, zekerheden, terwijl erop wordt gehamerd
dat die er zo weinig zijn. Als we dát nu maar wisten, dat van die hemel,
dan werden jullie gek van onze smeekbedes
om ontferming, barmhartigheid of genade.

De clou is misschien, dat het paradijs in ons diepste zelf ligt,
maar we weten het zo zelden te vinden, - of durven we niet zo diep?
Lieve, oude dromer, ik houd het erop dat al je dierbaren jouw hiernamaals vormen,
lichaam en geest zijn er mystiek genoeg voor.

[© MN, IM Jan van der Hart, 16-12-1929 / 5-6-2009.]