De kunstenaar vertelt het leven 1
Een schilderij over droevigheid, kwaad van toon. ‘The girl’s life’ belooft weinig goeds. Het norse gezicht van de man scheldt haar uit. Hij zegt niets, hij staat er schuldeloos bij, zo leunend tegen de deurpost, de rechtervoet voor de linker. De armen over elkaar, powerfull, niet van plan haar te troosten. Het lijkt een verlaten appartementengebouw en ofschoon de kleuren erg mooi zijn, tekent het een kwade sfeer. Zij is de onderworpene, zij is de gevangene. Er is geen uitzicht. Die kerel – hij is de eerste noch de laatste – belemmert elk geloof dat het nog ooit anders wordt. Dit is haar leven, ‘the girl’s life’, op de toppen van liefde of lust, in de dalen van ontgoocheling, van zich steeds maar herhalende misère. Alhoewel ze de kamer van de man is ontvlucht en de buitendeur openstaat, realiseert ze zich eigenlijk nergens heen te kunnen.
Er is geen ander leven.
[Schilderij van Sarah Blackwelder, New York.]
O gij Slangenburg,
mijn oase in elk jaargetij,
strek je armen naar mij uit
en sluit mij in de kerker
van de rust, de lach, de mildheid,
de genade.
O gij Slangenburg,
een huis van bekommernis
buiten deze wereld,
hier vlakbij, ik en de herinnering
op een eiland vol boeken,
wat zijn je handen ver.
[Bij het zoeken naar een illustratie, na het maken van dit gedicht, stuitte ik wonderlijk op Hier is mijn eiland van Johanna Kruit – uit 1977 – (search: eiland vol boeken) en de eerste regel van een gedicht luidt: ‘wat zijn je handen ver’. Wonderlijk. Het schilderij (search: stilte), "Stil geworden", is van Daniël Baarber. Dit is de 80ste post.]
De arme dichter
Intussen heb ik wat prenten verzameld van The poet, Der Dichter, Le poète, en nou zal ik niet direct zeggen dat deze mij het meest aanspreekt of mijn verbeelding weerspiegelt van ‘wie een dichter’ is. Het is, onbelangrijk, geen hedendaags beeld, maar wat mij treft is een sfeer van grote soberheid, een onverstoorbaar ingetogen houding van waaruit de dichter zijn toon zoekt en de eenzaamheid die zijn niet te benijden deel zal zijn maar waarmee hij zich heeft verzoend. Een meelijwekkende prent is het niet; dan moet je bij Stefan Verwey zijn die de arme dichter op een podium zet, die de lege zaal inkijkt en zegt: ‘Mijn volgende gedicht gaat ook over eenzaamheid.’
Dit schilderij heeft tegelijk iets onwerkelijks, iets komisch, iets aandoenlijks: het waslijntje, zijn jas aan een spijker, de paraplu tegen een misschien soms lekkend dak, een kachel die niet werkt en daarom de hoge hoed aan de hendel van de kachelpijp. Een schamel bezit aan boeken. Een ogenschijnlijke behaaglijkheid in een geïmproviseerd bed. De arme dichter, met het potlood tussen de lippen, het gehoor naar zijn innerlijke stem, zoekt als een dirigent zijn poëtisch ritme. “O ruiten mijner eenzaamheid/ waarlangs de avondstromen nemen/hun beddingen, water en licht/vermengen zich voor mijn gezicht/geruisloos tot een glanzenvolle schemer …..”
[Schilderij van Carl Spitzweg. Dichtregels van Gerrit Achterberg.]
Het boek als wereld?
Vandaag krijgt mijn vriend Frans vele duizenden verhalen in huis, is het schrikken of glunderen? Hij moet ze als een vakkundig magazijnbeheerder in zijn huis opstapelen, behoeden voor spontaan omvallen en beschermen tegen vocht en spinnenweb. Tegen rovers ook? (De schrijver als beheerder.) Het is een zware gouden dag. Als de goden en wie al niet meer deze allochtone Schepper gunstig gezind zijn, zal de partij wekelijks slinken, evenals de paar dozen met speciale verzendenveloppen. Roemeens decor gaat over de wereld. Het boek als wereld de wereld in. Ik ken wel het gedicht als wereld van Lucebert, maar niet ‘het boek als wereld’. Het is een aardige metafoor voor het op een donkere avond verzonken zijn in een verhaal, zodanig dat je van de wereld lijkt, niets en niemand meer hoort. Het boek als wereld belooft iets, Roemeens decor ook. (Klik bij de Links op Frans Brinkman.)
[Afbeelding: van een mij onbekende schilder. Nee, geen slaapverwekkend boek, zij mijmert over de wereld die zij er in aantreft. Of denkt u dat het anders is? En ik ben jaloers op deze boekenkasten.]
De schepping verwart mij II
“Het ‘zien’ en opnieuw beleven van vroegere levens blijkt therapeutische waarde te hebben; bepaalde angsten of eigenschappen gaat men beter begrijpen en niet zelden verdwijnen eventueel aanwezige pijnen en gaat men zich beter voelen”, schrijft Pieter Langedijk in Merkwaardige reïncarnatieverhalen. Alain: “Als ik zie dat ik mensen van huidige problemen af kan helpen door ze te begeleiden naar een vorig leven waarin dat probleem blijkt te zijn ontstaan (een traumatische ervaring die toen niet is verwerkt bijvoorbeeld), kan ik niet om de realiteit daarvan heen.”
De theorie, het geloof en de bekwaamheid: een regressietherapeut zou mij kunnen begeleiden naar de tijd dat ik Alain’s moeder was, of naar een eerder tijdvak waarin ik met hem als tweelingbroer werd geboren en de moeder de bevalling niet overleefde. Een lijntje naar mijn vroegere levens zou mijn huidige ziekte begrijpelijker kunnen maken. Over deze passage zit ik al dagen te prakkiseren.
Oud zeer in levens is er genoeg, bij wie niet. Het gaat er niet om schuldigen aan te wijzen, maar het in je eigen leven te onderkennen als een kwetsuur die je misschien hebt verborgen maar je desondanks belemmert. Ik kan die ervaringen verloochenen, maar veranderen niet. Enig biografisch ‘oud zeer’, dat zie ik als een kwetsbaar deel van mijn levensweb dat er als geheel relatief weinig van te duchten heeft. Het blijft intact omdat ik me verbonden weet met mensen en met passies. Het ‘oud zeer’ en de fysieke beperking waarmee ik heb te leren leven kan me soms wel meer of minder versomberen, maar in het aanwijzen en voelen van die mankementen in dat web onderken ik dat ze er evengoed bijhoren als al die steviger gesponnen zaken die aan de zonzijde zijn toe te schrijven.
Met alle respect voor regressietherapeuten, voor Alain, voor diens andere overtuiging en levenshouding, maar over de grenzen van dit leven heen, nee, ik hoef zo’n lijntje niet.[Schilderij “La creation du monde” van Hélène Chevarie.]
Een Nederlands-Roemeens debuutFrans Brinkman is een studieboekenschrijver en woont met zijn Roemeense vrouw en twee kinderen in Targoviste, niet ver van Boekarest vandaan waar ze vele jaren woonden, in de al genoemde Strada Tutunari. Hij telewerkt voor een paar Nederlandse uitgeverijen, is soms betrokken bij een EU-project en sinds kort een eigen uitgeverij gestart, 'Cabinet Cuvinte'. Roemeens decor is zijn debuut.
De vermoedelijk eerste regel gaf ik u al eerder; deze werd door Frans geschreven in de zomer van 2005 en bleef bijna ongewijzigd staan. Ik wist nog niet wie ze is of hoe ze heet, alleen dat ze ‘van volume is’ en een betoverende blik heeft, ogen heeft zoals die alleen voorkomen bij vrouwen in een bepaalde straat van Boekarest. Ze heet Floor en figureert in 'Stadse oprisping', het eerste verhaal in Roemeens Decor. Het is het relaas van een jonge vrouw die haar omgeving evalueert, overwegend vanaf haar balkon. De tweede vertelling, 'Vervulling van tijd', gaat over een grootvader die zich laat kennen aan zijn kleindochter van bijna twee. In 'Eenvoudig verlangen', het derde verhaal, zijn enkele jonge Nederlanders voor een culturele activiteit in een dorp waar veel Rroma wonen. “Van allen heb ik een beetje, allen ben ik een beetje. Maar van wie van de vier het meeste?” Dat is het geheim van de auteur, misschien te ontdekken in het vierde verhaal waar hij de biografische rollen van zichzelf en zijn vrouw omdraait. In 'Zonder bewegwijzering' beschrijft hij namelijk het ontstaan van een romance tussen een welgestelde, hoogopgeleide jonge Nederlandse vrouw en een Rromajongen, en wat ze verder zoal van plan zijn.
Het zijn de persoonlijke waarnemingen van een allochtoon, mooi van toon getransformeerd in vier op zichzelf staande verhalen in het Roemenië van vandaag. Het is (ook) een prachtig (sint of kerst) cadeau voor nog geen tientje (incl. verzendkosten). Klik bij de Links op Frans Brinkman en de bestelwijze wordt meteen duidelijk.
De schepping verwart mij I
Kort geleden kreeg ik een ansichtkaart van Alain met alleen deze regel: “Ik wens je graag veel geluk.” Natuurlijk ken ik Alain, hij is een oude goede vriend, hij is regressietherapeut, maar we hebben al vele jaren geen contact meer (gehad). Internet is een soort scheppingsgids met miljarden data, dus ik had hem snel gevonden en beantwoordde zijn kaart met een hartelijke email. Daarop kreeg ik de volgende reactie, voor mij opnieuw zeer verrassend, maar dan weer anders.
“Lang geleden was jij mijn moeder op een andere planeet en toen we daar niet meer konden leven, zijn we samen als tweeling geboren op aarde, maar direct na de geboorte van elkaar gescheiden omdat onze moeder doodbloedde. Ik werd ingepikt door een vrouw die in het huidige leven mijn moeder was. Wat er van jou toen is geworden, weet ik niet. Maar dat we elkaar ooit weer moesten tegenkomen lijkt me duidelijk en als je nu niet had gereageerd, zou je onze vriendschap definitief hebben uitgesteld tot (in welke vorm dan ook) een volgend leven. Alain.”
“Het moeilijke is meer, dat het enig inhoudelijke in je reactie een esoterisch verhaal is over andere levens die misschien ooit zijn geleefd en die op een of andere wijze 'iets' zeggen over jou en mij. Begrijp me goed Alain, ik heb alle respect voor mensen die zich overtuigd bezighouden met reïncarnatie en ik kan ook zeker niet zeggen dat ik er niets van geloof, er zijn talrijke vragen waarop we het antwoord eenvoudig niet weten, maar dat we het niet weten, brengt me niet tot geloof. (Dat zei ik al eerder tegen Frederik, enkele logs geleden.) Ik houd me bezig met de realiteit van nu, ik beperk me tot dit leven - en dit betekent geen ongeloof naar jou, maar dat de concrete werkelijkheid me genoeg is. M.” Dan tot slot een kort fragment uit zijn volgende bericht:
“Je moet overigens wel een hele nare periode achter de rug hebben, kan ik me voorstellen. Zeker als je niet gewend bent over de grenzen van dit leven heen te kijken, word je van dat soort ernstige aandoeningen toch vaak angstig of depressief, lijkt me. Niet dat ik dat niet zou worden, maar mogelijk zou een lijntje door verschillende levens heen zo'n ziekte wat begrijpelijker kunnen maken (cursief van mij). Geen verwijt hoor: alle respect. Het hier en nu is het belangrijkste dat er is! Alain.”
[Schilderij van Lammert Boerma, Borgercompagnie.]
What’s on my mind?
I have nothing to say, not today, but
“it could be a good day; it needs to be treated carefully."Virginia Woolf
Wait, there is a someone … (I open the door. It’s a man, I don’t know him.)
“Good morning, Frans Brinkman asked me to sell this book, Roemenië decor.”
(I take the book, read a moment.) “It’s from an unknown writer.”
“It cost only € 9.75.”
“Well, ... is it literature? Is it?” (He knows?)
“Eh ..yes, yes, I’m sure it is. It’s a world apart, this book.”
[Afbeelding van het web, nadere gegevens onbekend, I searched for ‘whats on my mind?’ Over dat boek is alles bekend, geef een klik bij de Links op Frans Brinkman.] [Nader bericht van Cas wijst uit dat de afbeelding op een hoes staat van de Amerikaanse band Kansas, de elpee Leftoverture, 1977.]
For better or for worse
Het regent al vier, vijf dagen, vrijwel continu. Op de punt van het eilanddak, weerspiegeld in het glas van de tuindeuren, schuilt een merel onder een kleine waaier van sparrentakken. Dit is zijn bestaan, hij zit er roerloos met neerhangende vleugeltjes als een jasje dat al door en door nat is, niet moedeloos maar geduldig wachtend tot het anders wordt. (Hij kan het niet weten, kijkt geen tv, leest geen krant en al helemaal geen blogs.) En al het blad, dat al lang niet meer windvast is, is vrijwel verdwenen. Nog een enkel geelbruin kersenblad bibbert aan zijn tak.
[Afbeelding: "Autumn", schilderij van Jireh Design.]
Wanneer u voor het eerst hier komt en meer wilt lezen dan er al scrollend zo staat, ga dan naar het archief. Ik moet er zelf (ook) aan wennen. Aan meer trouwens dan alleen aan dit.
‘She hangs brightly?’
In de zomer van 2005 schreef Frans (Brinkman), een vriend die al vele jaren in Targoviste woont, mij een eerste regel (niet meteen de) van zijn roman. Visueel een intrigerend beeld. Op welke verdieping woont ze? Wie is ze? Een levensvervulling? Wat beweegt haar? Zoekt ze iemand? Is ze intelligent, gelukkig?
Frans: “Naast haar moeder leek ze best slank. Geïsoleerd dus objectief was ze van een verpletterende omvang. Ze had groenblauwe ogen, zoals die uitsluitend op de Balkan voorkomen of, beter gezegd, in Roemenië en daar alleen nog in de hoofdstad Boekarest of, preciezer, alleen in Strada Tutunari. Daar hadden ze een naam. Ze brandden naast geblondeerd blond. Zij zat daar op haar balkon als Gods levensvervulling in één geheel. Ze keek uit op een neonreclame die Life is a game aan en uitfloepte.”
Strada Tutunari? Woont Frans in zo’n inspirerende omgeving? Want waar Life is a game flikkert, daar gebeurt vast meer. Heeft hij nooit verteld. Maar goed, die zin staat er. Ik schreef hem regelmatig, moedigde hem aan, informeerde naar het vervolg, en naar de maanden verstreken, bleek het decor te vorderen. Op die eerste zin mailde ik onmiddellijk een denkbeeldige tweede want mijn nieuwsgierigheid was gewekt.
Marius: “Niet dat ze zich heerseres voelde. Neen, ze was zich van geen bedoeling bewust. Ze zat daar in het volle pond en in een luchtig hemd. Haar over de railing wegvliedende gedachten zijn niet te doorgronden, maar haar verschijning, haar blik, is betoverend. ‘Ik maak je gedachten wel’, dacht Frans.”
Dat heeft hij gedaan, maar daarover spoedig meer.
[Een balkondame vond ik niet, wel een fraaie maar te gewaagde foto van Olivia Gay. ‘Nog niet te doorgronden’ ook, en daarom een figurant van Jan Saudek.]
Zonder geweten … and the ability to choose IV
Frederik vertelde me ten slotte, dat naar zijn overtuiging alles gaat zoals het moet gaan en dat het een bepaalde bedoeling heeft. Maar de filosoof Van Tongeren ontkent dit met stelligheid. In Het lot in eigen hand lees ik: “Als alles noodzakelijk gaat zoals het gaat, is er creativiteit noch vrijheid, is er geen moraal, heeft een ethiek ook geen enkel fundament.” Zie je Frederik, het leven is geen boek of tekst die klaar is of zwijgt.
“Lichaam is lot”, schrijft Karin Spaink, en zij vervolgt aldus. “Zelf heb ik een noodlottig lichaam, het is immers ongeneeslijk ziek. Mijn lichaam is ziek, niet mijn geest.” Door deze zienswijze kan zij haar ziekte over het hoofd zien en een creatief leven leiden, “zolang mijn lichaam alleen maar mijn lot blijft kleuren en niet mijn hele leven gaat bepalen. Dan wil ik dood.” Neen, je kiest misschien niet zoveel in je leven, maar “waar het op aankomt”, zegt Paul de Wispelaere, “is het maximum te halen uit je beperkingen.”
[“Soul” by Marianne Mitchell.]