Pagina's

woensdag, september 07, 2011


Dagboek Kijken naar de toekomst

Zaterdag, 3 september
Vannacht was ik er een half uurtje uit, veel pijn en ongerust over mijn leven. Het was mistig buiten. Aangezien de balkondeur hier altijd openstaat, was ik de onzichtbare getuige van een bijzonder tafereel bij het meer. Ik kon alleen op mijn gehoor afgaan. Een groepje jongeren gaf elkaar een voordracht. Een paar vrouwenstemmen galmden melodieus over het water. Stil. Een fluitist leidde een kort gedicht in dat volgde, dan een onverstaanbare dialoog die een einde kreeg in een harmonieus gezang, en dat herhaalde zich een paar keer, van gedicht naar dialoog en dwarsfluit. Denkend aan vaak bezochte en ook zelf gecreëerde nachten van de poëzie viel ik in slaap. Hours released from pain and fear. De dageraad in volle zon.

Gisteren schreef ik nog dat dit (de dagboekreeks) het maximaal haalbare is, vandaag dat ik me er achter verberg om een sterke en misschien wel moedige indruk te maken, terwijl ik me zwak voel en er voortdurend aan denk dat ik de laatste etappe rijd. Het kan waar zijn, maar ik kan er ook volslagen naast zitten. Niemand die het weet. Het enige dat ik ken, is de ononderbroken pijn, de ijskoude voeten, dat als ik even sta om m’n broek op te hijsen bijna omdonder. Dat ik me mogelijk anders voordoe dan ik voel, gebeurt niet opzettelijk, ik ben me er niet van bewust. De titel van de kleurenets confronteert me met de onmogelijkheid: ik zie geen toekomst, ik ken hooguit een verlangen, natuurlijk, alles van elk gisteren, ik ken vandaag, steeds vandaag. Het is ook de waanzin van het almaar hier binnen zitten.

Zondag, 4 september
We hebben lang geslapen, tot 10u15, maar ik voel meteen een zwaar hoofd. Het blijft zo, ook na half drie als ik wederom twee uur heb geslapen. Ik kom tot niets, heb nergens zin zin. Orithia zegt geen woord teveel. Is lief en zorgzaam. Ze wijst me op komende dinsdag, “kijk dan heel serieus naar een scootmobiel liefje, met alleen een nieuwe cabrio verandert er niet veel.” Dat was ik ook zeker van plan, heb ik begin mei al aangevaagd en zie hoe lang je moet wachten. Ik laat de dag maar zo. Orithia ging om half acht naar huis, ze was moe. Om te benadrukken dat schuldgevoelens misplaatst zijn, ben ik rond een uur of negen met een boeket rozen dat hier stond voor een kwartiertje naar boven gegaan. Ze fleurde op.

Zij: “Zag je dat net in de lift, kon wel een plaatje zijn van Margritte, zat een blote man in een rolstoel, er groeiden rozen in zijn schoot.”
Andere zij: “Jij fantaséért altijd zo. Een gewone man die een vaas met bloemen vasthield.”

[© MN. ‘Les jours de l’àme’ bij een kleurenets van Marieke Nijhof, 1992. Het blijft een aantal dagen stil; pijn stemt me moedeloos en passief. Ik kom zo snel mogelijk terug.]

10 opmerkingen:

Anoniem zei

Zo herkenbaar naar jou en naar Orithia.
Het leven is wat het is, zwaar en ook speelsheid.

Liefdevol, dat zeker!!

Kus in tederheid,

Lief S

joo-expo zei

beeldschone afbeelding!

hoop dat je scootmobiel voor de winter gearriveerd is...
dat dat toch allemaal zo lang moe duren!
een man met rozen in zijn schoot, waar vind je ze nog?

inge zei

lieve marius, ik lees je dagboekreeks steeds, reageer niet veel, vind de woorden niet.
wat moet het zwaar zijn, die onafgebroken pijn. en dan ondertussen je leven proberen te leven. zo je kan. maar je hoofd en je hart weten wat je wil. zoveel meer.
kijken naar de toekomst durf ik ook zelden. tenminste, niet veel verder dan. ben een doemdenker wat dat soort dingen betreft. heb me er al bij neergelegd, veranderen lukte maar steeds niet.
it saddens me als ik tussen de regels, of in dit geval letterlijk, lees hoe je je veel te vaak voelt.
vervolgens weer een glimlach om de naakte man in de lift, maar daar eindig je dit logje natuurlijk ook niet voor niets mee.
een gewone man.
ik weet het niet.
ik weet wel dat ik hoop dat je je vast kunt klampen, zo lang als klampen nodig is, aan.
liefde, lichtvoetigheid van geest en elk moment dat verlichting geeft.
ik denk aan je.

elly zei

Ik bewonder en leef met je mee in je dagboeken.
Ik lees ze als je kracht die je lijf zo node mist.
liefs

Yvette zei

Marius, wat leef ik met je mee en wat een prachtig schilderij van Marieke.

Anoniem zei

Prachtige ets van Marieke.

Ja Marius, er is wat er is.
Moedig man*

X

Cath*

Anoniem zei

"Gisteren schreef ik nog dat dit (de dagboekreeks) het maximaal haalbare is, vandaag dat ik me er achter verberg om een sterke en misschien wel moedige indruk te maken, terwijl ik me zwak voel en er voortdurend aan denk dat ik de laatste etappe rijd. Het kan waar zijn, maar ik kan er ook volslagen naast zitten. ..."

Goedenmorgen Marius,

Lees maar, er staat niet wat er staat.
Gelukkig is er nog het geduldige wit. Daar waar verbeelding tussen de regels glipt.

Scripta manent. Maar is het de lezer niet die schrijft.

Laat de ochtend je angst verjagen
en de avond je voorzichtig toedekken met weemoed. Die geen tranen heeft. Maar een gelukkig gisteren.

En ja, wat een mooie mooie kleuren ... een palet om in te wonen. Dromen.

Dag vissertje vis, dag schrijver, dag Muze ...
dag meer met de verhalen voor het slapen gaan ...

Uvi

Anoniem zei

Marius ik heb je tot nu toe nog steeds gelezen.een vriendelijk groetje van Novie

Lut zei

Even gelezen. De zona dicteert mij nu. Hou je taai Magritteman.

marieke zei

Ja Marius,
De Nacht van de poëzie, het jaarlijkse Boekenbal, Poetry International, o.a. Eindhoven De Krabbedans, Stichting Opwenteling.

We waren er allemaal onafgebroken bij, jij en ik en de anderen, toch zag ik je niet, want anders... was de wereld vergaan, althans de 'gevestigde orde'.
Ik werkte dan nog in de poëziewinkel Woutertje Pieterse van de Rotterdamse Kunststichting...: Vaandrager, en Waskovski op de koffie, Breitenbach, Jana Beranova, Lijn Leynse, de Lubberhuizens en Campert, Komrij, Kousbroek, ze waren er altijd allemaal. Nuchter of dronken..., want er werd gelééfd, al was het soms tegen de verdrukking in.
Maarten 't Hart steevast op het damestoilet...
Hoe dan ook Marius, het is een ver verleden dat we herkénnen en delen, zoals er vandaag ook een toekomst is die we delen.

De poëzie, de nachten, de stemmen die de teksten zo statig 'droegen' tot ver voorbij elke horizon - wat waren we nog jong, wat rookten we nog veel -; nóg steeds zijn ze niet uit mijn ziel verdwenen, ben ik nog geen dág ouder, nog steeds houden ze me wakker, be-drómen ze mijn blik en bevolken ze al mijn hoop:
-stemmen over het water, de heldere klank van een fluit. De vrouw die de vrede en de fluisterbare liefde reciteert, de man een echo en omgekeerd.

Fantasie en wérkelijkheid: Rozen in je schoot, ik zág ze; zelfs poëzie schiet hier tekort.

~