Dinsdag, 7 februari 2012
O wat
een gemodder vanmiddag om, staande op de rand van de wereld, mezelf aan te
kleden en alle spullen weer in de tas te krijgen. Van ‘staande’ was nauwelijks
sprake, van hulp evenmin terwijl er wel een verpleger op de kamer was en mij
zag ploeteren, die van de hoed en de rand wist maar er gewoon geen oog voor had.
En het was zó, zó verschrikkelijk warm op die kamer dat ik, innerlijk door van
alles samengevouwen, bang was nog voor mijn vertrek flauw te vallen. Na veel
vijven en zessen kwam ik rond de klok van vier thuis.In alle vroegte werd ik vanmorgen uit mijn ontbijt geplukt voor een beenmergpunctie in de bekkenkam. Marnix, de sympathieke zaalarts, zei dat ik ‘in elk geval straks naar huis mag.’ Enkele lange uren later: “Er zijn zeker twee haarden geconstateerd in het bekken, of het Kahler is durft dr. De V. nog niet te zeggen, eveneens een zeer sympathiek arts, een oude rot in het vak. Hij wil alles nog eens grondig nagaan. Volgende week dinsdag zal die precieze uitslag er wel zijn en spreek je met dr. A, ook over de medicatie, niet om te genezen maar om te onderdrukken, misschien Prednison. Met het huidige pijnsyndroom weten we ons eerlijk gezegd niet goed raad.” Nogal omfloerst. De rossig behaarde arts wenste me veel sterkte, en ‘steek dadelijk maar lekker een sigaretje op.’ Ik denk mijn broer te vragen die dinsdag mee te gaan want Marieke is dan nog in het verpleeghuis.
Ongeneeslijke kanker, moest ik dáár zeven jaar op wachten? Ik ben gearriveerd in een nieuwe fase. Komt er nog meer pijn bij?
Toen ik thuiskwam, zag ik drukke ijspret op het meer en dacht meteen aan een boekomslag van Buddingh’, Een mooie tijd om later te worden.
Even deed ik onnodig kribbig, van pijn, grote vermoeidheid, van niets meer weten. We hebben elkaar getroost en gevoeld dat we verder gaan, samen op weg – naar het korte einde. Marieke, die flink vooruitgaat, heeft me veel verteld over D’n Ooiman, over ‘de zee van zorg’ bij personeel, familie en vrijwilligers en over het uitgestrekte lijden van zoveel mensen zo perspectiefloos bijeen. Schrijnend. Ik schreef eens een artikel, ‘Oases en woestijnen’. “Ik ben blij dat ik dit mag meemaken”, zei ze, huilend en oprecht dankbaar. En dat tegenover de hufterigheid van een zogenaamde metropool (iemand die denkt het wel gemaakt te hebben en zich álles kan veroorloven) die op de laatste dag van Marieke’s ziekenhuisverblijf met zijn vrouw zijn schoonmoeder van 86 kwam ophalen omdat haar heupoperatie onverhoeds niet doorging. Ze had zich er helemaal op ingesteld, was al naar de OK ter voorbereiding, toen de chirurg haar zei: “Het spijt me echt voor u mevrouw, maar u heeft een veel te hoge bloeddruk, een operatie is te riskant.” Het oude dametje was helemaal overstuur. En de schoonzoon: “Ging het niet door?! Zeker te veel gefeest gisteravond.” Staan zulke mensen ooit ergens bij stil?
Woensdag, 8 februari
De zon
scheen hier in één enkele straal naar binnen, alsof die voor een tel speciaal
voor mij was bedoeld, met een handgeschreven regel: ‘Ga uit van het goede, het
slechte komt vanzelf.’Wat heb ik slecht geslapen. Wat een verschil tussen het ziekenhuismatras en het mijne. A disaster.
Een paar telefoontjes gedaan, wat post doorgenomen en veel zitten staren.
’s Avonds tussen half zeven en kwart over acht is Marieke hier, maar ik zie en voel haar lijden drommels goed en dat is verschrikkelijk. Volgende week woensdag komt ze weer thuis. Ik voel me ellendig en heb doorlopend veel pijn, maar ik wil mijn leven zo min mogelijk in het teken van dit drama.
Wij allebei in onze cabrio met stalen wielen schurend en ketsend langszij elkaar omhelzen, wat een komisch ongemak.
Regels voor mijn muze I
Ik ben
de oeroude kleine zee
Die naar
de oceaan van jouw armen zwemtVandaag, morgen, elke dageraad die ik beleven mag.
Donderdag, 9 februari
Een
lange grijze dag. Alle tijd is pijntijd.In de tweede helft van de middag was Hanita hier. Ze troostte me en maakte mijn eten warm.
De diëtiste van het ziekenhuis belde en vroeg toestemming de huisarts te vragen of een diëtiste hier in de buurt mij kan bezoeken, “want wat u eet, is toch wel krap hoor.” Ja, dat is goed. Er moet vlees op de botten.
Ik kreeg een heel bijzonder boekje in een serie die ik niet kende, ‘Dwarsligger’. Je leest dus van bovenaan pagina 10 naar onderen, naar de laatste regel van pagina 11. De tweede bijzonderheid is het formaat: 12 cm breed, iets meer dan 8 cm hoog en 1,4 cm dik, niettemin toch bijna 600 bladzijden: op missaalpapier. Werkelijk uniek. Anderhalf ons boek, zo in je binnenzak of broekzak. Een miniatuur? Ja, maar je zit niet te turen op de letters. Het is (nu) een roman van Jonathan Safran Foer, ‘Alles is verlicht’, geroemd door de NRC: ‘Magistraal. Een boek waarvan je zou willen dat iedereen het zou lezen.’ (Even kijken? Zie www.dwarsligger.nl). Goedkoop en gratis verzending.
Andere fraaie geschenken uit harten van vriendschap:
· Jan Mankes’ buitenbeeld door Rob Møhlmann
· Van God los, gedichten over geloof en ongeloof, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem
· Half in de zee, gedichten en beelden van Joke van Leeuwen
· David Grossman, De omhelzing, met illustraties van Michal Rovner
· Bieke Vandekerckhove, De smaak van stilte. Hoe ik bij mezelf ben gaan wonen
· CD van het Praagse Trio Martinú, Piano van Haydn en Schubert, gepromoot door Dille & Kamille in samenwerking met de stichting ‘Haren & Snaren’. Prachtige uitvoeringen
Vrijdag, 10 februari
Gekleed
in het rood verscheen de zon. Goed geslapen. Sinds acht uur vanmorgen zijn er
al veel kinderen op het ijs. Gertruida gaat achter het bed aan, voetverwarmende
slobbersokken, huidcrėme en contact met huisarts en diëtiste. In de zorg is het
gewoonte dat ik ieder bij de voornaam noem, maar naar cliënt of patiënt is het
steeds ‘meneer …’, dat stoort me zeer, vooral bij Buurtzorg die toch dagelijks
hier komt. Ik begrijp die ‘norm’ wel, maar het is toch onnodig en het strookt
niet met de intentionele betrokkenheid. Benieuwd wat ze ermee doen.
Regels voor mijn muze II
Het
schamel restje tijd van leven
Zoveel
wensen heb ik niet anders dan een goede tijd
Die
achteloos al mijn oevers breekt.
Er is
hoop zegt al nachtenlang de volle maan
Voor
mijn blanke kamerbrede ruit,
Hoop op
zoveel maanstonden later.
Rieky
hoopt er twee uurtjes hh bij te krijgen. Ik moet nog contact opnemen met de
pedicure. In een smsje lees ik dat Marieke met haar arts heeft gesproken en nu
maandagmiddag al naar huis mag. Dat is fantastisch, als het maar niet te vroeg
is, - gaat er wat mis met haar heup dan zijn we verder van huis. Niet mijn,
maar haar omstandigheden moeten bepalend zijn.
Regels voor mijn muze III
Poetry in my heart
Op de
ochtend van mijn verlangen
Kom je
eindelijk thuis.
Ik loop
door al
je wandelgangen,
Ze zijn
bekleed met jarenlang zoeken
dat zag ik wel, al bij de Wilde Pieter.
Ik moet
nog heel erg wennen aan dat nieuws (over mij), - als de pijn maar milder wordt.
Of ga ik dan vervolgens naar méér verlangen? Wat kent een mens zich slecht. Ik
zet het Praagse trio nog een keer aan en ga naar bed. Zet een van jullie ‘m
straks uit? (Over 62 minuten.)
[©
MN, ‘Les jours de l’âme’. Foto van mij van een morgenstond.]
7 opmerkingen:
Oh lieve Marius, wat ben ik trots op je. De Wilde Pieter; mijn hemel viel om mij heen, een engel kwam op aarde.
Maar het wás al zo voor mij anderhalf jaar eerder: 6-12-2007
'er is niets dat mij niet geschonken is'
We gaan hoe dan ook nog een mooie tijd tegemoet mijn lief. Het is ons nog gegeven...
Vanochtend drukte de opkomende zon dit Gouden Zegel op de dagen die ons nog omringen mogen.~
~
lees en ben soms te stil, maar leef wel, voor zover mogelijk maar wel van harte, met jullie mee en wens jullie een goed herstel en hoop ook voor morgen op een positief bericht van de arts X
http://www.youtube.com/watch?v=U6tV11acSRk&feature=share
Ik ben stil geworden bij wat ik las, Marius,
maar je staat er niet alleen voor.
Marieke, wat ben ik blij dat het zoveel beter met je gaat. Volhouden, hé
ria
Ja Ria, ik voel me sterk en 'gedragen' door niemand minder dan door Marius zélf!
Mijn hart loopt over van dankbaarheid voor alles wat ons samen nog - wie weet op de valreep - 'gegeven' zal zijn. Dat liefde zó diep kan zitten Ria, het doet haast pijn, ik bedoel; het menselijk tekort schieten daar in.
Je kunt eenvoudig nooit genoeg van Marius houden... dát is zo vaak mijn eigen kleine/grote zwijgzame pijn.
~
Ik lees en leef met jullie mee.
En Marius. Die ene zonnestraal die was echt voor jou bedoeld. Niet alsof :-)
" Marnix, de sympathieke zaalarts, zei dat ik ‘in elk geval straks naar huis mag.’ "
Goedemorgen Marius,
zou je ondertussen thuis gekomen zijn?
Het voelt een beetje als heiligschennis, schrijven onder uw woorden.
Schrap die "je" maar uit de vorige zin.
Want ik schrijf liever "u".
Onze generatie kende immers meer schroom.
Dan deze tijd. Van alles moet kunnen.
U was een gids in het teder gebruik van woorden.
Is het niet te koud daar?
Uvi
nu en dan
niet langer
dan soms
fladder je door mijn gedachten
en het bedroeft me
dat je niet antwoordt...
Een reactie posten