Postvogel VDe geschiedenis van mijn lichaam
“De auteur van deze weblog is voor onbepaalde, vermoedelijk lange tijd op reis. Het eiland blijft zijn boekenkast en alleen wanneer hij ongelukkig wordt, keert hij terug.”
Neen, zo afstandelijk zou ik het nooit willen zeggen. Er is meer aan de hand. ‘Op reis gaan’ is de metafoor voor een ontdekkingsreis, voor opnieuw een reorganisatie van mijn bestaan. De eerste was dringend nodig nadat ik min of meer was hersteld maar nooit meer zou gaan werken. Om kort te gaan: het werd een weblog en mijn eiland werd gelijk een kippenren waarin ik dag en nacht vertoefde. Natuurlijk is dit beeld sterk overdreven. Maar het lezen van talrijke weblogs, het almaar langdurig peinzen, mediteren, over eigen thema’s, over taal, het verdwijnen als het ware in de virtuele wereld, leidde tot een soort van afwezigheid in het huis dat aan dit eiland vastzit en waar ik feitelijk woon. Het ligt deels in mijn aard zo te leven, maar mijn verlangen, beter gezegd, ons verlangen, het ervaren van harmonie is sterker. Daarom moet ik deze ‘vorm’ verlaten en, nog in verwarring, een vorm vinden die mij meer integreert met het huis waar ik woon. Het is geen gedachtespel, het is een levendige wens.
‘Whisperings of my soul’ heeft mij ongelooflijk veel geboden en in dat opzicht is het virtuele aspect grotendeels schijn, dat is het namelijk minder dan we denken en elkaar steeds voorhouden. Zijn warmte en aanmoediging dan slechts lucht? Ik voel een verbondenheid die ik niet verliezen kan, maar wil nu een andere weg inslaan. Ik heb van jullie met gulle hand gekregen, maar je kunt niet alles hebben.
Plots denk ik aan een passage uit mijn Hals over kop en nog langzamer: Een van de verpleegsters van de eerste hulp waar ik om 9 uur aankwam (op 7 maart 2005) en van waaruit ik ’s middags tegen de klok van vier werd opgenomen op traumatologie, zocht mijn ogen en keek me aan, “Wees gerust, wat er ook gebeurt, ik volg het en wijk geen moment van uw zijde, ook niet als er dadelijk allerlei onderzoek gaat plaatsvinden.” Fluisterend vervolgde ze: “Er gebeurt alleen wat goed is voor u, daar let ik op.” De geschiedenis van mijn lichaam heeft me geleerd dat het leven niet licht is, maar ik ben niet ziekelijk geworden en dat is de verdienste van heel veel anderen.
Wat kan ik jullie wensen anders dan het versleten woord ‘Alle goeds’? Zo luidt de wens uiteindelijk wel, maar wanneer alle namen me als levend geworden portret voor de geest verschijnen en weet dat alle littekens in ons mee blijven ademen, dan zeg ik liever: “Adieu. Dank je … adieu.”
Het is de kunst ervoor te zorgen dat het verlangen niet je meester wordt.
Ik schreef iemand laatst, dat het nu de beste jaren zijn. Zou ik ze dan zelf in de greppel rond mijn eiland moeten gooien omdat ik ze niet leven kan? Zoals Jeroen Brouwers het zegt: “Je schrijft terwijl het leven aan je venster voorbij waait, zonder dat jij eraan deelneemt.”
[© MN, in De wijsheid van het lichaam. (Log nr. 305.) Ik wilde er eigenlijk nog veel aan toevoegen, maar ik realiseer me dat dit zogenaamde toevoegen alleen voortkomt uit reële pijn, dankbaarheid en onthechting rondom en in het leven van mensen met een weblog, waarvan het in de kern maar één eigenschap heeft: we doen het ieder voor onszelf. Laat ik dus als dichter maar gewoon de reis maken die ik me voorneem, zonder precies te weten hoe dat zal zijn. Foto: “Brieftaube” Gerhard Glück]










