Pagina's

woensdag, februari 18, 2009


Schrijven schept ruimte, het drijft me niet in het nauw

De nacht heeft een wonderlijke kracht
want de slaap heeft mij verkwikt, zoals bij hitte
en hevige dorst een kruik fris water.

Zie het licht van de nieuwe dag, het licht
dat voor de wereld is opgekomen, mijn huis,
vannacht in de schaduw, thans badend in de zon.

Als de klokken luiden, voel ik me gerust, alsof
geen nieuwe plaag mij treffen kan en daarin lees
ik dat ook de taal een lichaam is,

het uiterlijke, pijnlijke lichaam, het huis
voor alle zieke woorden, en tegelijk het innerlijke,
het huis van de ziel dat niet gekwetst wil worden.

[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. Afbeelding: “Hands of earth” by Mehmet Ozgur.]

zaterdag, februari 14, 2009

Nulla dies sine linea

Onze dagen kennen doorgaans vanaf het daadwerkelijk opstaan vaste patronen, zeker voor wie in de ‘externe tijd’ leeft – je brood verdienen, je plicht niet verzaken, je ontplooien – maar ook voor mij en vele anderen in het geluk van de vertraagde, innerlijke tijd zijn patronen welhaast ondenkbaar, ook al voel ik me soms als een kalm paard grazend in de uitgestrekte weiden in een diepgelegen dal, - tenminste, ik moedig mij daartoe dikwijls aan om niet verstrikt te raken in het struikgewas van vele onmogelijkheden.
Die patronen bieden de contouren van de dag, een lichte en onmisbare structuur, en zijn ons, mij althans, onvoldoende. Ofschoon de metafoor van het paard anders doet vermoeden, zoek ik dagelijks een lijn, een lijn naar betekenis, zingeving, zodat ik aan het eind, als het kussen onder mijn hoofd goed is geschikt, met enige voldoening het licht uitknip, soms in de hoop, dat de nieuwe dageraad mij met het uitzicht op brede verlangens omhelzen zal.
De lijn hoeft niet ‘groots’ te zijn. Het stille lezen van een boek kan mij genoeg zijn, maar liever is me de ontmoeting. Een goede ontmoeting is zo weldadig als het pad dat iemand wegvoert van ‘de bewaarde kalmte’ en een reden om niet te schrijven, de laptop een etmaal te sluiten want de dag zal zich verenigen met de nacht.

[© MN, ‘De man en zijn ziel’. Om 14:20 uur stap ik op de bus westwaarts, ver voorbij de City of Life Sciences. Ik wil niet genesteld zijn in somberheid, want dan heb je slechts één oog open en het andere dicht. "Somberheid is geen wijsheid", las ik ergens. En nu het Valentijn is, wens ik ieder de oprechte nabijheid van al zijn of haar hartefijn. Afbeelding: “Nulla dies sine linea” (geen dag zonder lijn) by Mikel Arrizabalaga.]

dinsdag, februari 10, 2009

Voor alles dat bloeit of woekert, is er taal

Het huis, mijn lichaam waarin ik woon, is niet een winkeltje. Er staan hier geen vitrines met naar thema gerangschikte verhalen en poëzie. Als ik voor een kale akker sta, zoals nu en meestal zit ik dan dromend in mijn ‘di Cabrio’ en is die akker me al genoeg, heb ik geen idee waarmee aan te vangen. Ploegen hoeft nog niet, dat zie ik nu wel, dus moet ik dadelijk met de stok almaar op en neer wandelen, letter voor letter vanuit het innerlijk uit mijn mouw schudden en achterlaten, het is het ene woord dat tot het andere leidt, woorden en stilte.
Ben ik eenmaal aan het eind, plof ik in m’n rolstoel en zie ik wat er is ontstaan, het woord is immers aan de gedichten, “niet aan de dichter”, zei Rutger Kopland. Vaak moet ik nog wel een paar keer terug want er is altijd wel een omgevallen letter of een woord dat niet deugt of liggen er scherven die er niet thuishoren. Soms is het veel erger maar daar kan ik niet over spreken, daar zwijg ik over.
Het dromen neemt de meeste tijd. Het is behaaglijke, maar noodzakelijke en wakkere tijd. Het woord hoeft niet te glanzen, maar of het nu een tedere herinnering is of bittere realiteit, het dient voor de versten verstaanbaar te zijn. Als ik denk het gevonden te hebben en de woorden zijn geplant, dan ga ik op zoek naar een decor dat ik met stokken aan de horizon van de akker neerzet. Het is geen omheining, geen kijkdoos, maar een geïllustreerde gedachte of symbool. Zelden, behalve vandaag, laat ik aan de lezer wat er staat geschreven. Het is deel 15 in de reeks “Een schilderij vertelt zichzelf, dat is nu juist de schoonheid ervan.”


[© MN, in “Terugkeer naar mijn akkers”. Afbeelding: 1. “Dreams” by Michal Giedrojc; 2. “Duinlandschap, freudiaans landschap” van Henk Bloemhof. In mijn uitvoerige reactie aan de staart van allle bij het voorgaande log schreef ik al traag van start te gaan en de daar vermelde roman heb ik vanmorgen met trillende vingers gevonden; het blijkt echter een voorpublicatie van 80 pagina’s. Ik zal zo rechtop mogelijk gaan zitten, mijn keel schrapen en gaan lezen.]

dinsdag, februari 03, 2009

Anno 1949

Het staat vastgelegd in onze akte,
zestig jaar geleden geboren, zij als een wollig
meiske, ik als een fragiel manneke en we
kregen een handvol doopnamen mee.

Het jaar van Mao Tse Tung, de DDR
werd een onafhankelijke staat en Meryl Streep
zag het daglicht, maar mijn moeder maakte
van dit al nog maar een derde mee.

Ik las Winnetou en Arendsoog en Kapitein Rob,
wilde zelfs bisschop worden, en monnik,
maar toen zag ik blote prenten van Bantzinger
en ging mijn missie dood:

ik wilde minnaar worden.
Maar nu ben ik zestig geworden en
rijst daaraan de twijfel, was ik niet aldoor
rijk aan taal, arm aan liefde?

Een harde, bevlogen werker zoals
een ouderwetse zeeman op volle zee, totdat hij
plotsklaps overboord sloeg, op een druk eiland
aanspoelde en onmiddellijk in elkaar geschroefd werd.

Nochtans zijn de schriften nog niet vol
en is van smeulend vuur geen sprake,
al zal ik niet voltooien waarover ik droom,
ik ben trots met zes medailles, met 21.900 dagen.

Nu het einde nog niet getekend is,
kerf ik in al mijn hout dat het de verwondering
is over het weinige dat ik weet maar
zoveel van houd.


[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. 4 februari 1949 – heden. Afbeelding: schilderij van de Iraakse kunstenaar Vian Sora. (Warm) “Reflections”. In my soul is a temple, an island of the mind, where I kneel today. Ach, zo slecht zit ik nog niet in elkaar. Ik plaats het nu reeds, want ik ga op vakantie en heb tot en met 9 februari geen Internet, komen mijn arm en nek ook meer tot rust aangezien ik de pc maar niet weet te laten voor wat hij is. Geen surfen, geen weblogs, geen emails.
Ergens in Katwijk aan Zee brandt een licht waar ik zestig jaarringen zal tellen.
Met een speciale energiekaars voor Yvette en allen die ‘hard times’ kennen. We moeten vooruit!
Bij uitzondering twee gedichten; zie, als je wilt, ook hierna, voor het in de vergeethoek raakt.]
Een biografische waarneming

De trein arriveerde op zijn tijd,
stopte honderd meter verder en sloot
drie meter voor mijn neus zijn deuren.

Perrons zijn de meest onvriendelijke
verblijfplaatsen, alleen in toegewijde dromen
staat er eens een rozenperkje. Een unicum.

Op je bestemming aankomen is het beste wat
je kan overkomen en dan ook nog leert dat je
de zwaarste stormen zelf tot bedaren kunt brengen.

[© MN, voor mijn zus, een heldin. Een notitie van 2 februari. Ik zal een “brief aan Beethoven” schrijven, zo heet dit schilderij van Amberoos.]

zaterdag, januari 31, 2009

Na een rondje om de aarde

In de nacht na Obama werd ik wakker,
het was het gebrabbel van de dichter
die me niet kon bekoren, Elisabeth heette ze.

Had ik het maar geweten, maar
ik zag jou op het perron staan, het is niet te geloven,
dáár, midden in een rozenperk,


daar staat ze, dacht ik, geen stem te luid,
in een weefsel van blond goud, ik zie hem komen,
zie je, ze omhelzen elkaar, dat heb je

met hartstocht, met ongeremde tederheid,
hij had het ondenkbare wel gezien, was overdonderd. “Kom”,
zei je, "I knew it all the time”, he whispered. ‘Waken over
geluk, daar zijn toch engelen voor?’, dacht ik.

Poëten zijn van alle talen, ‘praise song
for the day’ had beter van Danny kunnen zijn,
ik frommelde het kussen onder mijn hoofd, maar
had het kunnen weten, ’zij doet het liever thuis’.

[© MN, in ‘Poëet in eigen hart’. Eer aan de zachtmoedige en geduldig tastende liede. Afbeelding: foto Danny, “In One of the States on Earth”. Zie ook:
www.zonnekindproductions.info , “Als Blijk Van Danker” en voor Punkey’s maniertjes en “De reden dat ik geen biografie schrijf”, een zakboek van het hart, om te bestellen: alleengodtroost@hotmail.com .
Met dank aan Lut.]

vrijdag, januari 30, 2009


Faam is een geschenk, geen gave
Prikkels en dampen van nabije vreemden


Eer aan alle dichters die er zijn
en die ons zijn voorgegaan,
hoevelen bleven ongekend hoewel
zij hart en ziel omspitten naar symbolen en

met geheimzinnige regels het leven vierden.
We moeten er maar niet om treuren,
rang en stand zijn mensen zo eigen,
dat van de een het woord onsterfelijk is en

van de ander weldra als met een spons uitgewist.
Het is als bloesem, een frisse zegen in de ander
je meerdere te erkennen, de een rijmt
met een slakkengang vers na vers, de ander

heeft een schrift met de geur van vers tarwebrood of
een woord zo romig als de dauw boven mijn paardenwei,
maar er zijn nu eenmaal andere dichters, ja, zoals Kopland,
die slijpen het woord naar eenvoud en ongekende humor

en vinden de fijnste metaforen, voor die zetten we
later een standbeeld, en er zijn afvalputjes te over, of
een straatnaam hooguit, we zijn zuinig met eer en eeuwigheid,
waarom niet klein en sterfelijk, dat zijn we tenminste allemaal.


[© MN, Met Eer Voor Ramsey Nasr, Dichter des Vaderlands 2009-2012, zonder Driek van Wissen te vergeten, de voorganger die in zijn ambtsperiode ruim 700 gedichten schreef, alsmede Tom Lanoye, tot gisteren Koning der Antwerpse dichters. Foto van de Palesteins-Nederlandse dichter Ramsey Nasr (1974) van MHB, Nieuwsblad.be/Antwerpen.]

donderdag, januari 29, 2009

La mort, c’est la naissance des mémoires

Dáár, daar zal ik straks wonen,
vlak daarvoor schrijf ik nog een gedicht,
mijn geschiedenis zal dan bewaard blijven en
elk seizoen zal mij om het even zijn.

Het is niet dat ik mij verheug
op die laatste gedaante die zich door de tijd
ongezien verenigen zal met aarde, de zekere dood
die de geboorte is van alle verhalen.

Wel gaan mijn gedachten als stuifmeel
naar die vermaledijde dodenakker, geef me dan
ook maar een mooie entree, gewikkeld in
een troostdoek te rusten in een wilgentenen mand.

Ik ben de stilste getuige van wie er komt
voor de rust, de onbesmette wereld, een kort woord.
Zonder verwachting zul je mij, ééns, daar aantreffen,
naakt, maar voor eeuwig welgemoed.

[© MN, ‘De wind waait de tijd als zandkorrels weg’, geschreven bij ‘Im Spiegel’ van Arvo Pärt van de CD Alina uit 1999. (Maar ondanks de chronische pijn hoop ik een krakende wagen te blijven. Ben ik de wagen of zit ik op de bok?) Photo by Shirley Barocque Music, Père Lachaise Paris. (Christina Rosetti, a poet, 1830 – 1894: “When I’m dead”, she said, “I shall not feel the rain and I shall not hear the nightingale, so, my dearest, sing no sad songs for me.”) Mijn rechterarm doet me te zeer om weblogs te bezoeken en mijn hoofd weet ik niet vast te houden, dus ga maar weer naar bed, een meubelstuk dat effectiever is dan welk pilletje ook.]

woensdag, januari 28, 2009

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (14)
Maar dan kan ik toch beter zwijgen?

Laatst schreef ik bij een fraaie winterprent van Marie-Jeanne, "dat zo’n zwart-wit foto (ook) zoveel eenvoud toont, rust en overzichtelijkheid. Ja, er gaat iets rustgevends, iets geruststellends van uit – maar stel je voor dat er niet al die kleuren zijn die we kennen." Aan die opmerking moest ik onmiddellijk denken toen ik dit werk zag, dit bloeiende landschap van Jan van Noort.
De mysterieuze aarde: dat hij zich zo onvoorstelbaar rijk aan kleur laat kennen, dat is nu weer zo’n rechtstreekse bron van verwondering. Wat je je wél kunt voorstellen, is dat bij uitsluitend zwart-wit zoveel aan onderscheiding verloren zou gaan en óók dat de aanwezigheid, de schepping van kleuren verstrekkende gevolgen heeft voor onze verbeelding, voor de taal, de expressie, niet alleen als het om de ons omringende natuur gaat maar voor alles wat we maken, of het nu om industriële vormgeving gaat, om architectuur, om romans, om esthetica, om menselijke ontplooiing en morele oordeelsvorming.
Stel je voor, dat onze wereld en onze existentie alléén maar uit zwart en wit en misschien wat grijstinten zou bestaan, dat lijkt eenvoudig, maar zou zeer verontrustend zijn, saai en dodelijk voor de menselijke ontwikkeling.

[© MN, “Kleur bekennen”. Afb.: schilderij “Landschap in bloei” van Jan van Noort.]

maandag, januari 26, 2009

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (13)
Een ongewoon emotionele wissel op levensenergie

Wanneer een schilderij spreekt, kan ik beter zwijgen. Toch wil ik met deze warme arm rond de oudere, kwetsbare mens openlijk een ode brengen aan de vele, vele duizenden mantelzorgers die bij nacht en ontij, dag in dag uit, hun eigen wereldje opschorten en klaarstaan voor hun naaste verwanten opdat ze nog een beetje verder kunnen, ervaren niet geheel alleen te staan, verlaten of vergeten zijn, extra onmisbare zorg krijgen of verwend worden met warme aandacht in hun almaar verder afbrokkelende toekomst of op hun hoogst onzekere pad, zwak en ziek en soms de weg kwijt.
Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar het is een belangeloos en vermoeiend offer waarvan zelden te zeggen is hoelang het volgehouden ‘moet’ worden. Het is niet te bagatelliseren hoeveel tijd en inzet het vergt daadwerkelijk trouw te blijven aan deze nabije zorg en tegelijkertijd alle eigen vertrouwde bezigheden eraan ondergeschikt te maken, helemaal jezelf te blijven en toch een belangrijk deel van jezelf opzij te schuiven, eerst grenzen te stellen en die toch weer op te rekken waardoor de regie over je eigen bestaan soms volledig in de war raakt. Soms neemt mantelzorg de plaats in van jezelf, en dat terwijl je zelf juist de belangrijkste schakel bent in alles wat die zieke oudere nodig heeft. Vaak denken we dat het maar tijdelijk om één medemens gaat, maar dikwijls zijn het meerdere tegelijk en veelal menen we dat het gemakkelijk over meerdere verwanten verdeelbare zorg is, maar dat pakt dikwijls heel anders uit want de familie is te klein of de onderlinge woonafstanden zijn te groot of zijn er andere reële of pragmatische argumenten om meer afzijdig te blijven. Bovendien is mantelzorg geen morele plicht, maar dient men ‘zich geroepen te voelen’, geraakt of aangesproken, maar hoe ook en of het er nu een of twee zijn die voortdurend, onophoudelijk, zo lang als nodig is, in de bres springen, mantelzorg is een langzaam voorbijgaande liefde die het eigen leven te boven gaat. De solidariteit is enorm en lovenswaardig, de emotionele wissel is groot. Het is een enerverende, vaak uitputtende tijd, maar de innerlijke dankbaarheid erover is rijk, rijk aan alles wat men maar bedenken kan, inzicht, zelftroost, eigenwaarde, - als een nieuw landschap.

Tot slot enkele feiten. Uit een in 2009 nog te publiceren onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat:
ongeveer 2,6 miljoen Nederlanders voor een hulpbehoevende verwant, vriend of buur zorgen
deze 2,6 miljoen mantelzorgers 75% van de totaal geleverde zorg in Nederland leveren
van deze 2.6 miljoen 150.000 - 200.000 mantelzorgers zich zwaar belast of overbelast voelen
40% van de mantelzorgers de zorg niet kan delen met andere familieleden of vrienden
landelijk ongeveer 1 miljoen mensen in de situatie verkeren dat men werk combineert met een jarenlange intensieve zorg voor een partner, ouder of kind met een chronische ziekte of handicap
het percentage mensen waarvoor men zorgt: 39% is een ouder, 9% is een kind, 19% is een vriend, buur of kennis
80% van de mantelzorgers het geven van zorg zo vanzelfsprekend vindt, dat men zich niet realiseert dat men mantelzorger is.


Mantelzorgers zullen er nimmer om vragen of naar lonken, maar ze verdienen aandacht, zo eenvoudig een schouderklopje of zomaar een kus, een bloemetje, een aanmoedigende lach als teken van respect en begrip want soms lijkt het ook voor henzelf alsof alleen degene voor wie ze zorgen nog bestaat.

[©MN, in de reeks ‘Een schilderij vertelt zichzelf’. Afbeelding: schilderij “Een warme arm” van Wilna van den Heuvel.]

vrijdag, januari 23, 2009


De wereld draait door Troost

De sterren van de hemel zijn gevallen,
het zijn die van Troost en Punkey,
het boek van de man met zijn lokken,

alle feesttonen worden ingezet want Punkey,
gemodelleerd naar Nica, is even loslippig
als Troost, de dichter die zich van tijdelijkheid

bewust is, geen woord schuwt, hij hoopt zelfs God
gelukkiger te maken. “Ik ben het anti-kind”, in dat woord
reikt Danny de Maniertjes aan,

de maniertjes van de nieuwe aarde want
Troost is een schepper van humor, “bescheiden en
misschien zó vergeten, immers alleen God troost.”


[© MN, Proficiat Erwin en een feestelijk weekend. (Zou hij weten dat ik aan hem denk? Hij woont helemaal in Eindhoven en ik, als het ware helemaal achteraan in de bus, evenals Punkey laatst, maar goed, ik heb het opgeschreven en als hij tijd heeft en komt, leest hij wat ik dacht toen ik zat te denken over het wereldje van Troost.)
Erwin Troost, Punkey’s Maniertjes, Uitgever Janase, ISBN: 978-90-810985-4-0, Prijs: € 15,- ;148 blz. – presentatie zondag 25 januari 2009 in het Boekencafé Restaurant Schrijvers in Eindhoven. Afbeelding: “Poet’s notebook” by Su Raya.]
UPDATE: Já, hij dacht ook aan mij. Wat een geluk. Woeperdewoep. Juist vandaag ontvang ik 'De reden dat ik geen biografie schrijf', het ziet er uit zoals ik het graag zie, ik ben er verrukt over, ja, alsof ik de liefde bedrijf met een boek, het ruikt lekker, licht in de hand, ik kan het zo in mijn zak steken, 10,7 X 17,5. Hij heeft een andere pen dan ik, ach nee, we hebben allemaal dezelfde toetsen, het is dezelfde en toch andere taal, mooi en levendig, spits en geestig. Troost is de verwekker van de lach, laat ik het daar maar even op houden.

woensdag, januari 21, 2009


Soms een man van momenten

De dichter leeft in een rumoerige
ziel, hij voelt een ongewone herfst in zich
waaien, hij is een uitgeklede boom en graaft

naar het besef van al dat gestorven is; het is alsof
er niet eendere akkers zijn dan die hij ooit kende,
de taal keert zich en ziet een andere dichter.

Hij is een doodgewone man, een man van chaos
soms, en tekorten, een man die zijn akkers volschrijft
over ontheemding terwijl hij in tederheid zo gehecht is

aan liefde, hij zal wel een man zijn die zijn moeheid
negeert of bang dat de tijd hem plots te grazen neemt,
maar wat van waarde is, daaraan houdt hij vast. Punt.


[© MN, in ‘Maak me menselijk’. Het gedicht is symbolisch voor de chronische pijn, die als een tikkende klok in de gedaante van een straatveger namens mijzelf al het dorre blad als restjes bestaan bij mij vandaan harkt opdat, wanneer ik er in verzonken ben geraakt, ik niet per ongeluk in z’n geheel op de mestwagen beland. Afb.: ‘Een moment van schaduw’, foto Margreet.]