
Schrijven schept ruimte, het drijft me niet in het nauw
De nacht heeft een wonderlijke kracht
want de slaap heeft mij verkwikt, zoals bij hitte
en hevige dorst een kruik fris water.
Zie het licht van de nieuwe dag, het licht
dat voor de wereld is opgekomen, mijn huis,
vannacht in de schaduw, thans badend in de zon.
Als de klokken luiden, voel ik me gerust, alsof
geen nieuwe plaag mij treffen kan en daarin lees
ik dat ook de taal een lichaam is,
het uiterlijke, pijnlijke lichaam, het huis
voor alle zieke woorden, en tegelijk het innerlijke,
het huis van de ziel dat niet gekwetst wil worden.
[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. Afbeelding: “Hands of earth” by Mehmet Ozgur.]
De nacht heeft een wonderlijke kracht
want de slaap heeft mij verkwikt, zoals bij hitte
en hevige dorst een kruik fris water.
Zie het licht van de nieuwe dag, het licht
dat voor de wereld is opgekomen, mijn huis,
vannacht in de schaduw, thans badend in de zon.
Als de klokken luiden, voel ik me gerust, alsof
geen nieuwe plaag mij treffen kan en daarin lees
ik dat ook de taal een lichaam is,
het uiterlijke, pijnlijke lichaam, het huis
voor alle zieke woorden, en tegelijk het innerlijke,
het huis van de ziel dat niet gekwetst wil worden.
[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. Afbeelding: “Hands of earth” by Mehmet Ozgur.]










