Pagina's

maandag, augustus 09, 2010


Engelengeduld II

Er ontstaan situaties die van goud zijn, waarin je bijstand door iemand, Odilia, is geboren uit zuivere beweegredenen en zich daarom nauwelijks laten verenigen met een kritisch woord, een woord, zodra de eerste zin ermee is gesmeed, dat kennelijk de intentie heeft de goedheid te breken (terwijl dat niet waar is want de tranen zijn zo zoutig dat mijn ogen zeer doen en eerder wat radeloos in hun kas staan).

Hierboven keek ik vanuit het verkeerde perspectief, het was nacht en de gordijnen (hoewel open, maar symbool voor duisternis en dan liggen de emoties vooraan) hielden andere invalshoeken uit het zicht. Het is dankzij de vriendschap dat Odilia me na zorgzame weken weer heeft teruggeleid naar onafhankelijkheid.
Wanneer men in gezondheid samenleeft, is men minstens afhankelijk van elkaars genegenheid betrokkenheid en trouwe loyaliteit. Wat van waarde is dat blijft, zeker in de beleving, ook als je meer moet prijsgeven dan je lief is.

Ik hang wat rond, voel me afgemat, luister naar de radio. “De helft van de kinderen die nu worden geboren, wordt ouder dan 100 jaar. Willen we dat?” Een zin uit een interessant gesprek tussen Theo Holman en Rinie van Est. “Minuscule sensoren die ons alarmeren wanneer de allereerste kankercellen zich in ons lichaam vormen. Een 'exoskelet' dat soldaten in staat stelt zware bepakking te dragen. Nieuwe synthetische organismen die waterstof of ethanol produceren als oplossing voor energie- en klimaatproblemen. Een spiegel die je toont hoe je eruit gaat zien als je je huidige ongezonde leefstijl voortzet.” De nanotechnologie brengt ons naar een andere tijd, een andere moraal.

Zelden is van het verlorene, in situaties van chronische aard, weer terug te winnen. Het is telkens maar afscheid nemen van wat je niet meer kunt. Een begin van sterven? Daarom is elk woord zo licht als een veer. Ze liggen leeg in mijn hand, hoewel ze uit verdriet tevoorschijn komen. De nachten kan ik zo doorslikken. De dagen, als de zon al dan niet aan een haak in de hemel hangt ….. time goes so slowly, dan bekruipt me vaak een onduidelijk gevoel van angst over dit eenzame gescharrel, een smartelijkheid die aan me knaagt.
Een omhelzing vanuit het landgoed Rozendaal, un homme de la nature.

[© MN, “De man en zijn ziel”. Eerder schreef ik op 24 december 2007 een bijdrage onder deze titel, een wens voor 2008; ik verbleef toen in Groot Klimmendaal. Ik ben weer geheel op mezelf, kennelijk liever een woestijnman – nee, je moet je niet te behaaglijk voelen in afhankelijkheid en je kunt meer dan je denkt. Rinie van Est is een van de auteurs van “Het lichaam als bouwpakket”. Overigens , het kopieer- en plakprobleem is opgelost; ik was zo snugger het op de valreep mijn broer, een oerslimme vent die over de hele wereld zwerft, te vertellen. “Oh, een kwestie van comptabiliteit, zó gedaan.” Minder dan een halve minuut, “… ik zal het zoonlief doorgeven.” Afbeelding: “De hangmat” van Jannes Koetsier, ik hang maar wat rond en beoefen geduld. Engelengeduld.]

maandag, augustus 02, 2010



Ik schrijf mijn ziel

Wanneer je vanuit een mozaïek van redenen de pen een poosje laat liggen – ik weet geen ander woord dan onmacht, daarin zit alles samengebald wat ertoe doet – weet je op zeker moment niet meer waar te beginnen om van die pen weer een eigen instrument te maken (maar als je dan begint, dan is’tie ’t al weer). Toch lijkt het alsof je een kluwen hebt laten ontstaan waarin elke samenhang is verdwenen, alsof die moedwillig is verdonkeremaand hoewel de aangestipte onmacht die gedachte onmiddellijk doorstreept. Het is juist het krampachtig willen vasthouden van onafhankelijkheid waardoor mijn bestaan als een rietstengel is geknakt. Toch gaat de pen waar het hart naar toe wil.

Het huis. In drie weken tijd zijn de huizen en hun geschiedenis hier tegenover heel systematisch afgebroken. De aarde is met precisie gezeefd en gereinigd van alles wat aan juist die huizen kan herinneren. De aarde is geschoren. Straks begint de bouw van nieuwe huizen, terwijl ik er juist op heb aangedrongen er een park van te maken.
Ik was van de week even in een ander huis en in de uitgestrekte weidevelden daar direct achter, na de boomgaard dan, telde ik vijf paarden, grazend onder een typisch Hollandse lucht met aan de horizon het silhouet van een oude dorpskerk. Even later zag ik nog een geit die me meteen deed denken aan de verstilde kunst van Jan Mankes. (De kunstenaar die zo jong is gestorven, die buiten het marktgeschreeuw wilde blijven en beducht was voor te vroege waardering. Het verdroomde karakter van zijn schilderijen verkocht goed.)
Ik schrijf mijn ziel, al moet ik er voor door de woestijn, terwijl ik bij herhaling luister naar http://www.youtube.com/watch?v=fH4pT6JWnhY

Een paar jaar geleden liep ik nog met enig gemak, met de stok, naar mijn herinneringsvolle paardenwei. Op tweemaal die afstand van hier bevindt zich het hospice. Het is een huis in serene rust, in bloeiende stilte en met professionele zachtaardige zorg. Het is een huis voor de intieme dood, het eindpunt van alle verlangens. Ik kan er ook aankloppen om tot een betere pijnbestrijding te komen.

[© MN, met een schilderij van Jannes Koetsier. Ik weet niet of ’t hospice ook twee deuren heeft en bij welk van de twee ik dan zal aanbellen. Misschien is het verschil niet groot. Meestentijds woon ik nu in bed.]

dinsdag, juli 27, 2010


De onvolmaaktheid herzien

Het huis. Het staat er niet naakt bij. Al mijn bomen, de eikenboom, de acacia, de catalpa’s, de sering, de kersenboom en nog een vreemdeling staan er weelderig bij. De wingerd moet elke week worden teruggesnoeid want die vreet anders binnen de kortste keren de dakgoot op en dringt dan de dakpannen binnen. Uit oogpunt van esthetica vind ik dat het mooiste, maar het is de bedoeling dat het huis wordt verkocht en dan werkt ogenschijnlijke verpaupering niet erg mee. (Toen ik dik twintig jaar geleden mijn huis in Huissen had verkocht, werd op de dag van de sleuteloverdracht de mooiste boom van de straat omgehakt, een hoger dan het huis geworden treurwilg, even breed als de binnentuin. Van lichtrover tot lichtval.)

Het huis staat aan de Ringallee die vijftig meter verderop overgaat in de Schelmseweg en doorloopt tot het hart van Oosterbeek, een kilometer of acht hier vandaan. Al veel eerder, nog geen twee km, bevinden zich de snelwegen naar alle richtingen van het land, Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven, Utrecht, Apeldoorn, Zwolle, Oberhausen. Het zijn niet de bomen, maar het is – naast de economische misère en het politieke kerkhof - de onophoudelijke ergerniswekkende verkeersdrukte die potentiële kopers weerhoudt van een bod, al valt het huis nog zo in de smaak.
Het is een authentiek vooroorlogshuis dat je eigenlijk in naakte staat moet kunnen zien. Het huis als geraamte. Weg met alle schilderijen, boeken en beelden. Geen dichter meer te bekennen. Het huis als stilleven.

Het huis is niet dood. Ik ervaar alle lagen van afhankelijkheid en dat op zich betekent voor mij een ongekend dieptepunt omdat het behoud van de eigen regie op 't spel staat, maar ik ondervind tegelijkertijd waarachtige trouwe zorg, een dimensie van compassie die ik in deze gedaante nooit heb gekend en een bron van intense dankbaarheid is. Het leven hier staat eigenlijk in het teken van strijd en aanbidding.

Het huis als een bed van doornen. Voor de krakkemikkige staat van mijn lichaam is dit een ongeschikte woning. Over een paar weken moet ik naar een revalidatiearts en die schrijft, hopelijk, een soort totaalrecept, een op lijf en psyche geschreven portret voor de best passende schepping. Voer voor een huisarts die genoeg heeft van pillen.

[© MN, ‘Niet doof of blind voor het goede medeleven’. Photo: “A new hope” by Warwan Fardiansah.]

dinsdag, juli 13, 2010


Down to the bottom again
(A message from Black Birdie)

My poet (my boss) can’t write at the moment, he is exhausted … good heavens what a story, what an incident. Last Saturday-evening after several visits of three general practitioners earlier that day, he was brought by ambulance to the hospital.

It is unbelievable, but it seems if he, laying on the stretcher, got a fourth or fifty buckets of water pour out over his body. Infernal flashes of lightning, thunderclaps and a pelting rain formed a tragicomic scène.

I don’t know, but I think my poet was thinking on that particular moment on the Stortemelk”, the ship between Harlingen and Vlieland; once he told me about his adventure a long time ago with that ship in the middle of a storm, because there where also 25 cows on their way to Vlieland. Imagine what happened.
Of course that’s not the point now … and it’s nonsense, his body was ‘a house of pain’, he was afraid and one and all misery.

Anyway, he went to the hospital trough this horrible weather to get released for his “pissing problems”. He is back home now and has for the time being a “suprapubisch”-catheter, waiting for an operation later on (this whole problem has been caused by Amitriptyline.) Tomorrow he must visit the hospital again. My poor poet, - but he looks strong and rather calm.

[© MN, ‘Down and out’. Photo “Thunderstorm” by Willy Marthinussen.]

zaterdag, juli 10, 2010


De ziel en het landschap
Mens, leef in de overgave aan de daden van liefde

Het eiland aan een rivier van liefde, -
ik zit als dankbare vogelkop aan de oever en
blaas wat verpluisde paardenbloemen

in de stroom van de wind,
de wolken plukken mijn gedachten
en zij, zij drukt me altijd moed in de hand.

Nooit ben ik ver van ware vriendschap, -
als ik dan toch het einde naderkom,
is dat de niet te erven winst van mijn leven.

[© MN, ‘De man en zijn ziel aan de IJssel’. Afbeelding: “Riverside” by Andrea Orioli.]

woensdag, juli 07, 2010


Elke foto vertelt zijn eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (46)
Me and my postbird

"Oh come on doctor M" (he likes old style and manners) "we know better, ... listen, when I only smell fear, I flow far, far away .... no, not from you, although it isn't easy to stay ... but a friend is a friend. It's a waist of time, of energy to be such afraid, - keep on writing, come, take your pencil ... be so strong to learn something from me, an old bird."

"Yes, that's life, I love you ... thanks black birdie, thanks professor Lewis, for being my friend despite all the fears on my skin, thanks for your wisdom, compassion and loyalty."

MN, in de reeks Elke foto vertelt .... , nr. 46. Photo: "Once upon a midnight" by Psychodaddy.

maandag, juli 05, 2010


Dagboeknotitie


Soms lijkt het alsof ik al jarenlang boven een vuurpot hang, een lijdende man die aldus leert hoe hij zijn leven moet doodzwijgen. (Mijn hemel, wat een beelden krijg ik toch opgedrongen. Ik schrijf ze niet op om mededogen te wekken, maar om te blijven verhelderen 'wat pijn doet').


De zon en de aarde hielden elkaar in een stevige omhelzing. Een liefdesdaad voor ieders oog. De aarde wist zich geen raad en riep de wind erbij. (Wetende dat het ook riskant was: vuur (hartstocht) en wind, maar vertrouwde erop dat de wind op z'n tellen zou passen.) De wind is wel gevoelig voor de aarde en kwam,- maar bleek zwak te zijn van al zijn werk in het westen. Haal dan wat wolken, smachtte de aarde. Met schorre stem zei de wind dat te zullen proberen. Zo kwamen er wat wolkenvelden, - maar ze waren leeg. Hoe kan ik je toch aanwakkeren, vroeg de aarde want we willen regen. Ik zal alle zeilen bijzetten, zuchtte de wind. En hij ging heen, even werd het bladstil, maar hij keerde terug met enkele plukken van donkere wolken. De zon wilde er niets van weten en liet de aarde los. En zo kwam er een klein half uur regen, even plensde het en langzaam daalde het kwik.

Photo: "Abandoned but not by God" by Henrik Spranz_Iceland.

zaterdag, juli 03, 2010


Een dagboekkladje


Nu heb ik weliswaar een prachtige zo goed als nieuwe Toshiba met Windows Vista, maar moet ik, volkomen tegen mijn stijl van werken in, rechtstreeks schrijven omdat het niet lukt vanuit Word te kopiëren en te plakken, - wát ik er ook op verzin. Ik zal het morgen mijn zoon vragen, die weet voor problemen op dit vlak altijd een oplossing. Desnoods - en dat zal het wel worden vermoed ik - zet hij er een legale Windows 7 Professional op.

De huisarts heeft nog niets laten horen. Het is 'knudde met een rietje', ook na twaalf uur slapen. Toen ik een jaar geleden Oxinorm erbij kreeg en het etiket te kennen gaf "2 tot max. 4 pd bij ernstige pijn", nam ik er, verdeeld over de dag', meteen 4. Ik werd er echter hondsberoerd van en ging onmiddellijk terug naar 2, - en dat bleef zo. Nu ben ik, bij de zwijgzame 'eerste lijn', twee dagen geleden naar 3 gegaan en vandaag dan naar 4. Het staat immers op het etiket, maar behoedzaamheid blijft geboden, - misschien wel des te meer bij ontregeling door de plotselinge extreme warmte, zo'n typisch Hollandse streek.

Dit schrijven, zoals gewoonlijk dicht bij m'n leven, ontstaat met grote inspanning, maar tot mijn spijt mis ik de energie langs de mij bevriende weblogs te gaan; dat doe ik slechts in mijn stille gedachtenwereld want ik kan elk voor de geest halen. Maar de wil om door te gaan met schrijven sterkt me in het behoud van het vertrouwen, zo niet, dan neigt het naar onverschilligheid en het verslonzen van de dag. Voor wie dol is op dit weertype, is het jammer, maar ik hoop op een aanmerkelijke verkoeling, natuurlijk naast een draaglijke pijn, anders vlucht ik maar weer naar een soort kasteelwereld waar niets onmogelijk is of ga ik naar de denkbeeldige specialist Lewis Lewinski, een type professor Lupardi.
Photo: "Blue song" by Farid Sani.

donderdag, juli 01, 2010


De innerlijke beleving: de nood aan geruststelling, aan veiligheid

De pijn van schedel tot schouderblad en de continu brandende slaapvoeten waren op zich niets nieuws, maar toen ik vrijdag de 25ste intuïtief ‘vakantie’ nam, had ik nog niet de idee dat alles die dag zich dermate zou verhevigen, dat ik ‘s avonds de dienstdoende arts zou willen raadplegen, - waar overigens veel overredingskracht voor nodig blijkt. Terwijl ik mezelf be­leefde als aan de rand van mijn wereldje, bleek een paar uur later dat de bloeddruk onberis­pe­lijk was en dat mijn hart zo regelmatig was als een onbezorgd zwemmend visje. (Nee, dat is voor heel eventjes een mooi beeld, maar omdat je zo’n visje vaak plotseling naar links of rechts ziet zwenken, geeft zij eerder het beeld van de wispelturigheid. Ga naar de klok, - beter is te zeggen, het hart tikt(e), zonder bijkomend geruis, zoals elk van mijn vier klokken in huis zijn se­conden wegtikt. Dat is toch een zegen!)
De pijn verrommelt de innerlijke beleving. De objectieve realiteit in diezelfde spanne tijds is veel normaler. Mijn tegenwoordigheid zegt me, gedreven door de pijn, dat ik vooral in het land van de angst vertoef, het land waar zoveel wordt gevreesd wat allemaal niet gebeurt. Hoe­­veel tijd verdoen we er niet mee juist dáár te zijn (laat staan op vakantie te gaan). Het me­ten, het zorgvuldig luisteren naar m’n hart, haar aandacht en de tijd die ze nam om me nog eens uit te leggen dat die verstoorde zenuwen aan de linkerkant van mijn lichaam – de al eens genoemde sensibiliteitsstoornis – vaak voor een abnormale respons zorgen en je beleving kan misleiden, brachten inderdaad de kalmte die ik nodig had om veilig de nacht in te durven. Even later, volkomen uitgeput, sliep ik als een roos. Het beste nachtpilletje was intussen al te weten dat Odilia ’s anderendaags zou komen.
‘Hoe moet ik leven?’ De eeuwenoude vraag die je dikwijls onuitgesproken voor de geest komt, krijgt nooit een afdoende antwoord. Je kunt denken, ‘zo goed mogelijk’ of ‘haal eruit wat erin zit’, maar dat geeft eerder een vage aanduiding van je levenshouding dan dat het een antwoord is op wat met de vraag wordt bedoeld. Een dief kan hetzelfde zeggen als een goedwillende mens. Hoe vind ik een leefbare balans tussen aanhoudende pijn, afhankelijkheid, autonomie en draaglijk leven?

(Mijn huisarts is eergisteren (dinsdag) geweest en wil de huidige medicatie wel veranderen of aanpassen, maar eerst overleg met een specialist van de pijnpoli. Tijd duurt.)
Het liefst – het is nu halverwege donderdag - keer ik terug naar bed, naar mijn zandlopersuurtje … het pad naar mijn dromen, ofschoon ik weet, waarheen ik ga, daar ben ik.

[© MN, Dagboeknotitie uit het laatste weekend van juni 2010. Photo: “Beyond the darkness” by Jerry Berry.]

vrijdag, juni 25, 2010

Met een gedicht en een meditatie, en dan, even, vakantietijd.

Trillend fluitend als een nachtegaal,
als het ware, nee, dat is er niet bij

Mijn hoofd trilt als een wankelend
gevaarte, het doet me zeer
en verontrust me elke minuut.

Stel je de ergste pijn voor
die je ooit had, dat die nooit verdwenen zou zijn,
zeg me hoe je dit verdragen zou.

Het verdriet me de vreugde niet te leven,
terwijl ze tokkelt op m’n hart
op elke snaar zolang het duren mag,

maar als m’n lichaam niet meer bruikbaar is,
moet ‘ik’ ervan wegwezen, soms zie ik uit, soms
naar een land waar ‘k zuiver denken en ademen kan.

[© MN, ‘Wie ben ik toch geworden?’ Photo: “Tranquility” by Jan Zajc.]

Meditatie XX

Elke dag is er een, en het blijkt maar niet op te houden – opeens vroeg ik me af, hoe zou het dan over veertig generaties verder zijn, pakweg 500 jaar? Zou Nederland nog wel bestaan? De Palestijnen en de Irakezen zullen dan toch wel vredige naties zijn? Wat is er dan nog van vandaag? Is het van enig belang?

Gelukkig is de dag weer aangebroken. Alleen vandaag kennen we, ofschoon nog maar net. Al wat er aan voorafgegaan is, onze persoonlijke kroniek, die kennen we en daaruit zijn we voortgekomen. Het is niet alleen maar fraais wat we zien en wat aan de fulpen horizon ligt, dat zijn dromen, fantasieën, wensen, maar ook ambities en idealen. Is elk leven dan toch rijk voorzien?

Zie de slaap als ei, we zijn er net weer uitgekropen. Laten we elkaar de ruimte geven onszelf te verwezenlijken naar onze voornemens, laat het de goede zijn, de juiste … laten we de wijsheid van het hart mogen volgen.

[© MN, in de reeks meditaties. Photo by Wintermoon.]


Terwijl ik dan eindelijk (donderdag) op het terras ben geraakt, alle afstapjes en het drukke verkeer voor lief nemend, zit ik half in de schaduw vlakbij de weelderig groeiende Duitse Pijp en de almaar dikker wordende ordinaire Klimop. Het is hier doorgaans een domein zonder menselijke drukte geworden en daardoor zijn er verscheidene nesten. Het is wonderlijk te zien hoe moeder Merel of Spreeuw, met enkele kronkelende pieren tussen haar snavel, eerst willekeurig ergens landt om de omgeving veilig te weten – vooral spiedend of niet ergens een ekster haar gadeslaat - en dan plots in een noodvaart feilloos op de juiste plek haar duistere nest induikt, een nest vol nieuw leven, ik vermoed niet meer dan een duim groot.
Met een gedicht en een meditatie besluit ik te pauzeren. Misschien voor enkele dagen, mogelijk een week of langer. In Den Haag modderen of steggelen ze maar verder over de coalitie die ons regeren of redden kan. (Maurice de Hond was nagegaan wat mensen, gezien deze uitzonderlijk versplinterende uitslag, nu zouden hebben gestemd, - dan zou de PvdA met kop en schouders boven alle andere uitsteken). Ja ja, Mooi Nederland.
Ik wens ieder fijne zomerse dagen of weken met plezier en geluk, en vooral zonder ongelukken.