Pagina's

maandag, november 29, 2010


L'amour pour la nature. Ik herinner me weinig of geen details, maar ik kende vroeger een man die met grote passie en geduld dergelijke Indonesische landschappen schilderde, als een daad van schepping. Hij vertelde ook van alles over het klimaat, alle flora, de exotische vogels, de mensen daar, de gewoonten en over de stilte. Het wandelde een middag lang mee met de wisselende penselen in zijn vaste mooi geaderde hand. Voortreffelijk, en alle synoniemen van dit woord zijn me niet genoeg. Hij is vermoedelijk de meester van mijn oog en verrukking over landschappen, want dat komt je niet aanwaaien. (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden, met een foto van Endemania, “Starting the day”. Klik op de foto hoor!]

Een gedicht dat plots ophoudt

Ik ben de man met de vogelkop,
een sombere man sinds die vier schroeven.
Veel gelachen heb ik niet meer

en na die bliksem in de hersens
werd het nog moeilijker, meer pijn en
vooral zo angstig, dan ligt hij te bed met spookbeelden

waarover hij de lippen opeen houdt, die visioenen
hebben een dwarse maat, passen niet in zijn poëzie
want de man is een verwaande dichter,

al krijgt hij nooit een prijs en Komrij’s Godsbeeld
zou hem kleiner maken dan hij zich voorstelt,
‘een geval van psychiatrische verbeelding’, -

wat er zich allemaal niet afspeelt in die vogelkop,
daar lusten de honden geen brood van,
het is maar goed dat de man zwijgt, -

behalve over het kleine geluk, ik houd zo
van veel mensen en terwijl ik niets te bieden heb
word ik als het ware met goud gewassen, de warme steun.

Ik ben de man met de vogelkop en zo ik
geworden ben, valt me niet licht mee te leven.


[© MN, ‘De man en zijn ziel’, met een foto van Remus Tiplea. Er stonden eerst nog een paar regels, ‘dat mijn volle hoofd een handicap is en dat het altijd vloed is’, maar toen hoorde ik een prachtig gedicht van onze Dichter des Vaderlands en daar kwamen ze verdorie ongeveer hetzelfde in voor, in ‘Uit nutteloze noodzaak’, zoiets wil ik toch echt niet.]

Situaties en emoties zijn te ensceneren. Het meest indrukwekkend en openbaar zie je dat bij ‘living statues’, zandsculpturen en andere openbare kunst, beter nog, in alle kunst en elk vertelt een eigen verhaal, dat is juist de bijzondere schoonheid ervan. Elk woord van mij is overbodig, ik kan hooguit fluisteren, ‘ik denk aan de pose van de kwelling’, het ver weg zijn van elke zorg en dat is zelden iets van een moment – niet dat het chronisch moet zijn, maar het sleept je door de tijd. De houding, het nonchalante kleed, licht en kleur accentueren het brein van de kwelling. (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden, bij een foto van CelineM. Misschien zag ik het wel als spiegelbeeld, maar …. een veel oudere man, in februari 62, wel met zulk lang haar; ik ben niet ver van zorg, maar ken de dagelijkse onoplosbare kwelling van schedel tot voetzool. Wat een ander van dat geklaag vindt, kan me niet schelen, dan denk ik, ‘je zult het maar hebben’. Mijn weblog is er voor biografische notities.]

zondag, november 28, 2010


De herfst en nog een stukje winter zijn al levenslang mijn moeilijkste periode. Na mijn geboortedag, 4 februari, neemt het nauwelijks te omschrijven ‘zware gevoel’ geleidelijk, eigenlijk onmerkbaar af. Mijn tweelingzus Erna nam bij m’n moeder de grootste plaats in. Ik kwam een of twee uur later, het was feitelijk al net de 5de, en was een breekbaar mensje. Altijd ging het verhaal dat niemand mij in de armen durfde te nemen, wat over het algemeen bij tantes en grote nichtjes een onweerstaanbare behoefte is. Nog altijd breekbaar, maar ik houd van het leven, en andersom, geen verdienste maar dankbaarheid. (100 woorden)

[© MN. Photo: “Aautumn has gone” by Herman Cater.]

zaterdag, november 27, 2010


Heuglijks nieuws van deze aard, als levende vrucht van twee geliefden, één hartstocht, is tegelijk een bron van verwondering, vertedering en vertroeteling. Ik heb een zoon en kan het weten. Lyrisch was ik, zijn lieve moeder lag er uitgeteld bij. Je weet dan nog niet wie hij worden zal, maar die hij is geworden, schenkt ons verwondering, voldoening en respect, wetende hoe hij al vele bestormingen des levens heeft doorstaan en met wijsheid weet vooruit te zien. Een jongeman van twee oud-geliefden die elkaar opnieuw verstaan en in hem een van de breuken weer helen, hetgeen een gelukkige verbinding maakt. (100 woorden)

[© MN, De man, een oud-geliefde en hun wijze zoon, in de reeks 100 woorden. 6 Juli 1988, een warme zomerdag, ’s middags rond de klok van drie in het Radboudziekenhuis. Ik geloof niet dat we een meisjesnaam hadden want we wisten dat een jongetje zou worden. Wat een belevenis. Hij was antiborstvoeding. We woonden in een piepklein huis aan de Voorstadslaan. Zijn moeder is vandaag jarig, van harte gefeliciteerd S. Foto van Angela Bacon-Kidwell.]

vrijdag, november 26, 2010


Toen ik dit Zweeds jochie zag, dacht ik terug aan mezelf, ongeveer van dezelfde leeftijd en wonend in Enschede, in de Pijlhovenstraat. Er moet misschien nog een foto van zijn, met een arm in het gips en op de schouder een Ka, de Ka die nu nog mijn postvogel is of met wie ik in gesprek ben. Mijn wijze vogel. In die tijd ging ik vaak mee met meneer Stoel; met zijn Ford Anglia bracht ik sigaretten rond, zoals ik vele jaren later in Rosmalen op zondagmorgen bij Joke, van bakkerij Jet Verbiezen, achter op de groene scooter boodschappen bezorgde. (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden. Photo: “Boy with a bird” by Anders Ludvigson.]

donderdag, november 25, 2010


De adventstijd, de tijd voor kerst, de tijd om in het bijzonder stil te staan bij hen die ons zijn voorgegaan, onze dierbaren. Wij, de nog levenden, en de doden. Maar ook wij en de zeer kwetsbaren, de thuislozen, zoals hier de man op een graf zijn unieke slaapplaats heeft gevonden. Ik heb al levenslang een zwak voor hen en die eigenschap kan ik in mijn biografie ook plaatsen, duiden, maar dat laat ik hier terzijde. Ik heb op een naïeve manier mijn lessen met hen geleerd, maar ‘bekijk’ hen met sympathie en hoop. Is mijn leven niet even kwetsbaar? (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden; photo “Dead comfy” by Kamyar Adl in Oxford.]

woensdag, november 24, 2010


Dit is het mooiste en eenvoudigste gebaar dat wij kunnen maken, dat we ons voornemen en waarop we ons verheugen, zowel in het geven als het ontvangen. De roos, het symbool van liefde, van verzoening, van verbeelding en eenheid. Hier telt in geen enkel opzicht welke grens dan ook. Ik ben er vaak in welk huis mee thuisgekomen en ervoer de vreugde ervan, alleen heb ik nooit begrepen waarom het eigenlijk een oneven aantal moet zijn. Ik kreeg dan de liefste kus. Misschien sluimerden er wel verborgen verwachtingen die alleen bij geduld uit de plooien van de tijd zouden komen. (100 woorden)

[© MN, photo: “Gentle strenght” by Kcanmer.]

dinsdag, november 23, 2010


David versus Goliath

De namiddag, 16:00 uur, brengt van links een bijna te scherp zonbeeld dat hier voor me, zes hoog, een donker gestapelde wolkenpartij negeert en over de toppen van de bomen scheert, een schitterend aanzien van de hemel. Er voegt zich wat lichtroze bij het grijs, een kleur die een paar dagen terug geheel violet werd maar nu geen kans krijgt of wordt opgeslorpt.
Ik lag met pijn en onrust te bed en dacht aan dat stukje ‘Zo werkt Nederland’. Dan raak je met jezelf in gesprek. Je laat je ook wel erg opfokken! Een opgewonden standje. Ja, maar ik schiet in de stress bij zoveel openlijke domheid en brutaliteit. Ik heb de pech, dat stress of chaos de pijn verergert, me toedekt met angst en me dan in een afschuwelijke staat van benauwdheid brengt. Bureaucratie beklemt mensen.

Vannacht, ik sliep nog een keer op het eiland, dacht ik eraan vanmorgen dat boek van Niels Bokhove op te zoeken, ‘Reiziger in scheerapparaten’ maar dat ben ik vergeten. Een prachtig boek over Franz Kafka (1883 – 1924). Macht heeft een totalitair karakter en dat roept weerstand en verzet op, ik herinner me sprekende voorbeelden in dat boek, maar zonder het bij de hand te hebben, kan ik daar niet helder genoeg over schrijven. We kennen de begrippen Kafkaësk en Kafkaïaans: op onaangename wijze getroffen worden door botte tegenwerking die je bijna wanhopig maakt. “Wie ooit uren heeft moeten wachten in de wachtkamers van de overheid of van het ene loket naar het andere is gestuurd zonder ook maar een stukje verder te komen in de ambtelijke mallemolen, of zich benadeeld voelt door een anonieme, maar niet minder effectieve staatsmacht, kan zich het personage uit de roman van Kafka voelen”, schrijft Hein Pragt. Justitie bevindt zich in groot gebouw middenin Utrecht, daaronder een parkeergarage. Om te bezuinigen hebben ze per direct de parkeerkaart van het personeel ingenomen. “Zoek het maar uit mensen.”

De lucht is bijna zwart, met vegen geel, beige en toch nog violet. Je kunt je werkelijk verbazen over zoveel schakeringen in de avondschemer, het is 17:10 uur. Schrijven maakt me rustiger.

[© MN, ‘Een nadere bezinning’ met een foto van Frans Kafka. Het is 18:00 uur, de lucht is volmaakt zwart.]
Zo werkt Nederland

Even dacht ik dat de klok twintig of dertig jaar terug stond, maar het is 2010. Bovendien wil ik de werkers van die tijd niet (postuum) beledigen want hoewel er nog hiërarchische verhoudingen bestonden, herinner ik mij dat mensen elkaar over het algemeen met égards bejegenden, dus ik moet het gewoon bij het heden houden.
Uiteraard noem ik geen namen, maar grote dienstverleningsorganisaties, in het mobiele verkeer, in de welzijns- en woonsector et cetera, zijn ondoordringbaar geworden doordat baliemedewerkers klaarblijkelijk vooral de opdracht hebben mensen voor dom te slijten en op afstand te houden. Het woord ‘amateuristisch’ is er niets bij. Al slaat het met snijdende pijn op mezelf terug, dan hebben ze aan mij een duivels moeilijke cliënt. (In het revalidatiecentrum zeiden ze dat ook: “We hebben nog nooit zo’n lastige revalidant gehad.”)

Veel van die baliemedewerkers spelen eigen baas, alsof ze cart blanche hebben of over alle willekeurige bevoegdheden beschikken die ze eventueel nodig hebben. Zelfverzekerd, onverschillig en afgrijselijk hautain, maar in wezen onbenullig en met een tunnelvisie, met een waanzinnige verbeelding en ten diepste vernederend.
Van een woonorganisatie verwacht je de acceptatiepapieren die je dient in te vullen en met de nodige bewijsstukken voorzien moet retourneren. In plaats daarvan krijg je voor de derde keer inschrijfformulieren. Hierover bellen en vriendelijk om het een en ander te verzoeken blijkt zinloos en tevergeefs. Het gaat zoals de baliemedewerker eist want ik ben daar tot heden onbekend.
Ja, ‘onbekend’, en de schilder is al verder dan halverwege.

Ik had nooit een uitvaartverzekering. Vóór mijn handicap dacht ik dat er wel genoeg geld zou zijn en dat de premie te hoog zou zijn (naar mijn zin in relatie tot het denkbeeldige geld). Nu kreeg ik onlangs van een grote organisatie een online-uitnodiging me te verzekeren. Ik herzag mijn ideeën, wilde niemand op kosten jagen en beschouw het als een eigen verantwoordelijkheid. De premie viel mee, 35 euro per maand. Volgende dag een bevestiging, vijf dagen later een acceptatie. Een paar weken later ontving ik de polis. Na medisch advies bleek de premie een stuk hoger en was de polis voorzien van een tweede, ongevraagde dekking die op zich al 17 euro per maand kostte. “Ja, dat doen we automatisch, omdat mensen daar niet aan denken.”
“Ik wel meneer en ik heb uitsluitend om een uitgebreide uitvaartverzekering gevraagd, dus ik vraag u dat te corrigeren.”
“Dat gaat zomaar niet, die tweede dekking zit er automatisch aan vast en is het meest verstandig.”
“Meneer, een acceptatie dient wederzijds te zijn en ik koop niet iets wat ik niet wil.”
“Het beste is ons een brief te schrijven.”
De uitvaart wordt uitgesteld.

Ik kan hier nog talrijke voorbeelden aan toevoegen, maar de boodschap is helder. Ik wilde m’n hart luchten, heb helemaal geen trek in een zwartboek en gelukkig zijn er ook heel goede, attente en betrokken, vriendelijke baliemedewerkers.

[© MN, ‘Een realiteit anno 2010’. Terug in Doetinchem vraag ik de huismeester: “Ik kom hier toch wel te wonen?” “Al moet ik zelf de huur betalen Marius” en hij overhandigde me de acceptatieformulieren. “Ja, dit is mijn thuis, nr. 107.” Een geschikte foto is een hoogst moeilijke opgave dit keer. Je hoort mensen wel eens zeggen, dat ze duizend maal liever met een dier van doen hebben, daar denk ik opeens aan, en als je de context kent, dan snap je dat meestal wel. Ik weet ’t niet, ja, ik zag er een, maar die foto heb ik al voor een nog komend stukje. Daarom deze komische foto van Shingo Uchiyama, “Umm.” (Beschouw dit maar als een intermezzo.)]

maandag, november 22, 2010



Een prachtige herfstdag. Zo’n mooie zondag is fijn voor de mensen. Velen gaan wandelen. Ontspannen zich in het opsnuiven van geuren, gaan als het ware opnieuw ademhalen. Ze doen herinneringen op, praten erover of zwijgen. Ik kijk hier uit over de toppen van de bomen, pal in de zon, zij lopen er onderdoor. Verkeerslawaai zou er niet moeten zijn, maar dat is onvermijdelijk. Hoe ook, het is “de taal van de herfst”, over het midden van november, 24 dagen voor mijn verhuizing, die ons bewust of niet doet mijmeren en naar nieuwe inzichten wijst. Inzicht geeft ons kostbare innerlijke vrijheid. (100 woorden)

[© MN, photo “Autumn sunrise” by Gary McParland.]

zondag, november 21, 2010



Een eeuwenoud fenomeen: het venster, een baken van licht. In de winter lagen er vroeger opgerolde handdoeken voor, stonden er bloemen op de ruiten. Er hangen gordijnen voor, soms nog vitrage. Sommige hebben nog luiken, gewone zonwering of markiezen. We hangen in het venster uit verveling, op de uitkijk of met verwachtingen. We staren naar buiten om van alles gade te slaan, om na te denken of te dromen. De televisie is het venster op de wereld. Nooit kunnen we zeggen iets niet te weten, het venster behoort tot onze zintuigen en kleurt onze waarneming, precies wat Jolan heeft gedaan. (100 woorden)

[© MN. Het venster, eerste olieverfdoek van Joo, 60 x 40.]