Pagina's

zaterdag, januari 31, 2009

Na een rondje om de aarde

In de nacht na Obama werd ik wakker,
het was het gebrabbel van de dichter
die me niet kon bekoren, Elisabeth heette ze.

Had ik het maar geweten, maar
ik zag jou op het perron staan, het is niet te geloven,
dáár, midden in een rozenperk,


daar staat ze, dacht ik, geen stem te luid,
in een weefsel van blond goud, ik zie hem komen,
zie je, ze omhelzen elkaar, dat heb je

met hartstocht, met ongeremde tederheid,
hij had het ondenkbare wel gezien, was overdonderd. “Kom”,
zei je, "I knew it all the time”, he whispered. ‘Waken over
geluk, daar zijn toch engelen voor?’, dacht ik.

Poëten zijn van alle talen, ‘praise song
for the day’ had beter van Danny kunnen zijn,
ik frommelde het kussen onder mijn hoofd, maar
had het kunnen weten, ’zij doet het liever thuis’.

[© MN, in ‘Poëet in eigen hart’. Eer aan de zachtmoedige en geduldig tastende liede. Afbeelding: foto Danny, “In One of the States on Earth”. Zie ook:
www.zonnekindproductions.info , “Als Blijk Van Danker” en voor Punkey’s maniertjes en “De reden dat ik geen biografie schrijf”, een zakboek van het hart, om te bestellen: alleengodtroost@hotmail.com .
Met dank aan Lut.]

vrijdag, januari 30, 2009


Faam is een geschenk, geen gave
Prikkels en dampen van nabije vreemden


Eer aan alle dichters die er zijn
en die ons zijn voorgegaan,
hoevelen bleven ongekend hoewel
zij hart en ziel omspitten naar symbolen en

met geheimzinnige regels het leven vierden.
We moeten er maar niet om treuren,
rang en stand zijn mensen zo eigen,
dat van de een het woord onsterfelijk is en

van de ander weldra als met een spons uitgewist.
Het is als bloesem, een frisse zegen in de ander
je meerdere te erkennen, de een rijmt
met een slakkengang vers na vers, de ander

heeft een schrift met de geur van vers tarwebrood of
een woord zo romig als de dauw boven mijn paardenwei,
maar er zijn nu eenmaal andere dichters, ja, zoals Kopland,
die slijpen het woord naar eenvoud en ongekende humor

en vinden de fijnste metaforen, voor die zetten we
later een standbeeld, en er zijn afvalputjes te over, of
een straatnaam hooguit, we zijn zuinig met eer en eeuwigheid,
waarom niet klein en sterfelijk, dat zijn we tenminste allemaal.


[© MN, Met Eer Voor Ramsey Nasr, Dichter des Vaderlands 2009-2012, zonder Driek van Wissen te vergeten, de voorganger die in zijn ambtsperiode ruim 700 gedichten schreef, alsmede Tom Lanoye, tot gisteren Koning der Antwerpse dichters. Foto van de Palesteins-Nederlandse dichter Ramsey Nasr (1974) van MHB, Nieuwsblad.be/Antwerpen.]

donderdag, januari 29, 2009

La mort, c’est la naissance des mémoires

Dáár, daar zal ik straks wonen,
vlak daarvoor schrijf ik nog een gedicht,
mijn geschiedenis zal dan bewaard blijven en
elk seizoen zal mij om het even zijn.

Het is niet dat ik mij verheug
op die laatste gedaante die zich door de tijd
ongezien verenigen zal met aarde, de zekere dood
die de geboorte is van alle verhalen.

Wel gaan mijn gedachten als stuifmeel
naar die vermaledijde dodenakker, geef me dan
ook maar een mooie entree, gewikkeld in
een troostdoek te rusten in een wilgentenen mand.

Ik ben de stilste getuige van wie er komt
voor de rust, de onbesmette wereld, een kort woord.
Zonder verwachting zul je mij, ééns, daar aantreffen,
naakt, maar voor eeuwig welgemoed.

[© MN, ‘De wind waait de tijd als zandkorrels weg’, geschreven bij ‘Im Spiegel’ van Arvo Pärt van de CD Alina uit 1999. (Maar ondanks de chronische pijn hoop ik een krakende wagen te blijven. Ben ik de wagen of zit ik op de bok?) Photo by Shirley Barocque Music, Père Lachaise Paris. (Christina Rosetti, a poet, 1830 – 1894: “When I’m dead”, she said, “I shall not feel the rain and I shall not hear the nightingale, so, my dearest, sing no sad songs for me.”) Mijn rechterarm doet me te zeer om weblogs te bezoeken en mijn hoofd weet ik niet vast te houden, dus ga maar weer naar bed, een meubelstuk dat effectiever is dan welk pilletje ook.]

woensdag, januari 28, 2009

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (14)
Maar dan kan ik toch beter zwijgen?

Laatst schreef ik bij een fraaie winterprent van Marie-Jeanne, "dat zo’n zwart-wit foto (ook) zoveel eenvoud toont, rust en overzichtelijkheid. Ja, er gaat iets rustgevends, iets geruststellends van uit – maar stel je voor dat er niet al die kleuren zijn die we kennen." Aan die opmerking moest ik onmiddellijk denken toen ik dit werk zag, dit bloeiende landschap van Jan van Noort.
De mysterieuze aarde: dat hij zich zo onvoorstelbaar rijk aan kleur laat kennen, dat is nu weer zo’n rechtstreekse bron van verwondering. Wat je je wél kunt voorstellen, is dat bij uitsluitend zwart-wit zoveel aan onderscheiding verloren zou gaan en óók dat de aanwezigheid, de schepping van kleuren verstrekkende gevolgen heeft voor onze verbeelding, voor de taal, de expressie, niet alleen als het om de ons omringende natuur gaat maar voor alles wat we maken, of het nu om industriële vormgeving gaat, om architectuur, om romans, om esthetica, om menselijke ontplooiing en morele oordeelsvorming.
Stel je voor, dat onze wereld en onze existentie alléén maar uit zwart en wit en misschien wat grijstinten zou bestaan, dat lijkt eenvoudig, maar zou zeer verontrustend zijn, saai en dodelijk voor de menselijke ontwikkeling.

[© MN, “Kleur bekennen”. Afb.: schilderij “Landschap in bloei” van Jan van Noort.]

maandag, januari 26, 2009

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (13)
Een ongewoon emotionele wissel op levensenergie

Wanneer een schilderij spreekt, kan ik beter zwijgen. Toch wil ik met deze warme arm rond de oudere, kwetsbare mens openlijk een ode brengen aan de vele, vele duizenden mantelzorgers die bij nacht en ontij, dag in dag uit, hun eigen wereldje opschorten en klaarstaan voor hun naaste verwanten opdat ze nog een beetje verder kunnen, ervaren niet geheel alleen te staan, verlaten of vergeten zijn, extra onmisbare zorg krijgen of verwend worden met warme aandacht in hun almaar verder afbrokkelende toekomst of op hun hoogst onzekere pad, zwak en ziek en soms de weg kwijt.
Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar het is een belangeloos en vermoeiend offer waarvan zelden te zeggen is hoelang het volgehouden ‘moet’ worden. Het is niet te bagatelliseren hoeveel tijd en inzet het vergt daadwerkelijk trouw te blijven aan deze nabije zorg en tegelijkertijd alle eigen vertrouwde bezigheden eraan ondergeschikt te maken, helemaal jezelf te blijven en toch een belangrijk deel van jezelf opzij te schuiven, eerst grenzen te stellen en die toch weer op te rekken waardoor de regie over je eigen bestaan soms volledig in de war raakt. Soms neemt mantelzorg de plaats in van jezelf, en dat terwijl je zelf juist de belangrijkste schakel bent in alles wat die zieke oudere nodig heeft. Vaak denken we dat het maar tijdelijk om één medemens gaat, maar dikwijls zijn het meerdere tegelijk en veelal menen we dat het gemakkelijk over meerdere verwanten verdeelbare zorg is, maar dat pakt dikwijls heel anders uit want de familie is te klein of de onderlinge woonafstanden zijn te groot of zijn er andere reële of pragmatische argumenten om meer afzijdig te blijven. Bovendien is mantelzorg geen morele plicht, maar dient men ‘zich geroepen te voelen’, geraakt of aangesproken, maar hoe ook en of het er nu een of twee zijn die voortdurend, onophoudelijk, zo lang als nodig is, in de bres springen, mantelzorg is een langzaam voorbijgaande liefde die het eigen leven te boven gaat. De solidariteit is enorm en lovenswaardig, de emotionele wissel is groot. Het is een enerverende, vaak uitputtende tijd, maar de innerlijke dankbaarheid erover is rijk, rijk aan alles wat men maar bedenken kan, inzicht, zelftroost, eigenwaarde, - als een nieuw landschap.

Tot slot enkele feiten. Uit een in 2009 nog te publiceren onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat:
ongeveer 2,6 miljoen Nederlanders voor een hulpbehoevende verwant, vriend of buur zorgen
deze 2,6 miljoen mantelzorgers 75% van de totaal geleverde zorg in Nederland leveren
van deze 2.6 miljoen 150.000 - 200.000 mantelzorgers zich zwaar belast of overbelast voelen
40% van de mantelzorgers de zorg niet kan delen met andere familieleden of vrienden
landelijk ongeveer 1 miljoen mensen in de situatie verkeren dat men werk combineert met een jarenlange intensieve zorg voor een partner, ouder of kind met een chronische ziekte of handicap
het percentage mensen waarvoor men zorgt: 39% is een ouder, 9% is een kind, 19% is een vriend, buur of kennis
80% van de mantelzorgers het geven van zorg zo vanzelfsprekend vindt, dat men zich niet realiseert dat men mantelzorger is.


Mantelzorgers zullen er nimmer om vragen of naar lonken, maar ze verdienen aandacht, zo eenvoudig een schouderklopje of zomaar een kus, een bloemetje, een aanmoedigende lach als teken van respect en begrip want soms lijkt het ook voor henzelf alsof alleen degene voor wie ze zorgen nog bestaat.

[©MN, in de reeks ‘Een schilderij vertelt zichzelf’. Afbeelding: schilderij “Een warme arm” van Wilna van den Heuvel.]

vrijdag, januari 23, 2009


De wereld draait door Troost

De sterren van de hemel zijn gevallen,
het zijn die van Troost en Punkey,
het boek van de man met zijn lokken,

alle feesttonen worden ingezet want Punkey,
gemodelleerd naar Nica, is even loslippig
als Troost, de dichter die zich van tijdelijkheid

bewust is, geen woord schuwt, hij hoopt zelfs God
gelukkiger te maken. “Ik ben het anti-kind”, in dat woord
reikt Danny de Maniertjes aan,

de maniertjes van de nieuwe aarde want
Troost is een schepper van humor, “bescheiden en
misschien zó vergeten, immers alleen God troost.”


[© MN, Proficiat Erwin en een feestelijk weekend. (Zou hij weten dat ik aan hem denk? Hij woont helemaal in Eindhoven en ik, als het ware helemaal achteraan in de bus, evenals Punkey laatst, maar goed, ik heb het opgeschreven en als hij tijd heeft en komt, leest hij wat ik dacht toen ik zat te denken over het wereldje van Troost.)
Erwin Troost, Punkey’s Maniertjes, Uitgever Janase, ISBN: 978-90-810985-4-0, Prijs: € 15,- ;148 blz. – presentatie zondag 25 januari 2009 in het Boekencafé Restaurant Schrijvers in Eindhoven. Afbeelding: “Poet’s notebook” by Su Raya.]
UPDATE: Já, hij dacht ook aan mij. Wat een geluk. Woeperdewoep. Juist vandaag ontvang ik 'De reden dat ik geen biografie schrijf', het ziet er uit zoals ik het graag zie, ik ben er verrukt over, ja, alsof ik de liefde bedrijf met een boek, het ruikt lekker, licht in de hand, ik kan het zo in mijn zak steken, 10,7 X 17,5. Hij heeft een andere pen dan ik, ach nee, we hebben allemaal dezelfde toetsen, het is dezelfde en toch andere taal, mooi en levendig, spits en geestig. Troost is de verwekker van de lach, laat ik het daar maar even op houden.

woensdag, januari 21, 2009


Soms een man van momenten

De dichter leeft in een rumoerige
ziel, hij voelt een ongewone herfst in zich
waaien, hij is een uitgeklede boom en graaft

naar het besef van al dat gestorven is; het is alsof
er niet eendere akkers zijn dan die hij ooit kende,
de taal keert zich en ziet een andere dichter.

Hij is een doodgewone man, een man van chaos
soms, en tekorten, een man die zijn akkers volschrijft
over ontheemding terwijl hij in tederheid zo gehecht is

aan liefde, hij zal wel een man zijn die zijn moeheid
negeert of bang dat de tijd hem plots te grazen neemt,
maar wat van waarde is, daaraan houdt hij vast. Punt.


[© MN, in ‘Maak me menselijk’. Het gedicht is symbolisch voor de chronische pijn, die als een tikkende klok in de gedaante van een straatveger namens mijzelf al het dorre blad als restjes bestaan bij mij vandaan harkt opdat, wanneer ik er in verzonken ben geraakt, ik niet per ongeluk in z’n geheel op de mestwagen beland. Afb.: ‘Een moment van schaduw’, foto Margreet.]

dinsdag, januari 20, 2009

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (12)

Voor mij is deze collage een hommage aan wie wij bejaard noemen en in wie ik een andere maar een even goede, mooie schoonheid erken als in het beeld nr. 11 van deze reeks, welke zou kunnen suggereren dat ik ‘klaarblijkelijk een oude snoeper’ ben of zo nodig ‘een maat voor schoonheid’ wilde tonen, bij wijze van imitatie van wat doorgaans kennelijk zo nodig is om te amuseren of te prikkelen. Maar dat was bepaald niet mijn intentie.

De fragiliteit en tegelijk het krachtige van veel ouderen doen mij bijvoorbeeld denken aan Henk - en dat hij een man is, is hier van geen belang - die ruim een jaar geleden werd begraven nadat hij einde december plotseling overleed. 82 Jaar, ik verbleef in Klimmendaal en het was schokkend te horen van zijn fatale hartaanval. Ik hield van deze man, deze zo gelijkmatige, integere, taaie en toch tere mens die al zeven jaar weduwnaar was, maar daarvóór met tomeloos geduld en een bijna afgunstige toewijding jarenlang voor zijn door ernstige reuma gekwelde vrouw had gezorgd. Hij kende in de tijd die erop volgde zijn verdriet en eenzaamheid - ik zag wel eens een kleine traan, hoorde zijn gedempte stem - maar zijn mildheid, steun en troost en vooral ook zijn levenslust bleven de sterke tekenen in zijn karakter. Nee, puntig in zijn taal was hij niet, soms breed van stof maar vaak met een lach, vooral wanneer iets te ingewikkeld was en hij zijn ontoereikendheid zag om het te begrijpen. Hij was als een rustig water, zorgde goed voor zichzelf, voor huis en tuin, niet te vergeten, gekleed in zijn versleten stofjas, voor zijn kippen, vijftig hoenders. Hij was de meest gastvrije koning des huizes, toen zijn vrouw nog leefde een koning-dienaar, alom gerespecteerd.

[© MN, in ‘Seizoenen des levens’. Het doet me opeens ook denken aan de sprankelende geest van Leo Vroman, zoals te lezen in ‘Misschien tot morgen’, het indrukwekkende, humoristische en broze dagboek dat in 2006 verscheen, hij wordt dit jaar 94 (zie 3 maart 2007). Collage van links naar rechts: painting “Fragility is the moment of selfreflection” by Eric Fischl; photo by Llewellyn; painting by Magda Wieclawska; photo “Confused” by Marcin Plonka; painting by Fortuny Marsal; schilderij Robert van Westendorp: nogmaals schilderij Robert van Westendorp; eveneens Robert van Westendorp en een photo by Shukach.]

zondag, januari 18, 2009


Wat nachten je al niet schenken
Soms blijkt de ziel een pose – dan koester ik de pose

Dagen als in reinigende parels,
die trof ik op mijn pad naar eenheid
en geborgenheid, een pad naar zielenroerselen

van karakters, naar wat liefde binden kan. Mijn
gedachten buigen in de wind, ze zijn eenzaam en
soms onzeker, zo zijn menselijke gedachten,

onzeker, maar nu plots ook sterk, want
het zijn de meest aangename windvlagen die
binnendringen nu zij mij haar volle liefde

heeft gegeven en gezegd het te delen
tot ik niet meer ademen zal, een mooier
geschenk van de nacht heb ik nooit gekregen.

[© MN, in “In dromen is geluk is niet spoorloos”. Afbeelding: “Behind the clouds” by Joni Niemela.]

vrijdag, januari 16, 2009


Een ‘beeld’ vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (11)

Ja, ik kan niet anders dan toegeven onmiddellijk te kijken naar de schoonheid van de billen en die fraaie lijn langs haar rechterschouder, dat zal wel het ‘natuurlijke’ oog van de man zijn, terwijl haar ogen serieus lezend op de wand gericht zijn, maar waarom naakt? Elke kunstenaar schetst en schildert of aquarelleert naakten, elke fotograaf zoekt een welwillend model voor zijn lens want niets lijkt méér bekoorlijk dan de blote pose van een vrouw, bij voorkeur in een landschap, op een sofa of in een variatie van houdingen in de studio.
Toch trof deze foto een andere lijn in mijn gedachten, of beter, in mijn herinnering. Henry Miller had in zijn prachtige bungalow in het ongelooflijk mooie landschap van Big Sur, Californië, een wand die precies zo, maar wellicht kleurrijker, vol stond met gedichten, aforismen, schetsjes en gekkigheden, geschreven of getekend door zijn gasten, met een pen, potlood of pastelkrijt. Huiselijke en ongetwijfeld amusante graffiti, handschriften van talrijke kunstenaars, schrijvers en dichters. Zou ik hiermee het mogelijke vooroordeel, dat een man slechts kijkt met het oog, kunnen doorschrappen? Misschien is het wel een vleugeltje onnadenkendheid.

[© MN. In ‘Eros, te heet onder de voeten?’ (Or just always too much personal? We tonen elkaar geen naakt! Ik zou de knuisten van mijn vader vrezen.) Afbeelding: photo “Writing on the wall” by Kees Terberg. Overigens: van harte aanbevolen, een donatie voor de weeskinderen van Ghana, zie einde log 25 december van http://sanaschrijft.blogspot.com/]

dinsdag, januari 13, 2009


Zoals vogels de kilte van de regen wegfluiten

Zij, een moedig dichter, moeder en twijfelkind,
die weet welk sporenleed zij trotseerde
en in vingers van drama en almaar méér thuis;

op het podium een stem als rimpels op een trom,
maar wakker en zachter op de rand van het bed
zoekend naar schrift, naar taal en tederheid,

’s morgens, als het eerste licht weer verschenen is,
vér, ver zuidwaarts van het hart hier vandaan,
daar is zij, en hier dit woord, als blijk van Danker.


[© MN, Voor mijn Dichter in het Zuiden. Eind vorig jaar verscheen bij Zonnekindproductions de fraaie bundel Als Blijk Van Danker, gedichten als fakkels van Hans Danker en zijn dochter Danny Danker (1974). Zij, als ik, kennen de stem van pijn, nee, clean zijn we niet. Eerder verscheen van haar hand Van De Gekken – zie
www.zonnekindproductions.info; 97 pag., € 15,-. De foto dateert van 2007.]

maandag, januari 12, 2009


Het lied voor zijn jarenlange muze is gebroken

De dichter ziet om naar al zijn akkers,
ze zijn niet verloren, maar er is evenmin
over te schrijven alsof er nog een strook land
vrij is. Het slotwoord is al geschreven

en gaat over de fragiliteit van liefde.
De dichter is geen rots gebleken en betreurt
dat hij en zijn lief een ander pad kiezen, hopelijk
met een hart, maar tevens met ’t hart onder de arm.

Hier wonen nu twee verlaten mensen die elk
hun have en goed verzamelen, de herinneringen
en verlangens onder de huid, maar met dit gedicht nu
zal alles voorgoed gaan slapen.

[© MN, in “Tot ik mezelf uitroei voor wie ik liefheb”, zei Christine D’haen, maar onze realiteit is tot verdriet anders dan het woord van Christine doet vermoeden of hopen. Beter is: ‘De waarheid aan het licht’.
(Een vervolg op het vorige, maar het had er ook aan kunnen voorafgaan.)
Afbeelding: painting by Broderson.]