Pagina's

vrijdag, november 30, 2007


Een dichter schrijft geen triomfen

Ergens zie ik me nog wel
hoog op een heuvel staan, maar
vooral weg,
“far away”, zingt Nick Lowe.


Misschien moet ik onder ogen zien
Dat ik aan de verliezende kant ben
Mijn akkers zijn niet ruim meer.

Marius Nuy in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg", 28 november.
Afbeelding: Claude Monet, "And weary and worn are our sad Souls"
Weeping Willow
Geplaatst door Erna

vrijdag, november 23, 2007


Levenszin is onpeilbaar

Aanvankelijk had ik een misschien wel fraai theaterstuk in gedachten over de MRI alsof ik aan boord zou gaan van het schip dat mij stampend door de golven terug zou brengen naar het eiland.
Het ziekenhuis heeft mij echter te stevig in de greep. Een regie die mij helemaal niet bevalt maar omwille van de toekomst toch maar aan overgeef.
Het zal tijd vergen want het is alsof ik fysiek(!) van alles opnieuw moet leren.
Er is gelukkig geen tumorgroei, maar wel veel ander ongemak.
Ik mis de bekoringen van het leven, onze dagelijkse wederzijdse bezoekjes en de aanmoedigingen die we allemaal van tijd tot tijd zo nodig hebben.
Hier in dit stille bed zie ik jullie, de verhalen die ik niet ken en het verlangen dat er altijd blijft, net als de volle maan;) ) van hier, waar alles wordt gepeild………………………………………
De meest hartelijke groet in een reikhalzend weerzien. Als het tijd is, spreken we verder.
Jullie Marius
[Zen painting van E. Snellen van Vollenhoven: The spirit of Silence]

zaterdag, november 17, 2007


Lof van de vriendschap



Precies op de lijn van twee zintuigen

verdreef de adem van vriendschap alle pijn

uit mijn hoofd. Het voorgelezen woord

klonk als een helend hoorspel.



Precies op het goede ogenblik: zodat

mijn handen niet naar 't ondraaglijke

hoofd zouden grijpen en de MRI werd verpest,

jullie liefde heeft me gered.



Kijk, dat is nou mijn wonder van ontroering

wie kaatst, kan de bal verwachten,

juist als 't gaat om warmte.



[MN, bedacht tijdens het absurdistisch

theaterstuk van de MRI-scan op 16 november 2007.

Twee zintuigen: gehoor naar ogen.

Afbeelding: "bhagavata.org/images/krishna/naradablij.jpg']

(Geplaatst naar de uitgeschreven tekst van Marius door Chrisje)

vrijdag, november 16, 2007

De broer van Marius, Enno, en ik hebben bedacht dat het een goed idee is om eventuele post voor Marius via hem te laten gaan en wel naar zijn zakelijk adres. Dat is Optimum, Delta 54, 6825 MS Arnhem. T.a.v. EGJ Nuy. Zogauw Marius er aan toe is kunnen we hem dit overhandigen...
Overigens is er geen verdere ontwikkeling te melden, vanmiddag wel een erg belangrijke MRI scan.

Met welgemeende groet en dank voor de vele reacties, ze gaan weer mee vanmiddag!
Chrisje

donderdag, november 15, 2007

Voor allen die wachten op nieuws over de toestand van Marius: er is nauwelijks verandering te melden.
Hij wil nog geen post; ook geen telefoon naast z'n bed.

Maar veel dank voor jullie meelevende hartelijkheid... ik zal de reacties printen en voor hem meenemen, dat doet hem vast goed!

Met warme groet, ook namens Marius, Chrisje

woensdag, november 14, 2007

Marius heeft een beroerte gehad.
De komende 24 uur zijn erg spannend.
Zo gauw zijn toestand verbetert zal ik zijn adres geven.
Bezoek is alleen toegestaan voor de familie...

dinsdag, november 13, 2007

De dichter ligt wegens algehele malaise (aldus zijn eigen woorden) in het ziekenhuis...
Duim of bid svp voor hem...

Met een groet voor al zijn lezers,

namens hem,

zijn vrouw

maandag, november 12, 2007

Laat ons eigen verleden toch spreken

Is niet elk woord nog teveel en rest ons de tranen van
het ogenblik, de tranen om gerechtigheid en géén innerlijke
vergrimming meer? Laten we het toch niet duiden als sentiment,

maar als morele aanraking van verantwoordelijkheid
voor de verschrikking van de nacht, de moordende steek in de middag,
de pest die waart in het donker van de mensheid – wat zei men niet

zestig jaar geleden? Wir haben es nicht gewusst. Zoeken wij
onder die vleugels onze toevlucht, - er kan toch geen huiver zijn
voor opkomende toorn en te tekenen met het bloed van solidariteit?

[© MN, in Darfur, mijn spiegel. Teken de petitie van rechtvaardigheid bij Amnesty.
Méér dan een aanmoediging kan het niet zijn! Photo bij Amnesty International.]

zaterdag, november 10, 2007


Het gave gebaar van een offer

Christus is tegelijk mooi en geschonden,
hier vlakbij in het voortdurende gebed, zo
groeit in de monnik de memoria Dei*.

Hoe doen zij dat? Zij strijden voor een sfeer
van aandacht voor God en soms zeggen zij
het vanbuiten geleerde zachtjes voor zichzelf op.

En dan hóór ik hen bidden, gevolgd
door een langdurig Gregoriaans gezang, tot
mijn oren er van tuiten. Zo luidt hun offer.

[© MN, *met je hart bij God zijn. Jesus Christ on the island. Iemand schrijft: is 'tot horen en zien vergaan' niet indringender? Dan komen we dichter bij onszelf. Misschien is dat waar. Alles is zoals het zich toont - of: zoals het tevoorschijn mag komen. ]

donderdag, november 08, 2007

Klein geluk in de Oosterkim

Ik ben een dichter die stil en
met de maan in de hand, zittend voor het raam
dat ook een spiegel is, mijmert over het kasteel

waarin ik luisterend woon. Daarginder
staat een paard. Kan een dier gelukkig zijn?
In een koude waterzon ben ik er langs gelopen

vanmiddag. Hij keek me slechts ’n seconde aan
en zweeg. Ik vergat de vraag en het paard,
het paard vergat wat hij zeggen wilde.

De stilheid is een vrijheid, maar het is niet zo
dat alle vragen in mij een kolfje naar mijn hand zijn,
sommige steken als een graat in mijn keel.

[© MN, in “De man en zijn ziel”. Painting by Duy Huynh, “Starry messenger”.]

dinsdag, november 06, 2007

De mens als boek
Steeds heet het: ‘Wie biedt ons uitzicht?’

Toen ik de lange kasteellaan opreed, met aan weerszijden de reusachtige beukenbomen met het gouden en rode en bruine blad als een oker gewelf over het eeuwenoude pad want het bos was nog niet ontkleed, zag ik in de verte een zwijgend kasteel, als een klein geluk. Ik zou gaan wonen op een zolderkamer waar ik ook al eerder verbleef, de Oosterkim, en vooral ’s avonds naar de Sint Willibrordsabdij gaan voor de dagsluiting, de Complete. Er was een vage gedachte ook eens werkelijk door de stilte gewekt te worden en naar de Mette te gaan om kwart over zes, maar mijn dageraad ving aan om half acht en al wat ik door het zolderraam zag, was een luchtige mist boven de velden en een koe die nog slaperig het eerste gras hapte. En ik meende zeker twee boeken te lezen, het ene waarin ik al halverwege was, Datumloze dagen van Jeroen Brouwers, en het andere van Antal Szerb, Reis naar het maanlicht, maar beide bleven onaangeraakt op de stapel paperassen. Iedereen heeft dezelfde tijd, maar voor mij was de tijd toch weer anders, wel geheel vervuld naar wens. Er bleek geen boek te lezen, wel veel mensen met verhalen die ik herkende of nimmer had gehoord, die me verrasten en lieten lezen dat het geluk zelden spoorloos is of die bij me binnendrongen omdat het lijden en soms ook de slechtheid van mensen vaak niet is te doorgronden. Ik ‘las’ over veiligheid, wederkerigheid, warmte en mededogen, over verlorenheid en heelheid, maar evengoed over hele alledaagse geschiedenissen.

Kasteel Slangenburg in Doetinchem dateert uit de 17e eeuw, heeft twee robuuste torens en rondom een brede slotgracht. Op de enige dag dat het regende, zag ik roerdompeenden roerloos met hun koppie in de veren op een bed van bijeengedreven, verouderend lelieblad. Het is hier zoals kastelen horen te zijn, een kasteel met krakende trappen en vloeren, kamers met metershoge muren die gedecoreerd zijn met oude muziekinstrumenten, met mollige engelen of, als je even omhoog kijkt dat me op afstand wel lukte, met een jongeman die op een trompet blaast in het oor van een andere schaars geklede man en met allerlei andere taferelen.
Het is een inspirerende en weldadige omgeving die even een beetje van jezelf wordt en die je deelt met ongeveer vijfentwintig andere gasten, een eiland in de wereld waarop je als het ware gediend wordt door de gastvrijheid. Ik houd van de rust en de stilte, mijn eigen stilte in de onrust van de wereld. Ik sta er middenin, precies zoals vele anderen, en verbind me met de mensen die er zijn, in het luisteren en in liefde en lijden. Nu ik zo vlak na thuiskomst een korte impressie schets, kan ik eigenlijk niet anders zeggen, dan dat je op Slangenburg mét elkaar de nieuwsgierigheid viert, de aandacht, het verlangen, de ontroering en de uitbundigheid. Ieder komt er voor zichzelf en er is niets dat moet en tegelijkertijd weet ieder veel van zichzelf te geven, juist dáár omdat het zo belangeloos kan gebeuren – en wéér is gebleken dat geluk onnastreefbaar is, onpeilbaar en een complexe, puur menselijke aangelegenheid. En een ogenblik dacht ik, kunnen we niet beter ophouden met denken, maar had ik geen gedachten dan vond ik niet de taal dit te schrijven.
[Eerder schreef ik over Slangenburg op 10, 16 en 29 november 2006 en op 12 maart 2007. 'Wie biedt ons uitzicht' is een regel uit psalm 4, gezongen bij de dagafsluiting. Afbeelding: Achterzijde kasteel Slangenburg Doetinchem.]