Pagina's

dinsdag, april 29, 2008


Ineens kan het even anders zijn
(zoals ik al wist)

Alvorens ik bezwijk
onder "Kruizen der aarde",
volgt er een tijd van zwijgend zwoegen.

Ik ben onzeker over mijn heden,
maar blijf loyaal aan Chrisje
die haar eigen liefde vecht.

Ik wil af van twijfel en twist,
die appels zijn me te zuur en
vormen een steen des aanstoots.

Mijn weblog blijft vrij van obsessie
en dwang, eenmaal op adem kras
ik met liefde in hetzelfde hout.

[© MN, in “Altijd duurt maar even”. Een bezinningstocht. Misschien moet ik maar eens een poosje gewoon aan het werk gaan: schrijven, ‘Mijn leven geen trompetgeschal’. Ik slaap mijn nacht uit, de nacht sleept weg wat overbodig is. (Onopgemerkte foto door Chrisje.)]

zaterdag, april 26, 2008


Hoe gaan we door het leven?

Niet veel mensen willen dit beeld op zichzelf van toepassing zien en zullen noodzakelijkerwijs ook ontkennen rond te lopen als een kip zonder kop zoals dat heet, met een harde, bestraffende stem desnoods omdat ze zich al bij de schijn van zo’n suggestie begrijpelijk beledigd voelen, maar van binnen de tranen al voelen opwellen aangezien het wel wáár lijkt, alsof ze doorzichtig zijn en gezien is dat ze het vaak wel zo beleven op het roestige ros van hun verleden dag na dag achter zich te laten.
Maar zó ernstig uitzichtloos hoeft het helemaal niet te zijn want het kan ook een symbool zijn van tijdelijke onwetendheid of een uitdrukking willen geven aan het gebonden zijn aan wetten of taboes die niet zonder kleerscheuren te verbreken zijn, of men moet er volstrekt onverschillig tegenover staan en roekeloos durven zijn en zelfs het graf riskeren.
Het kan echter evengoed betekenen, dat ermee gezegd wil zijn - zelfs even letterlijk getoond – ‘laat me met rust domkoppen, júllie denken dat dit mijn werkelijkheid is, het is jullie oordeel zonder er enig idee van te hebben waartoe ik leef zoals ik leef. Het is jullie masker.’
Sommigen zijn niet in de conditie om de mogelijkheden die er zijn ook daadwerkelijk te benutten en sluiten hun ogen voor wat zij wensen. Anderen vinden het wel best zo en kijken niet verder dan hun neus lang is omdat zij het gewoon zijn geen perspectief te zien. Weer anderen leven al jaren als in vastgeroeste tijd, er verandert niets omdat zij met al hun motieven de tegenwoordigheid niet aandurven. Maar zij hier, zij niet. Zij is jong en krachtig, misschien eens even roekeloos, maar eerder speels dan radeloos. Toch weten we het niet. Misschien is er een gebroken liefde en moet ze alleen verder; dat doe je niet blindelings, maar het kan wel zo voelen. Of zoals het mijzelf vergaat, want ik ben nog helemaal niet ‘klaar’ met de gevolgen van de recent achterliggende periode en soms lijkt het er op dat ik niet meer weet hoe het moet en dat het op de tast gaat.
Het doet me er ook aan denken, en dan houd ik op, dat je mensen geregeld hoort zeggen “we zien wel waar het schip strandt”, dat vind ik zo’n ráre uitdrukking, alsof het schip mogelijk een andere koers gaat dan men zelf zou willen.
Wat weten wij wel en niet van elkaar? Zijn er ‘kamers in ons hart’ die gesloten blijven? Hoe moeten we met elkaar en elkaars zwakheden omgaan?
Het illustreert misschien de vraag naar vrijheid, naar de ontdekking van de eigen wil, en die kan zó zijn ondergesneeuwd dat er ook geen handelen uit voortvloeit of dat iets te zien is dat te associëren is met vrijheid, met de gedachte dat iemand alle woorden heeft gevonden en die, naar Inge Deconinck, “bijeen pakt en in een vaas zet, een vaas van geluk”, hoe tijdelijk ook dát kan zijn want niets menselijks blijft duurzaam.
Het is de verbeelding van de vraag aan onszelf om in stilte stil te staan bij de vraag, ‘leef ik zoals ik wil leven?’

[© MN, “Elk mens een verhaal”. Inge: zie “Leeslinten” bij de Links. Afbeelding: photo by Anke Merzbach .]

donderdag, april 24, 2008


Vluchtige beelden van toen

Laatst dacht ik nog aan vroeger,
bijvoorbeeld ‘haasje over’, maar de dichter
voelt zich soms als het zilte schuim, ‘even ligt

het er en dan is het weer weg’. Zo vergaat ‘t alles
langzaamaan, even fluister je erover
en het is al weer voorbij.

Ik heb ook eens mijn arm gebroken, maar
hoe is dat in hemelsnaam gebeurd? Er zat vaak
een tamme kauw op mijn gipsarm.

Het nachtegaaltje is gestorven aan de rillingen
van eenzaamheid. Hoe jong ook, maar ik
was de schuldige.

In de jaren zestig kocht ik voor het eerst
een seksboekje en keek met verbazing naar wat
ik niet kende en tot leven kwam.

We klommen ’s nachts over het hek van de begraafplaats,
mijn vriend speelde dwarsfluit en bij een wekker
op een graf declameerde ik mijn jongenspoëzie.

Zo gaat dat met ‘t verleden, vluchtig en vaag, ik
glimlach van verlegenheid over mijn kleine rijkdom,
fossielen uit mijn jongensjaren.

[© MN, in ‘Mijn leven, een vlucht’. Maar wat van waarde is, behouden we in ons hart. (Op de valreep denk ik eraan, dat "Ben Hur" de eerste was die ik zag met de pas overleden Charlton Heston in de hoofdrol.) Afbeelding: ‘Haasje over’, schilderij van Wout van der Wouw.]

dinsdag, april 22, 2008


De pianostemmer II

Het gaat over de vader van Patrice en Patricia, tweeling, zoon en dochter van een man die in zijn vrije tijd componist was en de kost verdiende als bekwaam pianostemmer, een uiterst gedreven man die zeer gevoelig was voor het oordeel van anderen en in dezelfde mate diep gekwetst door het uitblijven van dat moeiteloos te begrijpen verlangen naar erkenning. Een verlegen, stille en eenzame man, een man met een ‘wildlederzachte stem’, - in een gezin van koelte en geheimen, een brandbroeierige sfeer. Er schijnt, ik heb het boek nog lang niet uit, er schijnt iets verschrikkelijks gebeurd te zijn, iets dat zowel voor mogelijk als voor onmogelijk wordt gehouden: hij heeft op een wel zeer uitgelezen ogenblik een befaamde operazanger doodgeschoten en is in de gevangenis beland. En in dat schot lag geloof ik het geheugen van heel zijn leven.
Broer en zus, hun levenlang al een ontroerend onverbrekelijke en beklemmende eenheid, terwijl er, buiten de zucht naar harmonie, tegelijk veel voor elkaar verborgen bleef, gaan abrupt en gelijktijdig van en voor elkaar op de vlucht en onafhankelijk op zoek naar een antwoord. Niet alleen dát, maar ook om van die tot één leven gesmede tweeling weer onherroepelijk twee waarachtige levens te maken, zoals Patricia ergens zegt, ‘onze zielen moeten uiteen’, want daar gaat dit boek ook over, over de reiniging van twee levens en hoe daarmee de strijd wordt aangebonden. Ze verlaten elkaar koel maar diep geraakt en noteren vanaf dan, zonder enig tussentijds contact, hun gevoelens en overpeinzingen in schriften, schriften die ze elkaar op zeker moment in een bistro ergens in Parijs zullen overhandigen, tijdens het eten naar elkaar toeschuiven of daarna als ze weer buiten staan. Hoe kunnen we weer leren leven? Dat is de diep verborgen vraag.
Het is een ongelooflijk fijne ervaring ‘deze Mercier’ te lezen, ook al gaat het trager dan voorheen. Het meest geniet ik van de stijl, zo beeldrijk, zo sensitief, minutieus, bijna volledig, en daarom zou je het eigenlijk in één adem willen lezen en niet, vanwege de energie, met vele onderbrekingen. Ik ben pas op pagina 127, maar omdat het zo indringend is, geeft dat niet.

[MN. “De pianostemmer” van Pascal Mercier. Een meesterstuk van Mercier, ongetwijfeld en hopelijk opnieuw een bestseller. Afbeelding: Skulptur von der Bildhauerin Gerda Kratz.]

zaterdag, april 19, 2008


Uit het schier onmogelijke tevoorschijn gekomen

Dit schilderij van Safonkin, dat ik als afbeelding al lang heb hoewel ik dacht hem nooit te gebruiken, verbeeldt het absolutisme en de boosaardigheid, de niet te ontwijken onderworpenheid, de programmering en de angst, de ontzetting. De tragiek van de ongenade. Eerder schreef ik: “… zoals je geboren kunt worden uit de verhalen van mensen”, maar vandaag begreep ik dat je ook geboren kunt worden uit je eigen geschiedenis en iemand worden kunt naar wie een ander graag en met warme bewondering luistert.
Ik heb iemand ontmoet die is opgegroeid in een Jehova-milieu, een gemeenschap die het dogma van de waarheid omhelst en heiligt. De buitenwereld is één complexe Satan, onrein, de binnenwereld is mateloos vriendelijk, tot aan de rand van de Jehova-wetten een kleine kosmos van geborgen gezelligheid en feestelijkheid, van allemaal vrienden zijn van elkaar. Buiten was alles ‘besmettelijk vergif’ en tegelijk moest buiten gered worden, gewonnen voor de waarheid. Wie binnen opgroeit, wordt gevormd, beter gezegd, met onverbiddelijkheid gekneed, tot een persoon die voortaan herkenbaar en onlosmakelijk deel uitmaakt van de ‘kudde’. Iedereen weet dit wel zo ongeveer, maar ik schrijf het hier zo expliciet op om duidelijk te maken wat voor een krachtsinspanning het kost om je daarvan te bevrijden. Het is bijna een soort sterven, en als de strijd tot het eind is gestreden, een verrijzenis bovendien. Je ‘bekeren’ tot Satan is tegelijk rouwen om het verlies van al je dierbaren. Jezelf als een bladzijde losscheuren uit een boek dat je leven beschrijft en tegelijk de wetten ervan, betekent dat je als een vod op straat ligt, met de geringste kans opgeraapt te worden of te zorgen dat je in die buitenwereld een nieuw houvast vindt en je je misschien kunt ontwikkelen tot een onafhankelijk en warmhartig individu.
Het was volle maan. De innerlijke oorlog was opgestaan en kende geen twijfel. Het moest een drastische stap worden, alle rommel er uit, een andere, eigen taal ontwikkelen. Ze sleep de messen en sneed alle ketenen door. Ze sneed haar ziel los. Bezweet en in angst, opluchting en tranen vluchtte ze als een ‘verloren schaap’ naar Engeland, op zoek naar haar eigen karakter en naar een nieuw weefsel want alleen daarin is te wonen. Ze was gewond geraakt, diep in haar hart getroffen, radeloos, maar ook vastberaden.
Ik wil eigenlijk het woord zelfmoord mijden, maar in deze context past het want haar bevrijding betekende niet alleen vluchten en rouwen, het was niet zomaar een vette streep door de verpletterende dogmatiek, maar vereiste volle, ongecontroleerde agressie, letterlijk, zoals deuren uit de sponningen trappen, maar ook erger. Ze ging ermee door tot elk knagen ophield en de in dogma’s bevroren vrouw die zij was, geheel was ontdooid. In al dat vreemde geweld leerde zij een pijnlijke en volstrekt onbekende kant van haarzelf. Het was nodig om de ware vrouw tevoorschijn te doen komen. Vrij van dwang en plicht. Een vrouw die, zo blijkt nu, openhartig, warm en toegewijd is, haar geluk koestert en eindelijk weet en ervaart wie zij is. Een vrouw die opvalt in eenvoud en bijzonderheid.
Een beklemmend en ontroerend verhaal. Het beeld van de verlossing, - voor mij is het de dag van verwondering.


[MN., “Elk mens een verhaal”. (Ik zei altijd; “Het spijt me voor u, maar ik heb geen belangstelling”, en beschaamd maar met zekerheid sloot ik de deur. “Treurig de gang die zij gaan, telkens weer een deur die onmiddellijk terug in het slot valt.”) Toen ik dit opschreef, moest ik even denken aan de vrouw die een op straat dwarrelende losgescheurde bladzijde geeft aan een haar onbekende man. Het was Gregorius, die zich vervolgens losrukt van zijn bekende geordende wereld, met de nachttrein naar Lissabon vertrekt om daar op zoek te gaan naar de schrijver van die tekst. Gregorius ontdekt dan de moedige en zachtaardige Amadeu de Prado, die leefde in de tijd van de Spaanse revolutie, jaren zestig. (Zie toch om naar Pascal Mercier, “Nachttrein naar Lissabon”.) En terwijl ik dit schrijf, krijg ik van Chrisje weer een boek erbij: “Het leven als kunstwerk” van Joep Dohmen, een boek met een omslagbeeld van Edward Hopper. Toepasselijker kan het niet. Afbeelding: “The dogma” by Victor Safonkin, 2004.]

donderdag, april 17, 2008


In lezen steeds opnieuw geboren worden – zoals soms ook uit de verhalen van mensen

Terwijl het boek eigenlijk, ‘oorspronkelijk’ is nu een beter woord, uit een boom voortkomt, kan een boek zo tijdloos, aangrijpend en fascinerend zijn dat een boom er zich in kan wortelen. (De omgekeerde wereld, in inverted toestand.) De boom als symbool van duurzaamheid – een beeld dat ook wel past op de situatie waar mensen zich werkelijk met elkaar verbinden, geïnteresseerd zijn in elkaar, trouw zijn in die vriendschap.

De geboorte van een lezer. 13 april 2008, exact zes maanden na de beroerte, is de dag dat ik met precisie kan lezen vanaf het moment dat ik ‘Mercier’ in de hand nam. Ik voel me herboren, ik, hier als een monnik in zijn cel, daar met Chrisje die liefde heet.

[© MN. Lezen en praten zijn even onweerstaanbaar als noodzakelijk voor onze ontwikkeling. Overigens, het gaat langzaan, ik ben nu op pagina 71; al het andere, zoals de krant, blijft onleesbaar. Afbeelding: “The inversible tree” by Toda Katsuhisa. Uit de brief van een docente Engels, mijn schoonzus, heb ik begrepen dat de metaforische duiding niet direct duidelijk kan zijn. De poëtische duiding is volgens mij dat je je ontwikkelt door te lezen. De innerlijke groei, dat is het, niet een politieke of milieugeëngageerde boodschap.]

dinsdag, april 15, 2008


Zoek het geluk niet buiten jezelf

“Je kunt met wat je eenmaal hebt meegemaakt verder leven”, dacht ik na een poosje, hier op ’t eiland, midden in het leven, maar in figuurlijke zin op dezelfde eenzame hoogte als de denker van Obein.
Ik vroeg me af hoe het toch verder moest met ‘deze man’ want zo beperkt zijn is alsof je op een voortaan onontkoombaar schraal dieet leeft, terwijl ik me, al turend in de verte vóór me als naar een onaangeharkte leefwereld, tegelijkertijd realiseerde hoe betrekkelijk dit is want de hartstocht van het denken, de vurige geestdrift, is nog even levendig als voorheen, dus de ogenblikkelijke rijkdom van het gedachteleven, dat van nature beperkt is, heeft aan vijf maanden ongekozen institutioneel leven geen schade opgelopen. Laat ik mijn tijd dus niet verspillen en trachten het lijden zoveel mogelijk uit te bannen. Het glas is halfvol.
Of moet ik het eigen woord wantrouwen, ben ik niet half zo sterk als ik doe vóórkomen en wapen ik me tegen wat soms beangstigend naderbij komt want het is alsof ik de voetstappen hoor door kloppend en warm bloed, een geluid dat door al het andere heengaat, en hier, op de top van een mij voorgetekend landschap, voel ik me weerloos in zwijgzaamheid. Zo is het leven (ook), maar ik ga niet zitten wachten, ik doe wat ik kan en laat wat me teveel is.

[© MN, in “Elk mens een verhaal. De aanraakbare man”. Afbeelding: “De denker” van Heinz Obein.]

zondag, april 13, 2008

De pianostemmer I

Alle reden tot gejuich want van de in Zwitserland geboren magistrale romanschrijver Pascal Mercier (1944) is “ De pianostemmer” verschenen, het boek dat oningezien aangeschaft kan worden want indertijd (1998) schreef Die Zeit: “vol gevoelens en rijk aan subtiliteiten en tot aan de rand gevuld met raffinement.” Na de ingenieuze, beklemmende en succesvol ontvangen romans “Nachttrein naar Lissabon” en “Perlmann’s zwijgen" (zijn debuut in 1995), zal de vertaling van zijn meest recente roman,”Lea”, niet zo lang op zich laten wachten als zijn werk tot dusver.
Mercier’s boeken gaan steeds over een intrigerend filosofisch vraagstuk, maar laat u door het woord ‘filosofie’ niet afschrikken, nooit. “De pianostemmer” is (gewoon) een fascinerende roman over intimiteit en menselijk falen - en over de vraag welke rol het oordeel van anderen in ons leven speelt.

[MN. Afbeelding: Pascal Mercier, pseudoniem voor Peter Bieri, op de Frankfurter Buchmesse. Zijn werk in Nederland verschijnt bij de Wereldbibliotheek. “De pianostemmer”, 447 pag., € 22,50.]

donderdag, april 10, 2008


Een variatie aan menselijke illusies
Neem je hart ter harte

Elke nieuwe morgenstond geeft de idee van onderweg
zijn, maar is het leven niet vaak méér dan een herhaling
van gewoontes, vastgeklonken aan 'zekerheid’?

Wat achter ons ligt, is onherhaalbaar,
dat is maar gelukkig ook, al kleden we ons soms
in niet weg te schrobben schaamte, in dogma’s of heimwee.

De tijd schrijdt voort, maar we zijn alleen onderweg
als we nieuwe wegen vinden die ons verlossen
van versleten of knellende banden.


[© MN, in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg”, Afbeelding: ‘Onderweg’ van Elly van Doorn, Onderweg zijn vraagt om spiritualiteit. ‘Neen’, zeggen anderen, ‘gewoon om rationaliteit, om calculatie of andere uitvluchten.’ Ik ‘reken’ liever op waardigheid, op het behoud van zelfvertrouwen. Ik zoek liever de innerlijke stilte dan de chaotische jacht op wat me mogelijk gelukkiger zou maken maar zich ondanks alles toont als een illusie. (Eerder schreef ik een vergelijkbaar gedicht, ‘Een oase van troost’, 9 juni 2007.)]

zaterdag, april 05, 2008


Ik adem nog als een lezer

Soms bouwen wij ongezien en in stilte
een gevangenis of leven we niets vermoedend
in een woestijn van overbodigheid.

Toch blijkt de verschansing in mijzelf
al even breekbaar als waarmee ik geweven ben,
niet zo mooi voor een dichter die zich op reis waant;

maar het enige dat ik wel kan, is luisteren
naar de verbeelding in mijn dromen die ik vergeet
als ik de nacht voorbij geslapen ben.

Toch brengen dromen lichtheid en kracht, dat zegt
iets over de schoonheid ervan, of verbeeld ik me dit maar
en word ik echt een oud dichter die denkt te ademen alsof hij leest?


[© MN, “De oude dichter leeft nog”. Gisteren aarzelde ik bij het boek van Alberto Manguel, ‘Bibliotheek bij nacht. De liefde voor boeken en de kunst van het verzamelen’. Zou toch dwaas zijn het te kopen, maar het is zo’n mooi boek, haast onweerstaanbaar, nee, niet groot, wel zwaar. Een magnifieke uitgave, Bibliotheek bij nacht. Boeken, dozen vol dode letters, herfstbladeren die op slag van betekenis veranderen zodra je ze in de hand neemt. Manguel’s bibliotheek is als een eeuwenoude boomgaard en omvat circa 30.000 titels, daar is die van mij een kersenpit bij. Afbeelding: “De boekenworm” van Carl Spitzweg.]