
Uit het schier onmogelijke tevoorschijn gekomen
Dit schilderij van Safonkin, dat ik als afbeelding al lang heb hoewel ik dacht hem nooit te gebruiken, verbeeldt het absolutisme en de boosaardigheid, de niet te ontwijken onderworpenheid, de programmering en de angst, de ontzetting. De tragiek van de ongenade. Eerder schreef ik: “… zoals je geboren kunt worden uit de verhalen van mensen”, maar vandaag begreep ik dat je ook geboren kunt worden uit je eigen geschiedenis en iemand worden kunt naar wie een ander graag en met warme bewondering luistert.
Ik heb iemand ontmoet die is opgegroeid in een Jehova-milieu, een gemeenschap die het dogma van de waarheid omhelst en heiligt. De buitenwereld is één complexe Satan, onrein, de binnenwereld is mateloos vriendelijk, tot aan de rand van de Jehova-wetten een kleine kosmos van geborgen gezelligheid en feestelijkheid, van allemaal vrienden zijn van elkaar. Buiten was alles ‘besmettelijk vergif’ en tegelijk moest buiten gered worden, gewonnen voor de waarheid. Wie binnen opgroeit, wordt gevormd, beter gezegd, met onverbiddelijkheid gekneed, tot een persoon die voortaan herkenbaar en onlosmakelijk deel uitmaakt van de ‘kudde’. Iedereen weet dit wel zo ongeveer, maar ik schrijf het hier zo expliciet op om duidelijk te maken wat voor een krachtsinspanning het kost om je daarvan te bevrijden. Het is bijna een soort sterven, en als de strijd tot het eind is gestreden, een verrijzenis bovendien. Je ‘bekeren’ tot Satan is tegelijk rouwen om het verlies van al je dierbaren. Jezelf als een bladzijde losscheuren uit een boek dat je leven beschrijft en tegelijk de wetten ervan, betekent dat je als een vod op straat ligt, met de geringste kans opgeraapt te worden of te zorgen dat je in die buitenwereld een nieuw houvast vindt en je je misschien kunt ontwikkelen tot een onafhankelijk en warmhartig individu.
Het was volle maan. De innerlijke oorlog was opgestaan en kende geen twijfel. Het moest een drastische stap worden, alle rommel er uit, een andere, eigen taal ontwikkelen. Ze sleep de messen en sneed alle ketenen door. Ze sneed haar ziel los. Bezweet en in angst, opluchting en tranen vluchtte ze als een ‘verloren schaap’ naar Engeland, op zoek naar haar eigen karakter en naar een nieuw weefsel want alleen daarin is te wonen. Ze was gewond geraakt, diep in haar hart getroffen, radeloos, maar ook vastberaden.
Ik wil eigenlijk het woord zelfmoord mijden, maar in deze context past het want haar bevrijding betekende niet alleen vluchten en rouwen, het was niet zomaar een vette streep door de verpletterende dogmatiek, maar vereiste volle, ongecontroleerde agressie, letterlijk, zoals deuren uit de sponningen trappen, maar ook erger. Ze ging ermee door tot elk knagen ophield en de in dogma’s bevroren vrouw die zij was, geheel was ontdooid. In al dat vreemde geweld leerde zij een pijnlijke en volstrekt onbekende kant van haarzelf. Het was nodig om de ware vrouw tevoorschijn te doen komen. Vrij van dwang en plicht. Een vrouw die, zo blijkt nu, openhartig, warm en toegewijd is, haar geluk koestert en eindelijk weet en ervaart wie zij is. Een vrouw die opvalt in eenvoud en bijzonderheid.
Een beklemmend en ontroerend verhaal. Het beeld van de verlossing, - voor mij is het de dag van verwondering.
[MN., “Elk mens een verhaal”. (Ik zei altijd; “Het spijt me voor u, maar ik heb geen belangstelling”, en beschaamd maar met zekerheid sloot ik de deur. “Treurig de gang die zij gaan, telkens weer een deur die onmiddellijk terug in het slot valt.”) Toen ik dit opschreef, moest ik even denken aan de vrouw die een op straat dwarrelende losgescheurde bladzijde geeft aan een haar onbekende man. Het was Gregorius, die zich vervolgens losrukt van zijn bekende geordende wereld, met de nachttrein naar Lissabon vertrekt om daar op zoek te gaan naar de schrijver van die tekst. Gregorius ontdekt dan de moedige en zachtaardige Amadeu de Prado, die leefde in de tijd van de Spaanse revolutie, jaren zestig. (Zie toch om naar Pascal Mercier, “Nachttrein naar Lissabon”.) En terwijl ik dit schrijf, krijg ik van Chrisje weer een boek erbij: “Het leven als kunstwerk” van Joep Dohmen, een boek met een omslagbeeld van Edward Hopper. Toepasselijker kan het niet. Afbeelding: “The dogma” by Victor Safonkin, 2004.]