Dagboek Aanvaard wat niet te ontlopen is
Vrijdag, 16 september
De ongenaakbare pijn zindert in gebrokenheid, in onwil, in
vijandschap. Als ik haar nu eens de hand reik of in de ogen zie als blijk van
erkenning, dat ze erbij hoort, zal ze dan anders zijn? Hoe vaak heb ik het niet
gehad over de lijdende, de achtergestelde of de onderdrukte mens die wordt
vernederd, naar wie niet wordt geluisterd, naar wie elk soort van erkenning
uitblijft en welke gevolgen dit heeft? Als ik die lijn nu eens doortrek in plaats
van bestrijden, van trachten te ontvluchten of te onderdrukken, zal ik haar dan
kunnen aanvaarden, ofschoon als ongewenste gast? Dan zal ze wellicht
verdraaglijk zijn. Zo goed als je bij de onderdrukte dan ‘een andere mens’
ontmoet, zo goed zul je dan ook zelf ‘een ander’ worden, als het ware
verrijzen. De verrijzenis van de dichter, nogal grote woorden. (Het duurt wel
lang voordat m’n reflectie tot zo’n inzicht lijkt …. a very long thinking.)
Elise zou het met me eens zijn. Vanmiddag te bed realiseerde
ik me dat het goed is dat de psychotherapie is beëindigd. Ik stond op het punt
haar te omhelzen. Dat is laakbaar gedrag, tegen de code, ze zou me onmiddellijk
een berisping geven. Ja? Blij dat ik de rapportage daarvan schoon heb gehouden.
Was ik dan verliefd? Nee, maar zij heeft zulke lieve lichtblauwe ogen, ze
reageerde zo goed zonder meegaand te zijn, zij …. Elise werd onweerstaanbaar,
niet om haar lokkend postuur, aber wegen
das gegenseitig verstehen. Ik stond op het punt haar te omhelzen, en viel
in slaap. Prompt, je kunt de klok er op gelijk zetten, twee uur later werd ik
wakker. Maar, om geen misverstand te doen rijzen, het waren ernstige en
waardevolle gesprekken.
Van de voorste twee bomen hier op het grasveld is al het
gebladerte al geel, het zijn de bomen die ook het eerst in bloei staan. De
prunis? Geel is de kleur van de vergankelijkheid, de dood. Dat zie je ook bij
terminale patiënten, die zachte gele glans die uit hun huid tevoorschijn komt,
zeker bij iemand met leverkanker.
Ja, mijn woon- en werkkamer heeft zijn ideale vormgeving
bereikt, man en huis raken vergroeid. (Ik zal volgende week een keer ’n collage
maken.) Dat gebeurt even spontaan als het ontstaan van een dagboek dat ik
vooralsnog blijf voortzetten. Het wekt leven, toomt dat ik niet anders wil. Ik
moet er niet aan denken dat Blogger zoiets in z’n hoofd haalt als Weblog-nl,
dat je pardoes al je creatieve werk kwijt bent. Het woord ‘dagboek’ voert me
ineens naar Leo Vroman en de hoop dat zijn laatste twee kostelijke dagboeken –
‘Vroeger donker dan gisteren’ en ‘Tot morgen misschien’ - nog eenmaal een
vervolg krijgen. Vroman is niet de man die stilletjes zit te wachten op het
onvermijdelijke, hij is nu 96. En wat verschijnt er nog uit de archieven van
Claus, Mulisch en Wolkers? (Wolkers is in 1981 opgehouden met zijn dagboeken,
dus zoveel verschijnen er niet meer. Twee, of misschien drie.) Morgen ga ik het
boek van Onno Blom lezen, “Zo is het genoeg”, over het laatste jaar van Jan.
Een klein requiem, een vitale ode. Van alle drie zal nog heel wat verschijnen;
het is de crême brulez van hun bestaan. Van Gerard van het Reve en Frederik
Hermans is bijna alles op, op het nu al vermaarde derde deel van Nop Maas na
dan (mogelijk moet eerst matroos Vos het hoekje om), van Buddingh’ ook, - ‘Mijn
stem is mijn woord’, zo zou de titel luiden als ik over laatstgenoemde een
biografie zou schrijven. Remco Campert heeft ze allemaal overleefd. Mijn
persoonlijke herfst moet nog maar een tijd wegblijven, misschien kan dat ook
wel in de rust en harmonie met Orithia. Nijhoff: “Het leven is een vreemde reis, maar wellicht leert een mens wat onderweg.”
“Zodra het paard de stal ruikt, zet hij het op een draf.” Ik wil nog even terugkomen op wat thuiskomen kan betekenen waarover een passage afgelopen woensdag, maar dat noteer ik nu als een pro memorie. Het is 22u50, mijn dag is ten einde. Niettemin waren Orithia en ik nog een uur in gesprek en toen zij naar huis ging, viel ik in de cabrio in slaap, tot half twee. In bed was ik meteen weer onder zeil.
Zaterdag, 17 september
Buiten de twee uurtjes slaap de hele dag gelezen in Onno
Blom, die bewijst dat we te zijner tijd een schitterende biografie kunnen
verwachten. “Zo is het genoeg” (Bezige Bij, 2008) is een uitstekende,
ontroerende prelude daarop. In het verhaal over Wolkers laatste jaar komt leven
en dood zo nabij, dat ik hem over het pad vol broze schelpen hoor schuifelen
naar zijn atelier en zie hoe hij de laatste hand legt op zijn mensgrote doek
over de vergankelijkheid. Het leven in Huize Pomona – de godin van het fruit,
icoon van mildheid en vruchtbaarheid – moet verrukkelijk zijn geweest voor Jan
en Karina (45 jaar samen) en hun tweeling Bob en Tom.Jan Wolkers heeft er zeker aan bijgedragen dat het wat losser werd in onze samenleving. Hij sprak en schreef frank en vrij – mijn moeder vond hem walgelijk, obsceen, en verbood ons zijn boeken, zeker ‘Een roos van vlees’ -, niet uit vrijpostigheid of om opzettelijk te shockeren, maar omdat het zijn natuur was en ‘menselijke natuurlijkheid’ wilde verlossen van religieuze ketenen. Ik hield van die man, de man die 19 oktober 2007 overleed. Hij was het riet waar de wind van de tijd in blaast.
Ik zou het nog kort even hebben over de zegening van de
thuiskomst. Veel mensen herkennen dit, ik ook, het is het mooiste moment van de
reis: weer thuiskomen wordt ervaren als een opluchting, bijna als weergaloos
geluk, hoe kort of lang de reis ook was. Dat ik het lariekoek noemde hoe
Colette vertelde twee weken lang met dat euforische beleven thuis op de bank
bleef om blij en dankbaar om haar heen te kijken, komt omdat ik dit kon
plaatsen in haar context en daardoor wist dat het onmogelijk waar kon zijn. Het
is ook trouwens niet een louter veinzen van haar, maar het ‘moeilijke’ in haar
leven zo snel mogelijk te verdringen of, als dat niet lukt, te sublimeren, waar
‘haten’ het tegendeel van is. Ik keek ook niet op van de blijdschap weer in je
persoonlijke niche te zijn, maar van de tijd die het duurde, twee weken is
ongewoon lang. Een of twee dagen, en dan vangt het gewone leventje doorgaans
weer aan; beide herkennen we maar al te goed. En verder, je probeert de
verhalen van mensen toch te begrijpen?
Jean, een rechter in ruste gesteld, leeft sinds het
overlijden van zijn vrouw vorig jaar september alleen, maar verdraagt die
eenzaamheid niet. Jean lijkt als een god het lot met een onzichtbare hand te
schikken. Hij zorgt ervoor dat de kracht van de liefde alles overwint. Al snel
na de begrafenis van Mireille heeft hij twee kortdurende affaires en
aansluitend daarop leert hij Colette kennen. Jean is een vermogend man. Zijn
vrouw dreef een goedlopend advocatenkantoor, maar hield zichzelf meer bezig met
hun ‘hobby’: een prachtig gastencomplex ergens in de Dordogne brengt in de
zomer veel geld in het laatje en zo leidden de twee een druk maar welvarend
leven.
Zondag, 18 september
Plotseling gaf ik er gisteravond de brui aan, het leek wel of de pijn me in mootjes sneed. Orithia zat te lezen en ik te schrijven, beiden in zo’n behaaglijke rust ofschoon de pijn me aldoor tartte … en uiteindelijk vloerde. Ik viel in bed en zei haar niet eens welterusten.
We hebben de woensdag begonnen klus afgemaakt, wat gekletst en heerlijk gegeten. Méér heb ik niet gedaan, zelfs niet gelezen. Ja, de tweede nieuwe boekenkast gevuld, allemaal teveel werk voor ‘iemand met pensioen’.
Maandag, 19 september
Temidden van al die boeken die ik weer in handen kreeg, vond
ik een oude kleurenprent die ik ergens toch de moeite waard vind om in te
lijsten; het gaat om de eerste transportabele bloeddrukmeter, geconstrueerd
door Samuel Siegfried Karl Ritter von Basch (1837-1905) in de beginjaren
tachtig van de negentiende eeuw. Na vele proeven construeerde hij zijn “metalen
sphygnomanometer”. Hierbij wordt de arteria radialis dichtgedrukt door een gummikussen,
dat door een slang met een aneroïde-barometer is verbonden. Het gummikussen,
de slang en het metalen omhulsel van de barometer zijn met water gevuld. De
druk, die nodig is om de arteria radialis te comprimeren, kan worden afgelezen
met behulp van een wijzer, die door een hefboom is verbonden met de deksel van
de metalen huls. Door palpatie wordt het ogenblik vastgesteld waarop de pols
niet meer is te voelen wanneer met de duim van de andere hand het gummikussen
wordt ingedrukt. (De tekenaar van de foto hierboven is onbekend, het knipsel is
afkomstig uit een Weens medisch weekblad uit 1883.)
Een en ander doet me denken aan een jaar of tien geleden,
toen ik bij De Slegte het boek vond van Sherwin Nuland: De arts. Een biografie van de geneeskunde. Ik kocht ze alle vjftien
voor f 12,50. De volgende dag gaf ik een college ethiek en niertransplantatie.
Geen van de vierdejaars had er ooit over gehoord en dus was ik ze die middag al
allemaal kwijt. Gelukkig hadden ze er bij De Slegte in Arnhem nog een stuk of
acht die ik ook kocht. Eén exemplaar hield ik zelf en gaf ik vorig jaar vlak
voor mijn verhuizing aan Jacqueline, mijn huisarts, - het is helaas nergens
meer verkrijgbaar. Jacqueline bleek het achteraf met haar achterbakse ‘pappen
en nathouden’ niet waard. “Lief van je, ik lees nooit.” Nu staat het zinloos op
haar plank, ‘als dank voor je zorgzame zorg voor een ‘lastige’(?) patiënt, een
met een argeloze vogelkop’. Zelfs de naam Sherwin N. kende ze niet, hoewel hij,
behalve chirurg, een briljant auteur is van verscheidene geneeskundige boeken,
zoals “De wijsheid van het lichaam”, “Hoe gaan wij dood” en nog een paar. “Hoe
worden wij oud” heb ik net bij Bol besteld.
Het is 13.u00, ik ga lunchen en even ? slapen. Moniek van Hartingbank kan bellen voor de nieuwe
rolstoel en een zekere Linda Seysner, fysiotherapeute ter voorbereiding op de
scootmobiel. Nu schiet me te binnen hoeveel vrouwen hier wel niet over de vloer
komen: Grada, Maaike, Janneke, Cora, Hildewien, Teunie, Monique, Christina,
Thea,Yvonne, Petra, Moniek, Natasja, Rieky, Serpil, Marjolein, Milou,
Annerieke, Elise, Linda. Allemaal functionele contacten natuurlijk, maar met
sommigen is de band duidelijk anders gesmeed. ‘Langdurig houdbaar’.
De gepensioneerde rechter werd gek van eenzaamheid, ondanks
dat zijn hele huis vol hing met foto’s en schilderijportretten van Mireille.
Hij hield er al lang een stoet van vriendinnen op na want zij was elke zomer
immers in Frankrijk. De eerste weken na de begrafenis voelde hij zich
genoodzaakt die levensstijl even op te schorten. Jean veinsde diepe rouw, maar
werd gekweld door zijn opstandige libido. Zijn al lang uitwonende zoon en
dochter hadden nooit argwaan gevoeld en dat moest vooral zo blijven. Hij was
stapelgek op zijn dochter Isabelle, een verblindende schoonheid. Ze vond het
heel normaal onder de douche te gaan terwijl hij zich met de kwast nog stond te
scheren. Hij waagde het niet ooit avances te maken, maar sinds Mireilles dood
vond hij het een onverdraaglijke confrontatie en twijfelde hij tussen treuzelen
of er zo snel mogelijk vandoor gaan. Een opkomende erectie dwong hem tot het
laatste. Als ze even later naar beneden kwam, gedroeg hij zich humeurig, op het
norsige af. (Moet hier stoppen, hoewel
het pas 18u40 is. De lucht is lichtgrijs en neigt naar lichtblauw. De zon schijnt
zodanig over de boomkruinen dat ik de schaduw er in zie van tegenoverliggende
bomen. Fascinerend. Wordt vervolgd.)
Waar ik, zij het op de valreep - maar een laatste zin blijft
altijd hangen – nog op wil wijzen, dat is de website van Anmaro Performing Arts voor mensen die zijn geïnteresseerd in
Aziatische, Chinese en Latijns-Amerikaanse theaterproducties. De voorstellingen
blijken steevast een succes, zowel in werkelijkheid als hoe de pers er
vervolgens over schrijft. Mijn broer zag qualitate qua het afgelopen weekend
driemaal een Chinese voorstelling, maar had hem nog wel een paar keer willen
zien.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’.Ofschoon
ik werkelijk ‘genekt. ben, voel ik me een gelukkig mens. Photo: ‘Ritter’s
bloeddrukmeter’, tekening van onbekende kunstenaar in Weens medisch weekblad
uit 1883.]
10 opmerkingen:
.
Wereldreis naar mijn hortensia
Misschien
zal ik er nooit geraken.
In het Ithaka
van haar bladeren
het naderen
tot aan de bedeesdheid van haar kleuren
het aanvaarden
van haar gebrek aan geuren
hoever moet je reizen
om een hortensia te begrijpen.
Uvi
.
- de zegening van het Thuiszijn -
Soms reist men een
leven lang,
om thuis te zijn
het tijdverlies
op de koop toe nemend,
afleiding genoeg.
Het eigen bed, láter
waarin tot slot je
laatste seconden nog
op de valreep wegtikken
en de ontdekking;
je wás al thuis
altijd al, want het
is niet mogelijk op zoek
te gaan naar jezelf
je bent te dichtbij
om zoek te zijn, soms
kijk je er overheen
twee weken op de bank zijn
goed voor een mens, twee weken
om 'te landen'
- het vraagt onversneden moed en concentratie om het wonder van de hortensia te begrijpen -
~
ik weet het niet. pijn kun je verduren en verdragen, maar omarmen? ik weet het niet.
gele mensen zag ik al te vaak.
en die angst dan.
en helaas zo vaak niet veel later de bevestiging.
ik las je log met de tv aan, prinsjesdag. duizenden gedachten door m'n hoofd..
wolkers. had je het ook nog over. moest er op de havo een speciaalstudie aan wijden, m'n moeder vond het ook allemaal even walgelijk.
thuis zijn, samen vandaag met mijn liefste kind in bed, knuffelen, kletsen, kijk dat is de gouden koets, er is niets beters.
dan liefde.
Zinderende pijn:
Nee Marius ik maak je dagelijks mee, maar ik denk, net als Inge niet, dat je uit deze heftige pijn op die manier kúnt verrijzen. Wél denk ik dat je in alles wat mooi, lief, zacht en waardevol is dat je dáár - op de milde momenten die je soms ook gegeven zijn - je energie in kunt steken, om zo langzaam aan een 'stootkussen' te creëren. Wanden van hoop en van verzachting en wie weet een kussen dat groeien mag om uiteindelijk je leefruimte dragelijk te maken. Laten we werken aan zo'n stootkussen, waarin de pijn zachter kan landen in de dagen van je leefwereld, laten we de dagen van gehavend hout, van steen en prikkeldraad transformeren in de tederheid van wolk en van windgeruis.
Vandaag is er pijn én er is intens veel liefde; aan de pijn kun je niets veranderen, maar de liefde kun je laten uitdijen en het mag misschien ooit zoveel zijn dat het álle plaats inneemt, dan schreeuwt de pijn wellicht niet meer de bóventoon, maar fluistert ze langszij, moet ze haar prominente plaats prijsgeven.
Een utopie? Wie weet ooit... mag liefde de pijn wel overstemmen. Vraag niet teveel van jezelf, wees zacht niet hard, discipline is goed, maar laat het geen dwangbuis worden houd de lijn niet te strak. Luister naar wat de dagen van je vragen en buig mee, in slaap en in waakzaamheid al naar gelang de ene of de andere dag je 'verzoekt' , wees aanpasbaar en gemakkelijk vloeiend als water.
Misschien heb ik 'makkelijk praten', hoewel ik elke seconde met je mee lijd, mijn tranen van jou zijn, maar ook evenzo mijn tederheid en je pijn de mijne is.
[.....Man en huis zijn vergroeid .....]:
ik wens je dat pijn en liefde evenzeer tot een zachter geheel vergroeien, hoe dan ook; te ja of te nee: ik ben langszij, en inderdaad ik deins nérgens voor terug,je bent niet alleen...
[....."mijn stem is mijn woord".....]:
het zou m.i. éérder de titel zijn van de dagboeken van Marius Nuy, wanneer je ze gaat bundelen en publiceren.
Blijf op de weg die Elise je heeft aangewezen, vraag haar af en toe een wegwijzer, ze begrijpt je, dat is nu juist haar vak en ik geloof zeker dat je haar zo dierbaar bent, dat ze je behoeden zal voor angst en twijfel. Vergeet de mildheid van die zachte blauwe ogen niet, kijk er vaak in, want daarin ligt geen pijn en waar geen pijn is, dáárheen moet je gaan.
Dit is alweer veel te lang geworden, maar ga asjeblieft door met je 'Les jours de l’âme'.
"Zo is het genoeg": Wolkers, is werkelijk iets om naar uit te kijken.
~
Alhoewel, hier en daar wat moeilijk
voor mijn niet-geschoolde geest,
ben ik steeds uitkijkend naar wat u
bezighoudt en wat u doet.
(naar uw dagboeken, dus!)
Volhouden Marius, op de eerste plaats
voor uzelf, maar ook voor ons.
liefs,
ria39
Tja ............. die pijn ...
Boeken, woorden, vrouwen, pijn, huis, liefde, warmte en deinen op de liefdevolle aandacht voor jezelf ....
Wens je moed en vaker de warme blik van mooie blauwe ogen:-))
X
Cath*
Mooie dagboekfragmenten met focus op wat toch kan, ondanks alles.
Sherwin N, las ik ook van hoe mensen sterven. Een goede bijstelling van het foute idee dat sommige mensen erover hebben,de meesten sterven niet in bed omringd door hun geliefden. Dat had ik er alvast van onthouden. Een goed boek dat de realiteit toont zoals het is. De zon zou er weer doorkomen dit weekend, hopelijk brengt ze eveneens minder pijn voor jou.
Dag Marius.
Ook in Parijs kon ik je niet vergeten.
http://magazijn.blogspot.com/
Komop Marius, laat het er niet weer bij zitten, je wordt gemist door je lezers !
en... probeer dat 'telefoonnr.' te achterhalen, ik heb het je nog zo gezegd dat te doen.
... maar denk heel goed na ... wat is het je waard?
This is a topic that is close to my heart... Take care!
Exactly where are your contact details though?
My blog ; online casino reports
Een reactie posten