Pagina's

zondag, september 04, 2011







Dagboek  Put all my feelings in a blender and you’ll get happiness and tiredness

Woensdag, 31 augustus
Gisteren nog veel gelezen: 45 bladzijden in het boek van Hans Dütting over Mulisch, goed geschreven maar ik heb weinig zin een documentaire nu, liever zoiets als ‘Mijn getijdenboek’, maar dat is nogal gedateerd, van 1975. Daarna nog 31 bladzijden in Emma Tennant, meteen intrigerend, en nog wat in Jan Toorop. Toen ik een klein uurtje bij Orithia op de koffie was en we in enkele kunstboeken aan het bladeren waren, elk zo zwaar dat je bijna een hijskraan nodig hebt om ze bij je op schoot te krijgen, koos ik voor Toorop en/of voor Eugène Delacroix.

Vandaag. Ja, die derde Cymbalta heb ik vervroegd ingenomen, maar het werkte niet zoals ik hoopte en of ik vanavond de vierde erbij zal nemen, betwijfel ik . . . . als ik de moed heb. Grada heeft nog contact met mijn huisarts en zal hem vragen of de morfinepleister naar 100 kan zonder gevolgen voor mijn tegenwoordigheid van geest.

Tussen de in Indië geboren Jan Toorop (1858-1928) en pater Charles Raaymakers van het Canisiuscollege in Nijmegen, een markant gebouw aan de Berg en Dalseweg, bestond al jarenlang een vriendschap. Charles was Toorop’s biechtvader, maar stond ook wel eens model en introduceerde de veel jongere pater Anton Reichling bij Toorop. Reichling was een bekend neerlandicus die volgens zijn Provinciaal Overste de aangewezen persoon was om een biografie te schrijven op grond van Toorop’s eigen verhalen over allerlei facetten van zijn leven. Uiteindelijk kwam het ervan – het had ook niet veel langer moeten zijn uitgesteld – dat Jan in de periode februari – november (1927) de veertig jaar jongere Anton zijn levensverhaal vertelde. Toorop sprak levendig en ongeremd, maakte van zijn hart geen moordkuil. De memoires kregen een wijds en rijk karakter, maar helaas kwam er een abrupt einde aan de vertelsessies doordat de boezemvriendin van Jan, Mieke Jansssen, zich opwierp als de enige en exclusieve biograaf. En inderdaad, vijf jaar na zijn dood publiceerde zij een boekje met “Herinneringen aan Jan Toorop”, maar het was volgens derden de naam biografie niet waardig. Veel citaten, dat wel, maar vooral veel losse impressies in een volgens pater Paul Begheyn vermoeiend en adorerend proza. Het achtergebleven onvoltooide manuscript werd eerst door Anton – “mijn speciale vriend”, zei Jan op zijn sterfbed – en later door diens familie zorgvuldig bewaard, en zo verscheen bij uitgeverij Waanders in 2009 dit boek: “Autobiografische herinneringen 1858-1886 Jan Toorop”, zoals gedicteerd aan Anton Reichling SJ in 1927 en bezorgd door Paul Begheyn SJ. (Foto links, klik, is een krijttekening van Anna Masthof met wie hij zich verloofde, maar een jaar of vier later is hij getrouwd met Annie Hall.) Maar of Waanders had hier niet voor moeten buigen of het had de eer van de Jezuïeten te na moeten zijn want het is ‘ekelhaft’, ook jegens Anton Reichling, dat het manuscript in deze ongewijzigde staat als ruwe notitie, als vlugschrift, is uitgegeven. Had Mieke Janssen zich niet zo op de borst geslagen of als Jan zelf haar tussenkomst niet had geduld, dan was er ongetwijfeld een mooi en leesbaar boek ontstaan. Geen wonder dat het in de ramsj verdween en dat er zelden of nooit uit wordt geciteerd. Het is wel fraai geïllustreerd. Pater Paul Begheyn roemt de kwaliteit, “een aanwinst voor de Nederlandse kunstgeschiedenis”, maar ik vind het een aanfluiting. Pulp.

Nee, voor de vierde (tezamen met de derde) Cymbalta had ik niet de moed; ik had al genoeg met de nek te stellen om er ook nog een portie duizeligheid bij te krijgen. Er zal gewoon geen verbetering optreden, dat weet ik toch onderhand. Alleen wanneer ik terminaal ben dan weten ze wel raad met de pijn, maar dan bladdert er ook geen woord meer van je lippen en ben je binnen een paar dagen van deze nu zo zure aarde verdwenen. “Pappen en nathouden”, zei mijn Rozendaalse huisarts achter mijn rug om tegen Orithia, ik was onthutst toen ik dat pas veel later hoorde, en die halfslachtige houding wordt volgehouden. Deze verschrikking kent geen enkel behagen.

Juist wanneer ik de laptop heb afgesloten, komt er tot verwondering van Orithia nog een email binnen. “De moderniteit schat, mijn mobiel dient me dag en nacht.” Een vroegere collega, Gert, wijst me onder meer op het boek “How to be sick” van Toni Bernhard. Het is een door het Boeddhisme geïnspireerde gids voor chronisch zieken en hun verzorgers, een boek waar ik niet direct warm voor loop, wel voor Gert.

Donderdag, 1 september
Het hoogste gebouw van de wereld staat in Dubai, 828 meter, meer dan 1000 appartementen vanaf drie miljoen euro. In een andere Arabische staat wordt nu een bouwwerk neergezet van ruim 1000 meter. Dan leef je denk ik werkelijk in de wolken. Wat doet dat met je brein? Het gekke is, dat het een realiteit is die we niet kennen, maar die we toch geneigd zijn te veroordelen, simpelweg vanwege de ongekende luxe en dat het, zo denken we dan, om ongewoon zelfgenoegzame mensen gaat die zich vereenzelvigd hebben met het gouden kalf. Maar we kunnen ons deerlijk vergissen, en wel van twee kanten: we kunnen zowel een irreële voorstelling hebben van de werkelijkheid dáár én van de bronnen van onze oordelen. Ik moet er maar eens naar toe gaan, neem ik een kamer met balkon, of zou ik dan gewoon wegwaaien? Blijf ik dan hangen in een wolk? Of land ik in een wolk vol ijskristallen en zal ik bevriezen?
Het gaat allemaal om de maat, een maat die ons volkomen vreemd is. De best betaalde schrijver ter wereld is James Patterson. Vorig jaar verdiende hij 54 miljoen dollar met zijn trhillers, de schrijfster van Harry Potter, J.K. Rowling, 24 miljoen, terwijl Jeroen Brouwers een prijs weigert vanwege het geringe bedrag: 16.000 euro.
Nee, ik vind het fascinerend om er allerlei foto’s van te zien (Dubai et cetera), maar mijn hart gaat er niet van bonzen, mijn bloed gaat er niet van gloeien en het kijken is vluchtig, terwijl foto’s van India veel sterker appelleren en me werkelijk doen verlangen daar eens te mogen zijn (klik foto rechts). Daar kan ik nou echt lang naar kijken, mijn ogen sluiten en opnieuw.

Na de middag een klein uur geslapen. Na een kopje koffie in de salon van Orithia zijn we even naar de garage gegaan omdat haar berging tot aan de deurplint vol stond met van alles maar vooral met haar atelier. Honderden tekeningen halfrond in dozen, tientallen ingelijst werk et cetera, waaruit ze nog moet selecteren wat ze wil bewaren, en dat gaat dan weer terug naar een speciale stelling in de berging. Ik heb een prachtige kleurenets gekregen en nog een klein schilderij dat haar vader heeft gemaakt. Een heel vermoeiend uur. Terwijl ik aan de koffie zat, had TNT een pakket afgegeven bij de buurvrouw, het bleek de lang verwachte kleding te zijn. Pas na negenen was ik weer voldoende bijgeladen er naar om te zien. Alleen het zwarte huispak en de jeans gaan terug, maar met het loungewear-pak, de sjaal en de schoenen ben ik zeer in m’n schik. Eindelijk eens wat nieuws, ik straalde van geluk terwijl de pijn me al lang naar bed dwong.

Vrijdag, 2 september
Orithia, happy birthday. Our love is reality, but the way it is possible, is like a dream. I wish you many years in health, in prosperity and wisdom, but most of all in love. Het is meteen een zonnige dag.
Ik ga pas vanavond want vanmorgen is Rieky hier, de huishoudelijke hulp en vanmiddag gaan de drie generaties dames even de stad in en kan ik een uiltje knappen. Ik verheug me op de avond, met het boek van Claus en Nicolas Bouvier.

Twee uur geslapen. Nadien het boekje uitgelezen van Jacques Bonnet, “Een boekenkast vol geesten” (gedrukt in een fraaie letter, in 2009 verschenen bij uitgeverij Mouria), geschreven met humor en liefde en een ongelooflijke kennis, de kennis van een verwoed verzamelaar. (In dit opzicht tel ik echt niet mee, bij tien-, vijftien- of twintigduizend begint het er een beetje op te lijken.) Alberto Manguel heeft er meer dan dertigduizend, schitterend, en dan komt het echt aan op inruimen en klasseren want een echte verzamelaar moet een bepaald boek blindelings tevoorschijn kunnen halen. Bonnet zelf is ook een gepassioneerd bibliofiel en weet uit een fabelachtig geheugen daar buitengewoon boeiend over te schrijven, als het ware met de stem van een ongekende liefde voor de literatuur.
Na de risotto fris ik me op en ga naar mijn muze, mijn engel van het evenwicht.

[© MN, ‘Les jours de l’âme’. (Zonder duivelse pijn en ijskoude voeten kan ik zeker niet leven?) Links de tekening van Anna van Jan Toorop en rechts India, ‘Rural life’ by Writwik Chakraborty. Het zint me niks geen andere weblogs te bezoeken, maar neem van me aan, dit is het maximaal haalbare!]

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Prachtig beschreven.
Je leeft tot in je toppen, hoe dan ook. Met pijn, met warmte, met woorden. En wat een geluk je in liefde te baden.
Van harte Marius, met je Muze!

X

Cath*

Anoniem zei

Goedenmorgen M & M,

ik ben nog altijd een jongetje
dat niet geconfronteerd wordt met Dubai of 1830.

Maar met het nu. Hic et nunc.
Soms graait mijn weemoed in gisteren. En mijn angst gaat op de vlucht voor morgen.

Vandaag. Heb ik genoeg. Aan de ochtend.
Ik zou wel willen dat het altijd ochtend bleef.

Nog een mooie zondag.

Uvi

ria39 zei

Marius, dat "haalbare" is naar mijn gevoel nog heel veel.
Dat zal niet zonder inspanningen gaan.

Geloof me, ook zonder wederbezoekjes prijkt jouw naam op mijn blog.
Regelmatig spring ik hier eens binnen. Ook al schrijf ik niet altijd een berichtje.

Ik wens je moed en vreugde, (dat laatste is niet makkelijk) maar zonder kunnen we niet leven.

Een zondagse groet,
ria39

marieke zei

...een balkon in Dubai op 900 meter...?

Ja je blijft hangen in een wolk, de wolk waarin Boreas in de gedaante van de Noordenwind ooit Orithyia met zich mee voerde.

- koekje van eigen deeg -

Anoniem zei

Dank voor info Toorop , nog niet aan boekje van museum toegekomen, nog te lange leeslijst.
Wens je zo weinig mogelijk pijn (hoe onrealistisch ook)
en een goede nachtrust.
X
Lut