
Dagboek Welke dromen zal ik bevliegen?*
Zondag, 28 augustus
Orithia’s aanwezigheid doet dit etmaal onderscheiden van alle andere, het hele huis ademt naar warme aandacht, naar saamhorigheid en vertrouwen, geeft verzorgende handen en bereidt me een heerlijk maal. We hebben ons, na een voor mij ongewoon lange uitslaap, gebogen over een aantal websites voor een mogelijke vakantie en gekeuveld over het wonen hier en de op tilt staande veranderingen. Ik beloof haar dat ik die vergadering van eind september niet zal verzuimen want men lijkt zich niet te realiseren dat dit gebouw, dat ons ‘thuis’ vormt, voor nogal wat bewoners een onneembare vesting is. Dat is meer dan ergerlijk. Je zult maar niet door de voordeur je eigen thuis kunnen binnentreden. Het is een wonder dat zij mijn schrale liefde zo rijkelijk kan beantwoorden en van mijn droefenis een oase maakt, een oase van blijmoedigheid.
Het volle zonlicht in waterdruppels: een krachtige regenboog in een antracietkleurige lucht boven een windstil, rimpelloos meer. (In de Bijbel zag men de regenboog als een belofte van God, dat Hij na de zondvloed nooit meer zo’n vloed zou sturen om de wereld te verwoesten. We hoeven maar aan de tsunami’s of aan New Orleans te denken en we weten dat God z’n woord niet houdt, ware het niet dat het verschijnsel niets met God of andere mythen te maken heeft – al ruim 300 vóór Christus kwam Aristoteles met natuurkundige verklaringen.) Het hele duivenvolk is in rep en roer. Plotseling vliegen zeven deftige heren in hoge vaart langs het balkon, maken een scherpe bocht naar rechts, gaan feilloos door het geboomte en landen met een plons tegelijk in het meer. De heren doen me denken aan een regel van Bert Schierbeek: “welke dromen bevliegen de vogels dat zij zich lichtvaardig in zoveel lucht begeven?”
Maandag, 29 augustus
Wat een geschenk Orithia zo gelukkig te zien. Eind van de week is ze jarig. Erika en Dagmar komen en al wil ze die geboortedag haar neus voorbij laten gaan, het is heerlijk haar juist dan eens te kunnen verwennen. We zijn beiden verwoede lezers, zo moeilijk is het dus niet. Tijdens het weekend las ze boek van Emma Tennant, “Verbrande dagboeken”, over Ted Hughes, Sylvia Plath en de vrouwen die na haar kwamen.
De zomerdeur naar het balkon blijft voor het eerst dicht. De wind fluit door de roosters. De pijn blijft de kopman die ik gedwee maar zinloos volg. Eerder schreef ik dat me hier dadelijk een takkenbos als uitzicht rest. Aan dat sombere beeld gaat natuurlijk een prachtig kleurenpalet vooraf, ik zal de herfsttooi alle dagen kunnen gadeslaan. Dat wonderlijk mooie seizoen krijgt vast nog genoeg aandacht, - Deo volente. (Het lijkt wel of ik aan de pijn verplicht ben dat er aan toe te voegen, want een lang leven lijkt me niet beschoren, wat ik intens betreur en niet kan billijken nu Orithia en ik zo onbevangen en innig met elkaar leven. In de bijbel staat ergens, ik meen bij Jacobus, dat het leven zoiets is als een damp die even wordt gezien en dan weer verdwijnt.)
Wanneer een groep Nederlandse schrijvers, onder wie Van Dis, Dorrestein, Enquist (Christa Widlund) Van der Heijden, Möring, Mulisch, Nooteboom en Palmen, afreist naar een BookFair in Göteborg, komt pijnlijk bloot te liggen wat een geldverspilling zo’n kostbaar tripje is. Dat is het ergste niet. Evenmin, maar wel volkomen raadselachtig, de zeer geringe belangstelling vanuit het Zweedse publiek alsof die reusachtige stapel vertaalde boeken in ’t geheel niet aan hen is besteed en, ook zo merkwaardig, de boycot van de BookFair door Zweedse uitgevers. Nee, het pijnlijke spitst zich toe op twee feiten: de schrijvers bieden elk een workshop voor hooguit tien toehoorders, vaak beduidend minder, en behoren allemaal tot het ras van Einzelgängers die zich met veel dédain over de ander uitlaten. (Ook wanneer het verderop in het boek over de jurering gaat voor de AKO-literatuurprijs.) Geen spoor van gemeenschappelijkheid, alleen nadrukkelijk van hoogmoed en vernedering. ’t Hart wordt gemeden als de pest, maar schijt met veel vilein uitlatingen over met name het ‘peutertje Palmen’. Er kleeft dan geen greintje beschaving ‘aan de goden’. Intussen ontsnap je niet aan minstens twee obsessies van de zonderlinge Maarten: zijn lichte ontvlambaarheid voor excentrieke vrouwen, i.c. het jonge wicht met de extreem lange smaragd groene nagels, dat hem al visioenen geeft van een te delen bed maar hem op het laatst een bedrieger noemt en de rest van haar glas water in ’t gezicht smijt. Arme Maarten, het was waarlijk niet zijn schuld dat zij zo met hem dweepte want al die tijd broeide zij op hetzelfde plannetje waar zij hem aanzag voor Maarten Biesheuvel. De tweede obsessie loopt als een niet te ontwijken draad door het hele Göteborgverhaal: zijn encyclopedische kennis van klassieke muziek, i.c. zijn daadwerkelijke speurtocht door de hele stad naar enig openbaar teken van de daar ooit gevestigde grote componist Smetana, een klein, driftig manneke dat vanuit Praag vele sporen van verwaarlozing en verdriet achter zich had gelaten en dat spoor bij elke nieuwe vlam in Zweden weer voortzette.
“Wir pflegen unsere Autoren.” …… Allemachtig, wat een pijn weer. Die is er weliswaar aldoor en stevig, maar kan zich plots verhevigen. Ik was zojuist enkele ansichtkaarten aan het schrijven maar dan is het net alsof ik vorige week heb leren schrijven, zo traag en omzichtig komt woord voor woord op papier. Het is pas 21u45, maar ik geef het op.
Dinsdag, 30 augustus
De vertaalrechten voor “Het woeden der gehele wereld” worden verkocht aan Arche-Verlag en dan volgt die schreckliche, raffinierte Geschichte mit Frau Raabe. Maarten wordt overstelpt met cadeaus maar dient ook meegaand te zijn met alles wat Frau Raabe voor de Werbung uit de kast haalt. Zij heeft de volledige regie. Gaan ze naar de Leipziger Buchmesse, dan rijdt er vanuit Hamburg een speciaal taxibusje voor de garderobe van Elisabeth Raabe, de vorstin die Maarten groot maakt. Er gaan miljoenen boeken over de toonbank en de royalties lopen op naar meer dan een miljoen Zwitserse francs. Frau Raabe laat zonder enig excuus weten dat ze het geld niet heeft, zelfs, dat het ook belachelijk veel is wanneer je weet dat een auteur gemiddeld niet meer krijgt dan 12-15000 francs. ’t Hart zit er niet zo mee, er komen toch al duizelingwekkende bedragen bij hem binnen terwijl hij zo zuinig is als een kerkrat, maar bij de Arbeiderspers daalt het kwik ver onder nul want daar kan men fluiten naar de 40%. Intussen heeft de vorstin, die wel in de duurste Volvo rijdt, achter ieders rug om de pocketrechten van het boek verkocht aan Piper-Verlag.
Gisteravond bezwijmde ik bijna van de pijn. De derde Cymbalta kan ik vermoedelijk beter voor het avondeten nemen. Ik mag er vier, maar dan draait het zwerk voor m’n ogen en word ik angstig. Ik heb het uitgeprobeerd, maar maakte alleen kennis met het neveneffect, niet met ook maar enige verzachting. En als die derde vanavond er in z’n eentje niks van bakt, zal ik dan morgen die vierde er ook bij nemen? De gedachte alleen al, gestoeld op ervaring, maakt me zo nerveus dat verbetering kansloos is. “U bent opgegeven.” Betekent dit, naar Maarten, ‘dat mijn zon ter kimme neigt’? Sommige mensen lopen erbij alsof ze denken nooit te zullen sterven. Wat een rust moet dat geven, hoewel de dood zelve dat ook is, rust, eeuwige rust. ‘Ach, ik moet er maar mee leren leven.’ Waarom in the mood for love en dan sterven?
Trouwens, Arche-Verlag is op slimme wijze failliet gegaan, maar al spoedig weer uit de as herrezen. En toen omarmde Frau Raabe Jan Siebelink en begon het ‘pflegen’ weer een frisse, veelbelovende start.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’, met een foto van CelineM, 'In the mood for love’. * Titel naar Bert Schierbeek. Het weer is ongewis, het wisselt van zonneschijn naar zwaar bewolkt. Tevens laatste bericht over Maarten ’t Hart, ‘Dienstreizen van een thuisblijver’, Privé-domein nr. 272, De Arbeiderspers 2011. Het is 14u01, ik ga even slapen.]
Zondag, 28 augustus
Orithia’s aanwezigheid doet dit etmaal onderscheiden van alle andere, het hele huis ademt naar warme aandacht, naar saamhorigheid en vertrouwen, geeft verzorgende handen en bereidt me een heerlijk maal. We hebben ons, na een voor mij ongewoon lange uitslaap, gebogen over een aantal websites voor een mogelijke vakantie en gekeuveld over het wonen hier en de op tilt staande veranderingen. Ik beloof haar dat ik die vergadering van eind september niet zal verzuimen want men lijkt zich niet te realiseren dat dit gebouw, dat ons ‘thuis’ vormt, voor nogal wat bewoners een onneembare vesting is. Dat is meer dan ergerlijk. Je zult maar niet door de voordeur je eigen thuis kunnen binnentreden. Het is een wonder dat zij mijn schrale liefde zo rijkelijk kan beantwoorden en van mijn droefenis een oase maakt, een oase van blijmoedigheid.
Het volle zonlicht in waterdruppels: een krachtige regenboog in een antracietkleurige lucht boven een windstil, rimpelloos meer. (In de Bijbel zag men de regenboog als een belofte van God, dat Hij na de zondvloed nooit meer zo’n vloed zou sturen om de wereld te verwoesten. We hoeven maar aan de tsunami’s of aan New Orleans te denken en we weten dat God z’n woord niet houdt, ware het niet dat het verschijnsel niets met God of andere mythen te maken heeft – al ruim 300 vóór Christus kwam Aristoteles met natuurkundige verklaringen.) Het hele duivenvolk is in rep en roer. Plotseling vliegen zeven deftige heren in hoge vaart langs het balkon, maken een scherpe bocht naar rechts, gaan feilloos door het geboomte en landen met een plons tegelijk in het meer. De heren doen me denken aan een regel van Bert Schierbeek: “welke dromen bevliegen de vogels dat zij zich lichtvaardig in zoveel lucht begeven?”
Maandag, 29 augustus
Wat een geschenk Orithia zo gelukkig te zien. Eind van de week is ze jarig. Erika en Dagmar komen en al wil ze die geboortedag haar neus voorbij laten gaan, het is heerlijk haar juist dan eens te kunnen verwennen. We zijn beiden verwoede lezers, zo moeilijk is het dus niet. Tijdens het weekend las ze boek van Emma Tennant, “Verbrande dagboeken”, over Ted Hughes, Sylvia Plath en de vrouwen die na haar kwamen.
De zomerdeur naar het balkon blijft voor het eerst dicht. De wind fluit door de roosters. De pijn blijft de kopman die ik gedwee maar zinloos volg. Eerder schreef ik dat me hier dadelijk een takkenbos als uitzicht rest. Aan dat sombere beeld gaat natuurlijk een prachtig kleurenpalet vooraf, ik zal de herfsttooi alle dagen kunnen gadeslaan. Dat wonderlijk mooie seizoen krijgt vast nog genoeg aandacht, - Deo volente. (Het lijkt wel of ik aan de pijn verplicht ben dat er aan toe te voegen, want een lang leven lijkt me niet beschoren, wat ik intens betreur en niet kan billijken nu Orithia en ik zo onbevangen en innig met elkaar leven. In de bijbel staat ergens, ik meen bij Jacobus, dat het leven zoiets is als een damp die even wordt gezien en dan weer verdwijnt.)
Wanneer een groep Nederlandse schrijvers, onder wie Van Dis, Dorrestein, Enquist (Christa Widlund) Van der Heijden, Möring, Mulisch, Nooteboom en Palmen, afreist naar een BookFair in Göteborg, komt pijnlijk bloot te liggen wat een geldverspilling zo’n kostbaar tripje is. Dat is het ergste niet. Evenmin, maar wel volkomen raadselachtig, de zeer geringe belangstelling vanuit het Zweedse publiek alsof die reusachtige stapel vertaalde boeken in ’t geheel niet aan hen is besteed en, ook zo merkwaardig, de boycot van de BookFair door Zweedse uitgevers. Nee, het pijnlijke spitst zich toe op twee feiten: de schrijvers bieden elk een workshop voor hooguit tien toehoorders, vaak beduidend minder, en behoren allemaal tot het ras van Einzelgängers die zich met veel dédain over de ander uitlaten. (Ook wanneer het verderop in het boek over de jurering gaat voor de AKO-literatuurprijs.) Geen spoor van gemeenschappelijkheid, alleen nadrukkelijk van hoogmoed en vernedering. ’t Hart wordt gemeden als de pest, maar schijt met veel vilein uitlatingen over met name het ‘peutertje Palmen’. Er kleeft dan geen greintje beschaving ‘aan de goden’. Intussen ontsnap je niet aan minstens twee obsessies van de zonderlinge Maarten: zijn lichte ontvlambaarheid voor excentrieke vrouwen, i.c. het jonge wicht met de extreem lange smaragd groene nagels, dat hem al visioenen geeft van een te delen bed maar hem op het laatst een bedrieger noemt en de rest van haar glas water in ’t gezicht smijt. Arme Maarten, het was waarlijk niet zijn schuld dat zij zo met hem dweepte want al die tijd broeide zij op hetzelfde plannetje waar zij hem aanzag voor Maarten Biesheuvel. De tweede obsessie loopt als een niet te ontwijken draad door het hele Göteborgverhaal: zijn encyclopedische kennis van klassieke muziek, i.c. zijn daadwerkelijke speurtocht door de hele stad naar enig openbaar teken van de daar ooit gevestigde grote componist Smetana, een klein, driftig manneke dat vanuit Praag vele sporen van verwaarlozing en verdriet achter zich had gelaten en dat spoor bij elke nieuwe vlam in Zweden weer voortzette.
“Wir pflegen unsere Autoren.” …… Allemachtig, wat een pijn weer. Die is er weliswaar aldoor en stevig, maar kan zich plots verhevigen. Ik was zojuist enkele ansichtkaarten aan het schrijven maar dan is het net alsof ik vorige week heb leren schrijven, zo traag en omzichtig komt woord voor woord op papier. Het is pas 21u45, maar ik geef het op.
Dinsdag, 30 augustus
De vertaalrechten voor “Het woeden der gehele wereld” worden verkocht aan Arche-Verlag en dan volgt die schreckliche, raffinierte Geschichte mit Frau Raabe. Maarten wordt overstelpt met cadeaus maar dient ook meegaand te zijn met alles wat Frau Raabe voor de Werbung uit de kast haalt. Zij heeft de volledige regie. Gaan ze naar de Leipziger Buchmesse, dan rijdt er vanuit Hamburg een speciaal taxibusje voor de garderobe van Elisabeth Raabe, de vorstin die Maarten groot maakt. Er gaan miljoenen boeken over de toonbank en de royalties lopen op naar meer dan een miljoen Zwitserse francs. Frau Raabe laat zonder enig excuus weten dat ze het geld niet heeft, zelfs, dat het ook belachelijk veel is wanneer je weet dat een auteur gemiddeld niet meer krijgt dan 12-15000 francs. ’t Hart zit er niet zo mee, er komen toch al duizelingwekkende bedragen bij hem binnen terwijl hij zo zuinig is als een kerkrat, maar bij de Arbeiderspers daalt het kwik ver onder nul want daar kan men fluiten naar de 40%. Intussen heeft de vorstin, die wel in de duurste Volvo rijdt, achter ieders rug om de pocketrechten van het boek verkocht aan Piper-Verlag.
Gisteravond bezwijmde ik bijna van de pijn. De derde Cymbalta kan ik vermoedelijk beter voor het avondeten nemen. Ik mag er vier, maar dan draait het zwerk voor m’n ogen en word ik angstig. Ik heb het uitgeprobeerd, maar maakte alleen kennis met het neveneffect, niet met ook maar enige verzachting. En als die derde vanavond er in z’n eentje niks van bakt, zal ik dan morgen die vierde er ook bij nemen? De gedachte alleen al, gestoeld op ervaring, maakt me zo nerveus dat verbetering kansloos is. “U bent opgegeven.” Betekent dit, naar Maarten, ‘dat mijn zon ter kimme neigt’? Sommige mensen lopen erbij alsof ze denken nooit te zullen sterven. Wat een rust moet dat geven, hoewel de dood zelve dat ook is, rust, eeuwige rust. ‘Ach, ik moet er maar mee leren leven.’ Waarom in the mood for love en dan sterven?
Trouwens, Arche-Verlag is op slimme wijze failliet gegaan, maar al spoedig weer uit de as herrezen. En toen omarmde Frau Raabe Jan Siebelink en begon het ‘pflegen’ weer een frisse, veelbelovende start.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’, met een foto van CelineM, 'In the mood for love’. * Titel naar Bert Schierbeek. Het weer is ongewis, het wisselt van zonneschijn naar zwaar bewolkt. Tevens laatste bericht over Maarten ’t Hart, ‘Dienstreizen van een thuisblijver’, Privé-domein nr. 272, De Arbeiderspers 2011. Het is 14u01, ik ga even slapen.]
3 opmerkingen:
Cymbalta: [... Ik mag er vier, maar dan draait het zwerk voor m’n ogen en word ik angstig....] [... zal ik dan morgen die vierde er ook bij nemen? De gedachte alleen al, gestoeld op ervaring, maakt me zo nerveus dat verbetering kansloos is....]
Laat Orithyia ter bescherming bij je blijven, waarschijnlijk moet je veilig en met aandachtige zorg door de gewenning heen 'gedragen' worden.
Wát een geweldig schrijfwerk hier, uitvoerig, boeiend en met kennis van zaken. Marius ten top, je bent in vorm, je eigen vorm, ja je hebt inhoudelijk iets te zéggen dat blijkt maar weer eens onomstreden.
Hier in dit soort teksten ben je thuis en stijg je boven je pijn en het ongemak uit!
Ik mag met reden trots zijn op je.
...heerlijk hoe we vanavond eventjes allebei in die prachtige kunstboeken verzeild raakten en droomden van onvergankelijke schoonheid.
~
-"U bent opgegeven"-
Welnee, degene die dit zei gaf het (door hem niet op te lossen medische vraagstuk) zelf op.
Jij bent hier en nu -je schrijft en leeft almaar mooier!
We kunnen allemaal nog veel met elkaar delen en in elkaar blijven geloven en versterken, ver voorbij daar waar anderen het eens opgaven.
Kus,
Danny
zachtjesaan wordt er
een traan geboren, niet
van verdriet maar stiller
en zachter, zoals geluk
zoals een mist
die optrekt, maar waarvan
de zachtheid hangen blijft;
fluisterend dank ik je
Danny, want ja, het is
precies zoals je het zegt
met woorden, maar met
zovéél meer dan dat
- je hart, je ziel -
Een reactie posten