
Dagboek We are on het same mind
Donderdag, 25 augustus
“Je woont eigenlijk in een exclusief ingerichte gevangenis” zei Walter. “Ja, zo heb ik het vaker geduid, ook wel eens héél banaal en onwerkelijk, “…. als een hoer achter het raam zonder het besef dat ze al jaren geen klandizie meer heeft.” Een cynische, genante, inktzwarte zelfschets. Ik zeg wel eens tegen Orithia, “ik ga er vandoor, neem de nachttrein of ik jat je auto, met wat geluk kom ik een heel eind.” Volgens haar kunnen we beter eens omzien naar een korte vakantie, naar Kijkduin of Noordwijk aan Zee, buiten de drukte. Dat is het beste idee. Als de nieuwe cabrio er is en het septemberweer goed genoeg, o Orithia, ‘a lucky shot, we gonna leave this building, on the road, days of sun, sea and happiness, a passable life. We are like-minded.’
Ik heb twee uur geslapen. Aan het oosten is het doodstil en geen blad dat zich verroert. Het lijkt wel of de hele wereld zich gedeisd houdt. Zelfs de vogels zijn minimaal in getal en houden hun snavel. Orithia, - wat hebben wij niet moeten doorstaan om zo dicht te kunnen naderen? Het wordt vast een onvergetelijke zee. Het leven gaat trager.
Mijn hoofd is zo zwaar. Als mijn huid maar niet breekt. Zo spinnen wij ons leven voort.
De afzondering – hoewel nu gelukkig veel minder -, het monologische leven, weegt me niet te zwaar meer, maar het tegen heug en meug gekluisterd zijn achter deze tafels wordt me langzamerhand onleefbaar, trekt me de neerslachtigheid in. Het uitzicht kan ik met dichte ogen uittekenen. Over een paar maanden verandert dit beeld, rest er nog een verzameling takken, maar nog een maandje verder en het is tussen vijf en zes al aardedonker en doodstil.
Vrijdag, 26 augustus
Ik ben niet zo’n ‘geestelijk eenpittertje’ als Maarten ’t Hart, maar ik geniet van welbewuste uit de aarde gespitte taal, nu van zijn boek ‘Dienstreizen van een thuisblijver, waarin ik eind juni al was begonnen maar dat ik vrijwel meteen verruilde voor ‘Tonio’. Buurtzorg komt nog en Milou, huishoudelijke hulp is er al, 8u40, veel te vroeg. Ik kan maar het best gaan googlen op vakanties.
Een paar uur later. Vermoeiend hoor, al dat geblader door websites en nog nergens direct enthousiast over zijn. Intussen trekken zware massieve wolkpartijen voorbij die geleidelijk overgaan in een egaal grijze lucht met nooit eerder opgemerkte groene vlekken waarin om de minuut wordt geflitst. Er is uniek aaneengesloten onweer, alsof vele duizenden blokkendozen achter elkaar en agressief omver worden gegooid. Twintig minuten later kijk ik naar een uitgestorven stilleven.
Nog wat gelezen in de ‘Verzamelde Gedichten’ van Hans Faverey (Bezige Bij), een dichter van Surinaamse afkomst; hij stierf op 57-jarige leeftijd. Mooie, behoedzame, soms ook moeilijke gedichten. Even later dwong de pijn me te gaan liggen en doordat ik de wekker vergat, sliep ik opnieuw twee uur.
Na de avondmaaltijd – gemengd gehakt met stroganoff, gesneden sperziebonen en gebakken aardappeltjes – nog 70 bladzijden gelezen in Maarten’s dienstreizen. Hij is toch echt een onderhoudend verteller hoor, of het nu gaat over zijn geboorteplaats Maassluis of over de zes jaar biologiestudie, het is méér dan ‘vermakelijke lectuur’ zoals ik laatst tegen mijn broer zei. Met die kwalificatie doe ik hem echt tekort. ’t Hart beschrijft zijn alledaagse besognes door zijn vertellersaard (na een lezing beet een vrouw hem bits toe: “U beschadigt uw roeping als schrijver, dit lijkt wel entertainment”) weliswaar geestig, maar voor mij is elk verhaal van overtuigend literaire snit. Hij is een hoogstaand vakman, al doet hij zich vaak voor als ‘een mindere god’. Zijn vader, die toch al weinig fiducie had in de beroepskeuze van zijn zoon, had al die tijd gehoopt dat Maarten dan minstens een allesomvattende vernietigende aanval zou lanceren op Darwin’s evolutietheorie. Maar Darwin kwam verbijsterend genoeg al die jaren nooit aan de orde. Hij las werkelijk alles wat er maar over was geschreven en kwam tot de conclusie dat de theorie staat als een huis, “Alles wat er sinds “The Origin of Species” aan kennis is bijgekomen, heeft de theorie alleen maar geschraagd, verrijkt en verdiept.”
Zaterdag, 27 augustus
We zijn mensen van vlees en bloed en de liefde is levendiger dan een handschrift, dan een gevonden eenheid of de klank van het verlegen woord. In de liefde herken je alle gedaanten van menselijkheid en geen ervan is ons vreemd. De liefde is niet alleen van de dag, maar drukt ook zijn sporen in de nacht. Gelukkig is de benauwdheid verdreven, zodat er geen verwarring ontstaat over waar die warmte toch vandaan komt.
Terwijl ik verder las over Maarten als mogelijk biograaf van Vestdijk, bezetten de duivels mijn hoofd en viel ik in de cabrio in slaap. Ik werd wakker van kinderstemmen en even later drong het tot me door dat ik in de middagslaap elk besef van tijd kwijtraak. Telkens vraag ik me af waarom de wekker nog niet is afgelopen en dus is er de gedachte dat het heel vroeg in de morgen is. ( Is het lange slapen mijn intuïtieve wapen tegen de lange middag geworden, - maar ‘onder het mom van pijn’, daarvan is geen sprake.) Gelukkig heb ik weer wat regels op papier gekregen, al is het nietswaardig bij al wat mij in boeken onder ogen komt.
[© MN, ‘Les jours de l’âme – am Insel der Sehnsucht’, met een foto van Hannes Cmarits.]
Donderdag, 25 augustus
“Je woont eigenlijk in een exclusief ingerichte gevangenis” zei Walter. “Ja, zo heb ik het vaker geduid, ook wel eens héél banaal en onwerkelijk, “…. als een hoer achter het raam zonder het besef dat ze al jaren geen klandizie meer heeft.” Een cynische, genante, inktzwarte zelfschets. Ik zeg wel eens tegen Orithia, “ik ga er vandoor, neem de nachttrein of ik jat je auto, met wat geluk kom ik een heel eind.” Volgens haar kunnen we beter eens omzien naar een korte vakantie, naar Kijkduin of Noordwijk aan Zee, buiten de drukte. Dat is het beste idee. Als de nieuwe cabrio er is en het septemberweer goed genoeg, o Orithia, ‘a lucky shot, we gonna leave this building, on the road, days of sun, sea and happiness, a passable life. We are like-minded.’
Ik heb twee uur geslapen. Aan het oosten is het doodstil en geen blad dat zich verroert. Het lijkt wel of de hele wereld zich gedeisd houdt. Zelfs de vogels zijn minimaal in getal en houden hun snavel. Orithia, - wat hebben wij niet moeten doorstaan om zo dicht te kunnen naderen? Het wordt vast een onvergetelijke zee. Het leven gaat trager.
Mijn hoofd is zo zwaar. Als mijn huid maar niet breekt. Zo spinnen wij ons leven voort.
De afzondering – hoewel nu gelukkig veel minder -, het monologische leven, weegt me niet te zwaar meer, maar het tegen heug en meug gekluisterd zijn achter deze tafels wordt me langzamerhand onleefbaar, trekt me de neerslachtigheid in. Het uitzicht kan ik met dichte ogen uittekenen. Over een paar maanden verandert dit beeld, rest er nog een verzameling takken, maar nog een maandje verder en het is tussen vijf en zes al aardedonker en doodstil.
Vrijdag, 26 augustus
Ik ben niet zo’n ‘geestelijk eenpittertje’ als Maarten ’t Hart, maar ik geniet van welbewuste uit de aarde gespitte taal, nu van zijn boek ‘Dienstreizen van een thuisblijver, waarin ik eind juni al was begonnen maar dat ik vrijwel meteen verruilde voor ‘Tonio’. Buurtzorg komt nog en Milou, huishoudelijke hulp is er al, 8u40, veel te vroeg. Ik kan maar het best gaan googlen op vakanties.
Een paar uur later. Vermoeiend hoor, al dat geblader door websites en nog nergens direct enthousiast over zijn. Intussen trekken zware massieve wolkpartijen voorbij die geleidelijk overgaan in een egaal grijze lucht met nooit eerder opgemerkte groene vlekken waarin om de minuut wordt geflitst. Er is uniek aaneengesloten onweer, alsof vele duizenden blokkendozen achter elkaar en agressief omver worden gegooid. Twintig minuten later kijk ik naar een uitgestorven stilleven.
Nog wat gelezen in de ‘Verzamelde Gedichten’ van Hans Faverey (Bezige Bij), een dichter van Surinaamse afkomst; hij stierf op 57-jarige leeftijd. Mooie, behoedzame, soms ook moeilijke gedichten. Even later dwong de pijn me te gaan liggen en doordat ik de wekker vergat, sliep ik opnieuw twee uur.
Na de avondmaaltijd – gemengd gehakt met stroganoff, gesneden sperziebonen en gebakken aardappeltjes – nog 70 bladzijden gelezen in Maarten’s dienstreizen. Hij is toch echt een onderhoudend verteller hoor, of het nu gaat over zijn geboorteplaats Maassluis of over de zes jaar biologiestudie, het is méér dan ‘vermakelijke lectuur’ zoals ik laatst tegen mijn broer zei. Met die kwalificatie doe ik hem echt tekort. ’t Hart beschrijft zijn alledaagse besognes door zijn vertellersaard (na een lezing beet een vrouw hem bits toe: “U beschadigt uw roeping als schrijver, dit lijkt wel entertainment”) weliswaar geestig, maar voor mij is elk verhaal van overtuigend literaire snit. Hij is een hoogstaand vakman, al doet hij zich vaak voor als ‘een mindere god’. Zijn vader, die toch al weinig fiducie had in de beroepskeuze van zijn zoon, had al die tijd gehoopt dat Maarten dan minstens een allesomvattende vernietigende aanval zou lanceren op Darwin’s evolutietheorie. Maar Darwin kwam verbijsterend genoeg al die jaren nooit aan de orde. Hij las werkelijk alles wat er maar over was geschreven en kwam tot de conclusie dat de theorie staat als een huis, “Alles wat er sinds “The Origin of Species” aan kennis is bijgekomen, heeft de theorie alleen maar geschraagd, verrijkt en verdiept.”
Zaterdag, 27 augustus
We zijn mensen van vlees en bloed en de liefde is levendiger dan een handschrift, dan een gevonden eenheid of de klank van het verlegen woord. In de liefde herken je alle gedaanten van menselijkheid en geen ervan is ons vreemd. De liefde is niet alleen van de dag, maar drukt ook zijn sporen in de nacht. Gelukkig is de benauwdheid verdreven, zodat er geen verwarring ontstaat over waar die warmte toch vandaan komt.
Terwijl ik verder las over Maarten als mogelijk biograaf van Vestdijk, bezetten de duivels mijn hoofd en viel ik in de cabrio in slaap. Ik werd wakker van kinderstemmen en even later drong het tot me door dat ik in de middagslaap elk besef van tijd kwijtraak. Telkens vraag ik me af waarom de wekker nog niet is afgelopen en dus is er de gedachte dat het heel vroeg in de morgen is. ( Is het lange slapen mijn intuïtieve wapen tegen de lange middag geworden, - maar ‘onder het mom van pijn’, daarvan is geen sprake.) Gelukkig heb ik weer wat regels op papier gekregen, al is het nietswaardig bij al wat mij in boeken onder ogen komt.
[© MN, ‘Les jours de l’âme – am Insel der Sehnsucht’, met een foto van Hannes Cmarits.]
5 opmerkingen:
.
"Gelukkig heb ik weer wat regels op papier gekregen, al is het nietswaardig bij al wat mij in boeken onder ogen komt. "
Nog even vlug voor ik op zolder
een middaguiltje ga vangen.
Voormelde zin (citaat) is volkomen onzin.
Marius, ik her-ken je weer (niet meer).
Wat een elan(d) in je zinnen.
Slaapwel.
Uvi
.
Het is werkelijk een verademing je weer te lezen.
Ik beweer niet dat ik verstand heb van hoogstaande literatuur, voor mij is het voldoende je in een nieuw perspectief te lezen en dat 'maakt' je verhaal.
Groet Orithia nu alles plat ligt :-)
[..... Ik ben niet zo’n ‘geestelijk eenpittertje’ als Maarten ’t Hart, .....]
Nouja Marius, ik ben het wél hoor, zo'n thuisblijver, zo'n régelrechte eenpitter die nergens gelukkigger is dan thuis, altijd thuis áchter de voordeur. Ik woon in mijn geest, in mijn ziel of dáár waar mijn binnenste zich 'verwantschap' vindt...
My home
is my - second - skin and
if I am not always
happy in my own skin,
I'll never be happy ...
where ever I'll be.
Kunnen leven met jezélf, "in strijd en aanbidding" is de eerste voorwaarde om überhaupt vanuit eigen Kracht te kúnnen leven.
Men kan niet altijd - als een soort vampier - maar vluchten in ánderen. Je lot zal dan altijd afhankelijk zijn van de luimen, de stemmingen van anderen, je zou jezelf ontkennen en jezelf tekort doen in élk opzicht.
Als je nieuwe cabrio er is lieve dichter, dan rijd ik je zónder strijd maar wél in ..... de wereld rond, ook dán ben ik 'Thuis'.
~
Marius, de route naar de zee, en dan het uitzicht tesamen met je geliefde Orithia, wat een vreugde voor je.
Komen die 'duiten' toch nog van pas:-))
Alle liefs; Cath*
in liefde herken je alle gedaanten van de menselijkheid.....zeker Marius, alle gedaanten, maar het vergt heel heel veel om dat liefde te blijven noemen.
mompelmompel..mensen zijn goed en slecht, maar alles is liefde.
Pijn is niet fijn hè Marius, ik ben af en toe de wanhoop nabij en moet dan weer allerlei truuks toepassen om de voorgrond te benadrukken.
love you
Een reactie posten