
Dagboek Een ziel, een kwetsbare mens onderweg
Dinsdag, 23 augustus
Nevel boven het meertje betekent wederom mooi weertje. Eerst even de maaltijden besteld bij FoodConnect. Dadelijk komt Cora, fijn, ze zijn nu allemaal met vakantie geweest. Zo te voelen wordt het een trage dag, één verkeerde beweging en de dag is stuk. Orithia zal ik vandaag niet zien, hindert niet, ik voel me geliefd, veilig en innig geborgen bij haar. Moet het om méér gaan? Het is al oeverloos, een oceaan.
Kabaalmakende hoogwerkers vanaf vanmorgen half acht, en dan dit benauwde weer. Er broeit iets. Zelfs de Hooglanders laten zich niet zien. Ik probeer wat ansichtkaarten te schrijven.
Ja hoor, in een mum van tijd is het aardedonker. De vogels zoeken een goed heenkomen, de schaduw onder de bladeren. De lucht staat in brand. De kanonnen gaan af. De wind waait de regen woest over het land. Het meertje is niet te onderscheiden van de lucht. Een kwartier later is het muisstil. Dan claxoneren auto’s. Een dwaze vraag: zou Tripoli gevallen zijn?
Woensdag, 24augustus
De ene dag lijkt soms een kopie van de andere: het type weer en de gevolgen ervan, de hoogwerkers, de onzichtbare zon, de werkelijkheid achter het wolkendek. Enno, die al maandenlang trouw elke week even komt, vertelde gisteravond dat Lemniscaat wel oren heeft naar een uitgave van de filosofische essays van wijlen Paul Bauduin, waarvan ik een van de tien referenten was. Ze willen alleen meer biografisch materiaal. Er zijn enkele mensen die daar nu hun best voor gaan doen, maar de aanpak is succesvol geweest.
Ik heb nog enkele essays van RK gelezen en een flink stuk in diens ‘Medereizigers’, over de liefde tussen mensen en dieren (uitg. Augustus). Ontroerend, vooral dat verhaal over Céline en zijn streepjeskat Bébert. Het kan dieren dan wel ontbreken aan bepaalde menselijke capaciteiten, maar als je goed voor ze bent, overtreffen hun kwaliteiten die van de mens, wonderlijk maar moeilijk tegen te spreken, terwijl dieren, bijvoorbeeld, een aan mensen vergelijkbare afgunst kennen waardoor ze zich gemeen en zeer intimiderend kunnen verhouden tot een van hun soortgenoten. Niet dat de menselijke goedhartigheid in de schaduw blijft, maar het is verwondering wekkend, bijna zonderling en fascinerend je open te stellen voor de gedragingen van dieren. Vroeger ben ik een zomerlang in het abattoir van mijn oom geweest en heb daar de onbevangenheid van koeien, paarden, varkens en kippen genadeloos zien neerslaan. Ik zou willen dat ik het voorgoed van mijn netvlies kon wissen; ik zal over mijn nek gaan als ik het nu waag de details te beschrijven. Het gebeurde wel met vakmanschap, maar de liefde en het slachten zijn twee onverenigbare realiteiten. Ik zag trouwens ook hoe de paardenmelkboer die tegenover mijn oma woonde en bij wie ik dikwijls en graag logeerde, met gemak twee van zijn eigen konijnen offerde voor het naderende kerstfeest.
Orithia bracht me de boodschappen en een boeket Rosita’s, zoals Steenbeek, mooie bloemen in lokkend postuur. Dadelijk komt Petra, m’n ergotherapeut. De ligfiets blijft een droom. Ze noemde een aantal anatomische voorwaarden waardoor het voor mij zeer moeilijk te realiseren zal zijn. “Hoe zeg ik het, je hebt te weinig kracht, zowel in je bekken als je benen, je bent te kwetsbaar, maar als we daar zijn voor een andere cabrio, kunnen we wel eens kijken naar een scootmobiel, dat is wel een optie.”
De avond deel ik met Walter, elke keer weer persoonlijk, verbindend, aangenaam.
Ik heb altijd naar eenheid gezocht. Terwijl ik niet meer zocht, bleek ze er al te zijn. Ze moest zelfs de vreselijkste orkaan trotseren om me te bereiken, m’n ogen te openen … en eindelijk konden we elkaar omhelzen. Soms twijfel ik een ogenblik, ‘Orithia, ben jij het?’ ‘Ja lieveke, altijd ja.’
Donderdag, 25 augustus
We hebben een ziel, zelfs een onsterfelijke ziel, zegt de Kerk, dat moet ook wel want anders wist men geen raad met dat hiernamaals. De geheimzinnige ziel en het geheimzinnige hiernamaals, - waar het Laatste Oordeel plaatsvindt en wordt bepaald of voor jou de hemelpoorten wel opengaan. Zoals vele moeders denk ik wees mijn moeder me op het naveltje, die vreemde grot in je buik die helemaal zo vreemd niet is. Het ‘onsterfelijke’ is vreemd en hoe het zieltje, zonder dat iemand het kan waarnemen, aan de dood kan ontsnappen. En waarom niet de dieren, heeft de Schepper hen niet lief? Neem nou het verhaal van Céline en Bébert. Misschien heeft Céline wel eens wat overdreven, maar de feiten weerspreken hem niet. Ik ben ervan overtuigd dat Bébert, en dieren in het algemeen, een geheugen hebben, een wil, allerlei emoties (her)kennen en weten te uiten en ernaar handelen. Al die indrukwekkende, wonderlijke verhalen behoren niet louter tot de categorie ‘zoetsappige kinderverhalen’ en zijn niet slechts toe te schijven aan ‘instinctieve patronen’. Ze zeggen vooral hoe onwetend dat ‘superieure ras’ nog is. ‘Vraagtekens achter ons weten’, zoals Herman de Coninck opmerkte bij een gedicht over de flamingo.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’. Schilderij van Wilna van den Heuvel. Rudy Kousbroek, staat al vermeld en ik kom weer terug op hem. Voorts: ‘De draagkracht van veren’, de mooiste vogelgedichten, uitg. 521 Amsterdam. Hinderlijk is het dat Blogger de opmaakmogelijkheden onmogelijk maakt.]
Dinsdag, 23 augustus
Nevel boven het meertje betekent wederom mooi weertje. Eerst even de maaltijden besteld bij FoodConnect. Dadelijk komt Cora, fijn, ze zijn nu allemaal met vakantie geweest. Zo te voelen wordt het een trage dag, één verkeerde beweging en de dag is stuk. Orithia zal ik vandaag niet zien, hindert niet, ik voel me geliefd, veilig en innig geborgen bij haar. Moet het om méér gaan? Het is al oeverloos, een oceaan.
Kabaalmakende hoogwerkers vanaf vanmorgen half acht, en dan dit benauwde weer. Er broeit iets. Zelfs de Hooglanders laten zich niet zien. Ik probeer wat ansichtkaarten te schrijven.
Ja hoor, in een mum van tijd is het aardedonker. De vogels zoeken een goed heenkomen, de schaduw onder de bladeren. De lucht staat in brand. De kanonnen gaan af. De wind waait de regen woest over het land. Het meertje is niet te onderscheiden van de lucht. Een kwartier later is het muisstil. Dan claxoneren auto’s. Een dwaze vraag: zou Tripoli gevallen zijn?
Woensdag, 24augustus
De ene dag lijkt soms een kopie van de andere: het type weer en de gevolgen ervan, de hoogwerkers, de onzichtbare zon, de werkelijkheid achter het wolkendek. Enno, die al maandenlang trouw elke week even komt, vertelde gisteravond dat Lemniscaat wel oren heeft naar een uitgave van de filosofische essays van wijlen Paul Bauduin, waarvan ik een van de tien referenten was. Ze willen alleen meer biografisch materiaal. Er zijn enkele mensen die daar nu hun best voor gaan doen, maar de aanpak is succesvol geweest.
Ik heb nog enkele essays van RK gelezen en een flink stuk in diens ‘Medereizigers’, over de liefde tussen mensen en dieren (uitg. Augustus). Ontroerend, vooral dat verhaal over Céline en zijn streepjeskat Bébert. Het kan dieren dan wel ontbreken aan bepaalde menselijke capaciteiten, maar als je goed voor ze bent, overtreffen hun kwaliteiten die van de mens, wonderlijk maar moeilijk tegen te spreken, terwijl dieren, bijvoorbeeld, een aan mensen vergelijkbare afgunst kennen waardoor ze zich gemeen en zeer intimiderend kunnen verhouden tot een van hun soortgenoten. Niet dat de menselijke goedhartigheid in de schaduw blijft, maar het is verwondering wekkend, bijna zonderling en fascinerend je open te stellen voor de gedragingen van dieren. Vroeger ben ik een zomerlang in het abattoir van mijn oom geweest en heb daar de onbevangenheid van koeien, paarden, varkens en kippen genadeloos zien neerslaan. Ik zou willen dat ik het voorgoed van mijn netvlies kon wissen; ik zal over mijn nek gaan als ik het nu waag de details te beschrijven. Het gebeurde wel met vakmanschap, maar de liefde en het slachten zijn twee onverenigbare realiteiten. Ik zag trouwens ook hoe de paardenmelkboer die tegenover mijn oma woonde en bij wie ik dikwijls en graag logeerde, met gemak twee van zijn eigen konijnen offerde voor het naderende kerstfeest.
Orithia bracht me de boodschappen en een boeket Rosita’s, zoals Steenbeek, mooie bloemen in lokkend postuur. Dadelijk komt Petra, m’n ergotherapeut. De ligfiets blijft een droom. Ze noemde een aantal anatomische voorwaarden waardoor het voor mij zeer moeilijk te realiseren zal zijn. “Hoe zeg ik het, je hebt te weinig kracht, zowel in je bekken als je benen, je bent te kwetsbaar, maar als we daar zijn voor een andere cabrio, kunnen we wel eens kijken naar een scootmobiel, dat is wel een optie.”
De avond deel ik met Walter, elke keer weer persoonlijk, verbindend, aangenaam.
Ik heb altijd naar eenheid gezocht. Terwijl ik niet meer zocht, bleek ze er al te zijn. Ze moest zelfs de vreselijkste orkaan trotseren om me te bereiken, m’n ogen te openen … en eindelijk konden we elkaar omhelzen. Soms twijfel ik een ogenblik, ‘Orithia, ben jij het?’ ‘Ja lieveke, altijd ja.’
Donderdag, 25 augustus
We hebben een ziel, zelfs een onsterfelijke ziel, zegt de Kerk, dat moet ook wel want anders wist men geen raad met dat hiernamaals. De geheimzinnige ziel en het geheimzinnige hiernamaals, - waar het Laatste Oordeel plaatsvindt en wordt bepaald of voor jou de hemelpoorten wel opengaan. Zoals vele moeders denk ik wees mijn moeder me op het naveltje, die vreemde grot in je buik die helemaal zo vreemd niet is. Het ‘onsterfelijke’ is vreemd en hoe het zieltje, zonder dat iemand het kan waarnemen, aan de dood kan ontsnappen. En waarom niet de dieren, heeft de Schepper hen niet lief? Neem nou het verhaal van Céline en Bébert. Misschien heeft Céline wel eens wat overdreven, maar de feiten weerspreken hem niet. Ik ben ervan overtuigd dat Bébert, en dieren in het algemeen, een geheugen hebben, een wil, allerlei emoties (her)kennen en weten te uiten en ernaar handelen. Al die indrukwekkende, wonderlijke verhalen behoren niet louter tot de categorie ‘zoetsappige kinderverhalen’ en zijn niet slechts toe te schijven aan ‘instinctieve patronen’. Ze zeggen vooral hoe onwetend dat ‘superieure ras’ nog is. ‘Vraagtekens achter ons weten’, zoals Herman de Coninck opmerkte bij een gedicht over de flamingo.
[© MN, ‘Les jours de l’âme’. Schilderij van Wilna van den Heuvel. Rudy Kousbroek, staat al vermeld en ik kom weer terug op hem. Voorts: ‘De draagkracht van veren’, de mooiste vogelgedichten, uitg. 521 Amsterdam. Hinderlijk is het dat Blogger de opmaakmogelijkheden onmogelijk maakt.]
9 opmerkingen:
zapte gisteravond op bed nog wat rond. las een opmerking waar ik wel mee kon lachen. 'als God zoveel van dieren hield, zouden ze niet met uitsterving bedreigd worden'.
het moest ook grappig zijn, natuurlijk, maar de mens, oh de mens.
dat van de navel, is nieuw voor me #alsmoederzijnde
een ligfiets is ook bloedlink trouwens! moejehelemaalniewillen ^^
Het is even wennen; Marius weer 'mobiel', maar het zal heerlijk zijn, al is het maar hier in de omgeving, het rustige stukje van de stad. Eventjes verpozen aan de oever van het met donkergroene lakverf getooide meer van je verlangen. En dan wie weet, verderop.
Ik geloof nu dat Inge helemaal gelijk heeft: moejehelemaalniewillen
Ik wist vroeger niet beter, wij hadden juist konijnen voor de slacht en de buurvrouw had daar haar kippen voor. Je groeit er mee op! Fascinerend vond ik het wanneer mijn vader ze vilde en ze opensneed, ik kroop er zowat in om het hart, de maag en van alles en nog wat, waarvan ik gehoord had dat het dáár binnenin (ja en dus ook in mij) moest zitten te zoeken, soms zat er zelfs nog een eitje in zo'n kip. Nu moet je niet meer aan zoiets denken, het is aan een kant gruwelijk, maar we zien het tegenwoordig niet meer, we hebben nu 'ter gerusstelling' schitterende glossy magazine's, - dus kun je haast te gemakkelijk 'vergeten' bijna, dat het vlees van een dier afkomt, zo steriel is deze 'maakbare' wereld van techniek aan het worden.
Natuurlijk steek ik de hand in eigen boezem, want ik ben een zéér hartstochtelijk carnivoor met geen énkele behoefte daar ooit verandering in aan te brengen. Ja, eigenlijk klinkt dat wel 'hard', als ik het zo opschrijf.
!!! Toch ben ik er van overtuigd dat dieren, óók hun mogelijkheden tot groei en ontwikkeling hebben en nét zulke respectvolle persoonlijkheden zijn als mensen; want waarom zou de mens een diersoort zijn, ánders en elitairder dan álle andere soorten? Laten we ons toch niets verbeelden, anders barsten we nog desastreus uit onze voegen van verwaandheid !!!
Kijk maar eens, hondenogen, apenogen, kattenogen, mensenogen(soms), ach in álle ogen schuilt de Liefde
Ja, orithia, ze was er altijd al, geen twijfel mogelijk, hoe zou ze anders elk 'noodweer' uitgedaagd en doorklieft hebben?
Wees gerust: het is nu geen tijd meer om te vechten tégen het leven, je hebt je Innerlijke Kracht hervonden. Het vechten is voorbij, je bent thuis. Ooit schreef ze dat je de liefste rimpel op haar voorhoofd was geworden.
Sorry ja,
Ik zal mijn leven beteren, want ik ben alweer lang van stof geworden, maar dat komt Marius omdat je zoveel stof doet 'opwaaien'. - net als de opwaaiende zomerjukjes van Oek de Jong Dit las ik ergens en... het is wáár! :
[.... Edo gaat op een dag met zijn moeder en de buren picknicken. Edo zit bij zijn moeder achterop en Teunis zit bij de buurvrouw. Zijn moeder en de buurvrouw laten in een opgewekte stemming de wind onder hun zomerjurken komen. Edo beschrijft de opwaaiende zomerjurken als het toppunt van geluk en vrijheid.....]
Hoe komt het dat blogger het stukje al plaatst voordat ik mijn naam kan invullen?
ahum... sorry... vorige epistel is van mij
Heel blij dit te lezen- en prachtig geschreven:)
Liefs
Danny
ooit eens in mijn kinderjaren een varken geslacht zien worden...mes in zijn keel, bloed over de hele binnenplaats en gillen dat beest!
ja, ik zou dat graag van mijn netvlies willen gummen.
de band tussen mens en dier kan prachtig zijn!
die ligfietsen zijn doodeng...moet je volgens mij inderdaad niet willen
[mooie blauwe schilderijen komen er langs!]
Wat een verademing dit stuk proza van jouw hand.
Kwetsbaar onderweg...
Idd Kwetsbaar onderweg.
(Hoop dat die scootmobiel héél goed mag meevallen!)
Wens je mooi weekend.
Een scootmobiel, kijk, een mooie opvolging van je cabrio.
Veel geluk ermee!
X
Cath*
Een reactie posten