
Met mijn handen de wereld in
Dat ik schrijver ben geworden is mijn geluk, anders kwam ik nergens, kende niemand mij meer en had ik geen vrienden. Nu wel, en dat, naast de verwondering, vervult mijn ziel. Ik schrijf wat ik (be)leef, dit is mijn leven. Wanneer ik te sterk selecteer, creëer ik een ‘vals beeld’.
Schrijver: met mijn handen de wereld in; het is zo gek nog niet.
De angst waarin ik leef, ken ik al lange tijd en is niet te verbinden aan wat komen gaat. De nek, het wankele hoofd, het voor mij beruchte (denkbeeldige) halssnoer, ijskoude voeten en de pijn in de rechterarm houden me vaak onophoudelijk in een wurggreep. Het is onmogelijk er gedetailleerd over te zijn, dit zijn de fysieke details die me beangstigen – een (te) vroegtijdige, plotselinge dood - en doen zwijgen.
Angst en werkelijkheid zijn niet hetzelfde.
Vorige week gekweld door een ongelooflijke nachtmerrie. Ik ontmoette de man die mij vele, vele jaren geleden vermoordde. Iemand bij de politie heropende de zaak, had mij laten klonen en weer de wereld ingestuurd. Op zeker moment, ik zwierf rond, kwam ik in een vreemd huis waar alles werd gedaan wat God verbiedt. Een soort Sodoma en Gomorra waar ik niet warm of koud van werd. Ik was er met mijn liefste nichtje en zag ook mijn overleden zus.
Ik trof daar een man. Na een poosje zagen we in elkaar wie wij tweeën waren. Hij was verbijsterd, dat zag ik – de moordenaar zou mij thuisbrengen. ‘Ja ja’, en toen ben ik gevlucht en redde mijn leven – bezweet werd ik wakker en de angst greep me bij de keel. Om drie uur ’s nachts zat ik in de woonkamer met een sigaret, daarna nog een. Het was koud.
Om half acht werd ik bezweet wakker.
Ik nam het boek van Jung.
“Ik herinner mij twee zeer leerrijke gevallen.: de een droomde van een dronken vagebond die in een riool lag; de ander van een dronken prostituee die in de goot lag. De eerste was een theoloog, de tweede een dame van een standing, beiden waren verontwaardigd en beledigd, en niet in het minst bereid toe te geven dat men van en uit zichzelf droomt. Ik gaf beiden de welwillende raad zich een uurtje zelfinkeer te gunnen en er rustig over na te denken, in welk opzicht en in hoeverre zij niet veel beter waren dan die dronken broeder in het riool en die geprostitueerde dame in de goot. Met zo’n kanonschot begint meestal het subtiele proces van zelfkennis. “De ander”, van wie wij dromen, is noch onze vriend noch onze buurman. Het is de ander in ons van wie wij zo graag zeggen: “O Heer, ik dank u dat ik niet ben zoals hij.” De droom, dat natuurkind, heeft wel geen moraliserende bedoelingen, maar hij is een bewijs voor de juistheid van het gezegde, dat er geen bomen in de hemel groeien.”
Dromen zijn een natuurlijk product van de onbewuste activiteit van de ziel en Jung is ervan overtuigd er geen mededelingen van enig belang in te zien, dat zou een soort tovenarij zijn. “En dat is maar goed ook”, zegt hij want “anders zou de betekenis bij voorbaat beperkt zijn en hij zou juist zijn goede eigenschap verliezen die hem voor psychologische doeleinden zo bijzonder waardevol maakt: voor het openen van een nieuw gezichtspunt is de droom namelijk zeer geschikt.”
[© MN, ‘Ons onbewuste is een oceaan’,“It s all about broken dreams” by Esther.]
Dat ik schrijver ben geworden is mijn geluk, anders kwam ik nergens, kende niemand mij meer en had ik geen vrienden. Nu wel, en dat, naast de verwondering, vervult mijn ziel. Ik schrijf wat ik (be)leef, dit is mijn leven. Wanneer ik te sterk selecteer, creëer ik een ‘vals beeld’.
Schrijver: met mijn handen de wereld in; het is zo gek nog niet.
De angst waarin ik leef, ken ik al lange tijd en is niet te verbinden aan wat komen gaat. De nek, het wankele hoofd, het voor mij beruchte (denkbeeldige) halssnoer, ijskoude voeten en de pijn in de rechterarm houden me vaak onophoudelijk in een wurggreep. Het is onmogelijk er gedetailleerd over te zijn, dit zijn de fysieke details die me beangstigen – een (te) vroegtijdige, plotselinge dood - en doen zwijgen.
Angst en werkelijkheid zijn niet hetzelfde.
Vorige week gekweld door een ongelooflijke nachtmerrie. Ik ontmoette de man die mij vele, vele jaren geleden vermoordde. Iemand bij de politie heropende de zaak, had mij laten klonen en weer de wereld ingestuurd. Op zeker moment, ik zwierf rond, kwam ik in een vreemd huis waar alles werd gedaan wat God verbiedt. Een soort Sodoma en Gomorra waar ik niet warm of koud van werd. Ik was er met mijn liefste nichtje en zag ook mijn overleden zus.
Ik trof daar een man. Na een poosje zagen we in elkaar wie wij tweeën waren. Hij was verbijsterd, dat zag ik – de moordenaar zou mij thuisbrengen. ‘Ja ja’, en toen ben ik gevlucht en redde mijn leven – bezweet werd ik wakker en de angst greep me bij de keel. Om drie uur ’s nachts zat ik in de woonkamer met een sigaret, daarna nog een. Het was koud.
Om half acht werd ik bezweet wakker.
Ik nam het boek van Jung.
“Ik herinner mij twee zeer leerrijke gevallen.: de een droomde van een dronken vagebond die in een riool lag; de ander van een dronken prostituee die in de goot lag. De eerste was een theoloog, de tweede een dame van een standing, beiden waren verontwaardigd en beledigd, en niet in het minst bereid toe te geven dat men van en uit zichzelf droomt. Ik gaf beiden de welwillende raad zich een uurtje zelfinkeer te gunnen en er rustig over na te denken, in welk opzicht en in hoeverre zij niet veel beter waren dan die dronken broeder in het riool en die geprostitueerde dame in de goot. Met zo’n kanonschot begint meestal het subtiele proces van zelfkennis. “De ander”, van wie wij dromen, is noch onze vriend noch onze buurman. Het is de ander in ons van wie wij zo graag zeggen: “O Heer, ik dank u dat ik niet ben zoals hij.” De droom, dat natuurkind, heeft wel geen moraliserende bedoelingen, maar hij is een bewijs voor de juistheid van het gezegde, dat er geen bomen in de hemel groeien.”
Dromen zijn een natuurlijk product van de onbewuste activiteit van de ziel en Jung is ervan overtuigd er geen mededelingen van enig belang in te zien, dat zou een soort tovenarij zijn. “En dat is maar goed ook”, zegt hij want “anders zou de betekenis bij voorbaat beperkt zijn en hij zou juist zijn goede eigenschap verliezen die hem voor psychologische doeleinden zo bijzonder waardevol maakt: voor het openen van een nieuw gezichtspunt is de droom namelijk zeer geschikt.”
[© MN, ‘Ons onbewuste is een oceaan’,“It s all about broken dreams” by Esther.]









