Ubi caritas et amor (Deus ibi est)Daar waar vriendschap is en liefde, daar is God
Ze kwam op donderdag in het hospice en de eerste zondagmorgen werden we al gebeld met de boodschap dat we er goed aan deden snel te komen. “Het gaat niet goed met ‘r.” We waren er om tien uur en gingen pas ’s avonds om half twaalf weg, toen de situatie nog ongeveer dezelfde was maar ook niet alarmerender was geworden. Bleek en onaanspreekbaar met aanhoudend hetzelfde zuchten van wat op dat moment haar doodsslaap leek. Slapend naar de dood? Een eindzomerse dag, de ganse dag een behaaglijke zon zoals het die hele maand al was. Onze kleine familie was in de voorbije vijftien maanden nog niet eerder voor een vermoedelijk afscheid bijeen geweest. Dit zou het laatste ogenblik kunnen zijn, de meest intieme tijdruimte van de mens.
Het hospice is een mooie witte villa, een huis van de eenzaamheid en tegelijk de volle liefde, een huis waar de vergankelijkheid van het leven, doorgaans het ergste dat we vrezen, vanzelf wordt onderstreept. Een huis met een mooie serre waar je uitkijkt over een grasveld, over de laan heen naar een oude vijver. Daarachter ligt de Koningsberg, een heuvelachtig bosgebied. Er kunnen tien patiënten, bewoners, terecht en slechts een enkeling gaat van hier (nog) terug naar huis, maar in dat geval meestal een verpleeghuis. “Ze gaan hier allemaal dood”, zei mijn schoonmoeder na twee maanden, een periode waarin al meer dan veertien mensen waren overleden.
Hoe luidde haar toon? Verbaasd? Ja, maar toch ook wel met treurigheid, alsof ze voor het eerst ook zichzelf rekende tot de mensen die spoedig hun dood verwachten. “Wanneer is het mijn beurt?”, dat is de tegenzijde ervan als je zo dicht op het sterven van mensen woont.
Het gebeurt vaak dat familieleden rond het bed van de stervende zitten en waken zodat hij of zij niet in alle eenzaamheid zal heengaan, maar vergezeld wordt door tranen en vreugde. Het is een dienst aan de lijdende evenmens, een vorm van steun, van eer, van tederheid en troost met niet anders dan zacht gefluister. Soms wordt gedacht dat ‘deze de laatste dag is’, maar het kan ook heel anders gaan. Het kan veel langer gaan duren en ook nog wel eens maanden uitgesteld, zoals bij mijn schoonmoeder die niet op de vierde zondag van september stierf, maar (pas) op de derde in december.
Lijkt de dood werkelijk nabij, maar laat deze toch langer dan twee etmalen op zich wachten, dan wordt het moeilijk. Zoals deze week Miep een lange slaaptocht ging naar haar laatste ogenblik. Zij sliep, zij lag stil, ademde zacht, zuchtte soms even diep maar gleed weer terug in het ritme van de kalmte. Er zijn geen flarden van haar woord meer en zelfs onze stem kwam er niet boven uit.
Mijn dierbare schoonmoeder had al veel narigheid achter de rug, maar ‘kritiek’ was het nooit geworden. Ze had zich voortgesleept door de lange eenzame dagen, werd almaar sterker geconfronteerd met afhankelijkheid, met pijn en misselijkheid, met angst. Vooral de emoties rond verlatenheid speelden haar parten. Steeds vaker greep ze naar de telefoon en was ze zo verdrietig hulpeloos, dat een van ons, vaak haar dochter, een half uur later al bij haar was en ook bleef slapen. In de kern was dat de troost die je haar kon bieden. Dat je niet na twee uurtjes weer wegging. Het moet voor haar een onthutsende beleving en ontdekking zijn geweest niet langer meer onafhankelijk te zijn, een woord dat zij in alle vezels van dat begrip wist waar te maken. Een onafhankelijke dame op leeftijd.
Veel leeftijdsgenoten woonden aan de overkant in de verzorgingsflat, met niemand daar had ze contact. Met de mensen in haar eigen flat tot aan de voordeur. “Maar die stakkerds, daar hoor ik niet bij” en dat gezegd hebbende sloot ze af met een beslist “Neen.” Ik hoefde er nooit meer iets over te vragen. Onthutsend noemde ik het want ze was toch al 85. ‘Hoe kan ze’, vroeg ik me af, ‘haar plotselinge kwetsbaarheid onder ogen zien, aanvaarden? Wijs genoeg, maar het is de pijn van de onafhankelijkheid, van de distantie die ze juist zo ‘wijs’ leek te noemen. “Je moet niet afhankelijk worden, dan hoef je ook geen ‘dank je wel’ te zeggen.”
Precies dáár zit het scharnier van de liefde. Die ontdekking is haar niet ontgaan. Of was het puur de fysieke ervaring op anderen aangewezen te zijn? Ma kon gewoon niet ontsnappen aan het proces van toenemende zorgbehoevendheid en tegelijk aan een tragisch verloop van haar stokoude dag. Vaak verontschuldigde ze zich voor alle ongemak, maar in het zachtmoedig benadrukken dat ze niemand tot last was deed ze geloof ik ook de ontdekking dat ze aan de ander, wie het ook was, merken kon dat geen vraag teveel was. Ze zei dan: “Fijn, dat is lief van je”. De distante houding naar het leven smolt langzaam weg. Het laten varen daarvan was eigenlijk haar meest waardevolle geschenk – ook aan haarzelf.
We buigen ons naar haar toe, strelen haar hand en praten met stille ogen over de liefde van de laatste dag. “Het is goed van hier te gaan en toch bij me te blijven. Het is goed lief, ga.”
Het langzame sterven kan een beproeving zijn. Miep was oud en verward en helemaal aan het eind van haar krachten. Het heette dat ze sliep en ook niet meer wakker zou worden, maar je hand lag toch in haar greep, alsof ze wilde zeggen, ‘verlaat me niet’. Dinsdag ‘zou’ ze sterven, maar het werd zaterdagavond. Haar dochter en zoon waakten, maar werden moe. Ze zaten diep zuchtend aan het bed, keken wel elke minuut naar hun stervende moeder en dan weer naar de regel in het tijdschrift op hun schoot, luisterden naar het soms even ondraaglijke gereutel, staarden over haar heen naar de vele ansichtkaarten op rij en de boeketten pioenrozen of stonden maar weer eens op om door het raam te kijken naar de spreeuwen in het natte grasveld en de bolle knoppen van de vlierstruiken. Ze raakten bijna elk besef van tijd en oriëntatie kwijt, verlieten soms even de kamer om in het grote huis wat rond te lopen maar keerden ook weer spoedig terug, bang dat tijdens hun korte vlucht al dat wachten niet zou worden beloond. Aan een sterfbed zitten is niet gemakkelijk. Je zit bij een ziek, soms geteisterd lichaam, maar óók, in die ene kamer en al die uren, bij een heel leven. Er is alleen maar gefluister. ‘Ik heb zo’n slaap. Zal ik een tosti voor je maken?’ ‘Ja, ik ook, zou wel even naar huis willen om te douchen. Denk je …? Het moét, ik kán niet meer. Blijf jij dan … en bél je?’
Wanneer is voor wie het moment veilig om te gaan?
Als allen er zijn, of als er een of twee juist even niet zijn. Soms wacht iemand, volkomen onbeweeglijk alsof het onzeker is of hij slaapt of overleden, tot de uren zijn verstreken en sommigen zijn opgestapt. Soms, maar vaker dan we vermoeden of willen aannemen, gebeurt het dat een kind wacht met het stervensmoment tot zijn moeder naar het toilet is, alsof hij stuurt naar het ogenblik om haar het leed te sparen te moeten zien dat hij haar feitelijk verlaat. Niemand kan een tijd opgeven, het is slechts het tempo en het intieme weten van de mens die er de eigen tijd voor neemt.
Vaak sterven mensen op het meest ongelegen ogenblik. We hadden absoluut nog iets willen zeggen, maar het bleef ongezegd, want ons leven wordt door de dood onderbroken. Niemand verliest graag en toch moeten we het allemaal leren. Het is een heengaan zonder schuld, niet meer te zien of te spreken en toch aanwezig totdat ook wijzelf voorgoed zijn vertrokken. Eens zal het gebeuren.
[Eerder schreef ik erover op 23 december, ‘Het onomkeerbaar eenzaamste moment’. Afbeelding: schilderij van Karin Deneer.]
15 opmerkingen:
Gevoelvol beschreven Marius.
Sterven is een 'levenskunst' op zich. Voor ieder mens op respectabele leeftijd die zijn/haar hele leven op die kwaliteit heeft overleeft, is dat moeilijk aan de andere kant van die balans te vertoeven. Je overgeven aan de hulp en steun van anderen.
Al helemaal als je denkt dat 'die anderen' zo anders zijn als jij. Overgave is het mooiste cadeau voor de onafhankelijk willen blijvende, zeer hoog gekalenderde medemens. Zij maken zichzelf onbewust erg eenzaam en doen ondertussen een groot beroep op de dichtsbijzijnde mensen. Sterven is inzien dat je klein en hulpeloos terug mag naar het rijk vanwaar je kwam. Toen met een vorm van oergeweld gepaard gaande. Nu mag je in dit stervensmoment van het leven, loslaten. Zacht, verzorgd, gekoesterd en in rust terug. Dat is een weelde als het zo mag gaan.
Ik wens mezelf dat ooit toe en mijn liefste dierbaren om me heen.
De dood is mijn 'levensvriend'. Kan de dood in de ogen kijken, converseren en vragen mij vooral te zien en mee te nemen als het leven 'ondragelijk' is of wordt.
Zo'n Hospice is een zegen voor mensen die niet thuis kunnen sterven. Het is ook goed dat zorgverzekeraars denken over vergoedingen in die zin. Dat is een hoopvolle ontwikkeling.
Werk jij ook soms in zo'n Hospice als vrijwilliger Marius?
Zonnegroet: Cath*
Een verhaal uit de realiteit.
Sterven kan lang duren.
Ondanks de scheiding van het leven lees ik ook verbondenheid in het leven.
goed weergegeven.
mijn lieve, lieve oma stierf plotseling [auto-ongeluk] en haar lieve man, mijn opa, een half jaar later in ons huis na een ziekbed.
toen oma overleed, was ik [jong en] bang en gefrustreerd over al het onuitgesprokene tussen ons, toen opa overleed, had ik daar veel meer vrede mee. het was zijn tijd. maar toen besefte ik me ook dat het dus ook oma's tijd was geweest...
inmiddels is dit alles al weer 2o jaar geleden en als ik jouw verhaal zo lees, toch ook nog zo dichtbij...
mijn zus haar oudste is vernoemd naar opa en mijn Peuter is vernoemd naar oma.
en wat is tijd dan nog ?
daar waar vriendschap is en liefde, daar is God zéker. en mijn lieve oma & opa zijn daar ook ツ
en Miep.
Ik was zowel bij mijn moeder, mijn vader en mijn zusje toen ze naar de overkant gingen en daar ben ik nu nog steeds blij om. Eigenlijk hoort niemand alleen te sterven.
“Je moet niet afhankelijk worden, dan hoef je ook geen ‘dank je wel’ te zeggen.”
Een geweldige zin natuurlijk, en het geeft de kracht aan van het strijden door het leven..
> Redstar: het kan ook een armoedige zin zijn. Hebben we niemand nodig?
> Cath*: Helaas werk ik er niet, zou niet lukken met mijn conditie, maar ik kom er vaak en graag.
Méér gezondheid verliezen is mogelijk, maar liever nog niet alles, niet het leven. Je geeft me te denken, maar ik aarzel te zeggen dat de dood mijn 'levensvriend' is. Wel leer ik in mezelf zeggen, 'amor fati'.
Tja, iedereen beleefd de dood en het gebied waarin het in je leven plaatsneemt anders. Ik begrijp je.
Warme groet: Cath*
Het sterfbed van mijn schoonvader.Het kwam onverwacht door een hersenbloeding en we waren er met alle kinderen bij! Ik keek naar het gezicht van mijn schoonmoeder , het drong tot haar door dat hun leven samen voorbij was en dat zei ze ook steeds . Ze was rustig en het heeft veel indruk op me gemaakt. Je sluit een periode voorgoed af ...
Ik vond je post van vandaag heel mooi Marius ! Zo uit het leven gegrepen !
Wat schrijf je toch ontzettend mooi en volgevoel. Leven en dood ik heb met beide moeite, maar meer dan liefdevol aan het moment van overgaan van mijn moeder kan ik niet terug denken. Ik weet nog dat ik mijn vader, en broertje de slaapkamer binnen liepen toen ze haar laatste adem uit ademde. Ze hebben haar niet zien sterven, maar ik wel en ik weet dat ze pas stierf toen zij de kamer binnen liepen. Het was een raar moment. Een blik op de deur en dan een laatste zachte zucht. Verlost van de pijn, een leven vol pijn want ook zij heeft een moeilijk leven gehad waarin vele geheimen zijn meegegaan met haar. Een laatste zucht en dan is er slechts dankbaarheid. Dankbaarheid dat haar verder leiden gespaard is gebleven, dankbaarheid dat de dood natuurlijk kwam, dankbaarheid voor het feit dat deze prachtige en bijzondere vrouw, mijn moeder was.
Liefs
Zat me af te vragen wat Joseph(uit 'luisteren is langzaam zijn')hiervan zou vinden.
Mijn dierbaren zijn eigenlijk niet in een 'sterfbed' gestorven en misschien hoop ik stiekem dat ik ook heel plots op een andere manier de 'overstap' mag maken.
Zachtjes pijnloos inslapen lijkt me een droom en aan de overkant ontvangen worden door een gevoel van grenzeloze liefde.
Toen mijn moeder stierf, stond werkelijk de héle familiclan aan haar bed. Ze wuifde ons uit, net alsof ze op een trein stapte naar een verre (en door haar gewenste) bestemming. Zo zou iedereen afscheid moeten kunnen nemen...
ik wou ook nog zeggen dat ik persoonlijk niets tegen 'dank je wel' zeggen heb. voor mij heeft het niet zo zeer te maken met afhankelijkheid, maar met waardering voor wat een ander voor je doet, of je datgene nou wèl of niet zelf had kunnen doen.
Een treurig verhaal, maar heel mooi omschreven. Dit gaat over naastenliefde
Wat prachtig, vol gevoel en uit het "leven" gegrepen. Volledig ingebeeld, ervaren....!
Ondanks "het cadeautje" van de goed verlopen stamceltransplantatie heb ik de laatste tijd heel veel gedacht aan de periode waar jij met zoveel empatisch vermogen over schrijft en het ontroert me diep, de wijze waarop je de mogelijke werkelijkheid op diverse manieren weet weer te geven. Bedankt Marius.
Ik vind dit weer heel mooi Marius. Doet me denken aan het moment dat mijn moeder overleden was en de kinderen in de kamer waar zij lag opgebaard en in goede harmonie de begrafenis aan het regelen waren.
Een reactie posten