Le Dieu de ce mondeComedie de la mort 2004
Je ne veux pas mourir, mais
je veux fumer et je veux ramener
le calme à la maison. J’ai peur d'avoir
une maladie. (Il est un poète triste.)
Denkt u werkelijk dat u hieraan sterven
zult? De arts, un ‘Seigneur d’Obstacles’,
bleef naar me kijken en doodgemoedereerd
stak hij een Gauloise op. A la mort subite!
Nog een arts, een reus met een buik
als een medaille, een man in bonis,
deed alsof er misschien een schroefje in mij loszat.
Halsoverkop naar buiten, in slechts een zuchtje wind
draaide de bizarre botte kunst me in een teleurstelling
van ongelukkigheden.
[© MN, in De gelukkige roker verdrijft de tijd. Ik verfraai mijn klachten van duizeligheid vóórdat ik mijn nek brak. Maar artsen zeiden dat het ‘tussen mijn oren’ zat. Niet één nam me serieus en ondertussen ging het sloopwerk in mijn hoofd ongemoeid door. Er zat dus wel iets tussen mijn oren, maar niét ‘de inbeelding’. Schilderij van Beatrice Sevat, “Le penseur nu”.]










