
Ik ga daar inhoudelijk nu niet op in, maar geef een poëtische impressie van hoe een vriendin het ervaart haar dementerende partner nabij te zijn en telkens weer te moeten loslaten. Zo geef ik woord aan haar onophoudelijke zorg en verdriet.
Schrijnende liefde
Verwant maar zielsverlaten
Als ik niet bij je ben, zwerf je
willoos en zonder herinnering
in een onbekend huis, groot als een paleis.
Er is niets dat je herkent als van jezelf,
je kent wel een verlangen, “Ik wil terug naar
waar ik geboren ben, mijn familiehuis.”
Ik heb lege handen, weet je, wil je altijd
vasthouden, maar kan je niet meer terugbrengen
naar je vertrouwde verleden. “Lieverd,
kom in mijn veiligheid.” Wat kan ik weinig
uitleggen en steeds weer moet ik loslaten en
‘jouw huis is ook mijn huis’, het is waar, maar
niet de werkelijkheid, elke keer is er het verlies,
ik loop naar de lift, je onzekere, draadloze
wereldje verlatend, ik sta in een regen van tranen,
eigenlijk beiden gevangen, maar ik zou mijn leven
geven als ik wist dat je vrij zou zijn, dat is mijn vuur,
jij terug naar je ooit bezongen vrijheid.
[© MN/TdR - bij het schilderij “Verpleeghuis” van Rudolf Hagenaar.]