Pagina's

zondag, november 30, 2008

Hoe het in veel verpleeghuizen was, weet ik nog uit een eigen wetenschappelijk onderzoek, maar dat dateert van 1983. Het is nu een kwart eeuw later en erg veel beter is het er niet op geworden. Dat weten we, sommigen als mantelzorger, anderen als lezer van kranten (onder meer de zogenaamde pyamadagen vorig jaar), van Feex en uit boeken, zoals bijvoorbeeld van Stella Braam over wier werk ik al enkele malen schreef. Ook over mantelzorgers bestaat veel literatuur en in mei van dit jaar hield oud-collega professor Myra Vernooy aan de Nijmeegse universiteit haar oratie ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen' .
Ik ga daar inhoudelijk nu niet op in, maar geef een poëtische impressie van hoe een vriendin het ervaart haar dementerende partner nabij te zijn en telkens weer te moeten loslaten. Zo geef ik woord aan haar onophoudelijke zorg en verdriet.

Schrijnende liefde
Verwant maar zielsverlaten


Als ik niet bij je ben, zwerf je
willoos en zonder herinnering
in een onbekend huis, groot als een paleis.

Er is niets dat je herkent als van jezelf,
je kent wel een verlangen, “Ik wil terug naar
waar ik geboren ben, mijn familiehuis.”

Ik heb lege handen, weet je, wil je altijd
vasthouden, maar kan je niet meer terugbrengen
naar je vertrouwde verleden. “Lieverd,

kom in mijn veiligheid.” Wat kan ik weinig
uitleggen en steeds weer moet ik loslaten en
‘jouw huis is ook mijn huis’, het is waar, maar

niet de werkelijkheid, elke keer is er het verlies,
ik loop naar de lift, je onzekere, draadloze
wereldje verlatend, ik sta in een regen van tranen,

eigenlijk beiden gevangen, maar ik zou mijn leven
geven als ik wist dat je vrij zou zijn, dat is mijn vuur,
jij terug naar je ooit bezongen vrijheid.

[© MN/TdR - bij het schilderij “Verpleeghuis” van Rudolf Hagenaar.]

vrijdag, november 28, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (2)

Toen ik dit schilderij vond, dacht ik, ‘a tribute to the origin of Tagelus’, ook al weet ik dat hij, oud-Harlinger Gerhard, geen botter heeft, maar wel een man met van jongs af aan een passie voor schepen, zeilen, het Friese waterleven en al vele jaren een geoefend schipper op zijn Dolman vlet, met in het kielzog zijn dochter Hella.
Ik, een bange dichter, vrees mijn leven in deze stormachtige omstandigheden, zeker op zo’n naar mijn gevoel kantelend breekbare en benauwend kleine botter, hoewel van sierlijk gebogen hout. Ik herinner me nog de meer dan twee uur durende boottocht, meen de Stortemelk, naar Vlieland vroeger. Het stalen schip bonkte op de woeste dans van golven, er stonden koeien aan dek die alle zes aan de diarree waren, het wild schuimend zoute water plensde over de boeg en tientallen toeristen werden prompt zo onpasselijk dat ik rillend bleek werd van angst. Niets leek nog op een verlangenstocht naar Eureka op Vlieland, we zouden vergaan en vergeten worden, - maar niets anders, dan “woest mee te gaan met dat breed gelaten zwaaien van den boeg, in het wijde waaien over zee”, schreef Slauerhoff.
En opeens, alsof zijn bundel hier walmend van eenvoud voor me ligt, herinner ik me de heldere regels van de schilder en dichter Willem van Hussem (1900-1974): “Zet het blauw van de zee tegen het blauw van de hemel, voeg er het wit van een zeil in en de wind steekt op.”
Jan Slauerhoff sierde tot voor een tijd geleden Gerhard’s weblog, te mooi om tot slot niet nog eens te herhalen want ook daarheen spoedden zich mijn gedachten bij het zien van dit prachtige puur Hollandse schilderij.
“Want de roep van de rollende branding, brekende op de kust,
Dreunt diep in het land in mijn oren en laat mij nergens rust.
't Is stil hier, 'k verlang een stormdag, met witte jagende wolken
En hoogopspattend schuim en meeuwen om kronklende kolken.”

[© MN, ‘Tribute to Tagelus’. Afbeelding: “Botter in stormachtige zee” van Martinus Schouwman.]

dinsdag, november 25, 2008


Gevleugelde roem aan tafel
Een licht moment voor Erna, een glimlach

Het eenzame koude hart dat zichzelf
voeden moet als was ik het koolmeesje
op een van die rillende takken daarbuiten.

De dichter ziet het beestje en
nodigt het uit aan tafel, er zitten al
een winterkoninkje & een roodborstje,

gedrieën hebben ze genoeg aan de kruimels
des dichters ontbijt, ze ontdekken de
zeeschors, zelfs het schaaltje lauw water.

Ik lepel rustig uit het gehalveerde eitje
en luister, dat zachte getik op tafel is alsof ze
zwijgzaam de trom van vreugd & hoop slaan.

De ekster kijkt verongelijkt naar binnen, beseft
niet dat men gelijken gelijk behandelen moet en
vliegt er pardoes met 't hele zakje pinda’s vandoor.

Als het drietal is vertokken, ruim ik hun
voedselbankje op en lees de putjes in het hout
als poëzie van zeldzaam gezelschap.


[© MN. Voor Erna, “Flow of Hope”. De tweede dubbele chemo.
Afbeelding: ‘Flow of the river’ van Ulco Glimmerveen.]

zondag, november 23, 2008


De hoop is niet slechts een idee
Mijn gemoed is niet zwarter dan het lijkt

Als mijn fysiek dwars ligt en
mijn geest de pijn niet ontwijken kan,
als mijn wangen blozen en

mijn schedel niettemin bevroren lijkt,
waarheen verdrijf ik dan de angst
wanneer ik wankel als wrak hout,

wat rest mij dan te vertrouwen op
wat ik niet bij machte ben, - laat mij
maar slapen op een vilten kussen.

Mijn vingers trillen vol ongeduld met
misslagen, de dichter is zijn draad kwijt,
hij is uit balans, ook zijn wollen mutsje, hij

wil wollen bedsokken en verstrooiing,
droomt zijn geschiedenis, scheuren
in verhalen, weemoed treedt buiten haar

oevers, maar er is altijd nog een overkant
waar het groen is en de liefde, ja,
de liefde is genegen te blijven.


[MN, in 'De man en zijn ziel'. Zij zegt dat dat zij het is, én de sneeuw die alles reinigt.
Mijn gedachten zijn minder helder en op sneeuw heb ik het niet zo meer.
Afbeelding: "Stille morgen" van Hans Dolieslager.]

vrijdag, november 21, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is nu juist de schoonheid ervan (I)

Ik leef in niet zo gemakkelijke omstandigheden en daarom zal ik nu en dan met deze regel volstaan. Een schilderij maakt en vertelt zichzelf en kan het goed stellen zonder mijn interpretatie of relaas, zoals ik dat in november 2006 ook al eens deed – zo’n eigen beschouwing is altijd overbodig, maar des schrijvers ijdelheid wil telkens weer spreken. Ik vlucht niet naar alleen maar schilderijen, hoewel taal en schilderijen, ja, ze doen mij de tijd verstrijken, zij zullen blijven en ik zal gaan, te zijner tijd. (Misschien doe ik het tóch wel, dat woord erbij.)
Het is een doek van de Iraakse kunstenaar Basher, ja, dezelfde als van het doek op 20 mei, surrealistisch; of het je al dan niet aanspreekt, het zegt iets over de ongelooflijke, imponerende kracht en denkbeeldige krachtmeting, zowel in uitbeelding als in kleur, wat een energie, wat een mógelijke, denkbare beweging – mij maakt het gelukkig naar een mooi schilderij te kijken, het is alsof de bewondering alles opzij schuift, bij "Chant", de cd van The Cistercian Monks of stift Heiligenkreuz. Ludwig Wittgenstein zei, "het is (soms) de ervaring de wereld te zien als een wonder."
(De wind blies mijn lange haar geheel in de war. Het geeft niet, het zit daar toch niet op een rijtje.)

[© MN, in ‘A little bit of heaven becomes present’. "The force of nature" by Basher (1948); Basher, the Arabic word for face. Naast zijn streven naar perfectionisme, verzet Basher zich tegen het jachtige oppervlakkige leven. Via zijn werk probeert hij rust, vrede en welbevinden uit te dragen.]

woensdag, november 19, 2008

Een avond valt neder

Je tedere woord, de immense adem
verwart, mijn hart is hel noch vagevuur,
it is like a secret room.

Ik ontwaak in je luide klokken,
ieder heeft meerdere zelven,
"geluk is een lang verhaal".

Verwarring in de woorden van het hart,
zei ze, jouw tederheid in benadering
is als een zachtheid ongekend,

liet mij de jouwe zijn, van waaruit,
in geheime kamers, onze zelven strijden soms
in taal voor een leefbaar leven.

[Het citaat is van Christophe André, waar hij vertelt over het schilderij van Rembrandt ‘De verloren zoon’. MN, in ‘De rumoerige ziel’, a poet in the night. De psychiater C. André schrijft ook: “Je hebt liefdes waarin he tom de vriendschap draait, en je hebt vriendschappen die worden gekenmerkt door liefde” (in ‘De kunst van het geluk’.) Afbeelding: painting “The hidden house” by Paul Christiaan Bos.]

zaterdag, november 15, 2008

Een bordje “Pauze in mijn ziel”

Moet nodig een dichter schrijven
want haar slaapkamer draaide rond
en nog zoveel andere tekenen van onbehagen,
deze lieve dichter, een vechtersbaasje

dat het telkens te verduren heeft,
troosten moet ik haar, maar met welk woord
is er iets van optillend geluk te tekenen
in haar woud van tegenspoed?

Een schilderij kan ik geven, zo met zorg gevonden,
al haal ik mijn kast overhoop, boeken met
leeslinten liggen er ook, maar een beeld van zachtheid,
van tederheid, het spreekt zichzelf, vergt weinig kracht en

dichter in mijn geweven web van vrienden, zij kan
er naar kijken of in dwalen, zij heeft de ogen
van een rebelse geest en weet nooit een einde, lijkt het
wel, in de raadsels van haar zieke lichaam.

Moed wil ik haar schenken, ja, een woord
van aanmoediging kan haar bekoren, vanwaar dit leed
te dragen? Lieve dichter, je bent zo ongelooflijk
wijs, ten volle leven wil je. Hoor me, wanhoop niet.

[© MN, in “De pijn van droefenis wil ik helen.” Voor Ingelien, 'Leeslinten'. Geheel weerloos zijn we niet. Niet berusten kan een antwoord zijn al lijkt het onzichtbaar of zinloos, houd je pen vast want het geeft houvast voor vertrouwen in je voortbestaan, ten slotte is er geen leven zonder ravijnen, houd je pen vast en vergeet nimmer je momenten van trillend geluk. Afbeelding: “De weg naar de ziel” van Amberoos.]

donderdag, november 13, 2008


Gebonden aan méér dan weemoed
La vie et la mort


Wanneer het verdrietigste uur voorgoed is gebroken
en de rituelen voorbij zijn, is ook de stilste aanraking
gesneuveld in de droefenis van het verkillende, schrijnende

sterven. Tranen en mededogen borduren de troost, maar
de prompte innerlijke rouw kent geen patronen en de
gehechtheid is als niet te delven goud. Zo geworteld

ons leven is in haar intiemste, bezonken momenten van liefde,
zo vervuld is ons hart van herinneringen en verlangens
naar een onverbrekelijk weerzien. Het is die eenheid

welke ons de weg wijst vanwaar al wat geweest is.
Zij is voor altijd aan het oog onttrokken, maar verlaat
nooit meer ons lichaam dat wij met pijn van tederheid bewonen.

[MN, in ‘Weerloos tegen het sterven. C’est la vie.’ IM Antje, 16 oktober 2008.
Painting “Undividing heart” by Gilan Ross.]

maandag, november 10, 2008


Liever de rozen dan het zwaard

Tegenover de vreemde of vervreemdende sunrise
kennen we gelukkig ook die van de betovering, wanneer
we beneden komen in een alles strelende lichtval die

ons een leven wenst waarop we in stilte al hoopten,
waar zelfs een bekoring van uit gaat die zwanger is
van warmte, van vrolijkheid, die alle somberheid weet

uit te wissen, zo gemutst wil elke mens graag zijn, licht
gekleed, lichtvoetige gedachten, helder, even onbekommerd.
Voor die een gelukkige morgenstond proeft, weet

dat het leven haar beloften niet slechts geschreven laat,
dat de akkers wel doorploegd zijn en onze zintuigen
op scherp staan voor al dat van deze vrede een illusie maakt.


[MN, in ‘De eenvoud van geluk’ bij een schilderij van Jan van Loon.]

vrijdag, november 07, 2008


Een nieuwe morgenstond elders

Deze is weer anders dan alle voorgaande, natuurlijk, op vertrouwde rituelen na, nee niet zwart en ook niet zwart omrand, maar zo diep vol contrast. Elke morgen vertoef ik bij één van mijn akkers, vaak omheind door een gedicht waarvan de woorden als bindstokken in de aarde staan als de intieme aanraking van gedachten, van huid en diepe emoties en door de lijnen ertussen haar en mij aaneenbinden als een verlangen naar blijvend vertrouwelijke saamhorigheid en eenheid, een omheining die nodig is omdat ik soms, als een windvlaag zei Danny, mijn verstand verlies. Zo verschijn ik voor mijn akker en staat mijn muze ‘avec le coeur bien placé’ er als belofte, als richtsnoer van de dag, de dag die zich toont als een onherbergzame, verontrustende chaos in de wereld en de klaarblijkelijk massale behoefte ‘to transform the world’, maar tevens als een dag waarin de pijn als onkruid groeit en die ontroert door het gedeeltelijk opschorten van het gewone dagelijks leven om plaats te maken voor warmte, mededogen en zorg.

Waar jij bent, wil ik zijn
Terwijl op het dak twee eksters beurtelings hetzelfde bad delen

De zon glinstert door het dunste gele kersenblad,
geeft glans aan de rode amaryllis die ervoor
op tafel staat, met nog witte lelies, de kersenboom is
een en al wind, zodra de kersen plukrijp waren, verdwenen

ze in hongerige of begerige snavels, dat is me liever
dan dat de zon verdwijnt, dan dat alles dof wordt,
dor, duister en dood.
Het is vrijdag en ik zie door de vensters

heen mijn godin van de gezondheid,
niets van haar schoonheid wordt verhuld,
wel de belofte, maar dat is het leven, een leven
vol symbolen, kille wind, soms amaryllissen en de zon,

dié te zien, zegent al mijn morgenstond,
ik weet ‘t , soms in horten en stoten
dringt tot mij door wat leven is,

is dat omdat onder mijn huid de dood zit?
Ik wil leven de jaren die ik krijg, zonder harnas,
ten volle, hoor je, dat is toekomst.

[MN, Een meditatieve compositie. Worden we soms in een van onze zelven, die volgens Fernando Pessoa ieder van ons is, niet moedeloos geraakt door bijvoorbeeld de langdurige, schrijnende verschrikkingen in Congo, elders de tragiek áchter de economische malaise? Het leven als hel en vagevuur met minieme vlokjes genade en hemel, maar heel ons woord is afgezaagd en versleten, “uitgewoond“, vond Amadeu de Prado. ‘Pijn’ staat (ook) voor ziekte en ‘opschorten’ duidt op zorgverlof, tijd nemen, er zijn. Afbeelding: photo, “Strange sunrise”, by Shaahin.]

maandag, november 03, 2008


Soms is de wereld de wereld even niet meer

Eerder schreef ik over ‘de monnik en de heiligheid van het leven’ en of je daar nu wel of niet iets mee hebt, is helemaal niet van belang, want toen ik me afvroeg wat ‘de faam van de heiligheid’ toch zou kunnen betekenen, kwam ik uit bij de individuele nederigheid en schreef regels over de kunst ons persoonlijke leven zo licht mogelijk te maken zodat het draaglijker en eenvoudiger kan worden. Keer en draai dit zoveel je wilt, maar daar gaat ons verlangen veelal toch naar uit.
Het lukt me vaak voor geen meter zo te leven. Toch grijp ik de pen, ploeg mijn akker maar weer om en terwijl mijn ploegschaar voortgaat, voor na voor, denk ik eraan mijn woord aan het zwijgen te geven want ik zie de wereld even anders, ik wil hem niet eens graag binnenlaten. “Zoek een mooi schilderij”, zegt G. lief en bemoedigend, “ze kan even schuilen in ons licht en onze hoop. Hebben we iets anders dan?”
Het is waar liefste zusje, als wederhelft ben ik gekomen, ik sta met lege handen maar ik durf bij je te blijven ook al splijt de grond onder mijn voeten.

[© MN, in ‘Schuil dan in ons licht’. Painting “The soul and the world” by Mihail Aleksandrov.]