
Huize Welgelegen aan het Pijkesweggetje in Kloetinge
Zeven jaar geleden verscheen feitelijk het allerlaatste dagboek, dus 22ste deel, niet als deel maar als afzonderlijk “Geheim dagboek 2001”, omdat het jaar 2001 de ontluisterende laatste sleeptocht is geweest van Hans Warren, geboren op 20 oktober 1921 en gestorven 19 december 2001, een echte Zuid-Bevelander, een vogelkenner, een estheet, een dichter. Een dichter van verlangen en lust, van schoonheid en verval. (Over dit aparte deel, een ware exodus, schreef ik 5 januari 2007, ‘Zijn hart tierde’.)
Nu heb ik zijn recent verschenen laatste dagboek gelezen, deel XXI, 1998-2000, met veel genoegen, compassie en verbijstering. Het genoegen komt door de vertrouwdheid die er door de jaren heen, sinds in 1981 het eerste deel verscheen over 1942-’44, is ontstaan, een geraaktheid die niet meer verdwenen is. De compassie is er sinds hij de laatste jaren van steeds méér kwalen ernstige hinder ondervindt, van dementie tot incontinentie, en zoals hij dat nuchter, afstotelijk maar ook met verdriet beschrijft, dat is wel de scherpste, confronterende en schrijnende slijtage in de ouderdom, waar zijn veertig jaar jongere partner, Mario Molegraaf, voortdurend woedend, wanhopig en met de diepste verwensingen op reageert en tegenaan schopt. Dat ‘blinde en gemene bijten’ is onvoorstelbaar grof en verbijsterend, elk tegendeel van wat liefde heet, eerder en bijna in z’n geheel een complete menselijke ravage waaraan niet is te wennen. Mario toont zich een egoïst, geen geliefde, maar een boosaardige man die van ziekte niets weten moet en van verzorging en bekommernis al helemaal niet. En toch, middenin zijn (Hans) gevecht om waardigheid, worden er talrijke uitstapjes gemaakt naar musea en veilingen, is er de voortdurende jacht op nieuwe aanwinsten – hun verzameling is spectaculair te noemen – want beiden kennen een mateloze passie voor etnografica en een al even grote gretigheid naar exclusieve en waanzinnig dure maaltijden.
Vaak tracht hij allerlei oneffenheden, keutels en angsten en tranen te verdoezelen, troost hij zich met zijn rijke leven, met de prachtige veelal Oost-Afrikaanse en Oost-Aziatische beelden, maskers en sieraden – de uitbundige verzameling is tot eind januari te zien in het Zeeuws Museum in Middelburg - tot wie hij bidt en voor wie hij smeekt dat ze ook na hem zo vertroeteld, zo geëerd zullen worden. En natuurlijk, er zijn ook ontroerende momenten tussen hem en Mario, hoewel almaar schaarser. Samen vertaalden ze werk van vele dichters, vooral Kaváfis (1863-1933) en ook het Verzameld Werk van Plato, maakten ze verscheidene bloemlezingen en poëziekalenders
Mario (1960) is een wijnkenner en recensent voor het (meen ik te ziele gegane) tijschrift “Lekker” – ja, vandaar ook die eindeloze restaurantbezoeken die er meestal weinig genadig van afkomen - , is vertaler van de vier evangeliën en medesamensteller van de “Spiegel van de Nederlandse dichtkunst” en schreef “Het wekkertje van 23:34”, waarin hij zijn avonturen beschrijft als weduwnaar die inmiddels met een vrouw door het leven gaat in plaats van met een man. (Toch getuigt dit boek vooral van Molegraafs trouw. Want ondanks alle ogenschijnlijk radicale veranderingen in zijn leven richt hij met dit veelzijdige geschrift een monument op voor Hans Warren.)
Een monument voor Hans Warren, ja, zo’n hommage is deze dichter en dagboekanier, vaak zo eenzaam als een blauwe reiger, warmhartig gegund, voor ál die dagboeken, tezamen een ware, unieke levensroman.
Op de uiterste punt van het fietspad van Kattendijke naar Goes is een gedenkteken geplaatst, een spiegelend boek met daarop het beroemdste gedicht van Hans Warren.
Thuiskeer in Zeeland
Hart van mijn land ik ben terug
in ’t waaien van uw volle zomer,
lig lui en languit op mijn rug,
weer thuis en nog dezelfde dromer.
Ver als de blik gaat, ver als wolken
ruisen de popels ijl en licht;
als water koeren duiven onder
het bloesemdek van uw gezicht.
Ik ben terug, ik lig te rusten
in ’t bruidsbed van uw welig kruid
en luister, nooit was ik bewuster
van onze eenheid van geluid.
’t Vernis van licht om alle halmen,
het boomscherm dat de einder sluit,
de klokken wier verwaaiend galmen
tegen de zilte hemel stuit –
klank, geur en kleur, zinlijk herkennen:
de karper op de waterplas,
het hooi, zingende Zeeuwse stemmen,
de zoete bonen, ’t prille vlas –
Ik lig, ik ben terug, ik droom
uw dromen in een blijde schemer;
ik werd weer kind, ik werd een boom,
een plant, een lied, een stukje hemel.
[© MN, naar aanleiding Van ‘Geheim dagboek 1998-2000’, uitg. Bert Bakker. Afbeelding: Hans Warren, een portret door Reynier de Myunk. “Het wekkertje van 23:34” (Balans, 2004) is zeker lezenswaardig te noemen, misschien niet omdat het literair een uitblinker is, maar wel vanwege de kaleidoskopische aard van de bundel; Molegraaf kijkt terug op zijn leven met Warren, op diens werk, op de literaire wereld, op de nalatenschap, op zijn rouw en zijn nieuwe leven; het boek bevat essays, lezingen, dagboekfragmenten en brieven en mooie denkbeelden over rouwverwerking en het herijken van de betekenis van hun relatie. Vorig jaar verscheen overigens bij Prometheus de door Mario samengestelde ‘honderd jonge gedichten over oud worden’, “M’n opa, in heel Europa is er niemand zoals hij”.]