
Goed willen leven is een daad van liefde
In ’t glinsterend zout van een traan
Is dat zo’n driekwart mens,
van schedel tot onder schouderblad,
daar huizen verstand, vrees en andr’e emoties?
Waarom veinzen hen meester te zijn
als de pijn mijn koning is en
de koningin mijn hoedster niet meer is?
D’eenzaamheid smaakt bitter, stelt vragen
en beproeft mij, eens die kleine man
met haar tot op de navel.
Laat ik toch eens lef hebben, laat
ik mij vermannen, ’t is niet de eerste
en evenmin de laatste strijd,
vrienden, geef me de wapenen, reik
me de moed, klaar en krachtig
dring ik aan op de lente
en straks de zomer, zie je,
ik wil niet van de wereld af, met enige genade
kan deze rammelkist nog jaren mee.
[© MN, ‘De man en zijn verlangen’. Een existentieel moment? Afbeelding: “Breakthrough” by Dare Turnsek.]
In ’t glinsterend zout van een traan
Is dat zo’n driekwart mens,
van schedel tot onder schouderblad,
daar huizen verstand, vrees en andr’e emoties?
Waarom veinzen hen meester te zijn
als de pijn mijn koning is en
de koningin mijn hoedster niet meer is?
D’eenzaamheid smaakt bitter, stelt vragen
en beproeft mij, eens die kleine man
met haar tot op de navel.
Laat ik toch eens lef hebben, laat
ik mij vermannen, ’t is niet de eerste
en evenmin de laatste strijd,
vrienden, geef me de wapenen, reik
me de moed, klaar en krachtig
dring ik aan op de lente
en straks de zomer, zie je,
ik wil niet van de wereld af, met enige genade
kan deze rammelkist nog jaren mee.
[© MN, ‘De man en zijn verlangen’. Een existentieel moment? Afbeelding: “Breakthrough” by Dare Turnsek.]