Pagina's

maandag, februari 22, 2010


Goed willen leven is een daad van liefde
In ’t glinsterend zout van een traan

Is dat zo’n driekwart mens,
van schedel tot onder schouderblad,
daar huizen verstand, vrees en andr’e emoties?

Waarom veinzen hen meester te zijn
als de pijn mijn koning is en
de koningin mijn hoedster niet meer is?

D’eenzaamheid smaakt bitter, stelt vragen
en beproeft mij, eens die kleine man
met haar tot op de navel.

Laat ik toch eens lef hebben, laat
ik mij vermannen, ’t is niet de eerste
en evenmin de laatste strijd,

vrienden, geef me de wapenen, reik
me de moed, klaar en krachtig
dring ik aan op de lente

en straks de zomer, zie je,
ik wil niet van de wereld af, met enige genade
kan deze rammelkist nog jaren mee.


[© MN, ‘De man en zijn verlangen’. Een existentieel moment? Afbeelding: “Breakthrough” by Dare Turnsek.]

vrijdag, februari 19, 2010


Het veld van de vrije wil

‘Iedereen moet zelf maar over zijn leven beslissen’ en allerlei varianten hierop onderstrepen het gewicht van de zelfbeschikking. Wanneer je daar even wat langer bij stilstaat, kom je tot de conclusie dat ‘we dan eigenlijk snel zijn uitgepraat’. En in het voorgaande heb ik het zelf een principieel beginsel genoemd, maar toch …. toch wringt er iets, waardoor een van mijn studenten ooit zei: “Ethiek? U maakt het er almaar moeilijker op, dat stoort me. Wat is er nu weer?”
Nou, we moeten oppassen denk ik de autonomie te verabsoluteren, niet te verheffen tot idool.

Ik zal het kort houden, en het staat in feite ook los van het beschreven vraagstuk.
‘Iedereen moet het zelf ……’. Losgekoppeld van alles, van alle oorzakelijke betrekkingen, van alles wat ons tot persoon, tot karakter heeft gevormd. Zou u dan niet leven in een causaal vacuüm? Zou dat niet een volledig vervreemde vrije wil zijn, mijlenver verwijderd van al uw ervaringen met anderen die u dierbaar zijn? Niét kunnen praten over moeilijke kwesties, omdat ze taboe zijn, tot afwijzing leiden, deprimerend zijn of de ander tot last, maakt de betrokkene intens eenzaam en verdrietig want in vrijwel alles zijn we feitelijk ook van die ander(en) afhankelijk. Oók wanneer we ‘jong en krachtig’ zijn.

We vormen een verbond met mensen van wie we houden, we willen hen betrekken bij wat voor ‘mij’ zo moeilijk is, waar ik hun hulp bij nodig heb. We vormen een moreel verbond, niet alleen bij luchtigheden en feestelijkheden, maar dwars door alles heen. Op wie kan ik rekenen? Wie staat open voor mijn vragen? Moet ik hen voor een voldongen feit plaatsen, in het grootste verdriet achterlaten zonder me ook af te vragen wat zij ervan vinden, terwijl ik hun nabijheid nodig heb – zowel moreel als in het bieden van zorg? Dan leidt ‘zelfbeschikking’ toch tot toenemend sociaal isolement, met ervaringen van nutteloosheid en uitzichtloosheid? Betrokkenheid is van groots, wederzijds en vruchtbaar belang! Stel je voor in alle neteligheid alleen gelaten te worden? Wat is dan de betekenis van affectie? Waaraan kunnen we ons dan vasthouden als we weifelen in ons oordeel?
Ontstaat autonomie juist niet uit dat stevige web met anderen?

De invloed van andere mensen draagt bij tot de vrijheid van mijn wil als ik erdoor geholpen wordt en vernietigt de vrijheid als ik daarin belemmerd word.

[©MN. Afbeelding: Turks café from Guldestan, photo by Hayrettin Kirdi.]

woensdag, februari 17, 2010


Leven is geen plicht 3
Sta in de aandacht werkelijk bij de ander, niet ondertussen bij het hoofd van jezelf

Er is nog een facet waarop de NVVE mogelijk te zwaar de nadruk gaat leggen om hulp bij zelfdoding – hulp die onmisbaar is en geboden wordt door professionele counselors – op politiek niveau bespreekbaar te krijgen.
Het betreft het facet dat ook in de duiding van ‘voltooid leven’ al aan de orde kwam, namelijk het nagenoeg ontbreken van een sociaal netwerk. Vaak wordt dit ontbreken verondersteld bij juist oudere mensen. Wel, over de leeftijdsgrens heb ik het al gehad, maar dit aspect bleef onderbelicht.

Verondersteld kan worden dat het leven voor iemand zonder noemenswaardig sociaal netwerk mede daarom al uitzichtloos pijnlijk is en bijdraagt aan een versterkte wens om niet langer te willen leven. Hij of zij voelt zich eenzaam en geleidelijk wellicht ook letterlijk onthecht van deze wereld.
Dat kan zo zijn, maar omgekeerd kan – in deze redenering – een sociaal netwerk fungeren als een paternalistisch schild. De mensen die geregeld contact hebben en zich om de betreffende persoon met zorg en liefde bekommeren, kunnen niet alleen onderling verdeeld zijn wat betreft hun mening en houding, maar ook daadwerkelijk pogen om de gewenste hulp te ondermijnen. De ‘zelfbeschikking’ die zo hoog in het vaandel staat, wordt in wezen niet serieus genomen en door (sommige) mensen om de aan het leven lijdende mens heen vertroebeld, mogelijk zeer oprecht vanuit eigen hart en overtuiging en zo subtiel dat er geen helderheid over de wens wordt verkregen, maar verwarring wordt gesticht. En dat noem ik een paternalistisch schild, een schild om niets te doen, dan wel om hulp te arrangeren zo lang mogelijk uitgesteld te krijgen. Dat is nooit in het belang van de persoon. Alleen in het wederzijds onderkennen en begrip hebben voor het innerlijk lijden van een dierbare naaste, kan men elkaar verstaan, de vraag serieus nemen en in liefde gehoor geven aan een diepgevoeld verlangen het einde te mogen aanvaarden zonder dat de nabestaanden met wroeging of zelfbeklag achterblijven, integendeel.

Dat ‘zo lang mogelijk’ kan erg rekbaar zijn en de aanvankelijk duidelijke wens doen verzwakken. Bij nader inzien? Om hen die dat bewerkstelligen te behagen? Uit fysieke of mentale weerloosheid tegenover mensen die ‘zo graag het positieve’ willen accentueren? Dat weten we niet. De macht van een sociaal netwerk kan even weerbarstig zijn als het machtsverschil tussen arts en patiënt. Een sociaal netwerk kan ondersteunend zijn, maar door een opbeurende of ontkennende houding de eigenlijke wens ook helpen onderdrukken. Niet uit kwade wil, maar uit betrokkenheid en allerlei goedwillende maar ook moeilijk te duiden emoties, zoals eigen angst of afgeslotenheid voor de dood.
Het andere uiterste noemde ik de vorige keer al: er kan ook onbewust sterk op aangestuurd worden, bijvoorbeeld uit egoïstische motieven. In beide situaties raakt de zelfbeschikking ondergesneeuwd en daarom is – niet alleen vanwege de technische kant van zelfdoding, hoeveel van welke middelen et cetera – neutrale, goed getrainde hulp noodzakelijk, opdat de betrokkene daadwerkelijk wordt bijgestaan in het verkrijgen van een onmiskenbaar helder zicht op de wens rond het levenseinde. Ook de dierbaren, het sociaal netwerk, zijn daarmee gediend. Het is niet zelden de eerste keer dat zij ermee worden geconfronteerd en het is een emotioneel heftige, pijnlijke en verdrietige gebeurtenis die enige tijd in beslag neemt, vaak enkele maanden. Gebeurt het goed, dan verzacht het veel en worden de hulp en de feitelijke gebeurtenis veelal ervaren als een menselijke verlossing uit onomkeerbaar lijden.

We denken er niet vaak en graag over na, maar het is (minstens) goed donateur te worden van bijvoorbeeld stichting De Einder, zodat de aanwezige professionele hulp in stand blijft en mede waakt over het domein van de zelfbeschikking zonder dat het levenseinde gepaard gaat met strafrechtelijke zaken. Overigens, er wél over nadenken en met elkaar over praten, geeft rust, vertrouwen en dus ook zoveel veiligheid waar anders bij iedereen niets dan angst zou wonen.
Het grootste belang is wellicht uw eigen humane sterven wanneer dat straks in uitzichtloze omstandigheden naar uw eigen wens onnodig lang op zich laat wachten, tenzij u zich gered of beschermd voelt door een religieuze of andere levensovertuiging.

[© MN, ‘Met kennis en zorg naar het levenseinde’. Ik kom er nog éénmaal op terug en dat is bij het verschijnen en na het lezen van het boek van Boudewijn Chabot en Stella Braam. Afbeelding: “Help each other” by Andre Arment.]

maandag, februari 15, 2010


Leven is geen plicht 2

Om hulp bij zelfdoding op de politieke agenda te krijgen, zodanig dat er initiatieven worden ontwikkeld die tot wetgeving leiden, dient een aantal facetten als het ware gedefinieerd te worden, zoals bijvoorbeeld de vraag van ‘voltooid leven’. Louter hameren op het principe van zelfbeschikking zal volstrekt onvoldoende zijn. Het recht waarover het hier gaat, wil men nu eenmaal aankleden met ‘strikte voorwaarden’.
De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) meent, dat het bij voltooid leven om oude mensen gaat die lijden aan een complex van factoren, veelal een combinatie van ouderdomsverschijnselen, niet-levensbedreigende aandoeningen, het wegvallen van het sociale netwerk en het onthecht zijn geraakt van de samenleving (‘de wereld van nu is mijn wereld niet meer’). De leeftijdsgrens lijkt te liggen rond de 75 jaar.

Dat de waarde van leven is afgenomen waardoor mensen de dood verkiezen boven het leven en dat op een humane wijze willen krijgen, vereist politiek gezien deze begrijpelijke inperking, maar is allerminst waarachtig of in overeenstemming met de realiteit van het leven.
Wie 80 jaar of ouder is, heeft in ieders ogen al een respectabele leeftijd bereikt. Heel veel langer duurt het menselijk leven (dan) ook niet meer, ook al zijn er velen onder hen die het leven niet als voltooid beschouwen. Het is feitelijk een onhanteerbaar begrip want er zijn 1001 factoren waardoor levens niet tot voltooiing kunnen komen, bijvoorbeeld doordat mensen vanwege een ernstige handicap of lijden, zonder dat het levensbedreigend is, tot geen enkele vorm van bevredigende ontplooiing kunnen komen. Kijk maar eens in de revalidatiecentra.

Wie 50 jaar is maar vanwege chronisch lijden geen perspectieven meer heeft en geen kwaliteit van leven ervaart, kan niet spreken van ‘een voltooid leven’. Anderen, ‘de samenleving’ i.c. politici, maken dat uit. Nee, er dient al sprake te zijn van ouderdom; het begrip ‘zelfbeschikking’ is (dus, dan) van beperkte waarde of reikwijdte of inhoud. In de context van geoorloofde hulp bij zelfdoding zou het beter te zijn discussiëren over ‘kwaliteit van leven’. Ook dat is een buitengewoon subjectief te interpreteren begrip, maar vermoedelijk veel meer invoelbaar – dat willen we graag: dat het invoelbaar, begrijpelijk is, maar niet ‘beoordeeld’. Invoelbaar, zonder dat dit leidt tot moralisme of willekeur, de zeggenschap over het eigen leven dient een principieel beginsel te blijven.

Zolang mensen alles op het leven zetten, ondanks het ontbreken van gezondheidsvooruitzichten en het bestaan van ernstige belemmeringen – wat voor veel mensen nauwelijks invoelbaar meer is (dat ‘zij’ er nog plezier aan beleven, terwijl anderen de zingeving niet begrijpen, zich niet kunnen voorstellen) en de betrokkene daarom zo ongelooflijk dapper wordt gevonden -, is er op het vlak van zelfdoding niets aan de hand. Maar dezelfde mensen die een dergelijk geringe kwaliteit van leven niet meer kunnen en willen leven en voor wie medisch en/of therapeutisch werkelijk geen verandering meer denkbaar is, moeten blijven tobben met dat leven. Dan is zelfbeschikking een vals recht. Dat er sprake moet zijn van een authentieke en consistente doodswens, ja, dat lijkt me een zeer juist en fair vereiste. Maar humaan kunnen sterven is dan ook een kroon op menselijke en persoonlijke waardigheid en de geboden hulp een onderstreping van het zelfbeschikkingsrecht, een ultieme uitdrukking van mededogen waar niemands geweten last van heeft.

[© MN, ‘Als kwaliteit van leven ernstig is aangedaan, ga naar de ander’. Afbeelding: “A balance of shadows” by Gregg Chadwick.]

zaterdag, februari 13, 2010


Leven is geen plicht
“Ouder worden is mooi, maar zijn kan anders zijn”

Sinds een aantal jaren is euthanasie na ruim een kwart eeuw onderzoek en maatschappelijke discussie in Nederland bij wet geregeld en onder heel specifieke omstandigheden mogelijk en in die zin, als volgens een nauw omschreven protocol is gehandeld, niet meer strafbaar. Het thema ligt wel heel nadrukkelijk in de medische context, dat wil zeggen, er moet sprake zijn van een ongeneeslijke ziekte in samenhang met ondraaglijk, uitzichtloos lijden.
Tegelijkertijd is er een sterk accent gelegd op de ontwikkeling van palliatieve zorg en op de technologie van pijnbestrijding. Daarbinnen is geen sprake van euthanasie, maar de toegepaste terminale sedatie – veelal in een hospice - nadert wel heel dicht die grens, omdat het lijden wordt verminderd en het sterven bespoedigd.

Het ‘veld van toegestane euthanasie’ is klein, sterk afgebakend en sluit veel oude mensen die ‘klaar zijn met het leven’, aan dat leven zelfs lijden, uit. ‘De oude mens’ omvat een grote bevolkingsgroep en relatief velen daaruit zouden graag sterven, maar die wens kan niet worden gehonoreerd want de hulp die zij daarbij nodig hebben, is strafbaar. Waar de medische context ontbreekt, vindt men in die persoonlijke wens nergens houvast, ‘nergens’ dan bij anderen in de gedachte dat het een impuls is of een wens van tijdelijke, depressieve aard. Hulp bieden kan worden geduid als een daad van moord, ook onder omstandigheden van aanhoudend psychisch lijden ongeoorloofd en dus strafbaar, tot maximaal drie jaar. Vooral het label ‘moord’ is hier zwaar beladen, ondraaglijk en ongepast.

Velen herinneren zich wellicht ‘de pil van Drion’, een pil waarover mensen zouden moeten mogen beschikken om op een eigen welbewust moment het leven op een humane manier te kunnen beëindigen. Die is er nooit gekomen, maar heel recentelijk verscheen er een boek van Margriet Bordes, ‘Sprookje van een zachte dood’, waarin zij pleit voor een soort van zelfmoordmachine, een afschuwelijk bruut, verwerpelijk woord voor een masker waardoor men stikstof, helium, inhaleert en zodoende zacht zal sterven. Spreek dan van zelfeuthanasie of van een sterfmasker.

Binnenkort verschijnt er een boek van de psychiater Boudewijn Chabot en de journaliste Stella Braam, ‘Uitweg’, en daarin beschrijven zij heel concreet enkele manieren om in eigen regie, zonder hulp, waardig te sterven. Ik zie daar naar uit, niet voor mezelf, maar omdat er voor mensen in wier ervaring het levenseinde is genaderd, een weg van barmhartigheid moet zijn. Een weg waarop men de arts niet tegenkomt omdat aan de wettelijke eisen niet kan worden voldaan en medici – die trouwens principieel gericht zijn op ‘het leven’ – dan al helemaal in moeilijkheden komen als het om hun persoonlijk geweten gaat.

Dat hulp bij zelfdoding strafbaar is, is in wezen te betreuren. Hulpverleners, psychologen, counselors van stichting De Einder en familieleden gaan er (evenals artsen in de medische context) niet licht mee om. Hun hulp is kostbaar: zij staan de burger of een van hun dierbaren die naar de laatste deur verlangt met geduld en begrip nabij en voorkomen een impulsieve, confronterende en verminkende dood, zoals voor de trein of van een hooggelegen balkon springen. Zij spreken er gedurende enkele maanden geregeld over, consulteren bij dilemma’s collegae, zodat er uiteindelijk zekerheid is over de bewuste, consistente wens en dat is in elk opzicht respectvolle, uiterst serieuze en verzachtende zorg voor mensen die in hun ouderdom, veelal met ernstige gebreken, het leven als voltooid beschouwen. Ook al zien zij met verlangen de dood in de ogen, een arts kan hen niet nabij zijn en dat is een gruwelijk te voorkomen impasse. Er moet ook ruimte tussen de regels zitten want anders is ‘gewoon’ leven al niet mogelijk. Niets doen is een opsluiten in onverschilligheid. Maar Goddank dat we er in geen geval lichtzinnig over denken; we kunnen ons ernstig vergissen in de lang niet altijd te doorgronden bedoelingen van mensen. De zo kwetsbaar geworden oudere mens moet vrij zijn en toch ommuurd door liefdevolle bescherming.

[© MN, ‘Een oud leven kan versleten zijn en verdient een humaan sterfbed’. Afbeelding: “Vergrijzing”, paint by Mireille Hulpiau.]

donderdag, februari 11, 2010


Het ritueel van de kus

Pascal, wiens vader al bijna elf jaar geleden overleed, vertelde “nooit veel last gehad te hebben van niet-getoonde-vaderliefde … (..) misschien pas later toen het tot me doordrong dat hij me nooit aanraakte of kuste.” Aangezien hij in het delen van affectie met zijn jongens heel vrij is, kwam opeens die meest pijnlijke herinnering naar boven “dat hij me afwees toen ik hem welterusten wenste met een kus, hij mij resoluut afhield en zei: ‘mannen zoenen niet, vanaf nu geven we elkaar een hand.’ Ik was zes jaar oud.”
Opvallend dat je zo’n voorval nooit vergeet. “Ja, en nu mijn beide ouders dood zijn mis ik hem het meest.”

De kus. Het gekke is, ik had een heel andere jeugd en allerminst een affectieve band met mijn vader maar toch werd de welterustenkus een dwingende morele gewoonte die ik met steeds meer afkeer vervulde, afkeer omdat er in elk ander opzicht niets bleek van waar die symbolische kus voor staat. Pas toen ik een jaar of vijftien was, hield ik het voor gezien. Voor die tijd werd ik nog wel eens teruggeroepen, "Niets vergeten?", "Oh ja, de kus" en ik waaide er een langs zijn wang, zo een als je er tegenwoordig meestal krijgt als een kort loos zuchtje.

Sinds zeker een jaar of tien is de morele code veranderd. De emotie kent meer opties. Mannen geven elkaar, zonder enige homo-erotische betekenis, een zoen, maar het gebeurt wel heel selectief. Je dient als het ware over een antenne te beschikken voor wie dat ‘normaal’ is en voor wie beslist taboe.
Mijn zoon heb ik zeker vijftien jaar lang maar sporadisch gezien. Nu begroeten we elkaar met een kus. Een nadrukkelijke daad van meer dan verwantschap. Tien minuten nadat hij weg was van m’n verjaardag, kreeg ik een sms. “Het was en is nog steeds een mooie avond. Je bent een fantastische vader. Ik houd van u.”
Het ritueel is een daad van schepping, een act van liefde, een verbondenheid die met een kus wordt bezegeld.

[© MN. Het ontstaan van affectie. Photo van Eugeny Kom.]

dinsdag, februari 09, 2010


De waardigheid, mijn wakend oog
Niet de stilste dichter van God

Denken als een vriend
van de mensen, dat is de inhoud
van geloof, mijn gelovig zijn -

want wie heeft mij dit leven geschonken,
in mij de geest gewekt?
Is het juist om zo radicaal

te lachen, gieren, brullen om
wie zeggen waarachtig gelovig te zijn?
Zoals de vogel hier over de kruinen vliegt

is al wat leeft niets dan te respecteren, -
en schurkachtige mensen
die het licht van vrouwen doven, -

ik kijk met traan, met pijn en schaamte,
door ontij verscheurd,
gaat elk mens wel de weg die hij gaan kan?

Ik ken mijn afgelegde, soms droevige weg, maar zie
niet om in wrok want als je lang genoeg aan de steile oever
zit, drijven de lijken van je vijanden voorbij.


[© MN, ‘Het behoud van verwantschap’ in het teruggeven van het eigen leven. Geschreven naar aanleiding van een korte tv-impressie over het meest ondenkbare levenslot van miljoenen jonge meisjes in India, die, levend in minder dan een varkenskot, beroofd zijn van hun eer en onder dreiging van mishandeling prostitué zijn.
Afbeelding: van de Iraakse kunstenaar Vian Sora, “Woman in time”.]

zondag, februari 07, 2010


Een man, cor unum – één van hart

Opeens verandert je wereld weer,
als een vriend van lange jaren, sinds 1959,
na 82 jaar zijn ademtochten heeft gestaakt.

Een gedreven stiller geworden levenskunstenaar,
een onorthodox Bourgondiër
die het onzeglijke hoorbaar maakte,

zowel in klei als in verf, als vormgever van unica,
als schilder zonder dictaat, maar met geheimen,
een man van het geduldige perfectionisme,

maar vooreerst een geliefd man, een ‘thuisman’ die
met Anna in het huis van hun kinderen bleef,
een huis als een museum, maar vooreerst

een huis als thuis, met een man als dromer,
als boeiend verteller die nu in mijn ziel woont als mens
aan wie ik goudgetinte herinneringen bewaar.


[© MN, “Al mijn zintuigen beroerd”. In memoriam Zweitse Landsheer, fotograaf, keramist, kunstschilder,
7 februari 1928 – 3 februari 2010. Eerder schreef ik over hem op 8 en 14 maart 2007 rond het thema
Elk doek heeft in zichzelf gedachten en antwoorden .
Foto schilderij ’Olijfboomgaard´ van Z. L.]

donderdag, februari 04, 2010


Ouder worden is een zegen
De steen van Sisyphus, ik word er niet moe van

“Wilt u jonger zijn dan u nu bent?”
“Nee nee, hoezo?” “Eh … nou ik dacht,
misschien wilt u naar een ander lichaam.”

“Nee, hoe krijgt u het verzonnen?”
“U bent 61 geworden. Wat is uw beroep?”
“Een breekbare dichter, onverbrekelijk met leven,

dat is een toestand, geen beroep.” Alle vorige jaren
woonde zij nog hier. Ik ook. “Eenzaam. U niet?” Een man
op zoek naar eenheid, desnoods alleen.

Een mens met ideeën en verlangens. “Weet u, het is een zegen
ouder te mogen worden, laat mij hier maar wonen,
het is meer dan bewoonbaar en me zo eigen.”


[© MN, ‘Le jour de mon anniversaire’. Afbeelding: “Nest” by Hegyimorc.]

dinsdag, februari 02, 2010


Op de tast naar wie ik ben

Plots wilde ik weer terug naar mijn oorspronkelijke sjabloon, weg van dat witte land en ook niet terug naar de vuurtoren die over mijn eiland waakt, 'back home', zoals het in 2006 begon en ook lange tijd zo bleef. Ook meer tijd nemen voor de belletrie want bladeren op internet is tijdrovend, ook vaak inspirerend maar er blijft minder energie over voor het lezen, nog minder dan een kliekje van het vorige avondmaal.

Zal eens vijf boeken noemen: Edith Ringalda over haar Grote Liefde - onmogelijk natuurlijk met een gewone, 'kleine' man, dat moet wel een Wereldburger zijn, ja, dat was Simon ook. Dan het debuut van Menno Lievers ("De val van Hippocrates"), waarin de dertienjarige Liefco zijn broer naast zich in de afgrond ziet storten en zich mentaal in de afgrond meegesleurd voelt. Is hij een schuldig mens? Zal hij als aankomend arts door zijn moeder vergeven worden? Maar waarom raadt zijn vriendin hem aan af te zien van de geneeskunde?

Atiq Rahimi, een Afghaan die 22 jaar later in Parijs woont, zal me doen luisteren naar een gebroken vrouw in zijn "Steen van geduld". Ze waakt over haar man, in coma teruggebracht van een oorlogsmissie. In die kleine kamer prevelt ze niet louter alle haar ingewortelde gebeden, maar laat ze zich ook gaan in haar woede over de talloze vernederingen en verliest ze zichzelf in een lange monoloog over haar pijn, haar ongeluk, haar grootste geheimen en geeft zo een gezicht aan het lot van miljoenen landgenotes.
Hier ligt een roman van Patricia de Martelaere, "Het onverwachte antwoord" over de identiteit van Godfried, één man, veel vrouwen die van hem houden. Ik vermoed een eindeloos aftasten om binnenin te raken.

"Onverklaarbaar bewoond" van Bert Keizer over het wonderlijke domein van de hersenen. Hij volgt een aantal hersenchirurgen - 'het mes reikt tot in de ziel' - en hun patiënten van zeer nabij. Vol dialogen en pakkende observaties, zoals we Keizer al volop kennen. Hij bewondert zijn collega's om hun durf en vaardigheid, maar deinst niet terug voor kritische vragen ... want de gevolgen van hun ingrepen, kom je niet in een verdraaide versie van jezelf?
Ik moet niet langer treuzelen in mijn sterkste tijd, al ervaar ik deze invulling, dwalen op internet, niet als tevergeefs of zinloos of als nietsnuttige verstrooiing, maar oefenen in een andere aanpak, een die mijn zijn beter kan verbinden met het hebben.
[* MN, bij "Inner strenght" by Santeri Sarkola.]