Pagina's

woensdag, december 29, 2010


Alle volkeren zijn op weg

De tijd tikt alleen vooruit, meer
dan een half miljoen minuten per jaar,
al eeuwen in hetzelfde tempo;

daarom is er alleen maar groei
in beschaving en techniek en welvaart,
maar niet per se in rechtvaardigheid.

….. “in hetzelfde tempo”, daarom bereiken
we elk jaar een vast moment waarop we elkaar in
wel honderd varianten zegenen met goedheid,

daar doe ik nooit voor onder, - en ik wil ook niet
de filantroop uithangen, maar die armste delen
van de wereld, mogen die ook eens gaan ervaren

wat vooruitgang betekent? Als zij maar moeten
aanmodderen, schrapen uit lege potten, dan blijft
de wereld bestempeld met onrechtvaardigheid

en wat stelt die zegen van goedheid dan voor,
minder dan een hypocriet gebaar van egoïsme,
waarom noemen we dat nog beschaving?

[© MN ‘Een gezond en eerlijk nieuwjaar’, van harte –
met een door mij bewerkte foto van de 1x.com-fotograaf Lahor.]

donderdag, december 23, 2010


Ik wens allen van harte een hoop- en vreugdevol, vredig en gezond nieuwjaar, een jaar met veel vlokjes voorspoed, vertrouwen en geluk, zoveel vlokjes als er minuten zijn.
Het is goed elkaar dat te wensen.

[© MN, Kerstwens 2010, met een foto van Marinus Wieten, “Morning glory”.]

woensdag, december 22, 2010


Het land had een doorheen te slonzen witte vacht. Ik was monter opgestaan, maar moest opnieuw naar bed. Kwaad of ontmoedigd over mijn in pijn vastgesnoerd leven. De levensgang van Rainer Rilke is zo gebonden aan angsten en kwellingen dat ik het boek terzijde schoof. Tranen vloeiden als onkruid. Waar is de vreugde gebleven? Een glimlach toen even dat kolossale bruine koebeest traag voorbijliep. Van de vijf verstreken uren lag ik er drie te bed. Het zou ook een wonder zijn wanneer dit plotseling anders zou zijn. Dit etmaal heb ik uiteindelijk ruim 18 uur geslapen. Zo’n slurpgeest is angst.
(100 woorden)

[© MN. Het is de heroriëntatie in mijn bestaan, waarin ik, evenals in 1949, maar traag tevoorschijn kom. Ik kan niet alles verklaren uit diepe moeheid & verdriet & zo geringe veerkracht. Ik ben onthutst, teleurgesteld, aangedaan over de aanhoudende pijn van schedeldak tot schouderblad. De huisarts ziet weinig heil in de huidige medicatie; 18 januari ga ik hier naar de pijnpoli, nog slechts voor een intakegesprek. Ik ben werkelijk blij met jullie gulle hand van warme verwelkoming en hoopvolle wensen.]

zaterdag, december 18, 2010





De eerste dag van mijn late leven

Na het ontbijt keerde ik noodgedwongen terug naar bed, maar een kwartier later besloot ik me aan te kleden. Daar brak de spanning en leek ik een onvermoeibaar mens. Voor het eerst verscheen een Schotse hooglander. Ontroering en verwondering maakten zich van mij meester – alle voorgaande vrees verdween. Met dankbaarheid kijk ik haar aan die mij nabij was en zal blijven, zij op zes, ik drie lager. In de avond maak ik drie collages en hoor het pianospel van Joep Lans en Ferdinand Groos, “Cadanz Immortale”. Zo oud mogen worden, was mijn levenswens. (100 woorden)

[© MN, ‘Vervult van toekomst’ bij drie collages van nr. 107. (Klik op afbeelding, daarna, vermoedelijk, nogmaals.) Welterusten, dank voor aldoor alle steun.]

donderdag, december 16, 2010


Poetry in my mind

Wat is er aan de hand dat het verkeer
op sloffen gaat? Er waait een woeste sneeuw
over het land en plukt zo de behoedzaamheid
uit je hersens, of beter, de zelfoverschatting -

op zeshoog kan ik gadeslaan hoe
de wereld een schepping kan zijn die
we niet in de hand hebben; denk aan ‘aandacht’,
weten we meteen hoe talrijk de bronnen ervan zijn -

niet meer dan wat gedachten uit de waarneming
getekend in het witte krijt, zoals de strooiwagens
zijn uitgerukt om zout of pekel te spreiden, terwijl
ik met volle teugen geniet van “FemmeClassique” en

weet dat we altijd alles uit de kast halen
om de schepping de baas te blijven, dat is
toch geen poëzie, maar een observatie
die ik als een spandoek op mijn akker zet:

“I’m sorry, no poetry for the moment”

[© MN, ‘Nu even niet’, 13 december 19:42 uur. Waarom laat ik mijn pen ook niet liggen wanneer ik haast niet weet hoe ik mijn hoofd moet houden,- maar mijn hoofd is zo vol, ’t is er altijd vloed. I’am waiting with a shaky head, the metamorfose is near, it confuses me and I am happy with M., the guide of my heart - it is peak hours rod run with this pain. Nevertheless, I am really grateful, full amazement and friendship. (Op 16 december om 15:50 uur verlieten de Topverhuizers, tegen de jachtsneeuw in, de H. Marsmanstraat.) – Het is 21:09 uur: natuurlijk is er nog veel te doen, en stapels paperassen die weg kunnen, maar het is al hélemaal mijn huis!
http://www.youtube.com/user/CaherineLaGrande#p/a/u/1/rblk4FNsUdg - Photo by Daniel Metz.]

zondag, december 12, 2010









De kanteling naar een toekomst

Een eenmalige krant met tromgeroffel uit Doetinchem – als een scharnierpunt in de tijd, vertrokken uit ‘Rose Mellow’, ons huis in Rozendaal, naar ‘Het Trommelslag’ in de Gelderse Achterhoek, een ruimtelijk, overzichtelijk appartement aan de oostkant op de 3de etage, met dagelijks een veranderend landschap dat toch helemaal zichzelf blijft.
Met dank aan mijn trouwe vriendin Marieke die als drukker onmisbaar heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze krant.
(Binnenkort komt er een collage van het interieur, zodat je een idee hebt waar, in welke ‘Umwelt’, die dichter – zo noem ik me - nu eigenlijk uithangt.)
(100 woorden)

[© MN. Tot na de verhuisdagen; hopelijk zijn het de laatste hindernissen.]
(Klik op pagina, daarna nogmaals en hij komt prachtig in beeld.)

zaterdag, december 11, 2010


Gisteren zei ik: “Binnen een generatie ben ik vermengd met stof, spoorloos.” Heb daar vrede mee. Er is slechts één conclusie uit te trekken: leef dan vooral nú. Het komt aan op het heden. En in moeilijke tijden kun je je het beste voorhouden, dat ‘ook deze weg ergens toe leidt’, dat is mijn leven lang al gebleken, ook en zelfs het afgelopen jaar. Niet wachten, geen kop in het zand, maar hoog, misschien wel als een vogelkop. Lééf man, mogelijk laat je nog wel een karrenspoortje achter, maar in wezen is dat volstrekt onbelangrijk. Eenmaal dood, stopt je weg. (100 woorden)

[© MN, ‘Ik ben nog op weg’. Photo by Adrian Donoghue. Toegegeven, lang niet alle wegen die ik ben gegaan, zijn goed geëindigd, maar daarom waren ze niet zinloos. Zelfs die vogelkop blijkt van betekenis, ondanks die eeuwige pijn, maar mijn weblog en vele ontmoetingen zijn de vrucht ervan. Misschien vormen ze wel een beter karrenspoor dan de boeken die ik schreef. Ach, ik ben een zeer huiverig draadje vergeleken bij al die groten uit de menselijke geschiedenis, zoals Socrates, Seneca, Augustinus, Dante, Pascal, Montaigne en nog wel een duizendtal, veel later blijkt wie deze eeuwen overleven. Stof of vrucht. ˚ 100 woorden ˚]

vrijdag, december 10, 2010


In vijfmaal zeven dagen ontstaat mijn huis. Het is nu al een weelde. Het gebouw is zijn eigen geluidswal want verkeerslawaai bestaat daar niet. In het oostelijk licht lijkt het zachte geel en grijs op pastelkrijt. Ik kijk uit over een telkens veranderend landschap dat toch helemaal van zichzelf blijft. Een licht bevroren meer waar overheen het rijp van de bomen zich buigt. En op het tijdelijk witte gras zaten roerloos meer dan een dozijn eenden losjes bijeen. Plots stegen er drie op, reikhalzend naar een effen grijze hemel. Wat zal hier nog méér ontstaan, hier, waar ik ga wonen? (100 woorden)

[© MN, ‘Mijn verwondering’. Foto (klik) van Marieke, vanaf balkonrand nr. 107, mijn Tromgeroffel. Nu is het al weer anders dan gisteren. De rijp is opgelost, de eenden zijn weg en het licht is minder fel. Er vloog wel een fazant voorbij. Een kwartiertje later begon het woest te sneeuwen. In het midden van dat meer bevindt zich zowaar een eilandje. Zo blijfdt Het eiland, waar zich in emotionele zin zoveel heeft afgespeeld, voor altijd mijn persoonlijke catacombe.]

donderdag, december 09, 2010


Het stille aangezicht, fine art, de rudimentaire mens in gips gesneden, bewaard in een speciaal gehaakt vangnet. De kwetsbare nijverheid van twee, ik ben er zuinig op sinds het in 1976 voor een paar kwartjes op een rommelmarkt werd gekocht en intussen in vele huizen mijn symbool was voor stilte en eenvoud. Nu voor ’t laatst in de Hendrik Marsmanstraat.
De filosoof Levinas gaat uit van een ‘sterke Ander’, bewust met een hoofdletter om het onophefbaar anders-zijn van de ander te benadrukken. De Ander mag door mij niet gebruikt worden en is nooit ongewild te integreren voor mijn eigen doeleinden. (100 woorden)

[© MN, ‘De ander tegenover mij’. Voor de moeder van mijn zoon was geen haakwerk te moeilijk, het waren denk ik haar uren van tevredenheid. ‘Een vindingrijke dame’.
Hier zie je iets van het geel en grijs in mijn woning. Als het klaar is straks, maak ik wel een mooie collage van het interieur.
Het spijt me dat de wederkerigheid blijft ontbreken; dit is net wat ik kan. Ik begrijp de 'regels' van het spel heel goed, maar kan even (weer) niet meekomen. Welterusten.]

Ergens in de tweede week kwamen we aan in Cheltenham. De man uit de oorlog was snel gevonden. We zijn verrast en loyaal onthaald. In zijn donkerblauwe Buick liet hij ons de omgeving zien. Hij herinnerde zich niet veel van de Oldenzaalse tijd. Hij praatte het meest over zijn duiven, behalve wanneer we ergens kwamen waar hij had gebouwd. Ik kon me voorstellen dat hij op rozen zat. Mari leek plots veranderd in een verlegen joch.
De volgende zomer kwam het echtpaar naar Rosmalen. Ik was er zelden bij. Zij en mijn ouders waren elke dag op stap. Een ‘vergeettour’. (100 woorden) (Fin)

[© MN, ‘Kijk in mijn vergeetboek’. 1969-1970. Er is nadien nooit meer contact geweest tussen beide families. Mijn ouders waren blij toen de week voorbij was. Ze waren helemaal uit hun doen gehaald, dat weet ik nog wel. En dit alles naar aanleiding van de harmonika-man, de straatmuzikant in Cheltenham. Photo: Interieur Plechelmus Basiliek op de Markt in Oldenzaal, - een plaats in mijn hart: mijn grootouders, mijn moeder, de hoek van de Alleeweg en Bentheimerstraat, waar ik dikwijls logeerde en bevriend was met Sjonnie, de zoon van de melkboer die elke dag met zijn paard naar de melkfabriek fietste. (Ook 100 woorden)]

woensdag, december 08, 2010


Ik vond Mari een onhandige snotneus. Hij speelde z’n spelletje en bleef doen alsof de ander – en ik zeker - hem niet doorhad. Geloof wel dat hij de handel in z’n vingers had, ja, uiteindelijk een gladjanus.
Hij reed uitmuntend, maar ook roekeloos. “Je bent er met je kop niet bij”, hield ik hem voor, maar hij gaf zelden antwoord. Pas wanneer we dringend moesten pauzeren, vertelde hij in twee zinnen wat hem bezighield. “Dat snap ik, je moet je vader kunnen tonen dat je een goede koopman bent, uit hetzelfde hout gesneden.”
“Precies, anders kan ik het wel schudden.” (100 woorden)

[© MN, ‘De beste koopman’. 1969. Een tweede reisje met Mari zat er toen al niet in. Photo: Paul Butler’s Father and Son.]

dinsdag, december 07, 2010


We reden in zijn tweedehandse Kever naar Oostende, namen de boot naar Dover en kwamen ’s avonds om een uur of negen terecht bij een rijke collega van zijn vader bij wie we enkele dagen konden logeren. In Newhurst. “Just after dinnertime, how stupid of you Mari”, zei de vrouw met de twee lange vlechten. Mari’s vader was de generaal onder de antiquairs, een afgunstig volkje. “Denk eraan”, zei hij vlak voor ons vertrek, “je moet met het beste thuiskomen, maar laat nooit merken dat je geld hebt.” Zo gedroeg Mari zich ook, alles verliep volgens zijn scenario. Wordt vervolgd. (100 woorden)

[© MN, ‘In vader’s voetsporen’. 1969. Ik was vooral onder de indruk van die villa in Newhurst, een kast van een huis met enorm hoge schoorstenen. Bestudering van de landkaart wijst uit, dat er geen Newhurst bestaat, wel Ewhurst. Een detail dat ik niet heb onthouden. Photo: South Downs near Kingston East Sussex_Corfe castle by Slawek Staszczu.]

maandag, december 06, 2010


Een straatmuzikant in Cheltenham opent een bijna vergeten laatje van mijn geheugenkast. Daar ben ik geweest met de broer van een vriendin, in 1969. Hij was juniorantiquair, zou de zaak van zijn vader overnemen maar moest dat bewijzen met de inkoop van goed antiek in Zuid-Engeland. “Misschien kunnen jullie deze man eens opzoeken in Cheltenham. Hij zat in de oorlog bij ons ondergedoken in Oldenzaal”, mijn moeder gaf een briefje met zijn naam. Hij bleek een welgestelde aannemer, heel gastvrij, innemend en een gulle hand. Een zomer later kwamen hij en zijn vrouw naar Nederland. Dit is onaf, wordt vervolgd. (100 woorden.)

[© MN, ‘Een trigger naar mijn geheugenkast’. Het gaat niet over deze man, naar het is een schitterend portret van een man met passie. Photo: by André du Plessis. Tot mijn spijt zal er de komende weken van wederkerigheid geen sprake zijn, ’t is de moeilijkste tijd waar ik me doorheen moet vechten; misschien kom ik ergens, nu en dan, willekeurig, ik weet ’t niet, wel dat ik het moeilijk vind. Na bovenstaand stukje volgen nog drie bijbehorende 100 woorden en vlak voor de verhuizing iets speciaals. Tegen kerstmis zal alles hopelijk in orde zijn, in het van licht vrede. (ook 100 woorden)]

vrijdag, december 03, 2010


Je gaf me zoveel goeds mee

Plots verschijnt mijn moeder,
ze lijkt wel geprogrammeerd in mijn ziel,
maar dat was toch andersom?

Weet je dat ik vaak dacht, ‘kon ik
maar even om je roepen, of Erna bellen’,
“verdomme, die zijn er ook niet meer.”

Dit jaar kwam er een beukenboom voor je dochter,
over twee jaar is het veertig jaar geleden en
dan eer ik je met een eik, maar wil je

liever een andere, fluister me dat dan in,
gewoonlijk leef ik met alle zintuigen die je
schonk, “Ja mam, de beste komen van jou.”

[© MN, ‘IM Mimi, 13 mei 1923 – 3 december 1972. Al 38 jaar begraven in Maliskamp, bij Rosmalen.
‘De ooievaar’ bracht me ruim een uur later dan mijn in april 2009 overleden tweelingzus.
Photo: “Oak” by Leszek Bujnowski.]

donderdag, december 02, 2010


Het woord kan dit niet overtreffen. Het is een van de actuele natuurfoto’s uit het rijke museum van Klaproos, die dagelijks wel 60 lezers trekt. Ze trekt er ook elke dag onvermoeibaar op uit en schiet de mooiste prenten. (Trekken en schieten, wat een rare taal opeens.)
Het is hartje herfst. Veel droge, grijze dagen. Ik blijf het een wonder vinden, dat het wateroppervlak een spiegel is. Ik sta een eind van die trotse boom vandaan, zie aan gene zijde de oever, het meest keert terug als fletse, huiverende streepjes, maar niet die welgevulde boom wiens top ik bijna raken kan. (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden, met foto ergens in de Peel van Klaproos.]

woensdag, december 01, 2010


Ik vind dat deze gevelsteen ook in mijn archief bewaard mag blijven. Even ontleden. De gedachte is de moeder van het woord, het woord dat vleugels krijgt zodra het van mijn lippen valt, gesproken of geschreven. Het tijdstip is niet van belang. Bij nacht en ontij vindt het als verstild fenomeen zijn weg, zijn bestemming. Het woord bereikt de ander op de vleugels die het van de gedachte meekrijgt, zodra wij vinden dat die ander het moet horen of onder ogen moet krijgen. Wie is de auteur? Sommigen vinden dit kitsch, maar ik noem het poëzie met een filosofische lading. (100 woorden)

[© MN, in de reeks 100 woorden, bij een foto van GerdaYD, genomen ergens in Den Haag. … omdat de auteur het terecht aanwijst als een verstild fenomeen, klik op foto. … en dat tv-scherm en het lampenkapje zijn op het weblog gelukkig niet te zien.]