Pagina's

maandag, september 12, 2011


Dagboek  Bewaar de heelheid alsof het je enige goudstuk is

Woensdag, 7 september
Al dagenlang zit ik hopeloos in mezelf. Het maakt Orithia zo machteloos. Vaak is wel te traceren waarmee het begon en als dan de bron een onveranderbaar feit blijkt, dan is de treurnis absurd en zo zinloos. Vervolgens gaat het niet meer om die bron, maar om het onvermogen me te bevrijden uit die treurigheid of uit de boosheid niet toch een daad te kunnen stellen. De enige daad die ik kan stellen, is loslaten wat me belemmert. Dat lijkt zo’n gezocht gezegde of cliché, maar het is de kern van wat ‘moet’; het verdriet ergens over mag er best zijn, maar niet onnodig lang zodat het zich kan vastzetten. Ik kan er met Orithia over praten en die opluchting moet me genoeg zijn. Het is een wonde die litteken zal worden, maar laat ik mezelf toch verbieden in een vicieuze cirkel terecht te komen. Dat vergroot de schade alleen maar. Het enthousiaste lezen stagneert, ik raak geïrriteerd omdat ik niet uit de voeten kan en telkens afhankelijk ben en daarmee creëer ik zoveel stress dat de pijn de vrije loop krijgt en wat nog heel is verder stukbreekt. Zie hoe betrekkelijk het onvermogen in feite is, ofschoon inzicht en ernaar handelen twee verschillende wegen zijn. Het is geen kwestie van een knop omdraaien, maar met motivatie en geduld naar boven klimmen. Het zou wel veel schelen als je dat met een activiteit kunt ondersteunen, bijvoorbeeld, wat ik al een tijdje graag wil, met het herordenen van mijn boekenkast, maar vanuit een rolstoel is dat een hachelijke onderneming.

Het is 23u10. Een warme omhelzing maakt een einde aan de dag. We zijn beiden zielsgelukkig met onze trouwe en innige verbinding, een onmisbaar plaveisel naar iets dat toekomst heet. Onze liefde is een behaaglijke, bonte tuin. Telkens word ik voorzichtig en liefdevol toegedekt. Ik lig daar en zij heeft me lief. Ik voel haar warme adem. Haar huid is tederheid. Zij en de liefde zijn één, wij ook. Ik voel een geluk dat sinds lang hier niet meer thuis was. “Geluk is gevaarlijk”, zo luidt de titel van een verzameling gedichten van Rutger Kopland.

Donderdag, 8 september
Bij het opstaan voelde ik al dat het een wat betere dag zou gaan worden. Ik ben beter gehumeurd, maar de pijn is nog hetzelfde. Weinig uitgevoerd. De lucht is de hele dag in beweging, massa’s grijze plukken komen voorbij, infinitum. Het miezert urenlang.
Na de lunch ben ik meteen gaan rusten. Ik val elke keer prompt in slaap en zonder wekker word ik twee uur later weer wakker, altijd in verwarring over dag en tijd. Even koffie drinken bij Orithia die net doornat uit de stad was gekomen. In de lift naar beneden verhevigt de pijn. Ik zoek een aanleiding maar vind niks.
Open nu.nl om het nieuws te lezen. Daarna de nieuw verschenen titels gezien. Direct vallen mijn ogen op de biografie die Aleid Truyens over het kleine oeuvre van F.B. Hotz schreef: “Geluk kun je alleen maar schilderen”. Zoals je al reizend in verschillende weers­om­stan­dig­he­den terechtkomt, zo stuit je schrijvend over iemands levensloop op het geluk dat hem nu en dan ten deel is gevallen. Dat schets je ‘en passant’ want het is er nooit doorlopend.
Kort na negenen een plotselinge siddering van het raamwerk. Een vogel? Het was iets ongewoons, geen verbeelding. Ook op het balkon trof Orithia niets opmerkelijks aan, wel waren er meer mensen buiten en die hadden het over een aardbeving. Wat ook, het was een opvallende, vreemde en zeer kortstondige gewaarwording.
Vandaag ga ik anders naar bed dan gisteren.

Vrijdag, 9 september
De Doetinchemse zon laat zich niet zien. Mijn zon evenmin.
Ik dacht er aan mijn collage van 17 schilderijen te vervangen door één groot doek, bijvoorbeeld “de Madonna’ van de Noorse schilder Edvard Munch of “Het lezend naakt” van Jozef Israëls, de schapen van William Hunt of een naakt van Gerhard Richter. De collage gaat uit elkaar en vindt verspreid elders wel een plaats. Een klein humoristisch doek, een glicée, van Marius van Dokkum is ook een wens, bijvoorbeeld “Het kippenhok”, but don’t hurry, live one day at a time. Ach, misschien kan het ook eenvoudiger want het gaat uiteindelijk om wat kleur en schoonheid en met éen zo’n groot schilderij komt de rekening al een stuk boven de 600 euro. Te gek.
Buiten is niets te zien. De wandelaars worden steeds schaarser.
Na het avondeten, macaroni, wel een uur in de cabrio zitten slapen. Als ik geeuw, grijpen de spieren zich aan me vast. De morfinepleister mag ik wel naar 100 verhogen, “maar ’t zal niet helpen, je wordt nog slaperiger.” Volgens de huisarts zal het pas merkbaar effect hebben, als de huidige 75 wordt verviervoudigd. “Dat is sedatie, dan kom ik mijn bed niet meer uit.” Waar is nog enige opgewektheid uit te putten?

Zaterdag, 10 september
De dichte mist van vannacht is helemaal opgetrokken. Het wordt vast een benauwde dag, het is nu, kort na achten, al drukkend, ik word er zo godvergeten moe van.
Vanmiddag zat ik even hier voor buiten. Geen mens te bekennen. Een doods gesticht, - maar gelukkig ben ik thuis eigen baas. Beneden treft je een onbestemde, smakeloze entree aan, een recreatiezaal met een interieur uit de jaren vijftig. Als ik door de brede gangen trippel, is er evenmin enig teken van leven. Iedereen heeft het keukenraam geblinddoekt, alsof daarachter een leven wordt geleid waar je opgewonden van raakt. Het is eenvoudiger, niemand wil worden gezien. Alleen op vrijdag kun je hier tussen de middag gezamenlijk warm eten. Ieder heeft een eigen, vaste plek aan tafel, zoals voor ieder geldt, dat het wachten is op de laatste taxi, op de rook van de laatste sigaret, op de hoge vlam van het crematorium. “Het laatste laken dat ons toedekt is van zand”, schreef Freddy de Vree. Moet ik hier mijn almaar ouder wordende knoken verwarmen?

Zondag, 11 september
Als de man met de vogelkop wakker wordt, vindt hij naast zich een vrouw. Het is Orithia, zijn geliefde, zijn muze voor elk spinsel van dag en nacht. Het zonlicht strijkt over haar lichaam. Zij kent wel zijn cabrio, maar slaat er geen acht op. Zij weet niet wat ze kwijt zijn, alleen wat ze rijk zijn en dat is haar genoeg. Hij beseft dat de liefde anders is dan ooit tevoren, hij is somber en juichend tegelijk. “Ik zie u zo graag”, zegt de Vlaming.
“Er groeien anders geen rozen uit uw schoot.”
De schoonheid van het lichaam letterlijk in de vlakte nabij kan iets oproepen van alledaagse, ik bedoel menselijke Sehnsucht, van intimiteit, van hartstocht, maar de diepere betekenis is als de verhevenheid van een berg: een symbool van overgave, vertrouwen, liefde, van thuis zijn. (We dienen de taal te doorgronden.) Het hogere heeft alleen maar zin als we de voeling met het leven dat eronder klopt niet verliezen.

[© MN. ‘Les jours de l’âme. Photo: ‘Running horses’ by Allan Wallberg.]

11 opmerkingen:

Anoniem zei

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb altijd gewild dat ik dat was,
een lege plek voor iemand,
om te blijven.



Uit 'Geluk is gevaarlijk'. Kopland

Anoniem zei

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras,
ik heb altijd gewild dat ik dat was,
een lege plek voor iemand,om te blijven.


Uit 'Geluk is gevaarlijk'. Kopland

O zei

[........Het hogere heeft alleen maar zin als we de voeding met het leven dat eronder klopt niet verliezen.....]

Léven is ‘wisselwerking’.
Het leven dat er onder klopt, haalt zijn voeding, zijn levensmoed ‘juist’ uit dat zgn. ‘hogere’. Marius, het hogere, of zo je wilt het 'diep-innerlijke' is m.i. onze geheimnisvolle bron van hoop en inspriratie, want daar liggen de fundamenten waarop we in minuten en uren onze herinneringen en daarmee ook onze toekomst bouwen. De bron die we telkens weer bevragen en die in het eigen hart en in de eigen ziel te vinden is. (voor een introvert, dus introspectief type misschien gamakkelijker te vinden dan voor een extravert - voornamelijk op zijn omgeving gericht - type mens)
Maar altijd, met het geheel, treden we naar buiten en zijn we voor ons zelf en voor anderen min of meer Licht of Duisternis...




........ Zij kent wel zijn cabrio, maar slaat er geen acht op. Zij weet niet wat ze (we) kwijt is (zijn), alleen wat ze (we) rijk is (zijn) en dat is haar genoeg.....]

Het mooie dat je kwijt bent stemt een mens verdrietig en verdriet, ook al geeft het juist mededogen en diepgang aan ons bestaan, het verlamt ook wanneer je je erdoor laat opeten.

Het pijnlijke en het ‘niet mooie’ dat we kwijt zijn, dat kúnnen we ook maar beter achter ons laten als de noodzakelijke levenslessen die we ooit nodig hadden en waar we overheen gegroeid en wijzer van geworden zijn.

Sommige mensen hebben - zo lijkt het - meer ‘Talent’ om Gelukkig te zijn dan anderen.
Kijken naar wat je rijk bent, is de belangsrijkste weg om dat latent sluimerende talent dat er altijd is, te ontwikkelen.

Je bent in mijn leven en ik kan dat niet anders zien dan als Grote Rijkdom, hoe je het ook wendt of keert.

Tja.....ahum... veel van mijn meubels staan zoals je weet op wieltjes, dus ook een geliefde op wieltjes is voor mij niet zo vreemd.


je Orithia

Danny zei

Iemand herinnerde me aan dit liedje en dacht, dit wil ik ook met jullie delen - onder deze krachtige weer-spiegeling van alle kanten van het leven:

http://www.youtube.com/watch?v=qA17zHZB4V0&feature=related

Veel liefs,
Danny

Lut zei

Las pas nog dit op een blog, te mooi om niet te delen (ook een whispering of a soul) : “The beginning of love is to let those we love be perfectly themselves,

and not to twist them to fit our own image.

Otherwise we love only the reflection of ourselves we find in them.”

- Thomas Merton -
Slaapwel lieve vriend, wens je zoveel mogelijk Geluk en zo weinig mogelijk verdriet en pijn.

Anoniem zei

Waar de liefde is, is een plaats voor elkaar.
Mooi hoe je erover schrijft.

De zon is vandaag voor jou Marius*

X


Cath*


ps: het biografisch boekwerk van Aleid over Hotsz is heel mooi. Hotsz was een bjzondere schrijver, met een nog wonderlijker alledaags bestaan:-))

Anoniem zei

bijzonder

Hotz


pff ...

Mooie dag en nog een boekentip: het nieuwe boek van Rik Launspach


MAN MEISJE DOOD

x


Cath*

ria39 zei

Omdat ik ook een Vlaming ben, lieve Marius,
eigen ik mij het recht toe te zeggen: doorheen de tijd dat ik hier kom, ben ik u gaarne (graag) beginnen zien. En dat zal zo wel blijven!

ondanks alles, goede moed!

lieve (bijna) nachtgroet,
ria39

Anoniem zei

ik zeg zacht houdoe Marius houd goede moed.

elly zei

Mooi Marius.
Het hogere heeft alleen maar zin als we de voeling met het leven dat eronder klopt niet verliezen.

Lut zei

Nog even iets 'hertalen' : hoe paradoxaal of contradictorisch ook, aangezien je zelf met zoveel angst heb gekampt of nog kampt en nu en dan met de dood in je gedachten zit : DANK om bijgedragen te hebben aan meer levensgevoel toen ik meer in doodsgedachten zat. Het gevoel er te mogen zijn, in tijden waarin een mens kampt met het loslaten van een 'eigen' identiteit en beseft dat een eigen ego eigenlijk van geen tel is. Je aandachtsvolle aanwezigheid en zo veel meer. ach