Pagina's

zondag, november 23, 2008


De hoop is niet slechts een idee
Mijn gemoed is niet zwarter dan het lijkt

Als mijn fysiek dwars ligt en
mijn geest de pijn niet ontwijken kan,
als mijn wangen blozen en

mijn schedel niettemin bevroren lijkt,
waarheen verdrijf ik dan de angst
wanneer ik wankel als wrak hout,

wat rest mij dan te vertrouwen op
wat ik niet bij machte ben, - laat mij
maar slapen op een vilten kussen.

Mijn vingers trillen vol ongeduld met
misslagen, de dichter is zijn draad kwijt,
hij is uit balans, ook zijn wollen mutsje, hij

wil wollen bedsokken en verstrooiing,
droomt zijn geschiedenis, scheuren
in verhalen, weemoed treedt buiten haar

oevers, maar er is altijd nog een overkant
waar het groen is en de liefde, ja,
de liefde is genegen te blijven.


[MN, in 'De man en zijn ziel'. Zij zegt dat dat zij het is, én de sneeuw die alles reinigt.
Mijn gedachten zijn minder helder en op sneeuw heb ik het niet zo meer.
Afbeelding: "Stille morgen" van Hans Dolieslager.]

vrijdag, november 21, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is nu juist de schoonheid ervan (I)

Ik leef in niet zo gemakkelijke omstandigheden en daarom zal ik nu en dan met deze regel volstaan. Een schilderij maakt en vertelt zichzelf en kan het goed stellen zonder mijn interpretatie of relaas, zoals ik dat in november 2006 ook al eens deed – zo’n eigen beschouwing is altijd overbodig, maar des schrijvers ijdelheid wil telkens weer spreken. Ik vlucht niet naar alleen maar schilderijen, hoewel taal en schilderijen, ja, ze doen mij de tijd verstrijken, zij zullen blijven en ik zal gaan, te zijner tijd. (Misschien doe ik het tóch wel, dat woord erbij.)
Het is een doek van de Iraakse kunstenaar Basher, ja, dezelfde als van het doek op 20 mei, surrealistisch; of het je al dan niet aanspreekt, het zegt iets over de ongelooflijke, imponerende kracht en denkbeeldige krachtmeting, zowel in uitbeelding als in kleur, wat een energie, wat een mógelijke, denkbare beweging – mij maakt het gelukkig naar een mooi schilderij te kijken, het is alsof de bewondering alles opzij schuift, bij "Chant", de cd van The Cistercian Monks of stift Heiligenkreuz. Ludwig Wittgenstein zei, "het is (soms) de ervaring de wereld te zien als een wonder."
(De wind blies mijn lange haar geheel in de war. Het geeft niet, het zit daar toch niet op een rijtje.)

[© MN, in ‘A little bit of heaven becomes present’. "The force of nature" by Basher (1948); Basher, the Arabic word for face. Naast zijn streven naar perfectionisme, verzet Basher zich tegen het jachtige oppervlakkige leven. Via zijn werk probeert hij rust, vrede en welbevinden uit te dragen.]

woensdag, november 19, 2008

Een avond valt neder

Je tedere woord, de immense adem
verwart, mijn hart is hel noch vagevuur,
it is like a secret room.

Ik ontwaak in je luide klokken,
ieder heeft meerdere zelven,
"geluk is een lang verhaal".

Verwarring in de woorden van het hart,
zei ze, jouw tederheid in benadering
is als een zachtheid ongekend,

liet mij de jouwe zijn, van waaruit,
in geheime kamers, onze zelven strijden soms
in taal voor een leefbaar leven.

[Het citaat is van Christophe André, waar hij vertelt over het schilderij van Rembrandt ‘De verloren zoon’. MN, in ‘De rumoerige ziel’, a poet in the night. De psychiater C. André schrijft ook: “Je hebt liefdes waarin he tom de vriendschap draait, en je hebt vriendschappen die worden gekenmerkt door liefde” (in ‘De kunst van het geluk’.) Afbeelding: painting “The hidden house” by Paul Christiaan Bos.]

zaterdag, november 15, 2008

Een bordje “Pauze in mijn ziel”

Moet nodig een dichter schrijven
want haar slaapkamer draaide rond
en nog zoveel andere tekenen van onbehagen,
deze lieve dichter, een vechtersbaasje

dat het telkens te verduren heeft,
troosten moet ik haar, maar met welk woord
is er iets van optillend geluk te tekenen
in haar woud van tegenspoed?

Een schilderij kan ik geven, zo met zorg gevonden,
al haal ik mijn kast overhoop, boeken met
leeslinten liggen er ook, maar een beeld van zachtheid,
van tederheid, het spreekt zichzelf, vergt weinig kracht en

dichter in mijn geweven web van vrienden, zij kan
er naar kijken of in dwalen, zij heeft de ogen
van een rebelse geest en weet nooit een einde, lijkt het
wel, in de raadsels van haar zieke lichaam.

Moed wil ik haar schenken, ja, een woord
van aanmoediging kan haar bekoren, vanwaar dit leed
te dragen? Lieve dichter, je bent zo ongelooflijk
wijs, ten volle leven wil je. Hoor me, wanhoop niet.

[© MN, in “De pijn van droefenis wil ik helen.” Voor Ingelien, 'Leeslinten'. Geheel weerloos zijn we niet. Niet berusten kan een antwoord zijn al lijkt het onzichtbaar of zinloos, houd je pen vast want het geeft houvast voor vertrouwen in je voortbestaan, ten slotte is er geen leven zonder ravijnen, houd je pen vast en vergeet nimmer je momenten van trillend geluk. Afbeelding: “De weg naar de ziel” van Amberoos.]

donderdag, november 13, 2008


Gebonden aan méér dan weemoed
La vie et la mort


Wanneer het verdrietigste uur voorgoed is gebroken
en de rituelen voorbij zijn, is ook de stilste aanraking
gesneuveld in de droefenis van het verkillende, schrijnende

sterven. Tranen en mededogen borduren de troost, maar
de prompte innerlijke rouw kent geen patronen en de
gehechtheid is als niet te delven goud. Zo geworteld

ons leven is in haar intiemste, bezonken momenten van liefde,
zo vervuld is ons hart van herinneringen en verlangens
naar een onverbrekelijk weerzien. Het is die eenheid

welke ons de weg wijst vanwaar al wat geweest is.
Zij is voor altijd aan het oog onttrokken, maar verlaat
nooit meer ons lichaam dat wij met pijn van tederheid bewonen.

[MN, in ‘Weerloos tegen het sterven. C’est la vie.’ IM Antje, 16 oktober 2008.
Painting “Undividing heart” by Gilan Ross.]

maandag, november 10, 2008


Liever de rozen dan het zwaard

Tegenover de vreemde of vervreemdende sunrise
kennen we gelukkig ook die van de betovering, wanneer
we beneden komen in een alles strelende lichtval die

ons een leven wenst waarop we in stilte al hoopten,
waar zelfs een bekoring van uit gaat die zwanger is
van warmte, van vrolijkheid, die alle somberheid weet

uit te wissen, zo gemutst wil elke mens graag zijn, licht
gekleed, lichtvoetige gedachten, helder, even onbekommerd.
Voor die een gelukkige morgenstond proeft, weet

dat het leven haar beloften niet slechts geschreven laat,
dat de akkers wel doorploegd zijn en onze zintuigen
op scherp staan voor al dat van deze vrede een illusie maakt.


[MN, in ‘De eenvoud van geluk’ bij een schilderij van Jan van Loon.]

vrijdag, november 07, 2008


Een nieuwe morgenstond elders

Deze is weer anders dan alle voorgaande, natuurlijk, op vertrouwde rituelen na, nee niet zwart en ook niet zwart omrand, maar zo diep vol contrast. Elke morgen vertoef ik bij één van mijn akkers, vaak omheind door een gedicht waarvan de woorden als bindstokken in de aarde staan als de intieme aanraking van gedachten, van huid en diepe emoties en door de lijnen ertussen haar en mij aaneenbinden als een verlangen naar blijvend vertrouwelijke saamhorigheid en eenheid, een omheining die nodig is omdat ik soms, als een windvlaag zei Danny, mijn verstand verlies. Zo verschijn ik voor mijn akker en staat mijn muze ‘avec le coeur bien placé’ er als belofte, als richtsnoer van de dag, de dag die zich toont als een onherbergzame, verontrustende chaos in de wereld en de klaarblijkelijk massale behoefte ‘to transform the world’, maar tevens als een dag waarin de pijn als onkruid groeit en die ontroert door het gedeeltelijk opschorten van het gewone dagelijks leven om plaats te maken voor warmte, mededogen en zorg.

Waar jij bent, wil ik zijn
Terwijl op het dak twee eksters beurtelings hetzelfde bad delen

De zon glinstert door het dunste gele kersenblad,
geeft glans aan de rode amaryllis die ervoor
op tafel staat, met nog witte lelies, de kersenboom is
een en al wind, zodra de kersen plukrijp waren, verdwenen

ze in hongerige of begerige snavels, dat is me liever
dan dat de zon verdwijnt, dan dat alles dof wordt,
dor, duister en dood.
Het is vrijdag en ik zie door de vensters

heen mijn godin van de gezondheid,
niets van haar schoonheid wordt verhuld,
wel de belofte, maar dat is het leven, een leven
vol symbolen, kille wind, soms amaryllissen en de zon,

dié te zien, zegent al mijn morgenstond,
ik weet ‘t , soms in horten en stoten
dringt tot mij door wat leven is,

is dat omdat onder mijn huid de dood zit?
Ik wil leven de jaren die ik krijg, zonder harnas,
ten volle, hoor je, dat is toekomst.

[MN, Een meditatieve compositie. Worden we soms in een van onze zelven, die volgens Fernando Pessoa ieder van ons is, niet moedeloos geraakt door bijvoorbeeld de langdurige, schrijnende verschrikkingen in Congo, elders de tragiek áchter de economische malaise? Het leven als hel en vagevuur met minieme vlokjes genade en hemel, maar heel ons woord is afgezaagd en versleten, “uitgewoond“, vond Amadeu de Prado. ‘Pijn’ staat (ook) voor ziekte en ‘opschorten’ duidt op zorgverlof, tijd nemen, er zijn. Afbeelding: photo, “Strange sunrise”, by Shaahin.]

maandag, november 03, 2008


Soms is de wereld de wereld even niet meer

Eerder schreef ik over ‘de monnik en de heiligheid van het leven’ en of je daar nu wel of niet iets mee hebt, is helemaal niet van belang, want toen ik me afvroeg wat ‘de faam van de heiligheid’ toch zou kunnen betekenen, kwam ik uit bij de individuele nederigheid en schreef regels over de kunst ons persoonlijke leven zo licht mogelijk te maken zodat het draaglijker en eenvoudiger kan worden. Keer en draai dit zoveel je wilt, maar daar gaat ons verlangen veelal toch naar uit.
Het lukt me vaak voor geen meter zo te leven. Toch grijp ik de pen, ploeg mijn akker maar weer om en terwijl mijn ploegschaar voortgaat, voor na voor, denk ik eraan mijn woord aan het zwijgen te geven want ik zie de wereld even anders, ik wil hem niet eens graag binnenlaten. “Zoek een mooi schilderij”, zegt G. lief en bemoedigend, “ze kan even schuilen in ons licht en onze hoop. Hebben we iets anders dan?”
Het is waar liefste zusje, als wederhelft ben ik gekomen, ik sta met lege handen maar ik durf bij je te blijven ook al splijt de grond onder mijn voeten.

[© MN, in ‘Schuil dan in ons licht’. Painting “The soul and the world” by Mihail Aleksandrov.]

woensdag, oktober 29, 2008


Twee gedichten voor Allerzielen, 2 november, elk in een eigen cel van het hart, van de ontmoeting, de ontroering en de herinnering. Allerzielen stamt uit de Benedictijnse traditie, waar het waarschijnlijk in de 10de eeuw voor het eerst werd gevierd.


Onder waakzame ogen haar reis gegaan

Toen eenmaal haar lichaam bewoond werd
door almaar teisterende pijn, brak haar geest
naar de grens van daarginder, anderhalf etmaal lang,

naar het land dat wij niet kennen,
het land van herkomst dat ook ons ooit
verwacht. Zij stak liever niet stil

en ongezien naar de overkant,
maar ze werd niet meer wakker, zij zag
niet ons treurig oog, maar voelde wel onze kus

van troost op haar zijdezachte huid. Zo wilde zij gaan,
in een onbekend besef, dat zij in ons woont,
zij, in ieder van ons zolang wij leven.


[© MN, “IM, Antje die wel voorgoed slapen wilde”,
23 juli 1920 - 16 oktober 2008, in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg”, een gedicht over de ontroerende schoonheid van ouderdom, hoezeer wij het ook herkennen als menselijk lijden, als een slijtage die niets dan tranen wekt. Afbeelding: peinture “Le coeur” par Sophie Costa.]

Zoveel tederheid nu gedrenkt in droefenis

Elis, mijn lief, waer bestu bleven
mi lanct na di, gheselle mijn du coors
die doot, du liets mi ‘t leven.

Een milde herfstzon wenkte naar ons gesprek
ook al bleef een dikke traan onverborgen, “was
samen met haar gaan niet mooier geweest?”

Zie mijn oude, eenzame hart, Elis, het blijft vervuld
zoals in alle seizoenen en meer dan vijf decennia
verknocht aan jou, mijn zielsverwante, mijn zegen.

Je bent gehemeld, maar waer bestu bleven? Ik leef
de winter van mijn leven, het is het zwaarst wat ik ooit
torsen moest, in het geluk van de troost, dat wel. Ik wis

mijn ogen, wazig nog van al je tederheden, zet de kraag
omhoog en fiets naar huis, onze oude niche vol symbolen,
elke meter meisjelief herinnert mij aan gestorven rituelen.


[© MN, voor Dave. De eerste strofe is vrij naar Jan Moritoen, ca. 1400.
IM Elis 19 april 1926 – 24 augustus 2008. Afbeelding: schilderij van Wil Lof.]

zondag, oktober 26, 2008


Elk mens haar innerlijke oevers

Na elf maanden pijn en zichzelf willen zijn
kwam het gevreesde woord met zelfs
een explosieve groei. Welk mens kan zo’n schok

verdragen en tegelijk de hoop omhelzen waar
die niet te vinden lijkt, anders dan in de eigen ziel
en doorheen de tranenwaas in de getroffen blik

van man en dochters, van broers en zus - toch
is het die warmhartige nabijheid die het denkbeeldig
noodlot wil doen verbleken, haar helpen wil

het onvermijdbare pad draaglijk en begaanbaar
te maken, met zonlicht door de schaduw van haar leven,
zij, als een vroedvrouw delft zij alle verdwaalde kracht, als

een kwetsbaar wezen neemt zij uit onze handen,
tegen alle deernis komt troost en liefde, leest zij onze ogen,
traan tegen traan, jouw gevecht is ook het onze.


[© MN, ‘In een aaneengevlochten leven(sleed)’, fragment in Reken op wonderen. Afbeelding: painting by Deborah Walker “Fresh and timeless”.]

woensdag, oktober 22, 2008


Een sterven gekleed in liefde

Op de zesde dag na Dinsdag is zij begraven,
een oude, wijze vrouw met pijn en tegenzin aan het bed
gekluisterd, geweven in een krans van zorg en aandacht.

In de dood herkreeg zij weer haar pastelkleurige, zachte
huid van liefde, van zorg en gastvrijheid, hoe bevreemdend,
maar de dood is niet enkel wit of bleek, maar verlossing of vrede.

Voor dag en dauw elke morgenstond omhelsd door haar dochter
want zoals anders, het zou haar aan niets ontbreken. En zo werd zij
in het mooiste licht van het seizoen in de aarde gelegd,

door de zon op de klok van twaalf waren alle kleuren te geef, de
wind was stil, de saamhorigheid veegde de tranen van ieders wangen
Het einde van een vaarwel met bloemen voor daarginder.

[MN, in "Een laatste ademtocht". Painting Past-Present-Future by Julie Ann Smith.]