De onthechting. De troost. De onbaatzuchtigheid[De aardgeest IX]
Bij mij thuis hangen overal m’n aquarellen. Soms schilder ik zelfs rechtstreeks op de wand. Ik heb weinig meubilair. Wat de inrichting betreft heb ik nog niet het minste esthetische gevoel. Het enig belangrijke is een ruimte waarin je kunt pingpongen. Het interesseert me niet hoe die ruimte er uitziet, als hij er maar is. In mijn huis in Californië is het de mooiste kamer. Vroeger was het de salon, maar ik dacht: “Zum Teufel mit dem Salon. Het kan me niet schelen, ik maak er een pingpongruimte van.”
Enige jaren geleden woonde ik er een paar maanden alleen. Mijn vrouw, de moeder van mijn kinderen, had mij verlaten. Alles in huis behoorde aan haar: al het meubilair en zelfs de tapijten. Ze heeft niets laten staan, en van de ene op de andere dag was mijn huis volkomen leeg. Bovendien waren de kamers tamelijk groot en de vloeren overal kaal. Ik heb me toen zelfs een paar rolschaatsen gekocht en rolde van de ene kamer in de andere. Heerlijk vond ik het niets meer te bezitten. De leegte. De ruimte. De vrijheid. Ik voelde me honderdmaal gelukkiger dan voorheen temidden van al dat meubilair. Het weinige dat ik daarna kocht, was van geringe waarde. Dat was mij om ’t even.
Zo gaat het me nu nog: ik heb een vriend die bij elk bezoek iets voor mij meebrengt – bijna altijd een meubelstuk. Hij heeft werkelijk het idee dat ik dat nodig heb, maar telkens zeg ik hem het rustig weer mee terug te nemen.
Ik houd van eenvoud, van soberheid. De schoonheidsleer, de fraaie composities waarin allerlei spullen te plaatsen zijn, ach neen, dat zegt me niets. Zeker, de zin voor schoonheid die Japanners zo eigen is, vind ik fascinerend en is wat ik het meest in hen bewonder. Maar dat neemt niet weg dat het mij persoonlijk onverschillig laat.
Ik zei daarnet iets over de muren in mijn huidige woning. Wel, in de kamer waarin ik aan mijn aquarellen werk, staan de muren vol met woorden, namen en citaten van auteurs die ik bewoner. Tekeningen ook. Trouwens, ieder die bij mij komt, mag met de muren doen wat hij wil. Zo staat er van alles in alle talen. Van het meeste begrijp ik niets, maar ik vind het komisch. Mooi dat het er staat en het verveelt me nooit.
Van tijd tot tijd gebeurt het dat ik midden in de nacht opsta om op de muur een zin te schrijven die mij bij het lezen van een boek was opgevallen. Of het gebeurt dat ik ogenblikken uit mijn leven sta op te schrijven ... die ik in idiote of obscene zinnen uitdruk. Nog niet zo lang geleden deed zich zo’n periode weer voor. Ik leed aan slapeloosheid. Om drie uur ’s morgens stond ik op en begon aan een aquarel, maar onder het schilderen kon ik het schrijven niet laten. In zekere zin bedierf ik er de aquarel mee, maar toch, er ontstond iets ... een melange. Denk aan illustraties in oude manuscripten of aan de Perzische schilderkunst: het handschrift was daarbij heel wezenlijk. In onze westerse spraak heeft de schoonschrijfkunst niet meer de betekenis die het heeft in China of in Japan, vandaar dit onomwonden nabootsen op muren of aquarellen. Het is voorgekomen dat een Chinese of Japanse gast in deze tekens een betekenis in hun eigen taal herkenden. Dat is toch frappant. Wonderlijk. Zo instinctief geschilderde symbolen, kennelijk zo natuurgetrouw ... in wezen vind ik dát nu juist het “comfort” ...
Nu ik het hierover heb, schiet me een bepaald gezegde te binnen. Over Jezus spreekt men als de ‘great comforter’, in het Frans heeft men het over ‘le grand consolateur’. Maar ‘grand réconforteur’ zou een betere uitdrukking zijn. ‘Réconforter’ (versterken, troosten) is een mooi en betekenisvol woord. Comfort hebben we niet nodig, maar troost is onontbeerlijk. Het belangrijkste is dat er iemand naar je luistert als je in de puree zit. Je hoeft niets te zeggen. Niets te geven als alleen het luisteren. Het lankmoedig luisteren, dat is een gave. Ik kom nog even terug op wat zo bijzonder is aan de Chinese wijsheid: het onderscheidingsvermogen. Er is alleen het leven dat altijd meer dan goed is, meer dan het zich laat uitdrukken. Slechts de mens is dwaas, krankzinnig en tegen zijn situatie niet opgewassen. Mislukkelingen zijn het.
Men moet zich niet aanmatigen over goed of slecht te oordelen als men het over het leven heeft. Leven betekent energie ... een onuitputtelijke bron van energie. Wat hebben moraal en ethiek daarmee van doen? Het is eigenlijk een kwestie van gezondheid. Dat betekent leven: de energie die wij nodig hebben. Ik aarzel niet dit te zeggen. De mens heeft zich religieuze en morele principes eigen gemaakt die zondigen tegen het leven, tegen dat wat ik gezondheid noem. De aanslag. Want de wijsheid van het hart en de gezondheid zijn onafscheidelijk.
In dit verband herinner ik me een boek met een grafische afbeelding die een soort machine, een buizensysteem, voorstelt. Het laat zien dat water altijd vloeien moet, dat het bloed vloeit en circuleert, dat er nergens een afknelling of blokkade mag zijn, maar dat alles onophoudelijk in beweging blijft. Een eeuwig komen en gaan. Dat in stand houden, dat is gezondheid. Het is misschien wel 25 jaar geleden; ik zat behoorlijk in de nesten, was zeer verward maar ook hevig verliefd op een Griekse vrouw. Desondanks, de zelfmoordgedachte sloop bij mij naar binnen als een klein verslindend dier. Maar ik ontmoette iemand die mij aanraadde naar een Indische man te gaan, een Swami. Een wijs man. Ik had al eens van hem gehoord maar kende hem nog niet. Slechts naam en faam. Hij heette Provananda en was een vriend van Aldous Huxley. Ik heb hem opgebeld en gevraagd of hij mij voor een paar minuten ontvangen kon. Hij antwoordde meteen: “Ja, natuurlijk, kom wanneer u wilt.” Ik zei: “Morgen?” Hij stemde toe: “Goed, morgen.”
Maar nu het vreemde: nog dezelfde avond, dus nog voor mijn ontmoeting met hem, waren al mijn problemen opgehelderd. Kwellende zorgen waren plotseling verdwenen. Een wonder? Het was eerder een gevolg van de wijze waarop hij mij te woord stond: Ja, kom gerust. Ik ben tot uw beschikking. Kom wanneer u wilt. Ik geloof dat dát de bron is van mijn ‘genezing’.
De volgende dag ben ik toch gegaan. Ik herinner me nog precies hoe ’t ging. Ik klopte aan, hij opende de deur, en ik zei “Goedendag. Neemt u me niet kwalijk, maar weet u, het is niet meer nodig. Alles is opgeklaard.” Hij pakte mijn hand en zei: “Maar komt u tóch even naar binnen. Misschien heb ik u nodig, ik heb ook mijn problemen en mogelijk kunt u me daarbij helpen ...” Het was fantastisch. We hebben ongeveer een uur met elkaar gesproken. Misschien heb ik hem echt wel geholpen, dat gevoel kreeg ik wel. Wat een mens! Wat een houding. Wat een gave. In zekere zin was hij het wonder. Het wonder dat zich uitte in het onmiddellijk er in toestemmen mij te ontvangen.
Wat je in dergelijke situaties nodig hebt, is een open oor, iemand die bereid is een ander aan te horen. Zonder vooroordeel, doch ook zonder toegevendheid. Hoe vaak gebeurt het niet dat een vriend die in moeilijkheden zit iemand opbelt erover te praten. Men hoort hem even aan, maar denkt tezelfdertijd: “Mijn hemel, wat heeft hij nu weer?” Onze reacties zijn meestal weinig oprecht, “und wenn sie nicht aufrichtig ist, sind wir selbst es auch nicht.”
[Afb.: aquarel van Henry Miller, “The procession”, 1973.]
11 opmerkingen:
Hij kon dan wel voor het lege zijn, het kale interieur, maar hij versierde dit wel met aquarellen en teksten, wat toch aanwijst dat een mens niét in een échte leegte leven kan. Of heb ik het mis?
Hoe meer je me over hem laat lezen, hoe boeiender hij wordt.
Vooral de historie met de Sawmi spreekt me in deze aflevering erg aan...
Man, wat heb ik veel geleerd in zo een korte tijd, deze tekst heeft me echt aan het denken gezet. Ik heb meteen een link naar uw blog op mijn blog gezet, daaraan zie je dat ik uw schrijven zéér op prijs stel.
Deze swami was waarschijnlijk verlicht, en dus onthecht. Onthecht aan het probleem denken waar we met z’n allen zo goed in zijn. Deze man weet wat ontmoeten is in de ware zin van het woord. Genezend, therapeutisch, liefdevol. Hoe mooi kan dat zijn.
Het blijft fascinerend, die passages over de Miller uit jouw boek marius
Een luisterend oor ... Je moest eens weten hoe lang ik daar al naar op zoek ben. Hoewel ik er zelf een ter beschikking heb, voor anderen, kan ik dat helaas niet aanwenden om met mezelf in het reine te komen.
't lijk me heerlijk om zo tussen de aquarellen te leven, alsof je er deel van uitmaakt...
De kunst van het echt luisteren en aandacht voor andere mensen . En je krijgt altijd terug wat je zelf geeft !
Een luisterend oor, een zwijgende luisteraar. Kan het verschil maken. Geweldig stuk dit!
Krijg er een beetje een koud gevoel van,leegte ....en gevoels/kreten/uitingen op de muur...,zie maar... wat je doet of laat,lijkt meer op verlatenheid dan gelatenheid, maar ik lees het wel denk ik...kan alle kanten op..
Je weet het in ieder geval mooi te beschrijven....
* denkt* Marius. Biografie/weblog?schrijver. moet ik je zo aanduiden? ...
Dag Marius, ik ben aan het lezen, hoor ! zit ondertussen aan VII, heb al wat op een blaadje gekribbeld, maar zit wat te druk momenteel, dus ik kom er nog aan, hoor.
Hey Marius! schilderij op mijn log gevonden hoor, (helaas) is er sinds die tijd veel veranderd.
Je schrijft mooie teksten, echt om over na te denken, sommige moet ik wel een paar keer lezen, maar het is zeker de moeite waard ;-)
Een reactie posten