Het broze wezen en de dienaar“Die Zeit ist mein Besitz, mein Acker ist die Zeit”
Het kost heel wat kruim een dichter
en mezelf te zijn, maar is dat niet
juist al wat de moeite waard is?
Laat mij maar ploeteren, van vroeg
tot laat want vastzitten aan gewoonten
slijt, discipline niet, zo verzet ik mijn wegen.
Ik ben een dichter zonder lawaai, een zachte man
die sober is. Ja, ik ben allergisch voor een morsig
leven en zoek de moed om te dienen.
Een mens die mogelijk rijker is aan taal dan aan liefde,
maar mijn ziel noch eiland is een vreugdeloos
gevang. Ik ga er nog niet vandaan.
[© MN, in Met gespitste oren luisteren, in het deel ‘Zijn mijn leven en geluk nog wel gaaf?’,
met een wijsheid van Goethe. Afbeelding: “Tristan” van Stephane Fugier.]
19 opmerkingen:
mogelijk rijker aan taal dan aan liefde... maar hoe kun je liefde verwoorden zonder deze eerst te hebben ervaren ?
en hoeveel liefde ervaar je niet weer door die woorden ?
en marius, met jouw liefde voor taal bereik je ons allemaal =)
'Hoe broos is alles hier beneden' las ik gisteren in kalligrafie gebeiteld op een rol van een boerenkar.
Marius, wat schitterend, de mannelijke koorddanser, zittend. Hopelijk houdt hij het nog járen vol, want het vergt heel veel inspanning en moed. En hij is zó rijk aan taal, waar haalt hij het toch dat hij minder rijk aan liefde zou zijn? En wie dient mag ook wel eens gediend worden ! ;-)
Fijne zonnige dag, jij zachte dichter !
Ps En blijf jij maar goed jezelf en in je kracht staan !
Natuurlijk. Blijf bij jezelf, dicht naar je aard.
Wat past de foto ook mooi bij dit prachtige gedicht ! En je bent rijk aan taal én liefde. Je hebt zoveel integerheid in je. En integere mensen hebben gewoon altijd veel liefde in zich !
Inge zegt het precies zoals ik wilde schrijven. Alleen wie liefde heeft geproeft, zal er over kunnen schrijven zoals jij dat doet...
Mooi zo!
Het zonnetje schijnt, en buiten heeft de zon de kou nog niet verdreven.De bomen verkleuren, verliezen langzaam hun blad.
Spinnenrag glinstert in de zon.
Herfst op het vastenland.
Ja blijf jij nog maar een poosje bij jezelf en op je eiland.
Het gaat prima zo toch?
Dat is toch, lijkt me, het heerlijke van een web-log; de bijzondere reacties, die je, volgens mij, toch een heerlijk gevoel geven.
Mooi gedicht van een man met een zuivere ziel.
Ik moet je wel zeggen dat ik geneigd ben die man onder zijn voeten te kietelen:-)
en *streept het woordje "nog" in de laatste zin zo maar door*
Bloem
ahhhhhhhhhhhhhhhhh
* zucht*
marius... wat een prachtig gedicht heb je weer tevoorschijn weten te toveren...
aahh ik krijg het er helemaal warm van.
wat ben je toh een kunstenaar..
ik ben vol bewondering.
liefs
klaproos
> Veel dank. Ja, het doet goed zo te worden gewaardeerd Wat is het woord dank dan toch schraal.
En dan te bedenken, dat de keuze is reuze...
Ben jij anders dan een ander
ja natuurlijk jij bent jij
want je bent apart geschapen
uit een ander hoopje klei
kijk gerust eens in de spiegel
naar het kunstwerk dat jij bent
jouw gezicht, jouw lijf en leden
jouw karakter, jou talent
zie je wel je bent een wonder
niets aan jou is saai en grijs
wees maar jij en blijf bijzonder
zing gewoon je eigen wijs..
© Susan
En dàt doe je, lieve Marius. Telkens en telkens weer op dit blogje van jou, waar ik maar niet genoeg van krijgen kan.
Ook van je reacties niet, het zijn snoepjes voor de geest...
@ Marius, Ik vind het woord dank niet schraal hoor. Het woord dank kan iemand zijn hele dag goed maken, en een warm gevoel achterlaten...
Het is een woord dat misschien te weinig gebruikt wordt in onze huidige maatschappij...
en daarmee zegt redstar weer precies wat ik ook wou zeggen !
Koorddansend tussen minder loggen om meer liefde te kunnen geven en blijven loggen omdat de liefde voor taal een uitlaatklep zoekt?
Ik denk dat jij prima in staat bent om beide naar tevredenheid te combineren. Wanneer je kunt liefhebben zoals je schrijft, dan moet dat geen probleem zijn. :)
vastzitten aan gewoonten / slijt, dicipline niet, zo verzet ik mijn wegen. Mooi! dank je. Gaat dat over tegenwoordigheid?
Moest even aan jou denken, Marius, toen ik het volgende gedicht las:
Non omnis moriar
(niet geheel zal ik sterven)
Soms, als een distel door dik asfalt,
barst er een regel poëzie
de taal van mensen in.
Zo werd de Dapperstraat een plek
van hoge adel en duurt de Mei
al meer dan honderd jaar.
Zo wijs ik soms mijn kleine zoon
des avonds op een fonkelend verschijnsel
en roep: O Venus, felle star.
Hij corrigeert mij wel, maar geeft
het later toch misschien weer door.
Het lijkt zo'n magere troost,
te bedenken dat lang na je dood
een jonge vrouw een woord van jou
nog op de tong kan nemen.
Het is ook wel een weelderig genoegen,
niet geheel dood te hoeven.
© Jan Eijkelboom
Een dichter zonder lawaai is nog wel zo mooi en die eer ik ook, want aan mensen die zich nooit te beroerd voelen om de eigen loftrompet te steken, heb ik een behoorlijke hekel.
Een reactie posten