Pagina's

dinsdag, mei 26, 2009


Gedachtesprongen. Een handvol leven

Eigenlijk wilde ik me verdiepen in Pietrasanta, maar het ontbreekt me aan energie. Eigenlijk zou ik gewoon naar buiten willen, maar de storm zou me wegblazen. Ik zat hier wat rond te kijken en wilde eigenlijk weer ‘de oude’ zijn, maar de onaangedane man is verdwenen, ikzelf gelukkig niet. Ik zie dat mijn eiland is veranderd. Het was heel overzichtelijk, beantwoordde aan mijn maat voor esthetica en nu is het overvol, alles gereed om eens te verhuizen. Ik zie ook dat het leeft. Het is wel dode materie en niet onmisbaar, maar alles heeft zijn betekenis behouden, net zoals het land voor de beesten die eigenlijk goud spinnen van hun dagelijks hetzelfde vreten.

Geen ‘man zonder eigenschappen’, zoals de romanreeks van Robert Musil luidt. Zie ik het geheel, zie ik ‘een man en zijn fascinaties’, voor religie, voor kunst en literatuur. Ik ga van links naar rechts. Een man na zijn tweede trauma, het herseninfarct. (Nou én? Wat me tegen­valt, is dat ik, toch zestig jaar, mezelf nog altijd moet leren te relativeren.) Het was januari 2008, Groot Klimmendaal, een moeilijke tijd. Een tijd met een ‘eigen rijk’ in een modern ge­sticht met therapeuten zoals de beste koningen, even bekwaam als betrokken. Toen ik van het gerucht hoorde over een ontslagdatum, schreef ik een uitvoerige argumentatie om die da­tum nog flink opgeschort te krijgen, maar later bleek dat de zorgverzekeraar dit ‘niet zou pik­ken’.
Dan een stilleven, gefotografeerd door Enno, een estheet. Een man en een vrouw, een gastvrij huis als een museum voor beeldende kunst en literatuur, een landschap waar het gonst van mu­ziek en een bloeiende milieuonderneming. Daarnaast het omslag van mijn nog te voltooien ge­dich­ten­bundel, ‘Mijn leven geen trompetgeschal’, de optocht van Roland Devolder. Het lijkt zo’n somber schilderij, maar het is een schittering van eenvoud.

De vierde foto staat voor schilderkunst, alswel voor vrouwen, voor erotica, voor schoonheid, voor het vermogen ons leven in beelden uit te drukken zodat ten minste daarin is vastgelegd hoe we leven en wie we zijn. Dan de historie, niet exclusief de Holocaust maar als een niet te negeren deel van de tijd van ons persoonlijke mensenleven, waarbij het me treft dat die foto wel gedateerd is, deel is van een omlijnd tijdperk, maar tegelijk exemplarisch voor vele tegen­woordige vuurhaarden. Ryszard Kapuscinski en Tiziano Terzani zijn beiden zeer bijzondere journalisten waar het om ‘moderne geschiedenis’ gaat. De tragiek is onnoemlijk veel wijdser dan de foto suggereert. Het is niet alleen maar ‘dié tijd’ of ‘dit continent’. Bij historie gaat het me ook niet primair om de achtergronden van gewelddadige perioden in de wereld, maar om de binnenkant van zo totaal andere beschavingen.

De drie daarop volgende foto’s tonen mij en de wereld van boeken, het ambacht van schrijven. Ik publiceerde hier wel eens een lijst van favoriete boeken, maar sommige auteurs zullen hun plaats moeten afstaan aan anderen. Mercier, Murakami en Terzani en Grossman kunnen on­mo­gelijk onvermeld blijven, Barbara Reynolds over Dante evenmin. Ik ben niet de schrij­ver ge­worden die ik had willen zijn, maar ik zie terug op een fikse stapel boeken en op vele tien­tal­len vakpublicaties, waarvan ‘Raak me (niet) aan’ tot de laatste tien behoort; het zal dui­de­lijk zijn, dat het juist gaat over de behartenwaardigheid van de aanraking.
De achtste foto speelt zich af in Corneillan, Zuid-Frankrijk, ongeveer 50 km van Lourdes van­daan: mijn cappuccino in foto 9. Maar foto 8 staat symbool voor het gesprek, anderen noemen mij ‘de man van de ontmoeting’, terwijl de twee volgende foto’s typerend zijn voor de soli­tai­re kant van mijn bestaan, een in de tuin van het Goethe-Haus en een in Over Lang­broek, er­gens in de buurt van Wijk bij Duurstede. Overigens had ik best een dagje langer in Lourdes willen blijven als de waanzinnige drukte me niet zou verdrijven.

De laatste drie. Op weg naar de ontmoeting tijdens de heuglijke familiedag vorig jaar oktober. Dan weer de stilte van het eiland en tenslotte nog een zelfportret daar, ‘in vredige staat’, in het voorjaar van 2007. Vanmorgen ontdekte ik op mijn laken een geschreven gedicht: “Pijn­boom­pitten, ken je die?”/ “Zakken vol ervan, hoeveel wil je?”/ “Zeg maar, hoeveel wil je kwijt.”/ “Alles.” (Ohne Widerlegung herausgeflogen.)


[© MN, in de reeks foto’s en schilderijen (nr. 29) met 15 zelfgeselecteerde items voor een collage.]

maandag, mei 25, 2009


Every picture tells a story, that’s the beauty of it (28)

Het eerste is een mobile-shot by Chrisje ergens in de zomer van 2006 bij de Orangerie van kasteel Rozendaal. Op het zelfbedieningsterras daar zie je uit over een schitterende rozentuin en waan je je werkelijk op vakantie; het is helaas te ver lopen. Meestal draag ik zwart, soms iets van paars. Het enige lichtpuntje op dit kostuum is het gouden boekje dat ik kreeg bij het verschijnen van het tiende boek. De tweede foto is een metafoor (van Adri Kol), “Mother of universe”, zij omspant en draagt de wereld. Een symbool van het matriarchaat? En dan volgt een portret toen ik van alle verwondering even bijkwam in het restaurant van het Bachmuseum in Weimar, in de laatste argeloze zomer van 2007. Een ware vogelkop. Ik droeg mijn haar in een wat ‘ongelukkig uitvallend staartje’, maar mij hinderde dat geenszins. Het was mijn laatste lange en onafhankelijke autotocht naar Goethe, Bach, Nietzsche en Buchenwald.

De vierde foto is onmiskenbaar een pentekening, maar een heel bijzondere doordat die uitsluitend uit kringeltjes bestaat. Toen Henry Moore (1898 – 1986) eens op een terras zat, vermoed ik, zag hij dit tafereel in de weide waarop hij uitkeek. Hij tekende snel een silhouet, bestelde nog een cappuccino en krulde op z’n gemak maar heel geconcentreerd de schets tot een unieke tekening. Het is het mooiste schaap dat ik ‘in stock’ heb. Moore is natuurlijk vooral bekend van grote abstracte bronzen en marmeren sculpturen; hij leefde erg zuinig en doneerde veel geld aan scholing en promotie van schone kunsten. De vijfde is an oil on canvas, “De uil”, de gezellen van de angst, is van Jan Mankes (1889 – 1920), waarvan hier helaas het bovenste stukje ontbreekt. De schilder is in Meppel geboren, aan de Sluisgracht. Hij was een zeer actief en allerminst marginaal kunstenaar. In oktober 1918 werd hij getroffen door de Spaanse griep, hij kwam er weer bovenop, maar was erg verzwakt en moest vaak en langdurig het bed houden. Hij overleed in Eerbeek, 31 jaar.
Ik heb veel werk met de titel ‘silence’, en wat variaties erop, maar dit is meen ik door mijzelf “Stilte” genoemd. Het origineel is een groot zijden doek, zacht en warm zijde met een beetje vilt, gemaakt door Yvette Cals. De kleuren en de toevallige plooien erin zijn zó bijeengehouden en in harmonie dat ik het onmiddellijk, zonder middelen, aan mijn collectie heb toegevoegd. De twee laatste in deze collage zijn de enige van de periode ná mijn herseninfarct.

Trouwens, het is nu half vijf in de morgen en nog aardedonker, maar ook dan zijn er al diverse kwetterende vogels. Dat wist ik niet. Ik knipte het licht uit en zag het eerste ochtendgloren, zo vreemd was het dus niet. Vogels gaan direct uit de veren. Ik ben een dichter die opstapte uit zijn bundel voor een beker warme melk met honing.

[© MN, in de reeks foto’s of schilderijen die zichzelf vertellen, ditmaal naar aanleiding van zelfgeselecteerde items voor een kleine collage.]

vrijdag, mei 22, 2009


Een foto vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (27)
Het oog


Nu ik er zelf geweest ben, realiseer ik me dat dit maar een halve waarheid kan zijn – de waarneming van schoonheid – niet slechts of vooral omdat dit het beeld is van een vrouw – moet toch beslist anders zijn als je het feitelijk ziet dan wanneer je het moet doen met een foto, hier of uit een boek. Oog in oog is een andere werkelijkheid dan die we elkaar hier tonen, dat geldt voor ontmoetingen tussen mensen maar ook wanneer je iets vertelt over theater, over beeldende kunst, over hardlopen of een zeilwedstrijd

Toen ik in Groot Klimmendaal verbleef (dec. ’07 – mrt. ’08), kreeg ik van mijn broer en schoonzus uit Aerdt een fraai ingelijste torso van Eppe de Haan als symbool voor een bezoek verderop in de tijd. En dat werd de verrassing van 21 mei, de Beeldengalerij ‘Het Depot’ in Wageningen in de schitterend gerestaureerde 19de eeuwse villa Hinkeloord – specifiek voor hedendaagse beeldhouwkunst van torsen en fragmenten. De torso van De Haan zag ik nu in werkelijkheid, dezelfde schoonheid, maar toch zo anders, zo direct badend in het licht dat van alle kanten de villa binnenvalt. Het oog ziet de materie scherp, niet alleen van elke kant, maar ook qua kleur en zachtheid van de soort steen, hoe het gepolijst is of hoe mat het is vanwege de broosheid van het marmer.

Eppe de Haan is een van de (Haagse) beeldhouwers die een tijd heeft doorgebracht in het Toscaanse beeldhouwersoord Pietrasanta waar ik nog eens apart op terugkom. Het is het Mekka van de marmercultuur. (Naar aanleiding van bepaalde werken hadden we even een discussie over de betekenis van ‘zich geïnspireerd weten’ en ‘plagiaat’, maar ik denk dat enige ‘vorm van bijna herkenbare nabootsing’ in zo’n kunstenaarsgroep, zoals in Pietrasanta, haast onvermijdelijk is waar ieder op de tast op zoek is naar een eigen identiteit, waar men van elkaar leert en soms een bepaald stijlkenmerkend detail van een collega in omgekeerde vorm overneemt, zoals Eppe de Haan van zijn oudere Poolse collega Mitorai. Maar ik heb al gezien dat je je daarvoor echt moet willen verdiepen in dat typische oord Pietrasanta, waarover meer in de Monografie Eppe de Haan.)

Hierboven zien we een torso van Eja Siepman van den Berg, gitzwart glanzend brons: de perfectie, de intimiteit, de vergankelijkheid, soepel en gracieus, zó subliem.
Had ik dan opeens geen pijn? Jawel, bij vlagen misselijkmakend, maar ik dacht, ‘kom dichter, niet piepen’. En bovendien zat ik in mijn wendbare ‘di Cabrio’ en hoorde intussen dat dit alles mogelijk was gemaakt door de verpakkingsindustrieel Loek Dijkman, de man die niet alleen zijn werknemers laat delen in het rendement van zijn onderneming, maar ook maatschappelijke, culturele en educatieve projecten ondersteunt, initieert en ontwikkelt en op die manier indrukwekkend bijdraagt aan wat later tot het erfgoed van de beschaving zal behoren.

We dronken koffie in het vermaarde ”De Wereld”, maar het was er uitgesproken saai en het gemoderniseerde designinterieur kon ons alledrie niet bekoren. Nee, dan maar liever terug naar het adembenemende landschap van Aerdt, en terwijl ik dacht dat dit toch wel het eindpunt was van een verrassende en aangename dag, spraken we uitvoerig over kunst en politiek, over Shakespeare, over Ambrosius, over lieden als Dijkman en over het menselijk geheugen.
“Weet je” – want ik zat even in een fysieke dip – “als je een van die planten uit de pot haalt, zie je dat de kluit aarde is omwikkeld door lange, bleke en stugge worteldraden. Zo voelt het ook in mijn hals die onzichtbaar wordt ingesnoerd door lange draden van littekenweefsel, een belangrijk deel van de pijn.”
“Dat is verontrustende beeldspraak. Maar ook helder.”

We aten in het nabijgelegen Babberich, in “De oude grenspost”, een prachtig restaurant op de oude grens van Nederland en Duitsland, gelegen in een eeuwig onveranderlijk glooiend landschap met koeien, schapen en lammeren. Alleen de seizoenen hebben er vat op. Ik noem het ‘de rustige Majesteit’. Op een foto uit eind jaren vijftig, toen er nog geen snelwegen waren, zie je een drukke verkeersdijk, een colonne van oude Duitse Kevertjes op weg naar huis en omgekeerd de eerste typen Deux Chevaux’s en een enkele Peugeot 404, de tijd dat mijn vader in een lichtgrijze Peugeot 203 reed, VK-10-02, gevolgd door een kanariegele VW-kever, DX-63-55. Of was er eerst nog die Simca Aronde?

[© MN, in ‘De unieke lichtval van vrienden’. Afbeelding: een foto met mijn mobiel van een torso van Eja Siepman van den Berg. Er is niets weldadiger dan een dagje uit. Terwijl ik dit schrijf, zie en hoor ik hoe een jonge Merel ontsnapt aan de poging tot moord door een grote Ekster. De Ekster stootte zijn kop tegen de regenpijp en precies op dat ogenblik ontkwam de Merel het zinloze geweld.]

donderdag, mei 21, 2009

Een foto vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (26)

Zó kan het landschap zijn, wáár we ons ook bevinden, die overweldigende natuur
als het beeld van binnen dat net als een vlam
graaft naar de wortels van onze ziel.

Zo heb ik de beleving van verdriet om Erna getracht om te keren
naar de herinnering van blijheid dat we elkaar spraken en begrepen waarover het ging
en wat er wel of niet toe deed.

[© MN, in ‘De verwondering II’, opgedragen aan Jan de Dromer. Alleen het zesde, rechts beneden, is een schilderij, “Oosterse sferen” van Coby van Wijngaarden. De overige foto’s van links naar rechts: “Golden Morning” by Adi Irawan; “Morning story” by A Madestra W; “Help father” by Adie Saputra; ”Ray of light by Stanislav Majetic; by Juan Luna. Tegenbezoek lukt me zeer ten dele, soms, heel even want ik ben steeds wat misselijk van de morfine. Als dat mijn ‘beeld van binnen’ is, is het wel overweldigend, maar geen schoonheid. Dit is geloof ik het 500ste log.]

dinsdag, mei 19, 2009

Een foto vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (25)

Natuurlijk houd ik van helder licht, geen vuiltje aan de lucht,
maar meer nog fascineert mij de mistige dageraad, c'est la vie,
in nevelen gehuld, omgeven door raadsels, er zijn zelden
volledige, afdoende antwoorden. Bij de natuurwetten houdt
de logica op, maar niet de verwondering. Tussen weten en ervaren
bestaat een hemelsbreed verschil.
Ik heb een koffer vol heimwee – ‘mijn valies’ is mooier. Mijn lichaam
is een kooi. ‘Leave your past behind,
don’t turn your hopes into fears’.
Ik houd van licht, luchtigheid en liefde want zwaarmoedigheid
ligt in nodeloze tijd, maar ik bestrijd dat voor álles
een oplossing is, niet te verwarren met berusting.
C’est la vie. La patience, le tragique et
l’étonnement.

[© MN, in ‘De verwondering’. De eerste foto, waar je een vogel ziet landen, is van Marcus Larrson, daarnaast “Morning mists” by Henri Coffani, vervolgens “Cherising light” by Ploon en tot slot “Misty morning” by Branislav Fabijanic.]

zondag, mei 17, 2009


Mijn stille levenspad

Het zijn de bomen
die zwanger zijn van elk woord
dat hier gesproken is.

Het zijn de bomen, de lucht
en de aarde die zeggen
dat ademen genoeg is.

Een grote, witte vogel
bracht vleugels vol energie naar ginder
en zou terugkomen met wat daar te zwaar is.

Aan mijn zware hoofd hangt een poëet.
zo leef ik als een man voor wie
deez’ eenzame stilte wel genoeg is.

[© MN, ‘De man, zijn eiland temidden van bomen’. Ik houd de wacht bij mezelf en ervaar in anderen de waarachtigheid van het vertrouwen dat juist deze situatie wel weer kantelt naar zijn tegendeel. Er zijn velerlei verbindende krachten die mijn innerlijk versterken, of het nu regent of hemelsblauw is. Ginder leeft iemand met liefde, met moed en bescheidenheid, met onnabootsbare deugden, - misschien dat de vogel wel rechtstreeks haar hart in vliegt. (A fancy of compassion. Is compassion the same as love? I became a man without answers.) Photo: “Road of Silence” by Mikael Stalsater.]

vrijdag, mei 15, 2009

Mijn verlangen, mijn onverstand

Meisje, laat me nog even hier
als je er in ‘t blauw enige macht over hebt
gun me dan nog wat jaren.

Hoe is het in het ongekende?
Ik heb nog enig noodzakelijks te volbrengen
het is waan tot het verhevene te behoren,

maar meisje, laat mij me nog even niet bij je voegen,
nee hè, jij gaat daar niet over, ik frommel
het papiertje, dit onverstand, wel weg

als niemand het ziet. Weet je, dat vlak na het ontwaken
de zon al door mijn luiken gleed? Was jij dat?


[© MN, in ‘Vrede met deez’ wind is mij vreemd’. Afbeelding: “Endlesss” van Hans Paus. Ik zie zelf ook het mengsel van sentiment en drama, alsof ik op ’t punt sta van gaan, maar zo hevig als ik dit vrees, zo vurig hang ik aan alles vast dat mij behoudt. Ik lees het eerder als de mij altijd intrigerende vraag of zij met wie je je verbonden wist, zoals Erna, je nu nog kunnen volgen. Is dat een geloofskwestie? Of is het, los van geloof, een bestaansvraag naar het mysterie van de menselijke ziel. Een existentiële leegte, waarover je geen vragen stelt maar die je vervult.]

maandag, mei 11, 2009

Er even zijn is genoeg, dat geeft al ruimte

Alles nimmt auf der Welt ab, der Vogel in der Luft und der Fisch im Wasser. Und so nimmt auch das Seltsame im Leben ab. Ik schrijf slechts deze ene regel van troost en moed en al wat nodig is om liefde, zorg en nabijheid waarachtig te kunnen eren en versterken.

[MN. Het citaat is van Adalbert Stifter. De ene regel is voor Jan en Marieke. De afbeelding, een foto, “In the heart of the light” by Bee Thalin.]

vrijdag, mei 08, 2009


Het einde als begin

Toen ik uren later bij Il Songo, een volledig Italiaans georiënteerde kunstgalerie met boeken en kookingedriënten, die foto zag van Terzani, leek het alsof ik ongeveer hetzelfde zag maar dan decennia later (zie 28 april, “Oosterse sferen”). De oude Tiziano gaat praten over de reis van dat kleine jongetje, geboren in een volkswijk in Florence, het jongetje dat de grote historische gebeurtenissen van zijn tegemoet gaande tijd van dichtbij heeft meegemaakt als schrijver-journalist, de Vietnamoorlog, Cambodja, China, de val van de Sovjet-Unie. Hij leeft nu in zijn eigen kleine Himalaya en wacht op zijn stervensuur. Hij lijdt aan kanker, zijn lichaam lekt aan alle kanten, maar zijn geest is helder. Het einde nadert, maar het is tevens het begin van het verhaal over zijn leven waarover hij met zijn zoon Folco praat, om te zien of ze er uiteindelijk betekenis aan kunnen geven.

“Een mooie gedachte, die natuurlijk al veel mensen hebben gehad, is de aarde waarop we leven te zien als een begraafplaats. Een immens grote begraafplaats van alles wat ooit is geweest. (…) Kun je je voorstellen hoeveel miljarden wezens op aarde zijn gestorven? Die liggen er nog allemaal. (…) We stellen ons begraafplaatsen voor als oorden van tranen en verdriet, omzoomd door hoge bomen. Maar de aarde is een beeldschone begraafplaats. Er groeien bloemen op, er lopen mieren en olifanten overheen. Als je het zo bekijkt, dat je weer deel gaat uitmaken van het grote geheel (….) al kunnen we het met onze geest niet bevatten, misschien is het wel de grote geest die alles bij elkaar houdt.”
Hij lacht.
(pag. 14)

De Italiaanse journalist en schrijver Tiziano Terzani werd geboren in Florence in 1938. Zijn rijke en boeiende leven is door zijn werk als correspondent voor het Duitse blad Der Spiegel nauw verweven met de wereldgeschiedenis. Terzani verblijft van 1972 tot 1997 in Azië en is daar getuige van een aantal brandhaarden van de twintigste eeuw. Hij verslaat de oorlog in Vietnam, maakt in China de ondergang van het communisme mee en beschrijft de hel onder het regime van Pol Pot in Cambodja.Na zijn werk als correspondent trekt hij zich enige tijd terug in de Himalaya en publiceert hij een aantal boeken, dat in vele talen is vertaald.
Folco Terzani werd geboren in 1969 in New York. Hij is filmmaker en maakte onder meer een documentaire over het ziekenhuis van moeder Teresa in Calcutta.


“Zie je dat er een rode draad door mijn verhalen loopt? Het is een zoektocht geweest, gebaseerd op de illusie dat revolutie, politiek en wetenschap de wereldproblemen kunnen oplossen – vandaar mijn engagement, mijn schrijven en mijn poging de mening van anderen te beïnvloeden – die ten slotte heeft geleid tot het besef dat het allemaal geen nut heeft.”
“Wat?! Je kunt toch niet tot de conclusie zijn gekomen dat het allemaal geen nut heeft?”
“Jawel.” …..
(pag. 274)

[© MN, over “Het einde als begin. Gesprekken met mijn zoon over het leven” van Tiziano Terzani, 320 p., uitgave van Primavera Pers 2008, vertaald door Liesbeth Dillo. “Il fine è il mio inizio”. Foto’s van zijn website: www.tizianoterzani.com.]

dinsdag, mei 05, 2009

Schilderijen hebben een eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (24)
Vincent van Gogh, 1853 – 1890, 37 jaar

Op de dag af een jaar nadat een doodgeboren zoon met dezelfde naam ter wereld kwam, werd hij op 30 maart geboren en was daarmee toch de oudste van zes kinderen. De bekendste daaruit is zijn 4 jaar jongere broer Theo, die hem later en altijd financieel steunde en met wie Vincent sinds 1872 een levenslange intense briefwisseling begon.
Zo arm als een rat want hij verkocht vrijwel nooit iets, dat is wel héél wat anders dan de fabelachtige prijzen die tegenwoordig voor zijn werk worden betaald. Hij had de moed en het optimisme de tegenslag, de zwaarmoedigheid en zijn vlagen van neerslachtigheid te trotseren totdat het vooruitzicht van onafwendbare armoede en ziekte hem het verder leven onmogelijk maakte. De honderden, veelal zeer lange brieven die hij in het Frans schreef, vormen een soort dagboek, dichtbij en natuurgetrouw de mens en de kunstenaar, een mens met schaarse contacten, maar met een veelzijdig talent. Juli 1880, tien jaar voor zijn dood: “Je kunt een groot vuur in je ziel hebben, en niemand komt er zich aan warmen, en de voorbijgangers zien niets dan een beetje rook uit de schoorsteen komen, en gaan huns weegs.”

Het is maar een schamel stukje dat ik schrijf, en ‘beter iets dan niets’ klinkt ook al armoedig, maar ik heb gewoon weinig te missen. En ofschoon ik me er geloof ik nooit echt aan heb gehouden, was het in beginsel de opzet. In ‘hard times’ kan ik volstaan met een schilderij, meende ik. Maar steeds brult er iets in me, “nog ééntje dan, om het af te leren” – dat zei wijlen Cees Buddingh’ en hij bedoelde een nieuw dagboekdeel, maar het kwam er helaas niet van. Ik denk aan Sartre, 'le néant', aan al die vanzelfsprekende voorbijgangers, maar iedereen is ingescheept voor het niet.


[© MN. Collage van tweemaal negen werken. Eén bron (van de tientallen mogelijk andere): “Vincent van Gogh. Een leven in brieven”, keuze, inleiding en toelichtingen Jan Hulsker, Meulenhoff 1980. Een zeer fraai boek, dat al lang in de ramsj ligt, is dat van Rainer Metzger & Ino F. Walther (2003) (rijk geïllustreerd en goed geschreven), “Vincent van Gogh”.]

vrijdag, mei 01, 2009

Al tastend gaan wij voorwaarts
Her-inneren is zwaar werk

Toen ik nog helemaal niet wist dat ik weldra afscheid nemen moest en een week later mijn broer in de kerk hoorde zeggen, ‘Ik bouw een monument in mijn hart’, dacht ik dat wanneer iemand dan zó dichtbij is, is ze ook niet werkelijk weggegaan. En nu zijn we alweer vele dagen en nachten verder en zijn wind en regen over haar graf gegaan, ‘terwijl je hier bent, in mijn hart en niet gegaan’.

Juist in die voorafgaande week schreef ik dat het me zo benauwde, alsof het lot al hollend naar mij op weg zou zijn, steeds vaker, ook dicht in mijn buurt, te horen over ernstige ziekte en sterven, terwijl er geen ‘gouden lot’ bestaat waarop staat dat je er aan ontsnappen zult, terwijl het zo gewoon is omdat het iedereen overkomt. Ik herinnerde me, dat de zo jong gestorven Patricia de Martelaere schreef, dat “het zinloos is te willen bloeien in de herfst”. Ik zocht die passage op. “(…) het niet aanvaarden zal niet alleen de loop der dingen niet veranderen, maar leidt ook niet tot inzicht in de werkelijkheid.”

De werkelijkheid. We hebben afscheid genomen van de vertrouwde zichtbare aanwezigheid, de aanraakbaarheid, van je uitbundige zintuigen, van het lichaam dat we zacht en met zoveel liefde in het graf te ruste hebben gelegd, maar weggegaan ben je niet. De dominee keek ons indringend aan en bonsde met de vuist op zijn hart. “Hiér ben je, je hebt ons niet verlaten!” Maar het blijft een ongenadig hard besef, dat ‘nooit meer zien of elkaar toelachen’, die innigheid te moeten omsmeden naar al waarin zij herinnering is.

Enkele maanden geleden heeft Erna de dominee eens gesproken, maar hij mocht het niet over God hebben. “Sorry hoor, maar nu even niet. Ik vind het oneerlijk.” Ze omhelsde het leven. Veertien dagen geleden fietsten zij en Jan nog 70 km. In de dienst vorige week zei hij: “Ze had gelijk.”
Gisteren, de dag van de zwartste tragiek ooit in de Koninginnedagtraditie, schreef een vriendin dat ze zich afvroeg of er wel een God is. “Ik begrijp niets van zijn strategie. Alle ellende in de wereld, alle onrecht en dan die verbijsterende waanzin van deze dag. Zoveel mensen bidden en willen juist het goede ....en toch helpt het geen zier."

Over de verspreiding van ziekte en ellende, daar gaat God niet over, anders zou er geen liefde, goedheid en barmhartigheid kunnen zijn. En waar die er wel zijn, daar gaat God evenmin over, anders zouden we rechtvaardigheid en de menselijke waardigheid niet kennen. En zou God over de goedheid gaan, dan zou die te vinden zijn waar die het hardst nodig is: bij de onderdrukten in Zimbabwe, bij de mensen in Darfur, bij de mensen die het recht op een bestaan wordt ontzegd. Wanneer God zou gaan over slechtheid en rampen, zou Hij niet van de liefde kunnen zijn. Hij heeft de mensen álles geschonken om te kunnen leven naar Zijn beeld.Wie of wat is er meester over de wereld? De eenvoud? De ontroering? Het idealisme? De elitetroepen? De honger naar macht en geld? Het zijn de mensen die heersen en overheersen, die koppen indrukken en negeren.

Het zijn mensen die oog hebben voor tekorten en noden en mensen die weerstand bieden en een menslievend voorbeeld stellen, het zijn idealisten, spirituele en inspirerende mensen die zich betrokken voelen bij de samenleving en die zich met het lijden van anderen weten te verbinden. En dan is er nog de schoonheid van het landschap en al wat uit mensen’s handen komt en tot de verbeelding spreekt. Soms verlangen we naar een nieuwe wereld, voorbij de onderdrukking, het geweld, de vernedering, voorbij de corruptie en misleiding en alle andere gebrokenheid. Maar er is geen andere wereld, met deze moeten we het doen.

“Hier moet ik het mee doen”, zei Erna, “het is niet anders.” Ze liet ons vaak versteld staan van het pad dat zij ging, maar hoe onmogelijk zwaar het vaak ook was, het was een pad met een hart. In haar laatste valies ligt ons heimwee geborgen.


[© MN, ‘Het onmogelijke te leven’. Citaat van Patricia de Martelaere (1957-2009) uit “De weg om niet te gaan”. Zie eventueel “Soms is er het verlangen naar een andere wereld” op deze weblog, Klimmendaal 31 december 2007. Vandaag is het 1 mei, de dag waarop mijn vader stierf, vijftien jaar geleden. Schilderij van Michal Lukasiewicz.]