Pagina's

maandag, augustus 30, 2010


De wereld en de liefde V

Wat een geluk dat het boek van Susanna Tamaro me op een onverwacht ogenblik is geschonken, met een mij onbekende lichte aarzeling of het me wel zou kunnen bekoren. ‘De stem van het hart’, deze innerlijke monoloog, heeft me diep geraakt. Hoe worden mensen tot wie ze zijn. Omdat ik de schrijfster niet kende, meende ik eerst dat het een autobiografisch boek was, zo overtuigend echt zijn de brieven in dagboekvorm geschreven. Dat het (deels) fictie blijkt, doet niets af aan de bewondering voor de wijze waarop de auteur Olga haar levensloop laat onderzoeken en vertellen. Een spirituele zoektocht. De tirannie van de huichelarij, de uiterlijkheden, de diepe teleurstelling dat een aanvankelijk werkelijke belangstelling van een man kan omslaan in niets ontziende desinteresse maar louter in een eigen obsessie voor het verzamelen van insecten, terwijl deze man, Augusto, baron en handelaar in koffie, het zeventien jaar voor zich had gehouden dat hij heel goed wist dat Ilaria de dochter was van een ander, van haar enige ware liefde, de arts Ernesto.

Het is een tragisch levensverhaal over de tijdgeest, de motieven achter de zeer moeilijke relaties, de snijdende atmosfeer van depressies en eenzaamheid en de zoektochten naar zichzelf, het leren begrijpen van het leven.
In dit boek wordt geleidelijk het doek weggetrokken over de verscheurdheid van de liefde, telkens weer, de diepe misverstanden, de misleiding en de leugens, maar dat de schuld ervoor, de verantwoordelijkheid, toch werkelijk bij jezelf ligt, hoe zwaar het milieu en de tijdgeest dat ook beïnvloeden en verdoezelen. Een Jezuïet met wie ze wandelingen maakt, vertelt haar dat ze alleen naar de stem van haar eigen hart moet luisteren en samen lezen ze de litanieën van de Russische monniken, het gebed van het hart. Leer toch luisteren naar de stem van je hart, je geweten.
Een graag gelezen geschenk dat me telkens intens bezighield.

[© MN, ‘De wereld en de liefde’. Over ‘De stem van je hart’ van Susanna Tamaro, Poema-pocket, 19de druk, 2009. De vertaling is van Rosita Steenbeek. Een juweel geschreven uir het hart, bij een kleine collage uit mijn verzameling levensbeelden.]

vrijdag, augustus 27, 2010


De wereld en de liefde IV

De paden van mijn liefdesleven zijn niet de gelukkigste gebleken, maar uiteindelijk kijk ik niet om in wrok, ondanks het verdriet erover, de snijdende pijn, de heimwee. Ontboezemingen zijn ongepast, de taal, gewoon mensenfatsoen en respect barricaderen dit schrift, onderstrepen de waardigheid en zo wil ik het houden. Ik ken de vreugde en de ontroering en de tederheid van wat liefde heet. Ik ken het verlangen en het geluk van dit thuis-zijn, maar evengoed de val en de weemoed. Het komt nu aan op de kunst om met mezelf te leven, als een man met fysieke beperkingen, chronische pijn en menselijke tekortkomingen.

Liefde is voor mij evenwel niet een en al verloren terrein, het grenst aan de nabije genegenheid van vriendschappen die overigens ook kwetsbaar zijn, - het is niet zo dat liefde van hout is en vriendschap van staal. Dat (de vriendschappen) is anders, omdat vrienden er telkens maar even zijn en die ene ander in beginsel dagelijks thuiskwam en als het ware bleef. Bij elk ontwaken was je met twee. Toch zijn de zichtbare en virtuele vriendschappen van heden van ongelooflijke waarde. Over al deze facetten van ‘strijd en aanbidding’ zoals ik dat zelf heb ondervonden of bij anderen heb waargenomen, schreef ik doorheen dit weblog verscheidene gedichten, - de poëzie geeft toon, klank en ritme aan liefde, kwetsbaarheid en eenzaamheid, zowel in schijn als in beleefde werkelijkheid.

Intussen lees ik weblogs, het fascinerende en schrijnende verhaal, als brief in dagboekvorm, van Susanna Tamaro en wacht ik op de boeken van Ferrini en De Kuyper, en tussendoor heb ik de Verzamelde verhalen van Nabokov.
Ik leef gedisciplineerd, thans overwegend in kalmte en zorg goed voor mezelf, ook dat is liefde waar ik me realiseer dat het in de buurt ligt van apathie en daar wil ik vandaan blijven. Ik waag het dat een kunst te noemen want mijn omstandigheden zijn niet al te florissant.

[© MN, ‘De wereld en de liefde’ met een collage over liefde uit mijn verzameling afbeeldingen. Het boek van Ferrini komt net binnen; de ondertitel trekt me niet erg aan: ‘Reflecties van het Christusbewustzijn’.]

donderdag, augustus 26, 2010


De wereld en de liefde III

Wat leerden wij, mensen van mijn generatie, van de liefde in de tijd dat we opgroeiden? Doof en blind en “niets in te brengen dan lege briefjes”, thuis en op school werd er niet over gesproken. Het was een en al zwijgen. Een boekje van Bantzinger bevatte tekeningen van naakte vrouwen, een lange weg met allerlei ongeziene ontdekkingen in boeken van Lawrence, Nabokov en Wolkers. Er bestonden geen naakte mensen en over de betekenissen van liefde werd niets waargenomen. Kan ik me daarom alle gezichten, namen en gewoonten en het type auto zo goed herinneren? Het was de tijd van het Dafje en de Kadett. In 1959 reed mijn vader een Peugeot 203, VK-10-02, later een kanariegele Kever, DX-63-12, een VW 1200, JP-87-12, een Ford Taunus, HD-50-18. Volkomen oninteressant, doodgewone Hollandse kost.
Wat me niet aan besef mag ontsnappen, is dat alle echtparen uit die laan, op een enkel na, mensen zijn van vlak na de Eerste Wereldoorlog, in een moraal die ons onvoorstelbaar vreemd is maar die ze hebben doorgegeven en mede ons lot heeft bepaald. (Op een persoon na, zijn al die mensen overigens overleden.)
Hoevele echtparen, toen en ook nu weer, leven in wezen niet in wrok en wrevel?

Vlakbij huis, nog maar twintig meter fietsend op het zandpad naar de verharde weg, zag ik voor het eerst een naakte vrouw met donkere tepels en een grote bos schaamhaar, van plan zich aan de wastafel bij het raam te gaan wassen maar eerst turend naar de mooiste tuin van de laan. Ik had een donkergroene fiets met een stoer omgebogen fietsstuur en een terugtraprem en veroorzaakte abrupt het diepste remspoor ooit, de tas hing scheef onder de snelbinders. We betrapten elkaar tegelijk, het werd de bewondering van een ogenblik, zij trok met een ruk het gordijn dicht en ik maakte dat ik wegkwam, blozend van verlegenheid en verrukking. Het beeld is nooit verdwenen.

De kinderen van tegenwoordig worden heel anders opgevoed. Het bloot is in de intimiteit van het huis heel gewoon en geen enkel gespreksonderwerp is taboe. Vriendjes of vriendinnetjes gaan pas na elven naar de disco en verschijnen na verloop van enkele weken ’s morgens aan het ontbijt alsof ze tot hetzelfde gezin behoren. Op middelbare scholen behoort het vaak tot de lesstof, wordt alles illustratief uitgelegd en gedemonstreerd, wordt gewezen op de risico’s en op de kunst van het masturberen. Alle wegen naar wat verliefdheid en liefde mogelijk omvatten kan, liggen open en worden vroegtijdig met wilde onrust verkend. Sommige disco’s beschikken over een ‘dark room’. Brengt het helderheid in wat duister is?
De egalisering na de tijdperken van Dolle Mina’s en de antiautoritaire beweging heeft op alle levensdomeinen diep ingegrepen en gezorgd, zeker in het gezinsleven, voor een eindeloze overlegcultuur en zo ook is een druk geprogrammeerd leven ontstaan, dat zowel een bron zal zijn van tevredenheid en ontplooiing, als van frustratie, onzekerheid en vermoeidheid.

Er zijn vele wegen waarop de liefde niet tot een gelukkig einde kan worden gebracht. Voor kinderen worden allerlei arrangementen bedacht alsof het een nieuw project is. Sommige kinderen lijken wel gelukkig met de uitkomst, velen boycotten de regeling en erkennen de eventuele stiefvader niet want die houdt zich of te afzijdig of hangt meteen ‘de vader’ uit en geraken in een machteloze en eenzame positie, met de ouder bij wie ze wonen tussen wal en schip en de nieuwe liefde aan een zijden draadje. Het project wordt herzien of mislukt, en nog te vaak leidt het tot afschuwelijk fatale drama’s. Zo wordt liefde alom lijden.
Van welke leeftijd ze ook zijn, kinderen en hun vaak donkere smart, treffen het meest ongezouten mijn ziel.

[© MN, ‘De wereld en de liefde’ met een collage van kinderportretten uit de eigen ‘museumcollectie’ Intussen lees ik een mij ontroerend boek, namelijk ‘De stem van je hart’ van Susanna Tamaro, Poema-pocket (19de druk!).]

dinsdag, augustus 24, 2010


De wereld en de liefde II

Een unieke warmhartige en openhartige betrokkenheid op elkaar binnen alle dimensies van het leven blijft vermoedelijk de mooiste individuele wens die ongeveer 74000 per jaar wordt vervuld en bezegeld met een huwelijk. (In China meer dan negen miljoen.) “Reikhalzend zwanen wij de hemel in”, schreef ik toentertijd want wij woonden achthoog in de wijk Zwanenveld. Dik tweehonderd keer per dag vindt de romance van een stel ergens in Nederland een veelal groots en nogal kostbaar hoogtepunt. Het lijkt een zekerheid, dat hij levenslang haar ridder zal blijven, zij zijn muze, - de kern van deze overtuigde overgave.

Ruim 35% eindigt in een echtscheiding, “pardoes uit de hemel, met een smak op de grond.” Relationele en affectieve problemen zijn de belangrijkste reden. Tekortschietende communicatie, verschillen in karakter, uit elkaar groeien en een onbevredigende seksuele relatie worden het meest genoemd. Een vanouds klassiek motief als lichamelijk geweld wordt verhoudingsgewijs veel minder naar voren gebracht, al ontbreekt het zeker niet. Wel blijkt een ander klassiek motief, namelijk overspel, nog steeds een belangrijke rol te spelen: de buitenechtelijke relatie is de voornaamste aanleiding voor de scheiding, zelden echter het enige motief.

Een klein demografisch gegeven waar waarschijnlijk maar weinigen warm of koud van worden; het zijn tamelijk abstracte gegevens – de meerderheid van de huwelijken lijkt stand te houden, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het echtelijke leven. Het kan best zijn, dat bij de helft ervan het een levensgegeven is dat uit gewoonte wordt geleefd.
Niks pardoes, van blijheid naar droefenis is zelden een korte weg, er gaat meestal een tijd van tragiek aan vooraf, een periode van explosies, van heftige gesprekken tot zwijgen, vallen en opstaan, in verdriet op de tast naar nieuw houvast in herziene afspraken en beloften, totdat de wil als een verzwakte rietstengel is gebroken, het hele eigen receptenboek kennelijk is uitgewerkt. Vormt het de inleiding van een te overwinnen trauma of wordt het een bevrijding, een parachutesprong naar een ander bestaan, een volgend hoofdstuk in de eigen kroniek?

[© MN, ‘De wereld en de liefde’. (Al waagde ik amper er nog iets over te zeggen), met een collage uit de eigen museumcollectie. Bij homo’s, zo hoor ik in eigen kring, zijn strijd en emotie weinig anders.]

zaterdag, augustus 21, 2010


De wereld en de liefde

Veel mensen van mijn leeftijd zijn gescheiden, maar zijn toch weer een nieuwe relatie aangegaan, niet zelden met allerlei implicaties voor het reeds bestaande gezinsleven. Soms gebeurt het halsoverkop, maar meetal zijn de argeloosheid en onbevangenheid van een ‘jeugdige’ start ver naar de achtergrond verdwenen. Behoedzaamheid of bezonnenheid vormen de nieuwe vleugels. Claire is jaren geleden gescheiden, een zelfbewuste en zeer opgewekte vrouw en moeder van twee pubers, zelfredzame knullen van 14 en 16. Ze woont ergens bij Eindhoven en is stapelgek op Hans, een vrolijke, moderne boer van een groot gemengd bedrijf in Haren, niet naast de deur, een plezierige vader van 3 kinderen in de leeftijd van 2-4 jaar. Hans is weduwnaar en stapelgek op Claire. Ze ervaart haar rol als moeder bijna ‘gedaan’ en voelt er bar weinig voor opnieuw te beginnen. Daar ligt haar grote twijfel. Ze hoeft geen boerin te worden, maar een verbinding met Hans impliceert tevens een tweede moederschap. Ware liefde kent het realisme van de twijfel niet?

Hieronder beschreef ik wat er allemaal tevoorschijn komt onder wat liefde heet, maar volgens sommigen begrijp ik er niets van. Er is maar één verschijnsel dat de naam waardig is en dat is de onbaatzuchtige liefde, een geschenk en de hoogste vorm. En liefde, nee, liefde kent “geen enkele prijs”.

Hoe zullen we ‘een nodige concessie’ dan noemen, ‘het geven en nemen’, de wederkerigheid, het verlangen naar betrokkenheid, aandacht en erkenning, of omgekeerd en erger, het desondanks (het onbaatzuchtige van de ander) blijk geven van onverschilligheid, van verveling, het ontbreken van tederheid?
Mag Claire evengoed naast haar liefde de twijfel onderkennen, hoe praktisch van aard ook, maar in de realiteit veelomvattend en in zekere zin ‘een prijs’?
Sta me toe te zeggen, hoezeer ook tekortgeschoten, dat ik de liefde wel ken. Elk huis heeft z’n kruisje, ook achter de voordeur waar nu wordt gedacht dat in het vorige bericht niets staat wat met liefde van doen heeft.

[© MN, ‘De wereld en de liefde’ bij het schilderij “Likely a dream” by Virgil Elliot.]

donderdag, augustus 19, 2010


Maskerades van het leven

Ja, de liefde die universeel is, evenals macht. De verlangende liefde, de verlossende blij makende liefde in talrijke verrijkende en verarmende gedaanten want het zijn niet alleen de vlinders, het verlangen, de vervulling en de vereniging, het is niet enkel liefde, verleiding, verbeelding en begeerte en lust in de geborgenheid en veiligheid van een warm bed in de behaaglijkheid van trouw en wederzijds vertrouwen, van een aangename, rustgevende kamer in de adem van esthetiek of doodgewone, alledaagse ordening, maar ook dwang, onderdrukking, misbruik, beklemming.

Het is niet slechts de ontroerende romantiek op een verlaten bankje in de zon of bij de maan, onze inspirerende cipier van de nacht, het is ook de geheime kamer van de illusie, van consumerende, vluchtige liefde verblind door geld, van wellust, macht, misleiding, beangstigende incest en mishandeling, dat heet dan de tragiek van liefde tussen de machteloosheid van koude en smerige lakens in donkere mensonwaardige vertrekken, verborgen kamers in gewone of onbewoonbare huizen in normale of zogeheten gevaarlijke wijken want de wereld kent elke vorm van architectuur in alle variaties van landschappen, de anatomie van de steden is veelzijdiger dan men weet, niet enkel ontworpen met het oog op humaniteit, toegankelijkheid, bescherming of schoonheid, maar kent ook gevarenzones, de spelonken voor verarmden, voor outcasts, voor illegalen of criminelen, ook al is de ellendige liefde niet exclusief voor deze groeperingen want rang en stand, leeftijd, ontwikkeling of aanzien doen er niet toe. Schoonheid en smerigheid zijn als vliegen, in elk vertrek achter welke woondeur ook tref je er plots een aan.

Van hunkering naar geschenk, van overgave naar sleur, hoe lang of kort zal de weg erheen zijn, hoe kortstondig of duurzaam. Kan de liefde openlijk worden beleefd of slechts binnen de muren van het geheim, veelvuldig of spaarzaam? Is het een vruchtbare liefde of blijft er een knagende onvervuldheid? De verrassing van liefde of hartstocht is onvoorspelbaar, al is de eindigheid zeker. Zo is de natuur, vastgelegd in brieven, literatuur en poëzie, in fotografie of op linnen. Blijft het bij dromen of fantasie, of wordt het werkelijkheid? Is die werkelijkheid authentiek of blijkt het een vergissing, kan een mens er op bouwen of speelt er bedrog, gaat het verloren? Blijft het een avontuur of verwordt het een sleur waarin het hoognodige wordt gesproken? We kunnen blij zijn met een rustig vaarwater of verrukt door de straling van voortdurende vernieuwing, voor liefde is geen enkele maat, naar ‘boven’ geen enkele leeftijd en vermoedelijk op geen enkel ander terrein, al is het meer dan denkbaar dat cultuur of religie nog wel paal en perk stellen. Wordt het elkaar verlaten een langdurig zere wonde met zichtbaar of onderdrukt verdriet of wordt er weldra een nieuw menselijk verlangen geboren?

Wanneer spreken we van liefde? Wat willen we van liefde? Heeft liefde een prijs?

[© MN, ‘De wereld en de liefde’. Een collage uit een verzameling foto’s en schilderijen.]

dinsdag, augustus 17, 2010


Meditatie XXIII
Elke nacht en dag heeft z’n eindigheid

De regenachtige nacht is weer geëindigd, de dag begonnen, hoewel niet in een erg opbeurende stemming.
We zitten rechtop, de benen gekruist, de ogen geloken en gefocust op één bepaald iets in deze ruimte opdat we niet in slaap dommelen – de handen rusten opengevouwen op onze knie, de duim tegen de wijsvinger zodat ze ieder een kom lijken, een kom om te zijn wie we zijn en zó onszelf geven aan de nieuwe dag.

Ook in wie we zijn en niet zijn, zit eindigheid, evenals in wat we wel en niet kunnen, wat op ons pad komt vandaag en wat niet, in wat we moeten doen en niet het hazenpad kunnen kiezen.
Wij worden met wie we zijn … de gedachte zou kunnen zijn dat we een goede balans vinden tussen onafhankelijkheid en verbondenheid, dat we over de mogelijkheden beschikken daarnaar te handelen, samen met die onmisbare anderen.

[© MN, in de reeks meditaties. Photo: “Peacefully silence” by Guro Storskjaer.]

maandag, augustus 16, 2010


Meditatie XXII

Het is de ochtend van een dag, we zijn weer wakker geworden na een nacht vol slaap, vol dromen en duister licht. Hoe was de nacht eigenlijk?
Misschien is de nacht te vieren als de dag.

Rechtop, de ogen geloken, de handen open in de vorm van een kom, een vol dankbaarheid en een voor al wat ongewis is, voor wat komen gaat, bereid te ontvangen of te ondergaan, bereid om te delen … geeft niet elke dag wat te beleven?

Laat die gedachte, dit besef, maar genoeg zijn. Er is stilte genoeg.

[© MN, in de reeks meditaties. “Fabulous night” by Oleg Melnikov.]

vrijdag, augustus 13, 2010


Waar houdt het bestaan zich in godsnaam op?

Revalidatiearts riep mij binnen, stelde zich voor en ging verder met het lezen van de vier pagina’s tellende rapportage, hij was misschien bij de vijfde regel, dus de stilte in de weinig inspirerende kamer nam de meeste tijd van het consult in beslag. Iets meer dan halverwege keek hij mij aan, “Een indrukwekkende voorgeschiedenis zeg!” Hij zag aan mijn lichaamstaal dat ik wel zoiets zal hebben gezegd als “Het zij zo”, terwijl ik erover dacht hoe te formuleren dat voorbereiding toch het halve werk is.
“Ja …ja, ik heb géén idee wat ik u kan adviseren. Ik kan eens overleggen met uw huisarts.”
“Dat doet mijn huisarts bij deze. U heeft net haar lange bericht over mij gelezen, zij weet het ook niet en vraagt uw advies. Zo staan we schaakmat.” Heeft hij zó weinig in huis?

De lichte, slanke grijsaard bladert naar het voorblad, en bevestigt wat ik zojuist zei. “Maar toch, ik heb geen idee zeg. U zit knap in het nauw.”
“Misschien dat u samen druk kunt uitoefenen qua urgentie … en inschikkelijkheid, ik kan van mijn uitkering immers geen twee woningen tegelijk bekostigen. Misschien kunt er eraan toevoegen dat ik niet geschikt ben voor een kippenhok?” Op zijn mij fronsend aankijkende ogen licht ik dit toe, dat er klaarblijkelijk op veel plaatsen gedacht wordt dat ‘die oudjes’ aan dertig, veertig vierkante meter wel genoeg hebben. “Dat noemt u een kippenhok?” Ik vroeg hem vriendelijk of hij een betere titel had, nee, hij snapte het wel.
“Zeg, ik neem eens contact met hem op.” Hij stond op, drukte me ferm de hand en wenste me sterkte. “Eh, bent u depressief?”
“Nee dokter, ik leef gedisciplineerd in de toppen van somberheid en ik vermoed dat het rapport van mevrouw dokter …. er niet om liegt.

[© MN, ‘Waar zijn we als we ervaren? Photo by Sarolta Bán.]

donderdag, augustus 12, 2010


Meditatie XXI

In stilte zijn we bijeen om ons te realiseren dat er een nieuwe dag is aangebroken. Geen dag is dezelfde, bij vorst noch zonneschijn … ook als we het leven als saai of opwindend ervaren, steeds is de dag weer anders.

We zitten rechtop, de ogen geloken, gefocust op een persoonlijk gekozen punt in deze ruimte, de handen als een naar voren uitgestrekte kom … een kom die gevuld mag worden met deze dag, met wie we ontmoeten of wat we ontdekken.
We zijn stil bij de gedachte dat de dag een ontdekking is.

[© MN, in de reeks meditaties. Photo by Keren Segev.]

dinsdag, augustus 10, 2010


Tot een keerpunt nabij

Ik heb vreselijk genoeg van al deze deerniswekkende verhalen. Kennelijk weet ik ze ook nog in te smeren met raadsels, maar hoe ook, ze zijn mezelf tot last en ik kap ermee. Picasso, een ijdele man, liet zich in zijn laatste levensjaar niet meer fotograferen. Hij bekeek zijn kop in de spiegel en zei dat het genoeg was.
Ik heb nog zeven meditaties liggen, geschreven in eenzame avonduren en ik me vanwege de pijn onvoldoende kon concentreren om aandachtig te lezen maar mezelf toch ‘tot nut’ wilde bewijzen. Veel lezers hebben er geloof ik lak aan.
Deo volente kom ik terug als het leven mij de goede weg op kantelt. Het is geen afscheid, of ik moet er niets van af weten, zoals een van de eksters hier tegenover er vanmiddag geen idee van had plots door een kat uit de lucht gegrepen te worden en met een smak tegen het vlakke zand aankeilde. Een doodsmak. Wat een treurigheid, niet voor de kat want die danste nog een hele poos om z’n prooi en hanneste wat af met de pluk veren die hij telkens naar zich toegreep.

Een mooi verhaal? Ja. Jean-Paul, een neef van me, is 23 jaar en heeft zich ontwikkeld tot een rasechte kosmopoliet. Hij spreekt moeiteloos de Europese talen, is werkzaam als topanalist bij een wereldconcern en woont in het hart van Hamburg. Momenteel is hij enkele weken in Londen, reist daarna naar China en vervolgens naar Italië. Zijn kostuums laat hij maken in Singapore, als de dollar laag staat zoals laatst, gaat hij shoppen in New York. Hij heeft een zeer brede belangstelling, is een gentleman pur sang en heeft, ofschoon werkdagen van minstens twaalf uur, een druk sociaal leven. Hij heeft een rijbewijs maar geeft niets om auto’s, heeft liever een wagen met chauffeur. Jean-Paul leeft in de wereld van de grootindustrie en geen mens kan op de idee komen met iemand van 23 jaar van doen te hebben, zó voorkomend en bekwaam. Het evenbeeld van zijn vader, alleen een heer met manchetknopen. (Mijn broer is geen 'heer' in de zin zoals ik het hier bedoel. Jean-Paul lijkt op de wereld waarin hij leeft.) Vader komt van China als zijn zoon er naar toegaat, reist vervolgens naar Brazilië, Mexico, Scandinavië, Italië en India. Maar Jean-Paul spant de kroon, geen nep, geen kapsones, maar ongelooflijk authentiek.

[© MN, ‘A waiting man”. Photo: “Wisdom” by Michael Shi.]

maandag, augustus 09, 2010


Engelengeduld II

Er ontstaan situaties die van goud zijn, waarin je bijstand door iemand, Odilia, is geboren uit zuivere beweegredenen en zich daarom nauwelijks laten verenigen met een kritisch woord, een woord, zodra de eerste zin ermee is gesmeed, dat kennelijk de intentie heeft de goedheid te breken (terwijl dat niet waar is want de tranen zijn zo zoutig dat mijn ogen zeer doen en eerder wat radeloos in hun kas staan).

Hierboven keek ik vanuit het verkeerde perspectief, het was nacht en de gordijnen (hoewel open, maar symbool voor duisternis en dan liggen de emoties vooraan) hielden andere invalshoeken uit het zicht. Het is dankzij de vriendschap dat Odilia me na zorgzame weken weer heeft teruggeleid naar onafhankelijkheid.
Wanneer men in gezondheid samenleeft, is men minstens afhankelijk van elkaars genegenheid betrokkenheid en trouwe loyaliteit. Wat van waarde is dat blijft, zeker in de beleving, ook als je meer moet prijsgeven dan je lief is.

Ik hang wat rond, voel me afgemat, luister naar de radio. “De helft van de kinderen die nu worden geboren, wordt ouder dan 100 jaar. Willen we dat?” Een zin uit een interessant gesprek tussen Theo Holman en Rinie van Est. “Minuscule sensoren die ons alarmeren wanneer de allereerste kankercellen zich in ons lichaam vormen. Een 'exoskelet' dat soldaten in staat stelt zware bepakking te dragen. Nieuwe synthetische organismen die waterstof of ethanol produceren als oplossing voor energie- en klimaatproblemen. Een spiegel die je toont hoe je eruit gaat zien als je je huidige ongezonde leefstijl voortzet.” De nanotechnologie brengt ons naar een andere tijd, een andere moraal.

Zelden is van het verlorene, in situaties van chronische aard, weer terug te winnen. Het is telkens maar afscheid nemen van wat je niet meer kunt. Een begin van sterven? Daarom is elk woord zo licht als een veer. Ze liggen leeg in mijn hand, hoewel ze uit verdriet tevoorschijn komen. De nachten kan ik zo doorslikken. De dagen, als de zon al dan niet aan een haak in de hemel hangt ….. time goes so slowly, dan bekruipt me vaak een onduidelijk gevoel van angst over dit eenzame gescharrel, een smartelijkheid die aan me knaagt.
Een omhelzing vanuit het landgoed Rozendaal, un homme de la nature.

[© MN, “De man en zijn ziel”. Eerder schreef ik op 24 december 2007 een bijdrage onder deze titel, een wens voor 2008; ik verbleef toen in Groot Klimmendaal. Ik ben weer geheel op mezelf, kennelijk liever een woestijnman – nee, je moet je niet te behaaglijk voelen in afhankelijkheid en je kunt meer dan je denkt. Rinie van Est is een van de auteurs van “Het lichaam als bouwpakket”. Overigens , het kopieer- en plakprobleem is opgelost; ik was zo snugger het op de valreep mijn broer, een oerslimme vent die over de hele wereld zwerft, te vertellen. “Oh, een kwestie van comptabiliteit, zó gedaan.” Minder dan een halve minuut, “… ik zal het zoonlief doorgeven.” Afbeelding: “De hangmat” van Jannes Koetsier, ik hang maar wat rond en beoefen geduld. Engelengeduld.]

maandag, augustus 02, 2010



Ik schrijf mijn ziel

Wanneer je vanuit een mozaïek van redenen de pen een poosje laat liggen – ik weet geen ander woord dan onmacht, daarin zit alles samengebald wat ertoe doet – weet je op zeker moment niet meer waar te beginnen om van die pen weer een eigen instrument te maken (maar als je dan begint, dan is’tie ’t al weer). Toch lijkt het alsof je een kluwen hebt laten ontstaan waarin elke samenhang is verdwenen, alsof die moedwillig is verdonkeremaand hoewel de aangestipte onmacht die gedachte onmiddellijk doorstreept. Het is juist het krampachtig willen vasthouden van onafhankelijkheid waardoor mijn bestaan als een rietstengel is geknakt. Toch gaat de pen waar het hart naar toe wil.

Het huis. In drie weken tijd zijn de huizen en hun geschiedenis hier tegenover heel systematisch afgebroken. De aarde is met precisie gezeefd en gereinigd van alles wat aan juist die huizen kan herinneren. De aarde is geschoren. Straks begint de bouw van nieuwe huizen, terwijl ik er juist op heb aangedrongen er een park van te maken.
Ik was van de week even in een ander huis en in de uitgestrekte weidevelden daar direct achter, na de boomgaard dan, telde ik vijf paarden, grazend onder een typisch Hollandse lucht met aan de horizon het silhouet van een oude dorpskerk. Even later zag ik nog een geit die me meteen deed denken aan de verstilde kunst van Jan Mankes. (De kunstenaar die zo jong is gestorven, die buiten het marktgeschreeuw wilde blijven en beducht was voor te vroege waardering. Het verdroomde karakter van zijn schilderijen verkocht goed.)
Ik schrijf mijn ziel, al moet ik er voor door de woestijn, terwijl ik bij herhaling luister naar http://www.youtube.com/watch?v=fH4pT6JWnhY

Een paar jaar geleden liep ik nog met enig gemak, met de stok, naar mijn herinneringsvolle paardenwei. Op tweemaal die afstand van hier bevindt zich het hospice. Het is een huis in serene rust, in bloeiende stilte en met professionele zachtaardige zorg. Het is een huis voor de intieme dood, het eindpunt van alle verlangens. Ik kan er ook aankloppen om tot een betere pijnbestrijding te komen.

[© MN, met een schilderij van Jannes Koetsier. Ik weet niet of ’t hospice ook twee deuren heeft en bij welk van de twee ik dan zal aanbellen. Misschien is het verschil niet groot. Meestentijds woon ik nu in bed.]