Dagboek
Maandag, 16 januari
Toen ik vanmorgen opstond en de zonsopkomst waarnam, nog als
een felrode bol halverwege de bomen bij het meer, leek alles op een mooie
voorjaarsdag terwijl het leeggeplukte takkenbos me erop wees dat het nog gewoon
winter heet. Op het gras zat meer dan een dozijn vogels aan het ontbijt.
Nadat ik de medicijnen had ingenomen, de cornflakes op had
en achter een halfje koffie zat, hoorde ik de mysterieuze wind van Vlieland.
‘Die is niet van daar noch van hier, dat is de wind van Meersel-Dreef’, de wind
door de reusachtige bomen van het park Klein-Lourdes tegenover het grote
klooster van de Capucijnen waar we vorige week donderdag waren. Marieke was
naar de Mariagrot gelopen om wat foto’s te maken, ik bleef aan het begin van
het pad, van de pijn te moe om dat hobbelige eind te trippelen maar ook omdat
het ijzig koud was die morgen. De grot is een kopie van die in Lourdes, de
eeuwige schuilplaats voor de stilste vrouw ter wereld, de heilige Maria, naar
verluidt de moeder-maagd van Jezus, de welbeminde Zoon van God.
‘Wat een mooie, intieme week, wat een hemels weekend,
dadelijk komt Buurtzorg, daarna de huisarts.’ Maar de huisarts, op wie ik al
lang zo gespannen wacht, is (weer) niet komen opdagen. Eigenlijk ben ik woedend
want vaak blijk ik met artsen en specialisten van doen te hebben (gehad) die me
met een kluitje het riet in sturen, die me onheus bejegenen of inadequaat
behandelen. Dat was in Rozendaal zo en hier in Doetinchem is het weinig anders.
Velen vinden me kennelijk te lastig, nemen me niet serieus, zeggen dat ik
‘teveel weet’, terwijl ik bepaald niét iemand ben met een “google-houding”. Toevallig
zag ik vanavond Radar, gewijd aan medisch falen en de inspectie van de gezondheidszorg.
Diep treurig, aan beide kanten. De Ombudsman hamert er al jaren op, dat de
praktijkvoering van de IGZ structureel foutief is. “Het is een technocratisch,
protocollair handelend instituut, de belangen zijn verstrengeld en veel daar
werkzame artsen vragen zich langdurig af waar ze in hemelsnaam mee bezig zijn.”
Waarom hadden we bij Ethiek aan de universiteit weinig maar
goede stagiairs? Omdat het een keuzevak is, en er altijd wel studenten
(geneeskunde) zijn die de nodige sensitiviteit hebben
ontwikkeld om te weten dat het om veel meer
draait dan in het hoofd stampen van de grote hoeveelheid medisch anatomische
kennis. Zowel ethiek als presentie zouden een verplicht vak dienen te zijn wil
er een grondige verandering komen in de attitude van artsen. Ik heb
verscheidene keren het boekje ‘Aandacht’ van Andries Baart cadeau gedaan. Mijn
huisarts in Rozendaal gaf ik ten tijde van mijn verhuizing het boek ‘Artsen.
Een biografie van de geneeskunde’ van Sherwin Nuland, ze had er zelfs nooit van
gehoord. (Ik voelde me gekwetst toen ik later van Marieke hoorde dat ze tegen
haar bij de voordeur had gezegd: “Pappen en nathouden en let vooral goed op
jezelf.” Wat had ik me in haar vergist.)
Dinsdag,17 januari
Eenzelfde dag als gisteren, alleen verscheen de zon niet als
rode bol, maar als een lange uitgesmeerde strook rozenbotteljam. Morgen komt de
huisarts.
Nog naakt, ik weeg 55,3 kg. Schoon aan de haak, zeggen ze.
Schoon wel, maar niet aan de haak; dat er al schroeven aan te pas zijn gekomen
om mijn bestaan overeind te houden, is me meer dan genoeg.
Andries heeft me verrast met zijn boekje ‘Van bewegen naar
bewogenheid’, ook zo’n publicatie dat meer dan een aanbeveling waard is. “Ik
pleit ervoor je te laten bewegen vóór je zelf gaat bewegen, ik pleit ervoor
bewogenheid als kompas te verkiezen boven het ideaal onaangedaan sturing te
geven aan het leven van jezelf en anderen. Daarmee pleit ik voor
zachtmoedigheid en compassie in een tijd die mededogen bespot en verduistert.”
Ik kom er nog uitvoerig op terug.
In onrust en pijn zit ik al een uur voor het raam, mijn blik
op het zuidoosten, mijn gedachten naar het westen. De dagen verstrijken van
licht naar donker, van bewegen naar stilstand.
Een vrucht als
onderdak
We zochten voor even asiel en
temidden van al die boomgaarden vonden we jou,
Merlinde, wat je niet weet, heb je zo in huis.
Merlinde, een hotel gelijk een appelboom,
al zou het een zonde zijn, we zouden er van plukken,
je bent onweerstaanbaar van stijl en smaak.
Merlinde, dankzij ons geheugen
blijf je bestaan als zachtmoedige haven,
veilig en gastvrij, maar niets is blijvend, in
weemoed weer vertrokken
uit het huis van compassie en dienstbaarheid, in ons
warme thuis bewaren we u als een vrucht van goud.
Er was een mevrouw, deftig maar zachtmoedig, sterk maar
breekbaar. Haar gezicht, haar huid, haar houding en haar aard toonde elk van
deze vier elementen, dapper en huilend. Ze is herstellende van een zware
buikoperatie, maar ze blijkt ongeneeslijk. De kanker heeft zich als het ware
vastberaden gevestigd, daar is zij zich van bewust. Meer dan door deze zorg wordt
ze gekweld door radeloze zorg om haar man die ernstig dement is, voor wie ze al
heel lang zorgt. Nee, niet haar eigen sterfelijkheid die voor de deur staat,
maar hij en hun zwaar verstrengelde liefde zijn van bijna onhoudbaar gewicht.
Van geen enkele andere zorg wil haar man weten. Aan het begin van een zin begrijpt
hij waar ze het over wil hebben en begint hij te huilen als een ontroostbaar
wezen. Dit is één voorbeeld van tragiek, van onoplosbaarheid, van een
complexe, aangrijpende en ontroerende situatie, van gestamelde liefde waarin
vermoedelijk alleen de dood zal ‘regelen’ hoe het met de regie over ’s mans
leven verder gaat.
I am a hell of life.
Ik luister nog naar 'Lucha Encarnada' en ga dan naar bed.
Hopelijk tot morgen
Woensdag, 18 januari
Gelukkig, een nieuwe dageraad, en opnieuw zo’n prachtige
zonsopkomst, een geschenk van het oosten, een wonder van alledag. Het was weer
een kolossaal breed uitgesmeerd rood, maar een paar minuten later had deze zich
samengebald tot een rode bol en nog even later werd hij verblindend geel. Het
is windstil.
Maar de zon raakt al gauw versluiert door een steeds dichter
wordende bewolking.
Van de huisarts kan ik een verwijzing tegemoet zien voor een
CT-scan, een recept/ iets ter bescherming van mijn enkel – een hielkompres -
anders komt er een gat en begin volgende week een verwijzing voor Groot
Klimmendaal. Hij werd wat ongeduldig, “zeg nou maar wat je vraag is”, maar ik
heb uiteindelijk kunnen zeggen wat ik kwijt wilde. Is een kwartier al te lang?
Wat een pijnbomendag!
Donderdag, 19 januari
De zonsopkomst speelt zich af achter de gordijnen, maar die
uit het westen lag in de vorm van een kaartje onder de voordeurdrempel.
“Liefste, je ben het licht in mijn leven. Laat me niet leven in duisternis. Ik
kan niet zonder je, houd me vast, je vrouw.”
31 Januari moet ik naar het ziekenhuis, de oncoloog.
Vanmiddag 2 uur geslapen; straks komt Walter. Intussen
vriend Frans in Roemenië geschreven, de nood is hoog daar, ook bij hem. “De
aanleiding van de protesten is de voorgenomen privatisering van de
gezondheidszorg. Waarschijnlijk de beruchte druppel. Er zijn veel ontslagen
en salariskortingen en het leven wordt steeds duurder (btw, accijns, de
wereldmarkt-ontwikkelingen). Goede reden voor protesten en stakingen.
Hetgeen wat mij betreft wordt overschaduwd door hooligans die zich onder
demonstranten mengen en anderen die zelfs met een pistool op zak komen
'demonstreren'. Relschoppers & plunderaars, jammer. Oppositiepartijen en
bepaalde media zijn fikse aanjagers, het protest wordt met andere woorden
gekaapt. Er gaan geruchten dat onruststokers geld hebben gekregen van 'iemand'
(dat lees ik op internet en Roemenen zijn dol op complottheorieën...).”
[© MN, ‘Les jours de l’âme’.
Schilderij “Yin Yang” by Asha Menghrajani.
Het waardevolle boekje van Andries Baart “Van bewegen naar bewogenheid” is te
bestellen bij uitgeverij SWP, kost € 9,50.]