
Een mens krijgt de nodige tijd
Het is gelukkig weer morgen geworden. De vogels zijn evenwel levenslustiger dan ik, terwijl ik er wel van geniet ze te horen.’Laat vogels alle kilte maar wegfluiten’. Na een bepaald tijdstip in de avond, momenteel 21.35 uur, komt aan al het gekwetter plots een eind. De stilte van de vogels valt vaak met mij samen. Zodra het zachte hoofdkussen juist is geschikt, ben ik gerust.
Ik heb alle tijd. Het is elf uur en ik moet me nog douchen. Het is geen lege, oningevulde tijd. In de muziek van Anouar Brahem, maar vaak ook in alle stilte, zoek ik schilderijen en ik tast in mijn gedachten naar de werkelijkheid of droom over een bed met uitzicht op zee. Het bed is leeg want ik zit op de veranda, die is hier uit het zicht. Het is de stem van de zee die me roept. “Alles kent een einde.” Ik noteer het alvast. 'Ik zou wel even, net als nu het zuchtje wind, langs je wangen willen blazen.’ Ik kan niet goed tegen hitte. Er staat gelukkig een frisse zijwind.
Mijn moeder zou deze maand midden tachtig zijn geworden. Zou haar woord doorheen de tijd soepeler zijn geworden? Ik herinner me haar boze weerstand tegen de boeken van Wolkers. Dat was haar uiterste, toentertijd. De tijd van fatsoen, van taboes en regels, strikte regels. De tijd op weg naar een explosie van veranderingen. Ze stak nog een Peter Stuyvesant op en las verder in ‘Een roos van vlees’. Zij vormde zich een mening en werd zienderogen woedend op het gejubel erover in de krant. (Een paar jaar geleden was ik in Mimizan, aan de Atlantische oceaan. Ik heb de hele dag aan haar gedacht. ‘Mimi, een gelukkiger strand heb ik niet eerder gevonden.’ Niet al mijn broers en zussen denken er zo over, ‘gewoon, het is vér voorbij de tijd’ Maar het lot van moeders is anders, die raak je nooit kwijt. ‘Dan veeg ik de traan van haar gezicht en reikt ze me de hand, geurend naar wie zij is, het kan niet anders dan dat zij met witte zijde is gereinigd.’)
Vaak moet ik weg van het scherm. De vingers van mijn rechterhand tegen het jukbeen, de duim onder de kaak, zo ben ik mijzelf een steiger. Als het tijd is, schrijf ik verder. Ik geloof niet dat het al tijd is door de laatste deur te gaan. Soms voel ik me een dichter aan de rand van zijn leven, maar ik troost me met de gedachte dat het ieders deur kan zijn.
[© MN, in “Impressie van gemijmer”, of liever, in “Er twijnt zich een draad van samenhang”. (Zie eventueel gedichten 3 december 2006, 2007.) Deze en de komende logs zijn vorige week al geschreven, maar alles wacht op z’n tijd. Painting by Basher.]
Het is gelukkig weer morgen geworden. De vogels zijn evenwel levenslustiger dan ik, terwijl ik er wel van geniet ze te horen.’Laat vogels alle kilte maar wegfluiten’. Na een bepaald tijdstip in de avond, momenteel 21.35 uur, komt aan al het gekwetter plots een eind. De stilte van de vogels valt vaak met mij samen. Zodra het zachte hoofdkussen juist is geschikt, ben ik gerust.
Ik heb alle tijd. Het is elf uur en ik moet me nog douchen. Het is geen lege, oningevulde tijd. In de muziek van Anouar Brahem, maar vaak ook in alle stilte, zoek ik schilderijen en ik tast in mijn gedachten naar de werkelijkheid of droom over een bed met uitzicht op zee. Het bed is leeg want ik zit op de veranda, die is hier uit het zicht. Het is de stem van de zee die me roept. “Alles kent een einde.” Ik noteer het alvast. 'Ik zou wel even, net als nu het zuchtje wind, langs je wangen willen blazen.’ Ik kan niet goed tegen hitte. Er staat gelukkig een frisse zijwind.
Mijn moeder zou deze maand midden tachtig zijn geworden. Zou haar woord doorheen de tijd soepeler zijn geworden? Ik herinner me haar boze weerstand tegen de boeken van Wolkers. Dat was haar uiterste, toentertijd. De tijd van fatsoen, van taboes en regels, strikte regels. De tijd op weg naar een explosie van veranderingen. Ze stak nog een Peter Stuyvesant op en las verder in ‘Een roos van vlees’. Zij vormde zich een mening en werd zienderogen woedend op het gejubel erover in de krant. (Een paar jaar geleden was ik in Mimizan, aan de Atlantische oceaan. Ik heb de hele dag aan haar gedacht. ‘Mimi, een gelukkiger strand heb ik niet eerder gevonden.’ Niet al mijn broers en zussen denken er zo over, ‘gewoon, het is vér voorbij de tijd’ Maar het lot van moeders is anders, die raak je nooit kwijt. ‘Dan veeg ik de traan van haar gezicht en reikt ze me de hand, geurend naar wie zij is, het kan niet anders dan dat zij met witte zijde is gereinigd.’)
Vaak moet ik weg van het scherm. De vingers van mijn rechterhand tegen het jukbeen, de duim onder de kaak, zo ben ik mijzelf een steiger. Als het tijd is, schrijf ik verder. Ik geloof niet dat het al tijd is door de laatste deur te gaan. Soms voel ik me een dichter aan de rand van zijn leven, maar ik troost me met de gedachte dat het ieders deur kan zijn.
[© MN, in “Impressie van gemijmer”, of liever, in “Er twijnt zich een draad van samenhang”. (Zie eventueel gedichten 3 december 2006, 2007.) Deze en de komende logs zijn vorige week al geschreven, maar alles wacht op z’n tijd. Painting by Basher.]
17 opmerkingen:
Marius, lieve jongen, ik ben hier weer eens helemaal stil van geworden. Aan jouw teksten en overdenkingen is het eigenlijk jammer iets, maar dan ook iéts toe te voegen. Hoe jij het schrijft en beschrijft... Blijf dit verder doen, asjeblieft?
Poeh, wat heb je dat prachtig geschreven. Heb het tweemaal achter elkaar gelezen. Een moeder is blijft in ieders gedachten.
Liefs, Erna
zacht schouderklopje Marius
Novelle
gerda verwoord wat ik denk, maar ik geloof dat als je ooit in een van die plaatsjes aan de atlantische kust geweest bent, je altijd behebt blijft met die hunkering naar de veranda aan zee!
lieve marius,
de laatste deur wacht ons allemaal, maar wat er daarna opengaat, ik ben er zeker van dat dat nóg mooier is dan we nu hebben,
ik hoop alleen dat jij nog heel lang wacht met over de drempel stappen van die laatste deur,
je schrijft zó mooi zó intens mooi,
je hebt me aan je lippen hangen,
dikke knuffel
klaproos
xxx
wat een fijne woorden vandaag van jou... het optimisme steekt z'n kop op, hier en daar, en de herinneringen aan je moeder... vaak vraag ik me af hoe mijn zoon zich mij later herinnert, wàt 'ie herinnert, wat voor gevoel hem dat geeft...
maar voor nu zijn we nog lekker samen, we hebben lavendelplantjes geplant net en die ruiken zo lekker en het geschenk van een nieuwe dag is wederom hier.
een hele fijne dag, marius !
.
In elke verte
zie ik haar nabij
en als ze dichtbij is
lijkt ze soms ver weg
Marius, sta me toe
te mijmeren bij jouw gedachten
dit is 'mijn antwoord'
op een tekst
niet blijven staan
aan haar oever
maar pootje baden
in de woorden
.
Mooi geschreven weer.. 'Een roos van vlees' klinkt ook weer erg mooi ..
Prachtige afbeelding Marius en een mooi stuk tekst!
DE ZEE ALS MOEDER
Eens was je in haar zee.
Zij, behoeder van je leven,
gaf je toegang tot de wereld
waarin haar geur, haar lichaam je
rijkelijk omhulde.
Door de 'laatste deur' gaan-
maakt alles zonder eb en vloed.
Schept de golfjes en de rimpeling in je gedachten aan haar.
---
Groet: Isolde
Ik wou je een fijne dag toewensen..
FeeX
Een bed met uitzicht op zee *zucht*
Mijn ouders hadden de boeken van Wolkers en ik Jan Cremer op de bovenste plank voor mij,mocht ze als kind nog niet lezen:-)
De herinnering aan je moeder is intens en lief geschreven,heerlijk toch dat herinneringen nog leven in je gedachte.
Take care en een lieve groet, ook voor Chrisje
Bloem
(@redstar : was dat niet dat boek waarin iemand in stukken in de vrieskist belandde ? een roos van vlees ? of ben ik in de wolkers-war ? ; )
Wat een mooi schilderij van Basher, de zee tot aan het bed, en het ruisen in je tekst...
voor jou hopelijk die deur nog niet, je hebt nog te veel te vertellen.
fijn dat mijn werk je dienstbaar kan zijn.
ludo
21 mei, la mort et les 'survivants'
17 de stem van de stilte, eerst niet , dan wel onhandig kenbaar gemaakt in de vroege morgen
41 : "Ik ging eens varen , geheel voor mijn verdriet. Mijn tranen kwamen echter niet. Ik sprong te water waar ik niet verdronk, zo zag ik hoe mijn boot naar boven zonk. Frank Koenegracht"
Diagnose geeft een gevoel van verlorenheid en toch : Liefst nog 14j en daar komt de eeuwig zijnde 55
Aan de tijd onderhevige her-inn-eringen , nooit gefantaseerde 28 onbestaande jaren
Graag wat tijd van leven liefst véél langer
Panta rhei niets gaat ooit verloren, alles verandert
De vrije merel w° onbezorgde drijvende zeemeeuw
Sa Muse : le goéland flottant (jl seagull) en als er geen luchtzakken meer zijn om op te drijven, zucht ooit (maar nu nog niet) de witte meeuw haar laatste adem uit.
Wat is geluk
Omdat het geluk een herinnering is
bestaat het geluk omdat tevens
het omgekeerde het geval is,
ik bedoel dit : omdat het geluk ons
herinnert aan het geluk achtervolgt het
ons en daarom ontvluchten wij het
en omgekeerd, ik bedoel dit : dat wij
het geluk zoeken omdat het zich
verbergt in onze herinnering en
omgekeerd, ik bedoel dit : het geluk
moet ergens en ooit zijn omdat wij dit
ons herinneren en dit ons herinnert.
Uit : Tot het ons loslaat/Rutger Kopland
(Zijn gedicht Aan zee is prachtig maar hoort hier niet bij)
PS: even een hier niets toe doenend vraagje, Marius: was je gelukkig in die donkere kamer? Kan je dit nog voelen, heel diep vanbinnen?
Fotografie trekt schrijven aan. Schrijven trekt fotografie aan. In de doka van het hoofd van de schrijver voltrekken zich analoge processen als in de doka van de fotograaf. Uit de duisternis komt het licht. Het doet pijn aan de ogen. (Bärbel Urquhart)
Een reactie posten