Een pagina uit een winters dagboekAls ik vanuit het eilandvenster door de ramen kijk van de twee aaneengesloten kamers van het woonhuis, dan zie ik dat de haag bedekt is met sneeuw en als ik opsta en verder naar links kijk, zie ik dat de binnentuin een dun wit laken over zich heeft, maar indrukwekkend is het allemaal niet. Wel koud zo te zien, al schijnt er een dunne zon, niet somber maar sober. Het liefst ging ik naar een warm land om op het terras van een aardig hotelletje te schrijven bij heerlijke cappuccino's en met een rokertje (wat verdorie vrijwel nergens meer mag, vaak zelfs buiten niet - al is het bespottelijk te klagen over de verboden waar de vrijheid in grote delen van de wereld nog geringer is dan een speld in een hooiberg of een leeggeschraapte pot), maar in mijn mobiliteit ben ik te beperkt of te afhankelijk, dus méér dan een kleine onmogelijke droom is het niet. Over de pijn van schedeldak tot schouderblad, een kwart mens, zal ik maar zwijgen. Feitelijk vertoef ik nu al jaren op dit eiland, mijn tafel staat te vol met boeken, beelden en schilderijen waarvoor eenvoudig geen ruimte meer is maar die ik maar 'laat' omdat ze een onafscheidelijk deel zijn van wie ik ben - een dichter die volgende maand de zes kruisjes hoopt te halen, een man met een weelderige kop haar, een man die van muziek houdt en straks verder leest in een boek van Hemingway - 'Amerikaan in Parijs' - en die vanmorgen een gedicht schreef over wat er zich vorig jaar afspeelde.
Laat levensmoed als een boom elk ons deel zijn
De dichter lag eenzaam tussen de lakens
en hoorde plots haar snikken in de nacht, wilde
opstaan voor de nodige troost maar
een hevige angst drukte hem in de kussens.
Zo weet de een niet wat de ander
doorstaat, ieder in het lijden alleen, het is
een onverdraaglijke gedachte dat de liefde
grenzen kent waar ze juist niet horen te zijn.
Even bedenkt hij het gefluister, laten we alles
ongedaan maken, we witten het huis, we zaaien
papavers en geven een feest voor hen die de liefde
geloven en er niet met smalende lach vandaan gaan.
Maar we moeten verder, verder met wat we geschonken
kregen, daarom behoud ik de vreugdes van haar liefde
als een fundament voor andere perspectieven. Wat nu teloor
lijkt, is niet een graf voor de nieuwe dageraad.
Hoewel het in mijn situatie wat bizar is, zagen we van de week een ‘mooie’ film naar het boek van Ian McEwan, 'Enduring love', een film met een bijna voor onmogelijk te houden happy end. Ik denk ook dat het eerder een droombeeld was van de wat excentrieke maar begaafde docent Joe, een droom die lijkt op de derde strofe van het gedicht, dat alles ongedaan zou blijken en dat hij zijn geliefde keramiste 'gewoon' en alsnog een huwelijksaanzoek kon doen, ware het niet dat Jed, een zwervende stalker met een op 't oog beminnelijke maar psychopathische uitstraling haar had vermoord en Joe op zijn beurt in een geveinsde verzoeningspoging het bebloede mes in Jed's hand omdraaide en hem eveneens dodelijk trof. Een onuitwisbaar drama en de zo gewenste feestelijkheid met Claire was voorgoed teloor.
[© MN, ‘Mijmeringen in wintertijd’. Painting by Stanly William Moore.]
11 opmerkingen:
Dag,
een heel mooi gedicht...
En een prachtige tekening/schilderij? bij je blogtitel 'Whisperings of the Soul. Eigen werk?
vriendelijke groet
ElsElisa
> ElsElisa: nee, dat is een schilderij van Rudolf Hagenaar.
een heel, heel mooi gedicht en zo veel minder verdrietig dan het heeft moeten zijn, door de Liefde die er zo duidelijk uit spreekt.
ik vind de wereld wel indrukwekkend nu, alhoewel ik me ook nog wel indrukwekkender scenery herinner, maar. het nu heeft toch ook altijd iets magisch om er(gens) aan toe te voegen.
(aldus. een o-wat-heerlijk-was-het-om-weer-te-schaatsen-na-al-die-jaren-mama ; )
ik wens je dat je morgen als je kijkt, het magische van het nu ziet. en ziet dat kleine onmogelijke dromen daar ook horen. in het nu. en dat niemand weet wat de dag van morgen brengt.
.
"we witten het huis"
En toen dacht ik aan Kouwenaar.
Totaal witte kamer
Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik
dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later
en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar
dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen -
Uit: Gerrit Kouwenaar Totaal witte kamer. Amsterdam: Querido, 2002, p. 38.
Uvi
Wat is het toch heerlijk hier op bezoek te komen en te genieten van je nimmer aflatende woordkunst, lieve Marius. Waar je ook over schrijft, en hoe je het ook be-schrijft, ik blijf er van snoepen...
Je gedichten, je proza... alles is balsem voor de ziel. Jij weet je lijden om te buigen en er kunst uit te scheppen!
Naar dat warme land zou ik ook wel willen reizen, en niets dan vrijheid voelen. De vrijheid die ons hier steeds verder wordt ontnomen door rare mannetjes in kamertjes groter dan mijn huis.
Je gedicht is prachtig Marius.
L' arbre vieillit, le hibou reste , n'importent les cailloux (= allerlei soorten van Jed's)
Mooi log ! En jij bent een enorm voorbeeld van levensmoed !
Witter dan wit
Een fundament als waarborg
Liefde als dragende kracht
Perspectieven te over ...
Isolde*
Ik wou dat ik de woorden gevonden had om je dit te vertellen, Marius.
Ik ben dan zo onbeschaamd geweest om ze bij Gerda te lenen. Sorry Gerda. Maar, is gedeelde vreugde niet dubbele vreugde?
Wat is het toch heerlijk hier op bezoek te komen en te genieten van je nimmer aflatende woordkunst, lieve Marius. Waar je ook over schrijft, en hoe je het ook be-schrijft, ik blijf er van snoepen...
Je gedichten, je proza... alles is balsem voor de ziel. Jij weet je lijden om te buigen en er kunst uit te scheppen!
dank aan beiden
ria
Een wonderschoon gedicht Marius.
Hele levens achter een goed gedicht verscholen.
Magisch!
Een reactie posten